Het orkest van de Titanic was een salonorkest dat bestond uit acht muzikanten. In april 1912 speelde het aan boord van de Titanic tijdens de eerste reis van dit trans-Atlantische passagiersschip. Onder de leiding van Wallace Hartley, de violist die het orkest ook mede had samengesteld, speelden Theodore Brailey, John Hume, Percy Taylor, Frederick Clarke, John Woodward, Roger Bricoux en Georges Krins. Ze waren allemaal Brits, behalve Bricoux en Krins (respectievelijk Frans en Belgisch).
Het orkest verwierf zijn faam in de nacht van 14 op 15 april, toen het schip zonk na het raken van een ijsberg. De muzikanten bleven zo lang mogelijk doorspelen om paniek te voorkomen. Hun heldhaftigheid is legendarisch geworden, net als het laatste stuk dat ze gespeeld hebben. De getuigenverklaringen spreken elkaar tegen, maar volgens de overlevering was dit een Engelse christelijke hymne, Nearer, My God, to Thee (Nader, mijn God, bij U). Enkele historici zijn van mening dat de aanwezigheid van het orkest gezorgd kan hebben voor een onterecht gevoel van veiligheid, waardoor mensen niet op tijd het schip hebben verlaten.
Alle acht muzikanten zijn omgekomen bij de schipbreuk. De lichamen van drie van hen werden geborgen. De andere lichamen werden niet gevonden of in ieder geval niet geïdentificeerd. Hun begrafenissen, vooral die van orkestleider Hartley, werden bijgewoond door grote menigten. Het publiek en de pers waren zeer enthousiast over de heldhaftigheid van het orkest, waarvoor verschillende monumenten zijn opgericht. De musici van de Titanic werden in hun tijd het symbool van jonge mensen die oude waarden als stoïcisme en zelfopoffering hadden herwonnen, waarvan men dacht dat de jonge generatie ze was kwijtgeraakt. In films over de ondergang van de Titanic komt het orkest bijna altijd voor.
Achtergrond en opdrachtgevers In het begin van de 20e eeuw waren passagiersschepen meer dan alleen maar vaartuigen geworden, het waren echte luxehotels. De bemanning was uitgebreid met een flink aantal koks, obers en stewards die moeten zorgen voor het comfort van de passagiers. De komst van orkesten aan boord was een zeer zichtbaar aspect van deze verandering. De orkesten waren in eerste instantie samengesteld uit passagiers die instrumenten bespeelden, daarna uit bemanningsleden die ook als muzikant optraden. Uiteindelijk werden de orkesten steeds professioneler. Het eerste orkest van professioneel kaliber deed zijn intree in 1907, op de Adriatic van de White Star Line. In de jaren daarna werden zulke orkesten een essentieel onderdeel van de bemanning van de grootste cruiseschepen. miniatuur|De Adriatic, het eerste schip van White Star Line met een professioneel orkest, in 1907.
Om de beste muzikanten aan boord te krijgen, huurden rederijen hun orkesten in via impresario's. De White Star Line betaalde zelf niet rechtstreeks de orkestleden (die ook niet op de bemanningslijsten staan), maar besteedde de keuze van de muzikanten en hun bezoldiging uit aan het Black Talent Agency. Dit agentschap uit Liverpool organiseerde het muzikaal amusement op vele cruiseschepenen en had bij de White Star Line de exclusieve rechten op dit gebied verkregen vanwege de scherpe prijzen die het hanteerde.
De broers Charles en Frederick Black, aanvankelijk zelf professionele muzikanten, stonden aan het hoofd van dit bedrijf dat orkesten leverde aan grote hotels en prestigieuze rederijen, zoals de White Star Line, de Cunard Line, de Royal Mail Steam Packet Company en de American Line. Hun zakelijke praktijken en de manier waarop ze hun muzikanten behandelen, wekte de woede op van de Amalgamated Musicians' Union (AMU) een van de belangrijkste Britse muzikantenvakbonden van die tijd. Deze woede nam een nieuwe wending na het zinken van de Titanic, waardoor de praktijken van Black Talent Agency aan het licht werden gebracht. Dit zette de AMU ertoe aan om de muzikanten te vragen om ervoor te kiezen of het agentschap van de gebroeders Black of de vakbond te verlaten.
De samenstelling van het orkest Het orkest van de Titanic was onderverdeeld in een kwintet en een trio: het kwintet bestond uit Wallace Hartley (viool), John Hume (viool), John Woodward (cello), Frederick Clarke (contrabas) en afwisselend Percy Taylor of Theodore Brailey op piano. Het trio bestond uit Roger Bricoux (cello), Georges Krins (viool) en een van de twee pianisten. De samenstelling van deze groepen, die wordt bevestigd door de meeste historici, leidt vaak tot discussie. Zo had het trio ook een altist moeten hebben, maar het is onmogelijk om te weten welke musicus deze rol heeft gespeeld, en dus ook wat de formatie van de groep was. Twee van de orkestleden, Theodore Brailey en Roger Bricoux, hadden eerder gewerkt aan boord van de Carpathia, het schip van de Cunard Line dat later de overlevenden van de Titanic zou oppikken. Drie van hen (Krins, Taylor en Clarke), hadden nog nooit eerder op een schip gespeeld.
Wallace Hartley miniatuur|Wallace Hartley was de orkestleider van de Titanic Walace Henry Hartley (geboren op 2 juni 1878) was orkestleider en violist. Hij groeide op in Colne in een methodistisch milieu. In zijn jeugd kwam hij al in aanraking met de muziek; zijn vader was dirigent van het parochiekoor. Hartley was aanvankelijk niet van plan om beroepsmuzikant te worden en koos voor een kantoorbaan. Hij speelde eerst bij gemeentelijke orkesten en werd daarna steeds professioneler. In 1909 werkte hij voor het eerst aan boord van een schip, de Lucania van de Cunard Line. Daarna volgden de prestigieuze Lusitania en de Mauretania, waar hij dirigent werd. Hij werd uiteindelijk door de gebroeders Black overgeplaatst naar de Titanic.
Roger Bricoux
Roger Bricoux, cellist, was de enige Franse muzikant aan boord van de Titanic. Hij werd geboren op 1 juni 1891 in Cosne-sur-Loire. Later verhuisde zijn familie naar Monaco. Tijdens zijn studie werkte hij voor het eerst bij orkesten. Na voltooiing van zijn studie aan het Parijse conservatorium vertrok hij in 1910 naar Engeland om deel uit te maken van het orkest van het luxueuze Grand Central Hotel in Leeds. Eind 1911 verbleef hij in Lille en speelde hij op verschillende plaatsen in de stad. Begin 1912 trad hij in dienst op de Carpathia van de Cunard Line, samen met Theodore Brailey; in april werden ze allebei overgeplaatst naar de Titanic.
Theodore Brailey
William Theodore "Theo" Brailey werd geboren op 25 oktober 1887 in Walthamstow, Essex. Hij was de zoon van William "Ronald" Brailey, een bekende spiritualist. Op school toonde hij al aanleg voor muziek. Nadat hij in een hotel had opgetreden, tekende hij in 1902 voor een periode van 12 jaar als muzikant bij de Royal Lancashire Fusiliers. Hij was gestationeerd in Barbados en keerde daarna terug naar Engeland om naar een muziekschool te gaan. In 1907 kocht hij zich vroegtijdig vrij uit het leger. Hij raakte gepassioneerd door de luchtvaart, die toen nog in de kinderschoenen stond, en bouwde daar een vriendenkring op. In 1912 kwam hij uiteindelijk terecht op een passagiersschip. Eerst speelde hij op de Saxonia, voordat hij in 1912 aanmonsterde bij de Carpathia. Daar ontmoette hij Roger Bricoux en samen vertrokken de twee uiteindelijk naar de Titanic, waar hij piano speelde.
John “Wes” Woodward
John Wesley Woodward werd geboren op 11 september 1879 in Hill Top bij Birmingham. Hij kwam uit een muzikale familie; twee van zijn broers en zijn vader stierven tijdens zijn jeugd. Op twintigjarige leeftijd was hij officieel muzikant, nadat hij geslaagd was voor zijn cello-examens. In 1907 trad hij toe tot het orkest van de hertog van Devonshire. Na een verblijf in het Caribisch gebied kreeg hij de smaak van het reizen te pakken en nam hij contact op met het bureau van de gebroeders Black. In juni 1911 ging hij aan boord van de Olympic, samen met John Hume. Na de aanvaring met het Britse marineschip Hawke in 1911 werd Woodward overgeplaatst naar de Caronia van de Cunard Line. Hij kwam in april 1912 op de Titanic en overwoog die zomer op te houden met varen.
John “Jock” Hume miniatuur|De muzikanten van de Titanic. Roger Bricoux staat niet op de foto. John Law Hume, door zijn collega's en vrienden "Jock" genoemd, werd geboren op 9 augustus 1890 in Dumfries, Schotland. Hij groeide op in een familie van muziekliefhebbers (hij kreeg vioolles van zijn vader), en onderscheidde zich door zijn vrolijkheid en humor.
Na een carrière als kantoormedewerker, een baan die hem niet beviel, ging hij aan de slag bij scheepsorkesten, eerst bij de Anchor Line. Vervolgens voer hij op grotere schepen zoals de Celtic en Megantic, en daarna op de Olympic met Wes Woodward. Na de aanvaring met de Hawke werd Hume orkestleider op de Carmania, voordat hij naar de Titanic ging. In die tijd hoorde hij dat zijn vriendin Mary Costin zwanger was. Hij zou bij terugkeer met haar moeten trouwen.
Georges Krins
Georges Alexandre Krins werd geboren in het derde arrondissement van Parijs op 18 maart 1889. Zijn ouders waren Auguste Adolphe Krins en Louise Clémentine Krins, geboren Petit. Hij had de Belgische nationaliteit. Hij groeide op in Spa en leerde vioolspelen. Na het conservatorium werkte hij in grote hotels in Parijs en Londen, met name het Ritz in Piccadilly. Hij was gefascineerd door de Napoleontische oorlogen en wilde bij het leger gaan, maar zijn familie dwong hem om voor de koopvaardij te kiezen. De Titanic was zijn eerste benoeming op zee.
Percy Taylor
Percy Cornelius Taylor is de minst bekende van de muzikanten van de Titanic. Hij werd geboren op 20 maart 1873; hij groeide op in Londen. Een ongelukkig huwelijk kan zijn beslissing verklaren om naar New York te verhuizen. Aan boord van de Titanic speelt hij cello en piano.
Fred Clarke
Ook over John Frederick Preston Clarke, contrabassist, is niet zoveel bekend. Hij werd geboren op 28 juli 1883 in Manchester. Hij sloot zich aan bij een symfonieorkest dat was opgericht door zijn oom Vasco Akeroyd. Hij speelde ook bij andere orkesten, onder meer bij de kroning van koning George V. Hij speelde volgens zijn familie op de Titanic om naar de Verenigde Staten te kunnen gaan, waar hij de nalatenschap van zijn vader wilde afhandelen, die daar net was overleden.
Geschiedenis Aanstelling Toen de gebroeders Black hoorden dat ze voor de eerste oversteek van de Titanic het orkest moesten leveren, wisten ze dat dit een doorbraak kon zijn voor hun agentschap, omdat de oversteek veel publiciteit zou krijgen. Ze namen Wallace Hartley aan, die toen een gerenommeerde orkestleider was op de Mauretania. Voor het selecteren van de overige leden van het orkest gebruikten ze hun eigen contacten en ook de aanbevelingen van Hartley. Hij werd ruim van tevoren aangenomen en deed voorstellen voor te benaderen musici. Velen weigerden, zoals de violist Ernest Drakeford (drie jaar later overlevende van de schipbreuk van de Lusitania).
In april 1912 keerde Hartley terug naar Liverpool aan boord van de Mauretania met Bricoux en Taylor, die net waren afgemonsterd van de Carpathia. Het is onbekend of de twee mannen waren ingehuurd op Hartley’s verzoek. In de dagen vlak voor vertrek gingen ze allemaal naar Southampton, sommigen met hun kostbare muziekinstrumenten: Wes Woodward vertrok met zijn beste cello, terwijl John Hume aan boord ging met twee violen uit zijn collectie. Door het verlies van deze violen had zijn familie lange tijd schulden.