Shen Yue (441-513) was een Chinees dichter, staatsman en historicus, werkzaam onder drie van de Zuidelijke Dynastieën, de Liu Song-dynastie (420-479), de Zuidelijke Qi-dynastie (479-502) en de Liang-dynastie (502-557). Hij was een van de belangrijkste dichters van zijn tijd en een leidende geleerde voor muziek. Verder formuleerde hij als eerste voorschriften voor het gebruik van tooncontrasten voor het verkrijgen van eufonie (welluidendheid) in poëzie. Shen Yue was ook de samensteller van het Boek van de Song, een van de boeken uit de Vierentwintig Geschiedenissen, de verzameling officiële geschiedenissen van Chinese keizerlijke dynastieën. Zijn omgangsnaam was Xiuwen. Hij was een aanhanger van het Boeddhisme en het Taoïsme.
Biografie Vroege jaren Shen Yue werd geboren in 441 en behoorde tot een vermogende familie uit Wukang (武康) in de commanderie Wuxing in Huzhou in de huidige provincie Zhejiang. Daar had zijn familie sinds de eerste eeuw na Chr. militaire functies bekleed. Zij waren aanhangers van het Taoïsme en volgden daarbij de zuidelijke traditie van de "Weg van de Hemelse Meester" (Nan tianshi dao, 南天師道).
De vader van Shen Yue, Shen Pu (沈璞, 416–453), was in dienst bij kroonprins Liu Shao, die in 453 zijn vader, keizer Wen (r.424-453) van de Liu Song-dynastie liet vermoorden en zichzelf tot keizer uitriep. Hij werd na drie maanden verslagen door zijn broer Liu Jun (de latere keizer Xiaowudi, r.453-464) die hem met zijn gehele gezin liet terechtstellen. Ook Shen Pu werd als lid van zijn gevolg bestraft en in (mei/juni) 453 onthoofd. Shen Yue was toen twaalf jaar oud en vond met zijn moeder toevlucht in een boeddhistische of taoïstische tempel rond Wuxing.
Begin 454 kondigde keizer Xiaowu een amnestie af. Voor de periode 454-467 zijn nauwelijks gegevens over Shen Yue bekend. Hij zal zijn onderhouden door leden van de eigen clan en bracht veel tijd door met studie. Dit blijkt uit een mededeling in zijn autobiografie (juan 100 van zijn Boek van de Song). Hij zou toen hij 19 jaar was (dus rond 460) het plan hebben opgevat een geschiedenis van de voorafgaande Jin-dynastie (265-420) samen te stellen. Later kreeg hij daarvoor inderdaad keizerlijke toestemming, maar het werk bleef onvoltooid en raakte uiteindelijk verloren. Zijn door het Taoïsme ingegeven liefde voor ongerepte natuur en zijn levenslange passie voor bergtochten bleek voor het eerst uit een cyclus van vijf gedichten die hij rond 461 moet hebben geschreven, Zhongshan shi ying Xiyangwang jiao (鍾山詩應西陽王教, Gedichten over de Berg Zhong geschreven als antwoord op een aanwijzing door de prins van Xiyang). De Berg Zhong lag ten noordoosten van de hoofdstad Jiankang. Toen Shen Yue zich later op hoge leeftijd terugtrok uit het openbare leven betrok hij een gerenoveerde villa op de zuidelijke helling van deze berg.
Ambtelijke loopbaan Onder de Liu Song-dynastie (420-479) In 467 ontving Shen Yue zijn eerste officiële benoeming. Hij werd persoonlijk secretaris (jishi, 記室) van Cai Xingzong (蔡興宗, 417–474), gouverneur van de provincie Ying (in de huidige provincies Hunan en Hubei). Shen behield die functie toen Cai in 472 werd overgeplaatst naar de provincie Jing (noordwest Hubei), maar werd ook magistraat van de prefectuur Juexi (厥熙) in de provincie Si. Na het overlijden van Cai in 474 keerde Shen Yue terug naar Ying, waar hij werd opgenomen in het gevolg van Liu Xie (劉燮, 470–479, de prins van Jinxi, 晉熙王), de zesde zoon van keizer Ming (r.466-472) die op driejarige (!) leeftijd was benoemd tot gouverneur van Ying. Vervolgens kreeg Shen Yue zijn eerste functie aan het keizerlijk hof, een benoeming bij het belastingbureau (shangshu duzhi lang, 尚書度支郎).
Onder de Zuidelijke Qi-dynastie (479-502) In 479 schoof generaal Xiao Daocheng (蕭道成, 427–482) op bloedige wijze de Liu Song-dynastie opzij en vestigde als keizer Gaodi zijn eigen (Zuidelijke) Qi-dynastie. Shen Yue werd vervolgens benoemd tot persoonlijk secretaris van Xiao Changmao (458–493, 蕭長懋, ook wel getranscribeerd als Xiao Zhangmao), gouverneur van de provincie Yong (in het huidige Hubei) en kleinzoon van de nieuwe keizer. Tegelijkertijd werd Shen magistraat van Xiangyang, de prefectuur van de provinciale hoofdstad. Tussen hem en Xiao Changmao ontstond een hechte vriendschappelijke band, gebaseerd op hun gemeenschappelijke belangstelling voor literatuur en het Boeddhisme. Xiao Changmao had twee boeddhistische monniken als mentor, Sengrou (僧柔, 431-494) en Huici (慧次, 434-490) die ook Shen Yue sterk hebben beïnvloed.
De vriendschap met Xiao Changmao bleef bestaan, ook toen zijn vader, Xiao Ze (蕭賾) in 482 keizer werd. Hij staat postuum bekend als keizer Wu (r.482-493) en installeerde zijn zoon Xiao Changmao als troonopvolger. Die ontving de titel (kroon)prins Wenhui (Wenhui taizi, 文惠太子) en benoemde na zijn terugkeer naar de hoofdstad Jiankang Shen Yue tot bevelhebber van de infanterie (bubing xiaowei, 步兵校尉) van zijn persoonlijke lijfwacht en maakte hem tevens verantwoordelijk voor de paleisbibliotheek. Eveneens in 482 werd hij benoemd tot optekenaar (zhuzuo lang, 著作郎) en moest zo de dagboeken van activiteit en rust bijhouden. Dat waren dagelijkse overzichten van uitspraken en daden gedaan door de keizer. In 484 kreeg hij tevens een functie binnen het Centraal Secretariaat (zhongshu lang, 中書郎) en werd Zhongzheng (中正) voor de commanderie Wuxing. In die hoedanigheid selecteerde en beoordeelde hij kandidaten uit zijn geboortestreek voor een eventuele benoeming tot ambtenaar. Verder kwam hij als bestuurder bij het directoraat van onderwijs (Situ you zhangshi, 司徒右長史) in dienst bij Xiao Ziliang (蕭子良, 460–494), de prins van Jingling (竟陵王) en jongere broer van de kroonprins. Shen Yue bleef bij hem in dienst, ook toen de prins in 486 generaal van de cavalerie (cheqi jiangjun, 車騎將軍) werd.
Tussen 487 en 494 behoorde Shen Yue tot de literaire kring rond de prins van Jingling (Xiao Ziliang). De kring omvatte 70 tot 100 leden, waaronder 35 boeddhistische monniken. De belangrijkste leden waren de "Acht Vrienden van de prins van Jingling" (Jingling ba you, 竟陵八友). Dat waren, behalve Shen Yu ook Xiao Yan (蕭衍, 464–549, die in 502 de Liang-dynastie zou stichten), Xie Tiao (謝朓, 464–499), Wang Rong (王融, 467–493), Xiao Chen (蕭琛, 478–529), Fan Yun (范雲, 451–503), Ren Fang (任昉, 460–508) en Lu Chui (陸倕, 470–526). Tijdens die bijeenkomsten schreef Sheng Yue een groot aantal yongwu-gedichten (yongwu shi, 詠物詩), poëzie waarbij een persoon of object uitvoerig wordt beschreven en verder gedichten gebaseerd op yuefu uit de Han-dynastie. De stijl van de gedichten uit de periode 483-493 wordt Yongming (永明) genoemd, naar de jaartitel van keizer Wu.
In dezelfde periode formuleerde Shen Yue, samen met Wang Rong en Xie Tiao voorschriften voor het gebruik van tooncontrasten in gedichten zodat ze welluidender (eufonie) werden. In 486 kreeg Shen Yue opdracht van de keizer om een geschiedenis van de voorafgaande Liu Song-dynastie samen te stellen. Hij presenteerde deze Songshu het jaar daarop aan de troon.
Om aan de bloedige troonstrijd die volgde op de dood van keizer Wu te ontsnappen, verliet Shen Yue in 494 de hoofdstad om de post van gouverneur van Dongyang in de huidige prefectuur Jinhua van de provincie Zhejiang te aanvaarden. Daar liet hij op de Jinhua-Berg (Jinhua shan, 金華山) de Toren van de Mystieke Vervoering (Xuanchang lou, 玄暢樓) bouwen. Uit gedichten die hij daar schreef kwam een interne tweestrijd naar voren. Van de ene kant wilde hij zich als een kluizenaar terugtrekken in de natuur om zo een persoonlijke, door het Taoïsme beïnvloede transcendentie te bereiken. Van de andere kant wilde hij zijn ambtelijke functies aan het hof niet opgeven, vanwege verplichtingen die hij tegenover het keizershuis meende te hebben. Deze tweestrijd kwam het best tot uiting in een reeks van acht gedichten (Ba yong shi, 八詠詩), die hij in de toren had geschreven en die daarom ook bekend stond als de Toren van de acht gedichten (Ba yong lou, 八詠樓). Tijdens zijn verblijf in Dongyang raakte hij bevriend met de taoïstische monnik Shi Huiyue (釋慧約), die later met hem zou terugkeren naar de hoofdstad. Ook zocht hij contact met Tao Hongjing (陶弘景, 456–536), de taoïstische geleerde die zich had teruggetrokken op de Maoshan (茅山), waar hij leiding gaf aan de taoïstische school van de "Hoogste Helderheid" (Shangqing, 上清) en werkte aan de eerste Daozang, de taoïstische canon. Uit gedichten blijkt dat Shen Yue hem bijzonder respecteerde en bewondering had voor de daadwerkelijke opgave van al zijn ambtelijke functies om zich vervolgens volledig in de natuur terug te trekken.
thumb|Zicht op de Tiantai Berg. Met de troonsbestijging van Xiao Luan (蕭鸞, postuum bekend als keizer Ming, r.494-498) leek het dat er weer een stabiel bestuur zou komen. Shen Yue keerde eind 494 terug naar de hoofdstad, werd hoofd van het legerdepartement (Wubing shangshu, 五兵尚書) en kreeg een functie binnen de staatsacademie (Guozi jijiu, 國子祭酒). Na de dood van keizer Ming volgde er opnieuw een periode van wanbestuur onder de nieuwe keizer Xiao Baojuan (r.498-501, postuum bekend als de Markies van de Duisternis in het oosten, Donghun hou, 東昏侯). Shen Yue kreeg in 498 opdracht tien taoïstische priesters te begeleiden naar de Tiantai Berg (Tiantai shan, 天台山) in zuidelijk Zhejiang, waar ze in een taoïstisch klooster moesten bidden voor een lang voortbestaan van de dynastie. Shen Yue kreeg zo een kans zich opnieuw terug te trekken in de bergen. Toch besloot hij het jaar daarop weer terug te keren naar de hoofdstad. Er was daar een opstand uitgebroken tegen keizer Xiao Baojuan. Shen Yue nam vanwege zijn wanbestuur definitief afstand van de keizerlijke dynastie en koos eind 499 (voor het eerst!) partij in de machtsstrijd aan het hof.
Onder de Liang-dynastie ((502-557) Na zijn terugkeer steunde hij generaal Xiao Yan (蕭衍, 464–549) die een gewapende opstand tegen de keizer was begonnen. Net als Shen Yue was ook hij een lid van de literaire kring rond Xiao Ziliang (de prins van Jingling) geweest. Toen de keizer in 501 om het leven was gebracht plaatste Xiao Yan de 13-jarige broer van Xiao Baojuan als marionet op de troon. De jongen staat postuum bekend als keizer He. Xiao Yan dwong hem in 502 tot troonsafstand, verklaarde zich tot de nieuwe keizer (met als postume naam Wudi, r.502-549) en vestigde zo de Liang-dynastie (502–557). Shen Yue had hem geadviseerd om niet alleen als keizer zelf de macht over te nemen, maar ook om de afgezette jonge keizer te laten doden, wat vervolgens gebeurde. Shen werd voor zijn steun beloond met een leengoed en werd hoofd van het keizerlijk secretariaat (Shangshu ling, 尚書令). Het lukte hem echter niet om zijn hoogste ambitie te verwezenlijken. Toen een nieuwe sangong (三公, de drie hertogen, de drie hoogste ambtelijke functies in het keizerrijk) moest worden benoemd, vond keizer Wu hem daarvoor "te licht en te eenvoudig" (qingyi, 輕易).
In 503, toen Xie (謝氏), zijn moeder, overleed trok Shen Yue zich terug om de gebruikelijke rouwperiode van drie jaar in acht te nemen. Hij werd in 505 door keizer Wu teruggeroepen om leermeester (taizi shaofu, 太子少傅) te worden van Xiao Tong (蕭統, 501–531) de toen vierjarige zoon van de keizer en zijn aangewezen troonopvolger. Xiao Tong zou later de samensteller worden van de invloedrijke bloemlezing Wen Xuan (文選, Keuze van teksten), waarin hij 13 gedichten van Shen Yue liet opgenomen.