Bell Island is een eiland dat deel uitmaakt van Newfoundland en Labrador, de oostelijkste provincie van Canada. Het is met een oppervlakte van 34 km² bij verre het grootste eiland in Conception Bay, een grote baai in het zuidoosten van het eiland Newfoundland. De provinciehoofdstad St. John's ligt hemelsbreed minder dan 20 km naar het oosten toe.

De kustlijn van Bell Island bestaat vrijwel volledig uit kliffen die tot meer dan 40 meter boven de branding uittorenen en telt ook meerdere bijzondere rotsformaties. Het eiland huisvest vier nederzettingen die opgeteld ruim 2000 inwoners tellen. De grote meerderheid van hen woont in de hoofdplaats Wabana, die vanaf Newfoundland bereikbaar is via een veerverbinding met Portugal Cove. In het zuiden liggen nog de gehuchten Lance Cove, Bickfordville en Freshwater.

Van 1895 tot 1966 vond er op Bell Island grootschalige ijzerertsontginning plaats. Het relatief kleine eiland kreeg hierdoor groot internationaal economisch belang daar het al snel uitgroeide tot een van de belangrijkste ijzerertsproducenten ter wereld. Het in de mijnen van Bell Island gedolven erts was daarenboven erg belangrijk voor de geallieerde oorlogsindustrie tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor Nazi-Duitsland tot tweemaal toe de aanval inzette. Op het hoogtepunt woonden er meer dan 12.000 mensen.

Sinds het einde van de mijnbouw is de bevolkingsomvang enorm gedaald en was er een zware economische terugval. Wegens de weinige overblijvende jobs pendelt de meerderheid van de inwoners dagelijks via de veerboot naar de Metropoolregio St. John's. In recente jaren is de lokale economie zich voor een aanzienlijk deel gaan richten op toerisme. Het natuurschoon, de mijnbouwgeschiedenis en de scheepswrakken uit de Tweede Wereldoorlog zijn de voornaamste trekpleisters.

Toponymie Oorspronkelijk stond het eiland bekend als Great Bell Isle, al evolueerde dit reeds in de late 18e eeuw naar de verkorte vorm Bell Isle.Hammond, p. 2. Sinds 1896 is Bell Island als enige officiële naam erkend, al bleef daarnaast ook de oude naam Bell Isle nog honderd jaar lang doorleven in de volksmond. Historic Wabana, 'Settlement of Bell Island: Facts and Folklore', 2022. Geraadpleegd op 27 augustus 2022. Gearchiveerd op 27 augustus 2022.

Het eiland heeft haar naam te danken aan een opvallende brandingspilaar bij de westelijke kaap die bekendstaat als The Bell (soms ook Bell Rock genoemd). , The Canadian Encyclopedia, 'Bell Island', 2006 (laatste wijziging 2014). Geraadpleegd op 1 augustus 2022. Gearchiveerd op 24 juli 2022. Prostar Sailing Directions 2005. Newfoundland, Labrador, and Hudson Bay (Enroute), Annapolis, 2005, p. 108-109. Gearchiveerd op 29 september 2022. De naam van deze rots komt voort uit het feit dat ze in vorm vergelijkbaar is met een traditionele bel (Engels: Bell) die ondersteboven uit het water steekt.

Geschiedenis

Vroege geschiedenis Voor de komst van de Europeanen was Newfoundland het leefgebied van de Beothuk. Het is waarschijnlijk dat leden van dit nu uitgestorven inheemse volk het vruchtbare eiland nu en dan aandeden, al zijn hier geen archeologische sporen van bekend. Reeds in 1578 ontdekten de Engelsen dat de bodem van het eiland ijzererts bevatte, al werd er eeuwenlang met deze informatie weinig tot niets aangevangen.

Vanaf de vroege 17e eeuw was er te Bell Island, dat onderdeel uitmaakte van de zogenaamde Engelse kust van Newfoundland, een niet-permanente nederzetting. Het was meer bepaald een seizoensgebonden uitvalsbasis voor vissers uit voornamelijk Engeland, Ierland en de Kanaaleilanden.

In het begin van de 18e eeuw hadden de eerste mensen zich permanent op het eiland gevestigd. De oudste volkstelling van Great Belle Isle stamt uit 1706 en maakt gewag van 85 inwoners. Gedurende de hele 18e eeuw bleef de bevolkingsomvang erg klein. In de 19e eeuw was er daarentegen wel een duidelijke aangroei met in 1845 reeds 338 inwoners. Het eiland groeide zo uit tot een van de vele typisch Newfoundlandse vissersdorpen, de zogenaamde outports. Ook landbouw en veeteelt waren er belangrijke sectoren, meer dan elders in de Kolonie Newfoundland.

Mijnbouwgeschiedenis In 1895 begon de grootschalige ontginning van het hematiet, een ijzerertshoudend mineraal, op Bell Island. De mijnsite was de oostelijkste in Noord-Amerika en kreeg daarom de naam "Wabana" toebedeeld, een samenvoeging van twee termen uit het inheemse Abenaki die "plaats van het eerste licht" zouden moeten betekenen. Oorspronkelijk betrof de ontginning te Wabana dagbouw, maar reeds vanaf 1903 was het bovengrondse hematiet uitgeput en kon er enkel nog ondergronds in gesloten mijnen gewerkt worden.

Door het begin van de mijnbouw veranderde de economie van het eiland drastisch en kwam er een zeer sterke bevolkingsgroei. De mijnsite Wabana groeide zo uit tot een groot en welvarend mijnwerkersdorp. Geleidelijk aan leefde bijna iedereen op het eiland rechtstreeks of onrechtstreeks van die industrie. Door de grote productie groeide Newfoundland reeds vroeg in de 20e eeuw uit tot een belangrijke ijzerertsexporteur.

In het decennium voor de Eerste Wereldoorlog was Duitsland voor het eerst Canada voorbijgestoken was als grootste afnemer van het ijzererts. Na het uitbreken van de oorlog in 1914 lag de mijnbouw een heel jaar vrijwel volledig stil. In totaal vertrokken in die periode 200 Bell Islandse mannen naar het front in Europa, waarvan er 29 sneuvelden. In 1915 begon de productie in de verschillende Bell Islandse mijnen opnieuw, al was er pas vanaf 1916 echt sprake van een herstel. Het einde van de oorlog betekende een nieuwe klap voor de lokale economie, daar de (oorlogsgerelateerde) vraag naar ijzer verder terugviel.

In de jaren 20 en vroege jaren 30 ging het eiland door een economische crisis, dit vanwege de lage vraag naar ijzer. Vanaf 1936 werd de situatie beter, vooral vanwege de zeer belangrijke afzetmarkt die het zich herbewapenende Duitsland opnieuw was. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd er op het eiland een kustverdedigingsbatterij gebouwd die bemand werd door de Newfoundland Militia. Het eiland werd vanwege zijn grote strategische en economische belang tot tweemaal toe aangevallen door Nazi-Duitse U-boten. De aanvallen kostten opgeteld 65 mensenlevens.

De Tweede Wereldoorlog bleek uiteindelijk een periode van groei voor de Bell Islandse mijnbouweconomie. Toen Newfoundland in 1949 tot de Canadese Confederatie toetrad, konden de Bell Islandse mijnen zich cumulatief onmiddellijk de grootste ijzerertsmijn van Canada noemen (met ruim 43% van de totale nationale productie). De periode 1945–1959 was economisch gezien de meest stabiele periode in de geschiedenis van de Bell Islandse mijnbouw. De bevolking piekte boven de 12.000 inwoners.

Achteruitgang en einde van de mijnbouw Reeds eind jaren 50 kwamen de mijnen echter steeds meer in problemen door de aanwezigheid van nieuwe concurrenten op de markt die goedkoper konden produceren en daarenboven vaak erts met minder onzuiverheden afleverden. De mijnen sloten één na één en in 1962 was er maar één enkele mijn meer open. Toen die laatste mijn op 30 juni 1966 definitief dichtging kwam er een einde aan 71 jaar van intensieve ijzerertsontginning. Tegen eind 1968 was zo goed als al de infrastructuur ontmanteld en tezamen met het werkmateriaal verkocht. De mijnen waren decennialang een erg belangrijke ijzerertsbron geweest voor de economie van Canada en Duitsland, met daarnaast eveneens relevante hoeveelheden die hun weg vonden naar de havens en staalindustrie van voornamelijk het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, België en Nederland. De totale ontgonnen hoeveelheid bedroeg bijna 79 miljoen ton.

Het eiland kwam door de sluiting van de mijnen in een zeer ernstige economische depressie terecht.Encyclopædia Britannica (onlineversie), 'Wabana', 2018. Geraadpleegd op 1 augustus 2022. Gearchiveerd op 20 augustus 2022. Maar liefst 95% van de werkbevolking leefde rechtstreeks van de mijnbouwoperatie. Omdat er amper nog werkgelegenheid was begon er reeds vanaf het einde van de jaren 50 een heuse bevolkingsexodus. Tussen 1961 en 1971 vertrok meer dan de helft van de inwoners. In Wabana ontstond er in de jaren 60 al snel een desolate sfeer wegens de vele leegstaande woningen, dichtgetimmerde handelspanden en massale werkloosheid. Vanaf de jaren 70 vertraagde de dalende demografische trend, al is deze zich in de daaropvolgende decennia wel steeds onafgebroken blijven voortzetten. Ook tientallen jaren na de sluitingen blijft de negatieve economische impact immers hard doorwerken.

21e eeuw In de 21e eeuw kent het eiland allerhande problemen, zoals een ernstig verouderde waterleidingsinfrastructuur, een chronisch gebrek aan artsen en verpleegkundigen en conflicten in de lokale politiek. Toerisme is een belangrijke rol gaan spelen in de gemeenschap. Belangrijk is vooral de mijnbouwgeschiedenis, waarvoor een museum opgericht werd, en de oorlogsgeschiedenis, vooral dan de mogelijkheid tot duiken naar de door de Duitsers tot zinken gebrachte schepen.

Geografie Topografie miniatuur|450px|Detailkaart van Bell Island Bell Island heeft met een lengte van 9,5 km en een breedte van gemiddeld 3 km een enigszins langwerpige vorm langsheen de zuidwest-noordoostas. en red., Encyclopedia of Newfoundland and Labrador (vol. 1), 'Bell Island', St. John's, 1981, p. 167-169. Het ligt in het oosten van Conception Bay, op amper 5 km voor de kust van het oostelijke deel van het schiereiland Avalon. Canadian Ports and Seaway Directory (National Business Publications Limited), 1987, p. 63.

De in het noorden gelegen gemeente Wabana is de hoofdplaats van het eiland. Ze huisvest onder meer de veerhaven, een supermarkt, een tankstation en de lokale kliniek.Ernst, p. 195. , The Canadian Encyclopedia, 'Wabana', 2012 (laatste wijziging 2015). Geraadpleegd op 3 augustus 2022. Gearchiveerd op 25 september 2022. De gemeente bestaat naast Wabana-centrum uit nog drie buurten, namelijk West Mines in het westen, The Green in het noorden en The Front (of Bell Island Front) in het zuidoosten, bij de veerhaven. Statistics Canada/Statistique Canada, Census Subdivision/Subdivision de recensement 1001494 Newfoundland and Labrador/Terre-Neuve-et-Labrador. CSD Name/Nom de la SDR: Wabana, T., 2016. Gearchiveerd op 28 maart 2023. The Front dank haar naam aan het feit dat het aan de kant van de hoofdstad ligt; de andere kant het eiland staat soms dan ook bekend als "The Back".Neary, "Epic Tragedy", p. 201 In het gemeentevrije zuiden van het eiland bevinden zich nog drie gehuchten, namelijk Lance Cove, Bickfordville en Freshwater. Statistics Canada, '1001490 - Division No. 1, Subd. R', Standard Geographical Classification (SGC) 2016, 2017. Geraadpleegd op 10 augustus 2022. Gearchiveerd op 31 mei 2023.

De dichtstbij gelegen plaats op het 'vasteland' van Newfoundland is Portugal Cove. Dat dorp maakt deel uit van de gemeente Portugal Cove-St. Philip's, die de facto een buitenwijk van de provinciehoofdstad St. John's is. Downtown St. John's ligt hemelsbreed zo'n 19 km ten zuidoosten van het eiland. De zeestraat tussen Bell Island en Portugal Cove-St. Philip's staat bekend als de Bell Island Tickle of kortweg "The Tickle" in de volksmond. Heritage Foundation of Newfoundland and Labrador, 'Iron Ore Mines of Bell Island', 1998 (laatste wijziging 2016). Geraadpleegd op 8 augustus 2022. Gearchiveerd op 25 september 2022.Een tickle is een term uit het Newfoundlands-Engels die "smalle zeestraat" betekent. (Roseman en Royal, p. 77.) De kleinste afstand tussen Bell Island en de westelijke zijde van Conception Bay bedraagt 11 km, namelijk tussen The Bell enerzijds en de kaap van het schiereiland Port de Grave anderzijds. Zo'n 3 km ten zuiden van Bell Island ligt het onbewoonde Little Bell Island. Dat eiland is, net als het nog zuidelijker gelegen Kellys Island, goed zichtbaar vanaf Bell Island.