De AJS Model 18-serie is een serie 500cc-motorfietsen die het Britse merk AJS produceerde van 1935 tot 1966.
Voorgeschiedenis Hoewel de gebroeders Stevens in Wolverhampton al in 1909 hun eigen merk AJS oprichtten, concentreerden ze zich in de eerste twintig jaar van het bestaan van het bedrijf voornamelijk op 350cc-eencilinders en zware (tot 1.000 cc) V-twins die als zijspantrekker populair waren. In de tweede helft van de jaren twintig verschenen er 500cc-eencilinders, in 1926 de Model 8-serie sportmotoren met stoterstangen-kopklepmotor en de Model 10-serie wegracers met een bovenliggende nokkenas. In 1927 volgde de Model 9-serie, toermotoren annex zijspantrekkers met een zijklepmotor. AJS duidde de modellen aan met een letter voor het bouwjaar en een getal voor de serie. Zo heette het eerste Model 8 AJS Model G8: de "G" voor 1926 en de "8" voor de serie. Deze type-aanduiding werd gebruikt tot en met 1932, toen men inmiddels bij de letter "T" was aangekomen. Overname door Matchless In 1932 was AJS echter al geen zelfstandig bedrijf meer. In 1929 waren er al betalingsproblemen en in 1931 besloten de aandeelhouders het faillissement aan te vragen. Na een afgewezen bod van BSA werd de motorfietstak (AJS bouwde ook auto's, autobussen en radio's) met de goodwill verkocht aan Matchless in Woolwich. Matchless worstelde op dat moment met de ontwikkeling van nieuwe modellen. Het verkocht feitelijk alleen de zware V-twins van de Matchless Model X-serie. De eigenaren, de familie Collier, probeerden wel nieuwe modellen te ontwikkelen, maar slaagden daar niet in. Charlie Collier ontwikkelde de Matchless Silver Arrow, een luxe 400cc-V-twin, die in 1930 op de markt kwam maar die zo aan het begin van de crisisjaren te duur en te gecompliceerd was. Zijn broer Bert begon al in 1931 met de ontwikkeling van een 600cc-V4, de Silver Hawk, die nog duurder en gecompliceerder was en ook niet van de grond kwam. Met de aankoop van AJS kregen ze ineens een 250cc-model, vier 350cc-modellen, drie 500cc-modellen en de AJS V-twins. De AJS-productie werd onmiddellijk naar Woolwich verhuisd en de 1932-modellen werden daar al gebouwd. Zo behield het merk AJS zijn bestaansrecht en bleven de machines onder die naam in productie. Alleen de V-twins waren overbodig omdat Matchless die zelf ook leverde. Daarom paste men vanaf 1933 badge-engineering toe: het Matchless Model X/3 kon ook worden aangeschaft met een AJS-logo op de tank en heette dan AJS Model 33/2. In dat jaar paste Matchless de type-aanduiding aan door ook het jaartal voor het type te zetten, maar nu in concrete cijfers. Het 500cc-AJS Model T8 werd bijvoorbeeld AJS Model 33/8. 1935 In 1935 sloeg Matchless nieuwe wegen in. De broers Harry, Charlie en Bert Collier moesten hun mislukte projecten (Matchless Silver Hawk en Silver Arrow) laten schieten en besloten zich ook onder de eigen merknaam te gaan richten op 250-, 350- en 500cc-modellen. In de 500cc-klasse bracht het de modellen 35/CS, 35/D80, 35/D90 en 35/D5 uit. Deze modellen kregen de boring/slagverhouding van de AJS-modellen: 84 x 90 mm. Daarnaast verscheen het AJS Model 18. Zo kreeg het samenwerkingsverband AJS/Matchless ineens een groot aantal 500cc-modellen: Het Matchless Model 35/CS, een sportmotor met kopklepmotor met voorover hellende cilinder. Het Matchless Model 35/CS De Luxe Het Matchless Model 35/D80, eveneens een kopklep-sportmodel met voorover hellende cilinder. Het Matchless Model 35/D80 De Luxe. Het Matchless Model 35/D90 sportmodel met getunede motor met voorover hellende cilinder. Het Matchless Model 35/D90 De Luxe. Het Matchless Model 35/D5, een toermotor met zijklepmotor met voorover hellende cilinder. Het Matchless Model 35/D5 De Luxe. Het AJS Model 35/8 sportmodel met kopklepmotor met voorover hellende cilinder. Het AJS Model 35/9 toermodel met zijklepmotor met voorover hellende cilinder. Het AJS Model 35/10 Competition, een sportmotor met bovenliggende nokkenas en rechtop staande cilinder. Het AJS Model 35/10 Racing, een clubmanracer met bovenliggende nokkenas en rechtopstaande cilinder. en het Model 35/18, een sportmotor met kopklepmotor met voorover hellende cilinder. Modellen 35/18, 36/18, 37/18, 38/18, 38/18T en 39/18 1935-1939 Het nieuwe Model 35/18 in 1935 had een "Lo-Ex"Lo-Ex = Low Expansion. De zuiger was opgebouwd uit een aluminium-legering met een beperkte uitzettingscoëfficiënt. aluminium zuiger. De machine had een boring van 84 mm en een slag van 90 mm, waardoor de cilinderinhoud 494,8 cc bedroeg. De krukas was gelagerd met kogellagers en de drijfstang had een extra stevig dubbel kogellager. Het model had een enkele uitlaatpoort ("Big Port") en volgens de mode onder sportieve rijders werd het geleverd met een swept back pipe, maar klanten konden zonder meerprijs ook een laaggeplaatste uitlaat laten monteren. De olietank voor de dry-sumpsmering zat onder de tank. Het was nog het rechthoekige 1,7-liter model. Het rechthoekige leren gereedschapstasje hing aan de onderste buis van het achterframe. De vierversnellingsbak had voetschakeling met een verstelbaar pedaal. De primaire ketting liep in een oliebad, de secundaire ketting in een open kettingkast. Het voorste kettingtandwiel had een transmissiedemper. De machine had al een moderne middenbok, maar ook nog een ouderwetse voorwielstandaard. Er waren drie frictiedempers op de voorvork gemonteerd: twee schokdempers en een stuurdemper. De cilinder helde ongeveer 25° voorover, zoals bij de meeste AJS en Matchless-modellen in die tijd. Het was enerzijds een modeverschijnsel omdat de slopers in opkomst waren, machines met een cilinder die minstens 45° voorover helden. Het betekende ook dat er achter de cilinder ruimte kwam voor de montage van de dynamo en de ontstekingsmagneet en dat de cilinder netjes de lijn van de voorste framebuis volgde. Bij het Model 36/18 uit 1936 stond de cilinder weer rechtop, maar toch zaten dynamo en ontstekingsmagneet nog steeds achter de cilinder. Het had duraluminium tuimelaars en nu was de lage uitlaat standaard en de swept back pipe optioneel. Het instrumentenpaneel was netjes verzonken in de tank en bevatte een ampèremeter en de lichtschakelaar maar het was ook voorbereid voor de inbouw van een "eight day clock"Een eight-day clock was een klokje dat om de acht dagen opgewonden moest worden., die een pond en tien shilling extra kostte. De basisprijs was 55 pond. In 1937 werden er flinke wijzigingen in de modellen toegepast. Het Model 37/18 kreeg een nieuwe motor met een boring/slagverhouding van 82,5 × 93 mm en de ontstekingsmagneet verhuisde bij de AJS-modellen weer naar de voorkant van de cilinder, terwijl die bij Matchless aan de achterkant van de cilinder bleef zitten. De koelribben werden gewijzigd en de machine kreeg een 3 gallon (13,6 liter) tank. Ze kostte 56 pond. In 1938 bracht men meerdere modellen in de "18"-serie uit. Allereerst het standaardmodel Model 38/18, dat een verchroomde tank met zwarte en gouden biezen kreeg. Het leren gereedschapstasje was vervangen door een plaatstalen kastje dat aan het achterspatbord hing. Daarnaast het AJS Model 38/T, waarbij de "T" stond voor "Trials". Daarmee werd niet per se de trialsport bedoeld zoals die later bekend werd. Trials stond voor terreinwedstrijden in het algemeen, maar met name voor betrouwbaarheidsritten zoals tegenwoordig de Enduro is. Het Model 38/18T had dan ook zware terreinbanden en vanwege de bodemvrijheid geen middenbok, maar een voor- en achterwielstandaard. Het was duurder dan de andere modellen: 67 pond. Bij het Model 39/18 werd de middenbok ook vervangen door een achterwielstandaard. Verder waren er geen grote wijzigingen. Het kostte 61 pond. Model 38/18 Silver Streak 1938
Zowel AJS als Matchless hadden begin jaren dertig geprobeerd om zeer luxueuze en dure modellen op de markt te brengen: Het AJS Model S3, de Matchless Silver Arrow en de Matchless Silver Hawk. Voor die machines waren ook aparte, gecompliceerde motorblokken ontwikkeld, wat de ontwikkelingskosten sterk verhoogde.
In 1938 deed men een nieuwe poging: als AJS Silver Streak werden drie modellen op de markt gebracht, maar nu allemaal gebaseerd op bestaande modellen met bestaande motorblokken. Er kwam een 250-, 350- en 500cc-versie. Alles wat verchroomd kon worden was ook verchroomd, de blokken waren getuned en de cilinderkop gepolijst. Het 500cc-model was de AJS Model 38/18 Silver Streak, technisch vrijwel gelijk aan het Model 38/18, maar zeer luxueus met veel chroom. De Silver Streak-serie bleef slechts één jaar in productie. Onderbreking door de Tweede Wereldoorlog Al in 1939 werkte men bij Matchless aan een militaire motorfiets. Het werd de 350cc-Matchless WG3/L waarbij de "W" stond voor "War Office" en de "L" voor "Lightweight". De machine was gebaseerd op het Matchless Model 39/G3. De machine werd in 1939 al ingezet in Noord-Frankrijk. Na de slag om Duinkerke en de daaropvolgende Britse evacuatieoperatie Dynamo bleef vrijwel al het materieel, al dan niet vernietigd, achter in Duinkerke. Onmiddellijk werden alle beschikbare Matchless-motorfietsen aangekocht door het War Office om de verliezen te compenseren. Het War Office startte tests voor de aanbesteding van specifiek militaire motorfietsen. Matchless ontwikkelde de WG3/L door tot de Matchless G3/L met de teledraulic-hydraulisch gedempte telescoopvork. Het Zuid-Afrikaanse leger bestelde 110 G3/L's voor motorordonnansen, maar de Britse opdracht ging in eerste instantie naar Triumph met haar 3TW. De Triumph-fabriek aan Priory Street in Coventry ging echter verloren bij het bombardement op Coventry op 14 november 1940. Triumph opende in mei 1942 een nieuwe fabriek in Meriden, maar toen was de opdracht voor de productie van 80.000 motorfietsen al naar AMC gegaan. De militaire Matchless G3/L verloor alle luxe, waaronder het chroom en de middenbok en zou na de Tweede Wereldoorlog helpen om de civiele productie weer op te starten. De civiele productie van AMC kwam in 1941 geheel tot stilstand. Na de oorlog was de Matchless G3/L het eerste model dat weer geproduceerd werd, samen met het bijna identieke AJS Model 16M. Model 18 1945-1949 Men was in 1945 ook klaar om de Matchless G80 op de markt te brengen. Dat was feitelijk een grotere versie van de G3/L met de motor van voor de oorlog, een Burman-versnellingsbak en de teledraulic-telescoopvork. De kleuren waren nog eenvoudig, zonder chroom dat nog steeds beperkt beschikbaar was en met een compressieverhouding van slechts 5,9:1. Die was nodig vanwege de matige klopvastheid van de benzine zo kort na de oorlog, maar zorgde er ook voor dat de machine makkelijk te starten was. Vanwege de benzinedistributie, die tot 1950 duurde, moest de machine ook zuinig zijn. Om ook het merk AJS weer op de markt te brengen, paste men badge-engineering toe. De Matchless G80 werd met een AJS-logo als AJS Model 18 verkocht. Toch was er nog steeds één verschil. Bij AJS zat de ontstekingsmagneet vóór de cilinder, bij Matchless erachter. Model 18C 1947-1958