Het Grote Kerkhof is een plein in de stad Deventer in de Nederlandse provincie Overijssel. Aan het plein bevinden zich onder meer de Grote of Lebuinuskerk en het Stadhuis van Deventer.

Locatie en betekenis Context Het huidige plein ligt op een strategische plek waar van oorsprong de belangrijkste weg van Deventer liep, die verder voerde door de huidige Lange Bisschopstraat. Op de hoek met de Polstraat zou Lebuinus in de 8e eeuw de voorloper van de huidige Lebuinuskerk hebben gesticht, waarmee de plek het kerkelijk centrum van Deventer werd. De kerk kwam onder het Bisdom Utrecht te vallen, waarna verschillende bisschoppen in de naastgelegen Bisschophof resideerden toen het in Utrecht onveilig was. Bisschop Balderik liet in de 10e eeuw de toen vervallen kerk vervangen. (2006), Tufsteen, duyfsteen, dufsteen; handel, bouw en sloop in harde bouwmaterialen in middeleeuws Deventer, in: H. de Beer, et al. (Reds.), Liber amicorum aangeboden aan Henk Nalis ter gelegenheid van zijn afscheid als archivaris van de Gemeente Deventer, pp. 21-30, geraadpleegd van www.academia.edu. Gearchiveerd op 11 december 2022.

Het kerkhof ligt slechts een straat verwijderd van de IJssel. Aan de IJsselzijde bevond zich de Duinpoort, waar vlakbij rond 1600 de schipbrug de verbinding met de overzijde van de IJssel vormde. Met enige regelmaat kwam bij overstromingen van de IJssel het Grote Kerkhof onder water te staan. In 1658 stond het water niet alleen op het volledige kerkhof, maar ook op de Brink. (1891). Gids voor Deventer en omstreken. Deventer: H.W. Kreunen, p. 13, geraadpleegd van overijssel1880-1930.blogspot.com. Gearchiveerd op 28 juni 2020. In 1813, tijdens het Beleg van Deventer (1813-1814), overstroomde het gedeelte voor de Latijnse School en op de hoek bij de Duinpoort. (1913). Historisch gedenkboek der herstelling van Neêrlands onafhankelijkheid in 1813 (Vol. 4). De erven F. Bohn, p. 15 Ook in 1926 kwam het kerkhof onder water te staan.

Kerkelijk centrum thumb|left|300px|Het Grote Kerkhof in de tweede helft van de 19e eeuw, met links de Lebuinuskerk en rechts het stadhuis. De ruimte was eeuwenlang in gebruik als kerkhof behorend bij de Lebuinuskerk. Waar de Brink het plein van handel was, vond rond het kerkhof het bestuur in zowel kerkelijk als stedelijk opzicht plaats. De Lebuinuskerk was de kapittelkerk van het Oversticht en de tweede helft van de 16e eeuw de kathedraal van het Bisdom Deventer. Achter de Lebuinuskerk bevond zich eveneens een parochiekerk, de Mariakerk.

Gedurende lange tijd, maar in het bijzonder in de 13e en 14e eeuw, vond ter ere van Lebuinus op zijn naamdag, 12 november, een processie op het Grote Kerkhof plaats waarbij zijn zilveren hoofd werd rondgedragen door twee kanunniken. Op 25 juni, de translatiedag van Lebuinus en bisschop Radboud, werd naast het zilveren hoofd van Lebuinus ook dat van Radboud rondgedragen. Wanneer 14 juli, de feestdag van Marcellinus van Deventer, op een zondag viel werd ook zijn hoofd rondgedragen door twee vicarii. (1876), Studiën en bijdragen op 't gebied der historische theologie, Volumes 3-4, Amsterdam: G.L. Funke, geraadpleegd van Google Books. Gearchiveerd op 19 juli 2023. (1885). Lebuinus en zijne stichting te Deventer gedurende den eersten tijd van haar bestaan. Zwolle: Erven J.J. Tijl. Geraadpleegd van archive.org. (2014), Repertorium van collegiale kapittels in het middeleeuwse bisdom Utrecht: Repertorium van collegiale kapittels in het middeleeuwse bisdom Utrecht, Hilversum: Uitgeverij Verloren

Op het kerkhof zijn door de tijden heen tienduizenden begravingen in meerdere lagen op elkaar gedaan.Verhoeven, N. (2020, 24 mei), "Stadsarcheoloog Bart (41) zoekt naar het verhaal achter tienduizenden skeletten op het Grote Kerkhof" in De Stentor, geraadpleegd van www.destentor.nl. Gearchiveerd op 1 mei 2022. Het hof werd eeuwenlang omsloten door een kerkhofmuur, met aan de stadhuiszijde enkele doorgangen. Onder andere aan de zijde van de Grote Poot bevond zich een kerkhof- of duivelsrooster, dat naast loslopende dieren ook de duivel met zijn bokkenpoten van het kerkhof moest weren. Vanaf de woningen aan de Waterstraat, die met de rug naar het kerkhof stonden, liep een muur naar de hoek van de Mariakerk.Vermeulen, Van der Wal & Pijpelink, pp. 66-67 Tot in de 16e eeuw was hierdoor het Sint-Lebuinuskerkhof gescheiden van het Lieve-vrouwenkerkhof.Dumbar, p. 192 Omdat het kerkhof binnen de immuniteit van de kerk viel, vluchtten misdadigers soms naar deze plek, zoals in 1363 een knecht die een andere man had doodgestoken.

Wereldlijke macht Uiterlijk in de 14e eeuw werd het stadhuis aan de straat grenzend aan het Grote Kerkhof gebouwd. Tot op heden bevindt zich het stadhuis op deze plaats. Ook het provinciale bestuur – dat afwisselend samenkwam in de hoofdsteden Deventer, Zwolle en Kampen – had tijdelijk haar plaats op het Grote Kerkhof in het Landshuis.

De politieke betekenis van het plein komt onder meer tot uiting in protesten van diverse aard die er met enige regelmaat voor het stadhuis plaatsvinden. Ook de centrale dodenherdenking van de gemeente Deventer wordt jaarlijks op 4 mei op het plein gehouden.

Stedelijke dynamiek Het Grote Kerkhof was in de gedaante van kerkhof als relatief grote grasvlakte in de volle stad met smalle straten een ideale opslagplek waar onder meer marktkraamdoeken werden gedroogd en tijdelijk stenen werden bewaard.Vermeulen, Van der Wal & Pijpelink, pp. 64-65 Hoewel het merendeel van de markten op de Brink en later ook de Nieuwe Markt plaatsvonden, werd ook het Grote Kerkhof door de tijden heen voor enkele markten gebruikt. In de 14e en 15e eeuw vond in en voor het wanthuis de handel in laken plaats.Dumbar, p. 15 Tot na de Tweede Wereldoorlog werden er kippen- en eiermarkten gehouden.Vermeulen, Van der Wal & Pijpelink, p. 69 Ook handel in honden en de ganzenmarkt op de tweede dinsdag van november hebben mogelijk op het Grote Kerkhof plaatsgevonden. (1985). Spectrum/Sijthoff atlas van de Nederlandse marktsteden. Utrecht/Antwerpen: Uitgeverij Het Spectrum, Amsterdam: A.W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij. P. 78. In het interbellum vond enkele jaren een zaterdagavondmarkt plaats.Nederlandse BijenhoudersVereniging (Red.) (1932, 2 februari). De Deventer Honingmarkt. Maandblad Nederlandse BijenhoudersVereniging (NBV). Geraadpleegd van library.wur.nl. Gearchiveerd op 19 juli 2023. Daarnaast is het kerkhof gebruikt als pleisterplaats voor postkoetsen.Deventer Dagblad (1935, 16 november), "Een 150-jarig zakenjubileum te Deventer", in: Deventer Dagblad, p. 3, geraadpleegd van archieven.nl

De jaarlijkse Zomerkermis heeft haar oorsprong in de kerkelijke festiviteiten; al eeuwen vindt de kermis op het Grote Kerkhof plaats. Deze breidde in de tijd uit naar de Nieuwe Markt en de Brink. Ook andere jaarlijks terugkerende evenementen in het centrum vinden deels plaats op het plein, zoals Deventer Op Stelten en de Deventer Boekenmarkt.

Geschiedenis Middeleeuwen Omdat er weinig tot geen onderzoek tot de diepste begraaflagen plaatsvindt, is niet met zekerheid te zeggen wanneer het begraven op deze plek begon. De oudste menselijke resten die zijn opgegraven op het kerkhofterrein direct ten zuiden van de Lebuinuskerk dateren uit de 10e eeuw. In de omgeving van de Grote Kerkhof zijn dertien graven gevonden die gedateerd zijn in het eind van de 8e tot het begin van de 9e eeuw. Daarvoor werd er ook op andere plekken begraven, maar vanaf toen zou het Grote Kerkhof gedurende enige tijd als enige begraafplaats in de omgeving van Deventer zijn gebruikt.Jansen, S. (2015), Vroegmiddeleeuws Deventer (diss. Groningen), pp. 46, geraadpleegd van docplayer.nl. Gearchiveerd op 26 juni 2020. Het kerkhof strekte zich verder oostelijk uit dan het huidige plein, wat wordt geconcludeerd uit het feit dat achter de pleinwand van het stadhuis ook sporen van graven zijn gevonden. (2013), Verkoold graan uit de ijzertijd en een middeleeuws ophogingspakket. Archeologisch onderzoek bij de renovatie van hotel Vermeer aan de Grote Kerkhof 7-9 (project 376), Deventer: Archeologie Deventer. Geraadpleegd van archisarchief.cultureelerfgoed.nl Later kende Deventer weer andere kerkhoven en begraafplaatsen, zoals bij het Heilige Geest-gasthuis bij de Brink, de Broederenkerk en de Sint-Nicolaas- of Bergkerk.

In 1339 wordt er gesproken over het stadhuis (Domus Civitas). Het hiernaast gelegen Landshuis is een van oorsprong middeleeuws pand van voor 1337. In 1361 werd het vermeld als De Brunenberg, en in 1364 kwam het in eigendom van de stad die het als stadsherberg in gebruik nam.

Op de hoek met de Polstraat was het wanthuis gevestigd (eveneens van voor 1337), waarin laken werd opgeslagen alvorens te worden verhandeld. Hier vond waarschijnlijk ook de keuring van de wollen stof plaats.Dumbar, p. 64 (noot m) Het Deventer laken werd vooral verhandeld met de Bergenvaarders en was aanzienlijk goedkoper en waarschijnlijk kwalitatief minder dan het Hollandse laken uit onder meer Leiden. (2010), Bourgondië voorbij: De Nederlanden 1250-1650, Hilversum: Uitgeverij Verloren, p. 269, geraadpleegd van Google Books In de 14e eeuw vond deze handel ook op het Grote Kerkhof zelf plaats, wat echter als ongepast werd beschouwd. Deze handel werd zodoende verplaatst naar de Brink, waar ook de handel in andere producten plaatsvond. Handel bleef echter ook in het Wanthuis zelf plaatsvinden. Op de locatie van het huidige stadskantoor stond sinds de 15e eeuw een pand dat bekend stond als De Schuur. Op de begane grond van het pand hiernaast, Rijkenstijn, kregen Leidse kooplieden in 1444 voor hun textiel een eigen opslagruimte., Zwarte kunst in de Bisschopstraat - Boek en druk te Deventer in de 15de eeuw, Zutphen: De Walburg pers

Halverwege de 14e eeuw werd de Duinpoort, als onderdeel van de dubbele stadsmuur, aan de zuidwestzijde van het Grote Kerkhof gebouwd.

De Latijnse School van Deventer verhuisde uiterlijk in de tweede helft van de 15e eeuw naar het Grote Kerkhof. Desiderius Erasmus werd hier van 1478 tot 1485 onderwezen. Tussen de Latijnse School enerzijds en het Stadhuis en Wanthuis anderzijds, op de hoek met de Polstraat, vestigde zich in 1485 de drukker Jacob van Breda. Samen met Richard Pafraet maakte hij Deventer tot een belangrijke drukkersstad.

16e tot 17e eeuw thumb|Maagdenhuisjes of stovenzettershuisjes tegen de zuidbeuk van de Mariakerk. Postkoetsen aan de voet van de Lebuinustoren en op de voorgrond een auto (foto 1929). Aan het eind van de 15e eeuw en het begin van de 16e eeuw kreeg de 'kerkelijke' wand van het Grote Kerkhof grotendeels haar huidige vorm. De Romaanse torens van de Lebuinuskerk waren afgebroken om plaats te maken voor twee nieuwe torens. Uiteindelijk zijn alleen de huidige toren en een fundament voor de noordelijke toren gebouwd. In het begin van de 16e eeuw vonden ook de uitbreiding van de zuiderzijbeuk en de bouw van de muurhuisjes tegen de Onze Lieve Vrouwe- of Mariakerk plaats. (1964), Zuid-Salland, Den Haag: Staatsuitgeverij, pp. 4-5, geraadpleegd van DBNL. Gearchiveerd op 27 oktober 2022. In deze huisjes zouden alleenstaande vrouwen of weduwen gaan wonen die als stovenzetter aan de kerk verbonden waren. Om die reden worden de huisjes ook wel Maagdenhuisjes, Weduwenhuisjes, Stovenzettershuisjes of Stovenhuisjes genoemd."Stovenzettershuisjes" op www.deventertoenennu.nl. Gearchiveerd op 2 december 2020. Ook tegen de zuidzijde van de Lebuinuskerk hebben muurhuisjes gestaan.RTV Oost (2020, 29 mei), Archeologen ontdekken menselijke skeletten in centrum Deventer, geraadpleegd van www.rtvoost.nl