thumb|Plaat met een gezicht op Overschie. (Frederik van Frijtom, 1670-1700) Frederik van Frijtom (ca. 1632 – Delft, 19 juli 1702) was faienceschilder, kunstschilder, prentkunstenaar en tekenaar.

Het is onbekend waar hij werd geboren. Hij heette Frederik Barents maar veranderde zijn naam in 1657/58 in Van Frijtom. De oorsprong van deze naam is onduidelijk, omdat die niet voorkomt in de Nederlandse taal. In 1652 trouwde hij in Delft met Lijntge Stevens,Ook wel genoemd Pauline Stevens Born een spinster uit Pernis. Het paar woonde in de Papenstraat en kreeg dertien kinderen. Het ging hem goed en hij kocht meerdere malen onroerend goed in Delft. Hij woonde vanaf 1690 in In den vergulden Brack in de Molslaan. Na het overlijden van zijn eerste vrouw hertrouwde hij in 1690 onder huwelijkse voorwaarden met Elisabeth Verschouw.

Van 1652 tot 1702 zijn werken van hem bekend. Zijn schilderijen, vaak landschappen, maakte hij meestal op paneel en soms op doek. Al in 1653 werd hij vermeld als faienceschilder, toen hij nog maar ongeveer twintig jaar oud was. Binnen de Delftse aardewerkindustrie specialiseerde hij zich in borddecoraties en tegelschilderijen. Daarin vond hij originele decoratieve mogelijkheden zonder gebruik te maken van de gebruikelijke motieven. Zijn werk wordt bewonderd om de nauwkeurigheid en het oog voor detail: van de zorgvuldige weergave van kleine bijzonderheden tot het subtiele verloop van donker naar licht, dat hij bereikte met een punttechniek in plaats van kwaststreken. Hij was de eerste die deze techniek toepaste.

Als aardewerkschilder was Van Frijtom niet gebonden aan het Sint-Lucasgilde. Hij verkreeg bovendien toestemming van het gilde om zelfstandig te werken, in plaats van in dienst te treden bij een pottenbakkerij. Zulke toestemming werd doorgaans alleen verleend aan ambachtslieden die gehandicapt waren, uitsluitend in de beslotenheid van hun eigen atelier konden werken, of over technische geheimen beschikten. Van 1679 tot 1691 stond hij wel vermeld in de inventarissen van pottenbakkerij De Metaale Pot, waarvoor hij mogelijk productiecapaciteit afnam voor zijn eigen werken. Sommige stukken zijn gedateerd en gesigneerd, waardoor kunsthistorici zijn unieke stijl hebben kunnen identificeren.

Fijne schilderingen op aardewerk zijn een kunst apart, en het is duidelijk dat Van Frijtom ruime ervaring had als tekenaar en schilder. Zijn werk toont verschillende blauwtinten met fijne contouren en duizenden minuscule puntjes. Bijzonder was dat hij naast de geschilderde decoratie ook het aardewerken voorwerp zelf vervaardigde. In pottenbakkerijen werd een object doorgaans door meerdere ambachtslieden gemaakt en beschilderd; Van Frijtom was echter een nauwgezet vakman die zich bewust was dat de kleinste onvolkomenheid in de klei of verf het totaaleffect zou bederven.

Uit een testament uit 1701 blijkt dat hij toen ziek was. Na zijn overlijden in 1702 droegen twaalf dragers hem naar zijn graf. De schilderes Johanna van Frijtom (1662–1740) was zijn dochter.

Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:Nederlands plateelschilder