Op 31 december 2019 telde Turkije 83.154.997 inwoners, waarvan 41.721.136 mannen en 41.433.861 vrouwen. Sinds 31 december 2018 is de bevolking met 1.151.115 personen toegenomen, oftewel 1,39%.
Turkije Demografie Jaar BevolkingToename (%) 1927 13.648.987 - 1935 16.158.567 2,29 1940 17.821.543 2,05 1945 18.790.987 1,08 1950 20.947.155 2,29 1955 24.065.543 2,97 1960 27.755.532 3,06 1965 31.391.651 2,62 1970 35.605.653 2,68 1975 40.348.789 2,66 1980 44.737.321 2,17 1985 50.664.654 2,64 1990 56.473.653 2,29 2000 67.804.543 2,00 2010 73.722.988 1,60 2015 78.741.053 1,34 2019 83.154.997 1,39 Istanboel is met 15.519.267 inwoners de grootste provincie qua inwonersaantal, gevolgd door Ankara met 5.639.076 inwoners, İzmir met 4.367.251 inwoners, Bursa met 3.056.120 inwoners en Antalya met 2.511.700 inwoners.
Bevolkingsontwikkeling Op 28 oktober 1927 vond de eerste officiële telling in de republiek Turkije plaats. Er werden toen 13.648.987 inwoners geteld. Op 31 december 2019, ruim 92 jaar later, werden er 83.154.997 inwoners geregistreerd (een verzesvoudiging). Vooral in de periode 1955 tot 1975 nam de bevolking in een snelle tempo toe, vanwege de stijgende levensverwachting gecombineerd met hoge geboortecijfers en dalende kindersterftes. Volgens schattingen van de Verenigde Naties zal de Turkse bevolking rond 2047 een piek bereiken van ongeveer 91-95 miljoen inwoners, waarna een geleidelijke daling inzet.
Leeftijdsopbouw Turkije heeft, samen met Kosovo en IJsland, de jongste bevolking in Europa.Population structure and ageing In 2018 was 23,6% van de bevolking tussen de 0 en 14 jaar oud, terwijl dit aandeel in Nederland (16,1%) en België (17,0%) veel lager was. Het aandeel 65-plussers in de bevolking was 8,5%, ruim de helft vergeleken met het aandeel in Nederland (18,9%) en België (18,7%). Desalniettemin is ook in Turkije een trend van ontgroening en vergrijzing gaande (zie: tabel). Het percentage kinderen tot de leeftijd van 15 was in de periode 1935-1975 vrij stabiel en schommelde rond de 40%. Vanaf 1975 begon het aandeel kinderen in de bevolking te dalen. Begin 21e eeuw vormden kinderen bijna 30% van de bevolking, maar 20 jaar later is dit gedaald tot 23%. Het percentage 65-plussers begon met name na 1990 in een snelle tempo toe te nemen. Zo verdubbelde het percentage 65-plussers van 4,3% in 1990 naar 8,5% in 2018.
Leeftijdsopbouw door de jaren heen Jaar 0-1415-6465+Totaal 1935 41,3 54,7 4,0 100,00 1955 39,5 57,1 3,4 100,00 1965 41,9 54,1 4,0 100,00 1975 40,6 54,8 4,6 100,00 1985 37,6 58,2 4,2 100,00 1990 34,6 61,1 4,3 100,00 2000 29,8 64.4 5,7 100,00 2010 25,6 67,1 7,2 100,00 2018 23,6 67,9 8,5 100,00 2019 23,1 67,8 9,1 100,00 Eind 2019 was de gemiddelde inwoner 32,4 jaar oud, een toename van 4,2 jaar vergeleken met 2007. Mannen waren gemiddeld 31,7 jaar oud (+4 jaar) en vrouwen waren gemiddeld 33,1 jaar oud (+4,3 jaar). De bevolking is het oudst in de provincie Sinop (40,8 jaar), gevolgd door Balıkesir (40,2 jaar) en Giresun (39,9 jaar). Daarentegen is de bevolking het jongst in de provincies in het (zuid)oosten van het land, zoals Şanlıurfa (20,1 jaar), Sirnak (20,9 jaar) en Ağrı (21,8 jaar).
Belangrijke statistieken
Demografische tabel Bronnen: InwonersGeboortenOverlijdensNatuurlijke groeiBruto geboortecijfer (per 1000 inwoners)Bruto sterftecijfer (per 1000 inwoners)Natuurlijke groei (per 1000 inwoners) 197035.605.176 197540.347.719 198044.736.9571.106.652130.062976.59024,7 198550.664.458985.917141.324844.59319,5 199056.473.0351.179.795150.2921.029.50320,9 200067.803.9271.434.297174.3151.259.98221,2 20011.323.341175.1371.148.204 20,31 20021.229.555175.4341.054.121 18,63 20031.198.927184.3301.014.597 17,95 20041.222.484187.0861.035.398 18,08 20051.244.041197.5201.046.521 18,18 20061.255.432210.1461.045.286 18,12 200770.586.2561.289.992212.7311.077.261 18,39 200871.517.1001.295.511215.5621.079.949 18,23 200972.561.3121.266.751369.703897.048 17,585,112,48 201073.722.9881.261.169366.471894.698 17,245,012,24 201174.724.2691.252.812376.162876.650 16,885,111,78 201275.627.3841.294.605376.520918.085 17,225,012,22 201376.667.8641.297.505373.041924.464 17,044,912,14 201477.695.9041.351.088391.091959.997 17,515,112,41 201578.741.0531.336.908405.528931.380 17,095,211,89 201679.814.8711.316.204422.964893.240 16,605,311,3 201780.810.5251.300.258426.857873.401 16,195,310,89 201882.003.8821.257.071426.785830.286 15,445,210,24 201983.154.9971.191.709436.624755.085 14,435,39,13 202083.614.3621.119.755509.147610.608 13,436,17,33 202185.279.5531.085.450566.745518.705 12,906,76,2 202285.279.5531.040.860505.465535.395 12,255,96,35 202385.372.377961.566526.416435.150 11,276,25,07 202485.664.944937.559489.361448.198 10,965,75,26 202586.092.168450.052
Vruchtbaarheidscijfer thumb|Vruchtbaarheidscijfer in Turkije per provincie (2024) thumb|Vruchtbaarheidscijfer in Turkije per provincie (1980) In 2025 bereikte het vruchtbaarheidscijfer in Turkije een nieuw dieptepunt. Een vrouw kreeg gemiddeld 1,42 kinderen gedurende haar vruchtbare periode (15 tot 44 jaar), een daling vergeleken met 2,38 kinderen in 2001.Veriler açıklandı: İlk kez bu kadar düştü. Gearchiveerd op 1 november 2020. In 1990 kreeg een vrouw gemiddeld nog 3,11 kinderen, terwijl het vruchtbaarheidscijfer in 1960 nog 6,37 kinderen per vrouw bedroeg.
In 2019 had de provincie Şanlıurfa met 3,89 kinderen per vrouw het hoogste vruchtbaarheidscijfer. Deze provincie werd opgevolgd door Şırnak (3,37 kinderen), Ağrı (3,16 kinderen) en Muş (3,15 kinderen). Daarentegen had de provincie Gümüşhane het laagste vruchtbaarheidscijfer met 1,33 kinderen, gevolgd door Edirne en Kütahya (1,34 kinderen). Over het algemeen hebben provincies met een Koerdische meerderheid een hoger geboorte- en vruchtbaarheidscijfer vergeleken met provincies die uitsluitend door etnische Turken worden bewoond (zie: bestand rechts).
Sinds 1980 is het vruchtbaarheidscijfer vooral in de Zwarte Zeeregio gedaald en met name in het westen van deze regio. Vrouwen in de Egeïsche Zeeregio en in de Marmararegio hadden van oudsher al minder kinderen vergeleken met overige regio's in Turkije.
Etnische en linguïstische samenstelling Er zijn geen exacte gegevens beschikbaar over de verschillende etnische groepen in Turkije. De laatste volkstellinggegevens dateren uit 1965 en sindsdien zijn er mogelijk grote veranderingen opgetreden. Al met al is duidelijk dat etnische Turken in de 21e eeuw nog steeds in de meerderheid zijn, terwijl de grootste minderheidsgroepen Koerden en Arabieren zijn. Kleinere minderheden zijn de Lazen, Armeniërs en Grieken.
+ Bevolkingssamenstelling in Turkije (taalkundig) Taal Volkstelling 1935Modern Turkey, Bill Park, Taylor & Francis, 2011, page 10 Volkstelling 1945 Volkstelling 1965 Aantal % Aantal % Aantal % Turkse taal 13.828.000 87,5 16.598.037 88,328.175.57990,2 Koerdisch 1.473.000 9,3 1.476.562 7,92.108.7216,9 Zazaki 147.7070,5 Arabisch 145.000 0,9247.2041,3368.9711,2 Grieks 109.000 0,788.6800,549.1430,2 Circassisch 92.000 0,666.6910,457.3370,2 Ladino 79.000 0,551.0190,39.1240,0 Armeens 77.000 0,556.1790,332.4840,1 Lazisch 46.9870,327.7150,1 Georgisch 40.0760,232.3340,1 Abaza 8.6020,010.6430,0 Anders 110.1370,6157.4490,5 Totaal 15.803.000 18.790.174 31.391.207
Urbanisatie Urbanisering van Turkije in de periode 1927-2019 Jaar RuraalUrbaanRuraal (%)Urbaan (%) 1927 10.342.391 3.305.879 75,8 24,2 1935 12.355.376 3.802.642 76,5 23,5 1940 13.474.701 4.346.249 75,6 24,4 1945 14.103.072 4.687.102 75,1 24,9 1950 15.702.851 5.244.337 75,0 25,0 1955 17.137.420 6.927.343 71,2 28,8 1960 18.895.089 8.859.731 68,1 31,9 1965 20.585.604 10.805.817 65,6 34,4 1970 21.914.075 13.691.101 61,5 38,5 1975 23.478.651 16.869.068 58,2 41,8 1980 25.091.950 19.645.007 56,1 43,7 1985 23.798.701 26.865.757 47,0 53,0 1990 23.146.684 33.326.351 41,0 59,0 2000 23.797.653 44.006.274 35,1 64,9 2010 17.500.632 56.222.356 23,7 76,2 2019 6.003.717 77.151.280 7,2 92,8 In 1927 telde Turkije 13,6 miljoen inwoners, waarvan slechts 3,3 miljoen in steden (24%) en 10,3 miljoen in dorpen (76%). Alhoewel het aantal stedelingen in 1950 toenam tot 5,2 miljoen personen, bleef de urbanisatiegraad (bijna) onveranderd en schommelde het rond de 25%. Vanaf 1950 kwam echter een intensieve trend van urbanisatie op gang. In 1983 woonden er voor het eerst in de Turkse geschiedenis meer inwoners in steden dan op het platteland. Sinds 1983 duurt de urbanisatie voort. Steeds meer dorpen dreigen leeg te lopen, terwijl stedelijke gebieden met een hoge bevolkingsgroei te kampen hebben.
Op 31 december 2019 woonden ruim 77 miljoen Turken in stedelijke gebieden, oftewel bijna 93% van de Turkse bevolking. Tussen 2010 en 2019 is de plattelandsbevolking bijna met twee derde deel afgenomen (van 17,5 miljoen naar 6 miljoen). De verklaring hiervoor is dat 30 van de 81 provincies de status van grootstedelijke gemeente (Turks: büyükşehir belediye) hebben krachtens wet nr. 6360, waardoor de dorpen in deze provincies sinds 2013 de status van mahalle hebben (Turks voor stadswijk). Wet nr. 6360. Gearchiveerd op 10 mei 2023. thumb|center|De 30 grootstedelijke gemeenten (büyükşehir belediyeler) van Turkije
Turkije Turkije Categorie:Turkije Categorie:Mens en maatschappij in Turkije