thumb|Schie en kerk van Overschie door Jongkind thumb|Hoge Brug over de Delfshavense Schie Dit artikel behandelt de geschiedenis van Overschie vanaf het ontstaan van het dorp Schie of Scyhe tot aan de annexatie door Rotterdam. Na de stichting van NieuwerSchie - het tegenwoordige Schiedam - werd Schie Ouderschie, dat verbasterd werd tot Overschie.
Voor 1795 was Overschie een ambacht, tussen 1795 en 1812 la Commune d'Overschie en tussen 1812 en 1941 de zelfstandige gemeente Overschie.
Toponymieën In Overschie komen de vier wateren bij elkaar die alle vier kortweg met Schie worden aangeduid: De Delfshavense Schie, de Delftse Schie, de Rotterdamse Schie en de Schiedamse Schie.
"Schie" zou scheiding kunnen betekenen tussen de naastliggende gebieden, het oude Maasland en Schieland.
Overschie ligt niet over de Schie, maar het is een verbastering van OuderSchie of OuwerSchie. In het Latijn (waarin vroeger alle akten geschreven werden) bestaat geen verschil tussen de letters u en v, waardoor de verbastering ontstaan kan zijn. Als Ouder oud betekent zou er ook een Nieuwer Schie moeten zijn, dat inderdaad voorkomt op kaarten boven Schiedam, dat toen zelf een buitendijks gors was, dat pas rond 1250 afgedamd werd.
Voor 1200 was er nog maar één Schie. In een oorkonde uit 1200 wordt Overschie nog Scyhe genoemd.Oorkondeboeken van Holland en Zeeland tot 1299, oorkonde 243 d.d. 21 augustus 1200Graaf Diederik VII en gravin Aleid bevestigen, samen met graaf Otto IV van Bentheim en Sophia abdis (van Fontenelles?), de abdij van Rijnsburg in de haar door wijlen Sophia, gravin van Holland, geschonken opbrengsten en goederen te Overschie, Rijswijkerbroek, 's-Gravenzande en Warmond, op voorwaarde dat deze aan aalmoezen worden besteed. Origineel in Latijn met "libras et bona de Scyhe et bona de Riswikerbroke". In 1272, nadat de Schielandse Hoge Zeedijk aangelegd is, worden er plaatsen omschreven als Nieuwendamme en Ouden DammeOorkondeboeken van Holland en Zeeland tot 1299, oorkonde 1349 d.d. 28 april 1264, en in 1288 heet Overschie Ouder Schye.De oorkondeboeken zijn digitaal te raadplegen op
Als in 1596 het ambacht de Hoogenban te koop komt te staan wordt er nog Ouerschye en Ouerschie gebruikt, eenduidigheid in schrijfwijze was er niet. Deze Hoogenban was evenals Overschie een ambachtsheerlijkheid, dat later met Overschie samengevoegd werd. Ban of banne was vroeger ook een naam voor een rechtsgebied.
Ligging Het dorp Overschie ligt aan de rivier de Schie, die loopt van Delft naar het zuiden, en dan bij Overschie een scherpe bocht naar het westen maakt en vervolgens uitmondt via de boven vermelde Schieën in de Nieuwe Maas. Het gebied rond Overschie bestond uit veenpoelen en plassen, die afgewaterd en verveend werden, rondom in de omgeving werden een aantal burchten gebouwd.
Het ambacht Overschie betrof de polders ten oosten van deze Schie. In 1823 na de gemeentelijke herindeling, waarin Delfshaven een zelfstandige gemeente werd, omvatte Overschie, naast het dorp Overschie de polders Blijdorp, Zestienhoven, Schieveen en de Spaanse polder. De oostgrens met de gemeente Rotterdam lag, waar nu NS-station Rotterdam CS ligt.
Onderstaand drie delen uit een kaart van het Hoogheemraadschap van Schieland uit 1611, gemaakt door Delftenaar Floris Balthasars van Berckenrode. Daarnaast een luchtfoto van de cartografische dienst van de KLM uit 1924.
Bovenin op de kaart het dorp Overschie, ten oosten ervan het ambacht, en ten zuidoosten de polders die tot de gemeente Overschie behoorden.
Prehistorie en Romeinen Rond 4500 v.Chr. zijn door de Noordzee aan de Nederlandse kust de duinen afgezet, waarachter een gebied van meren, getijdenkreken en moerassen ontstond. In het gebied van Overschie zijn nog geen resten gevonden uit deze prehistorie, maar er is ook weinig naar gezocht. Tot aan de tweede helft van de 20e eeuw dacht men dat het gebied onbewoonbaar was. Deze gedachte was gebaseerd op wat Romeinse geschiedschrijvers over de rivierendelta geschreven hadden, zoals Tacitus in zijn Germania: Het terrein is er woest, het klimaat ruw, het leven en landschap somber. Hier kom je alleen indien het je vaderland is.Tacitus is hier nooit geweest, maar hij haalt waarschijnlijk Plinius de Oudere aan.
In de tweede helft van de 20e eeuw is uitgebreid aangetoond dat er wel degelijk bewoning in de Maasdelta geweest is, gezien de archeologische vondsten bij de aanleg van de Maasvlakte (1982), in Vlaardingen (1958), Bergschenhoek (1978) en in Hekelingen (1950), zie hiervoor ook Vlaardingencultuur en Vriesland (Spijkenisse).
Uit de Romeinse tijd zijn evenmin nog sporen van bewoning gevonden, maar in 2016 is aan de westover van de Schie bij Kandelaar wel een boerderij uit de Romeinse tijd ontdekt.Voor 1941 behoorde Kandelaar tot de gemeente Kethel en Spaland, na de annexatie in 1941 door Rotterdam ligt Kandelaar in het stadsdeel Overschie. Ook is bekend dat vanaf Forum Hadriani (Voorburg) een zuidelijke heerweg langs de Maas en Waal naar Ulpia Noviomagus Batavorum (Nijmegen) bestaan heeft. Zie de Peutingerkaart.
De Cananefaten, de bevolking in de moerasdelta van de Maas, woonden in deze Romeinse tijd binnen de verdedigingszone van de limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk, maar na 250 trokken de Romeinen zich terug, en trok een groot deel van deze oorspronkelijke bevolking weg.
Middeleeuwen thumb|Paleografische kaart 800 na Chr. De naam Schie wordt als eerste in de tiende eeuw genoemd als ' Sche' in een register uit de Abdij van Egmond, waarin graaf Arnulf van Gent en zijn gemalin Lutgardis van Luxemburg aan de abdij de kapel te Schie geschonken hebben.Cartularium Egmundense. De bouw van de eerste nederzetting werd vijftig jaar eerder geschat, op basis waarvan Overschie in 1929 het 1000-jarig bestaan vierde. Deze eerste nederzetting ontstond als ontginnings-nederzetting toen kolonisten vanuit Vlaardingen het achterliggende veenmoeras mochten ontginnen.
Schie was toen zowel de naam van het dorp als van het riviertje de Schie, dat eigenlijk een getijdenkreek was, met uitlopers diep in het veengebied. Het riviertje diende voor de waterafvoer bij eb van de sloten, die in het veengebied gegraven waren om zodoende het grondwaterpeil laag te houden. Het riviertje mondde uit in de Merwede, de oude naam voor de Nieuwe Maas, die toen meer het karakter van een zeearm, dan van een rivier had.
De ontginning van dit veengebied vond plaats, nadat de plundertochten op Frisia - de oude naam voor het kustgebied van Zwin tot Wezer - door de Vikingen, die via de Rijn en Merwede tot aan Dorestad hun strooptochten hielden, rond het jaar 900 ten einde kwamen.http://www.gjallar.nl/index.html (geraadpleegd 5 september 2020). Deze ontginningen, die bekend staan als de Grote Ontginning, hadden als gevolg de inklinking van het land, gepaard met een bodemverlaging van soms twee meter. Hierdoor ontstond de noodzaak van bedijking.
thumb|3 dijken bij Overschie Op 1 november van het jaar 1170 woedde er een vreselijke storm, die enorme overstromingen teweegbracht. Die vloed, de Allerheiligenvloed van 1170In 1570 zou weer een stormvloed op 1 november een deel van Nederland treffen. genoemd, kwam tot aan de stadsmuren van Utrecht, er werd daar zelfs zeevis gevangen, aldus een tekst uit de Annalen van Egmond.Nederland in 7 overstromingen door Leontine van der Stadt, . Om het land tegen deze overstromingen te beschermen werd rond 1180 - in opdracht van graaf Floris III van Holland en de Abdij van Egmond - de eerste dijk aangelegd bij Overschie, zuidwaarts langs de Schie, oostwaarts richting Hillegersberg en Rotte.http://museumoudoverschie.nl/nl/main/geschiedenis/1200.html. Gearchiveerd op 27 oktober 2021.
Deze oude dijken volstonden niet, daarom werd vanaf 1250 op initiatief van Willem II van Holland begonnen met de aanleg langs de Merwede van de Schielands Hoge Zeedijk, waarbij de twee riviertjes de Schie en de Rotte afgedamd werden. Het werk werd voltooid onder Aleid van Holland, zijn zus. Deze Aleid (1228-1284), die gehuwd was met Jan van Avesnes (1218-1257) kocht na de dood van haar echtgenoot in 1258 de polder Nuwer Scye (Nieuwe Schie) van Dirk Bokel en liet daar een huis bouwen.Huis te Riviere.
Van één Schie naar vier Schieën thumb|Delfshaven, Overschie en Schiebroek Dat er bij Overschie vier Schieën bij elkaar kwamen is zowel geografisch als historisch verkeerd uitgedrukt. Er was eerst één Schie, de oude getijdenkreek, en de naar Delft doorgegraven Schie.
Op 7 juni 1340 kreeg Rotterdam stadsrechten van Graaf Willem IV van Holland. Een van de privileges die de stad Rotterdam van Graaf Willem IV kreeg, was dat Schieland medewerking moest verlenen aan de aanleg van een kanaal tussen de Schie bij Overschie en Rotterdam. De aanleg duurde van 1343 tot 1348. Het tracé is bochtig omdat bij het graven van de Rotterdamse Schie gebruik is gemaakt van bestaande waterlopen.
Hierna waren er Schieën: de Schie van Delft tot Overschie, en daarna de Schie naar Schiedam, en de Rotterdamsche Schie. Alleen het deel naar Delft is duidelijk gegraven, de benedenlopen, die gedeeltelijk de oude getijdenkreken volgden, zijn kronkelig.
Delft wilde niet afhankelijk zijn van Rotterdam voor zijn handel en van Graaf Albrecht van Beieren wist in 1389 de concessie te krijgen om een eigen Schie te graven, een kaarsrecht kanaal van Overschie naar de Schielands Hoge Zeedijk, waar Delft een eigen haven stichtte, Delfshaven.
Over zijn eigen Schie had Rotterdam met Delft hooglopende conflicten die zelfs leidden tot jarenlange afsluitingen van deze Rotterdamse Schie. Uiteindelijk werd dit conflict in 1512 door de Grote Raad van Mechelen in het voordeel van Rotterdam beslist.
Ter verduidelijking van de situatie werd op doek een situatiekaart geschilderd, links op de voorgrond Overschie, met midden links de Hoge Brug, waarbij een kruis, uiterst links de Lage Brug met linksboven via de slingerende Rotterdamse Rijweg, Rotterdam, met een galgenveld, rechtsboven Delfshaven met daarboven de Merwede met schepen.
Naar rechts zien we de oude rivierloop naar Schiedam, de brug bij Overschie links is de brug over de Rotterdamse Schie, rechts die over de nieuw gegraven Delftse Schie naar Delfshaven.
De conflicten tussen Delft en Rotterdam over de Schieën waren er niet voor niets. De trekvaart was het belangrijkste transportmiddel in die tijd. In de 17e eeuw vond 68 procent van alle vervoer plaats per trekschuit en 26 procent per beurtvaart. Slechts 6 procent ging over land.
Kastelen in de middeleeuwen Uit erkentelijkheid voor het verrichten van werkzaamheden zoals ontginning, inpoldering, bedijking of het bouwen en exploiteren van een (grafelijke) hoeve in Overschie kregen diverse families en personen hier het recht om een – stenen – verdedigbare woning op te richten. Hierdoor worden vanaf de 13e eeuw in en rondom Overschie verschillende kastelen of verdedigbare huizen opgetrokken: thumb|Tekening uit 1710 van kasteel ter Spangen De (ronde) burcht van Overschie, waarvan de restanten ontdekt werden in 1922, bij wat nu de Terpstraat heet, en die waarschijnlijk vroeger 'hof ter schie' heette, gebouwd in de 13e eeuw en toebehorend aan de abdij van egmond. Kasteel ter Spangen, aan de Delfshavense Schie, ten noorden van de A20, gebouwd omstreeks 1310, in 1488 verwoest, weer herbouwd en in 1572 opnieuw, nu door de watergeuzen verwoest. Slot Starrenburg, gebouwd in de 13e eeuw en in 1574 verwoest. Herbouw volgde in 1615, maar uiteindelijk is het kasteel verdwenen. Versterkte woning voor het verblijf van de abt van Egmond, gebouwd in de 13e eeuw aan de Rotterdamse Rijweg Hofstad Rodenrijs aan de Delftweg, even voorbij de Doenkade, gebouwd in het laatste kwart van de 13e eeuw, in bezit geweest van Johan van Oldenbarnevelt, in de 18e eeuw verbouwd tot landhuis, in 1840 gesloopt. ’s Gravenhuize in de Oost-Abtspolder tegenover De Hoge Brug, waarschijnlijk na de 14e eeuw gebouwd.