De proost van Onze-Lieve-Vrouwe was vanaf de hoge middeleeuwen tot aan het einde van het ancien régime de hoogste functionaris van het kapittel van Onze-Lieve-Vrouwe te Maastricht. Hij had het tijdelijke beheer over de wereldlijke goederen van het kapittel, dus over alle bezittingen in Maastricht en ver daarbuiten. De zielzorg en geestelijke leiding van zijn mede-kanunniken viel onder de bevoegdheden van de deken van het kapittel.Nolet/Boeren (1951), pp. 191-192.

De proosten (en dekens) van Onze-Lieve-Vrouwe werden gekozen door de twintig kanunniken die een prebende bezaten van het kapittel. In 1585 legde paus Sixtus V vast dat de proost van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel gekozen moest worden uit de zestig kanunniken, die het kapittel van Sint-Lambertus in Luik telde, een gebruik dat overigens al vanaf de vroegst bekende proosten werd toegepast.Haas (1995), p. 71. Veel Maastrichtse proosten waren tevens proost of kanunnik van een ander kapittel elders; enkelen brachten het tot bisschop van Luik of andere bisdommen. Het feit dat de proosten van Onze-Lieve-Vrouwe ten gevolge van functies elders niet of weinig in Maastricht resideerden, is waarschijnlijk de voornaamste reden waarom de feitelijke leiding van het kapittel geleidelijk overging op de deken, die officieel de tweede in rang was. Deze ontwikkeling werd in 1273 min of meer vastgelegd in een overeenkomst tussen deken Johannes, proost Gerhard van Nassau en bisschop Hendrik III van Gelre. Wel bleven het benoemingsrecht van de proost en een vast jaarinkomen gehandhaafd.Haas (1995), pp. 71-72.

De rol die leden van de familie Merode binnen het relatief kleine kapittel speelden, kan gezien worden als een extreem voorbeeld van nepotisme. Over een periode van anderhalve eeuw werden negentien leden van deze familie benoemd tot kanunnik van het Maastrichtse kapittel, waaronder vier proosten en twee dekens. Deze begunstiging van familieleden was in de late middeleeuwen wijdverbreid in kerkelijke kring. Bovendien vierde absentie in deze periode hoogtij door de accumulatie van functies elders.Haas (1995), pp. 73, 92. Na de opheffing van het kapittel op 5 december 1797 ging het grootste deel van het kapittelarchief verloren, waardoor informatie over de proosten in veel gevallen schaars is.Haas (1999), pp. 64-68.