thumb|class=notpageimage|Waarom heeft Nederland een stikstofprobleem? - Jan Willem Erisman, Universiteit van Nederland 2019
De stikstofcrisis in Nederland is een milieukundige, ecologische en juridische crisis die sinds 2019 zo wordt genoemd na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ten grondslag aan de crisis ligt de stikstofproblematiek. In Nederland wordt de bodem belast door een zeer hoge depositie van reactieve stikstofverbindingen, met name ammoniak (NH3) dat vrijkomt uit dierlijke mest. Daarnaast wordt de bodem belast door de stikstofoxiden (NOx) die worden uitgestoten door verbrandingsmotoren. Deze stikstofverbindingen hebben effect op de kwaliteit van de bodem, het water, de lucht en de natuur.
De stikstofcrisis had, toen deze in 2019 begon, al een lange voorgeschiedenis, zowel juridisch als ecologisch. In de jaren 1970 werd al veel gepubliceerd over de gevolgen van "zure regen". In 1991 werden de eerste Europese normen vastgesteld gericht op de natuur. Europese landen zijn sindsdien verplicht om te voldoen aan de Habitatrichtlijn, die stelt dat in de Natura 2000-gebieden gestreefd moet worden naar een ‘gunstige staat van instandhouding’. Om daaraan te voldoen nam de Nederlandse overheid diverse (papieren) maatregelen, waaronder het Programma Aanpak Stikstof (PAS).
Op 29 mei 2019 verklaarde de Raad van State het PAS ongeldig. Dat programma mocht niet meer gebruikt worden voor het verlenen van stikstofvergunningen in de buurt van Natura 2000-gebieden. Door deze uitspraak kwamen naar schatting meteen 18.000 bouwprojecten stil te liggen, en moest de regering dringend naar oplossingen zoeken. De situatie werd sindsdien niet opgelost. In 2022 werd gesproken over een "voortslepende stikstofcrisis", in 2025 over een "stikstofimpasse."
Diverse acties werden door de politiek in Den Haag in gang gezet. Zo bracht een commissie onder leiding van Johan Remkes in 2020 een adviesrapport uit om de landelijke uitstoot van NH3 en NOx met 50% te verminderen ten opzichte van 2019. Begin 2024 werd onder het kabinet Rutte-IV het Nationaal Programma Landelijk Gebied ingesteld, inclusief een transitiefonds voor de provincies van 24,3 miljard euro. Provincies kregen de taak Provinciale Programma’s Landelijk Gebied (PPLG’s) op te stellen, waarbij men aanvragen kon doen bij het fonds voor maatregelen.https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/12/15/ontwerp-nplg Het kabinet-Schoof zette halverwege hetzelfde jaar echter een andere koers in. Het schrapte het Programma Landelijk Gebied en het transitiefonds en wilde meer inzetten op innovatie, waarvoor het 5 miljard euro vrijmaakte. Het kabinet-Jetten zette in 2026 in op maatregelen voor bedrijven binnen bepaalde zones rond de Natura 2000-gebieden.
Bronnen van stikstofverbindingen Stikstofgas (N2) maakt ongeveer 78% van de atmosfeer uit en is onschadelijk voor mens en milieu. De stikstofcrisis draait dan ook niet om stikstofgas, maar om reactieve verbindingen van stikstof zoals ammoniak (NH3) en nitraten, en om verschillende stikstofoxiden, aangeduid met NOx, die wel schadelijk zijn voor mens en het milieu.
De grootste bronnen van stikstofneerslag voor Nederland waren in 2018 respectievelijk de landbouw (46%, NH3-uitstoot) en het buitenland (32% (NOx- en NH3-uitstoot)). Andere bronnen zijn wegverkeer (6% (NOx-uitstoot)), huishoudens (6%) en openbaar vervoer, scheepvaart en luchtvaart voor zo'n 1,6% (NOx-uitstoot), waarbij de luchtvaart 0,1% bijdroeg. Hierbij hoort wel bedacht te worden dat de neerslag uit het buitenland (32%) Nederland niet zomaar overkomt: de export van stikstofverbindingen vanuit Nederland is circa vier keer groter dan de import van stikstofverbindingen naar Nederland. Uitgedrukt in uitstoot binnen Nederland zijn de percentages van de diverse bronnen aanmerkelijk hoger. De totale stikstofemissie is in de periode 2005-2023 gedaald.
De gemiddelde stikstofdepositie per ha per jaar bedroeg in 1990 in Nederland 2.700 mol N/ha. In 2010 was dit gedaald tot 1.500 mol N/ha. Daarna stagneerde de afname en bedroeg de depositie in 2023 ca. 1.400 mol N/ha. Hogere deposities tot 3.500 mol N/ha komen in 2023 voor in De Peel en in de Gelderse Vallei.
Landbouw
De stikstof die in de veeteeltsector binnenkomt in onder andere krachtvoer, restproducten zoals bierbostel en aardappelschillen en aangekocht ruwvoer bedraagt 712 miljoen kg. Het grootste deel daarvan, 393 miljoen kg, wordt vastgelegd in producten, zoals melk, vlees en eieren. De rest (45%) komt terecht als ammoniak in de uitademing van herkauwers (zoals schapen en runderen) en vooral in de mest. Wat daarvan niet door planten opgenomen wordt (net als de zojuist genoemde ammoniakbron en de ammoniak die vervluchtigt uit niet verse en niet aangezuurde mest) komt in het oppervlakte- en grondwater en de lucht. Vooral het gedeelte dat als ammoniak naar de lucht wordt uitgestoten ,veroorzaakt de problemen in nabij gelegen natuurgebieden.
Volgens berekeningen van het RIVM stootte de gehele landbouwsector in 2017 106 miljoen kg stikstofverbindingen uit naar de lucht, waarvan 94 miljoen kg van de veeteelt en 12 miljoen kg door vooral energieverbruik, zoals in de kassen. In 2025 was de totale uitstoot door de landbouw gedaald tot 97,4 miljoen kg. Daarmee was de landbouw nog steeds de grootste uitstoter. Het relatieve belang werd zelfs groter, omdat de afname bij met name verkeer groter was.
De grootste stikstofbron in de veehouderij is de wijze van behandeling van dierlijke mest in de vorm van drijfmest. De sectoren binnen de landbouw met de hoogste stikstofemissie waren in 2020 de melkveehouderij (53,8 miljoen kg N per jaar), de akkerbouw (15,4) en de varkenshouderij (11,4). De uitscheiding van stikstof in dierlijke mest bedroeg 465 miljoen kilogram in 2022 volgens het RIVM. Dat is 1,2 procent minder dan een jaar eerder en 4,9 procent onder het nieuwe stikstofplafond dat de Europese Commissie heeft vastgesteld voor de Nederlandse veestapel.Stikstof en fosfaat in dierlijke mest lager dan nieuw mestplafond Ook over 2023 verwacht het CBS niet dat het plafond van stikstof en fosfaat wordt overschreden. Brief 16 2 2024 In 2024 werd 449 miljoen kilogram stikstof uitgescheiden via dierlijke mest, 3 procent minder dan een jaar eerder.Stikstof en fosfaat in dierlijke mest boven toekomstige mestplafondscbs 2000-2024
De dominante stikstofbron uit de landbouw, ammoniak (NH₃) is sinds 1990 met ongeveer 65–70% gedaald. Deze sterke afname vond vooral plaats in de jaren ’90 door maatregelen zoals emissiearme mesttoediening, minder eiwit in veevoer en aanpassingen in stallen.https://monovi.pbl.nl/indicatoren/nl010120-ammoniakemissie-door-de-land-en-tuinbouw-1990-2022 Ook bredere indicatoren laten dezelfde trend zien: het stikstofoverschot in de landbouw is ruim gehalveerd (circa −57%) ten opzichte van 1990 en de totale stikstofdepositie in Nederland is sinds 1990 aanzienlijk afgenomen, mede door lagere landbouwemissies.https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/04/laagste-stikstofoverschot-landbouw-sinds-1990
Transport Bij verbrandingsprocessen in automotoren, maar ook in de industrie, ontstaan stikstofoxiden NO en NO2, samen aangeduid met NOx. NO oxideert in de buitenlucht door de aanwezigheid van zuurstof en soms ozon en wordt dan stikstofdioxide (NO2). NO2 is een bruin gas met een onaangename geur, dat irritatie van de luchtwegen en van de ogen, neus en keel kan veroorzaken. Bij landbouw wordt stikstof uitgestoten in de vorm van ammoniak (NH3), een kleurloos gas met een sterke geur. Ammoniak ontstaat voornamelijk uit mest die op het land wordt uitgereden.
Bij de berekeningen voor de luchtvaart worden alleen de vliegbewegingen van en naar Nederlandse luchthavens meegenomen, tot een hoogte van 3000 voet (914 meter). De stikstofdepositie die vanaf hogere luchtlagen op de bodem terechtkomt heeft het karakter van een globale achtergronddepositie, die voor het gehele grondgebied van Nederland vrijwel gelijk is. Deze depositie is niet alleen afkomstig van in Nederland opstijgende en landende vliegtuigen, maar van vele internationale vluchten. Worden hogere vliegbewegingen meegenomen ,dan stijgt de bijdrage van de luchtvaart tot ca. 0,7-1,1%. In hetzelfde jaar stootte het verkeer 48 miljoen kg uit, de industrie 17 miljoen kg en de luchtvaart 1,2 miljoen kg (voor zover er in Nederland gestart wordt en onder 3000 voet wordt gevlogen boven Nederland).
Bronreductie Gerekend tot 2017 is sinds 1991 de stikstofuitstoot in Nederland meer dan gehalveerd, met de sterkste reductie zichtbaar in de landbouwsector. Er zijn echter grote regionale verschillen en voor de meeste ecosystemen is de neerslag van stikstof in 2017 veel hoger dan de kritische niveaus voor een goede natuurkwaliteit. De genoemde daling van de stikstofuitstoot is bereikt door de invoering van katalysatoren voor auto's, maatregelen in de industrie, en door in de landbouw de gier uit stallen ter bemesting in de bodem te injecteren in plaats van uit te rijden. Bij varkensboerderijen werden luchtwassers geïnstalleerd om de ammoniak weg te filteren. Ook werd er minder kunstmest gebruikt. Door de afschaffing van het melkquotum in 2014 steeg de ammoniakuitstoot echter weer, doordat er meer koeien werden gehouden. Ook de maximumsnelheid op Nederlandse rijkswegen, die in stappen sinds 2012 op verschillende wegvakken verhoogd werd tot 130 km/h, had een toename van de stikstofuitstoot tot gevolg, alsmede het in gebruik nemen van biomassacentrales.Onderzoek: biomassa zorgt voor hogere uitstoot dan kolen, AD, 30 oktober 2019 Ook nam de NOx-productie toe doordat verbrandingsmotoren efficiënter worden door een hogere compressieverhouding. Hierdoor stijgt echter de temperatuur, waardoor er meer stikstof en zuurstof worden omgezet in NOx.Stikstofoxiden, martechopleidingen.nl/ Afbeelding 2 op bladzijde 8 Citaat blad 4: Bij de vorming van elke 'soort' stikstofoxide speelt de temperatuur een hoofdrol. Bij extreme energietoevoer kunnen uit moleculen zogenaamde radicalen ontstaan. Al met al is er sinds 2010 geen sprake meer van een afname.
Nederland ten opzichte van de rest Europa
Volgens TNO produceert Nederland in 2019 binnen de Europese Unie verreweg de grootste hoeveelheid stikstof per hectare. Ook in 2021 geldt nog hetzelfde, alleen Malta produceert meer. Nederland exporteert bovendien vier keer zo veel stikstof naar de buurlanden, vergeleken met wat er uit het buitenland binnenkomt. 61 procent van de geproduceerde stikstof is afkomstig van de landbouw, waarbij de intensieve veehouderij een van de belangrijkste bronnen is.
Verschillende Europese landen hanteren andere normen voor wanneer een stikstofvergunning nodig is. In Duitsland is een stikstofvergunning bijvoorbeeld pas nodig als door een nieuwe activiteit meer dan 7 mol stikstof (=98 g) per hectare per jaar neerslaat in een natuurgebied, in vergelijking met 0,005 mol in Nederland. De Nederlandse norm ligt dus 1400 maal hoger, hierop kwam veel kritiek.https://nos.nl/artikel/2307260-kan-de-ruime-duitse-stikstofnorm-ook-in-nederland Sommige wetenschappers stellen dat deze extreem lage grens leidt tot schijnzekerheid omdat niet nauwkeurig is te bepalen waar zulke kleine hoeveelheden stikstof daadwerkelijk neerslaan. Om deze impasse te doorbreken werkt het kabinet in 2026 aan een ingrijpende aanpassing van deze norm. Het centrale voorstel is om de ondergrens te verhogen naar 1 mol per hectare per jaar, waarmee kleine bijdragen aan stikstofdepositie buiten de vergunningplicht zouden vallen. Dit betekent een zeer forse verruiming — ongeveer tweehonderd keer zo hoog als de huidige grens — met als doel om met name woningbouw, infrastructuur en agrarische bedrijfsvoering weer mogelijk te maken zonder dat elk project afzonderlijk juridisch moet worden onderbouwd.
Rekenmodellen en metingen Om de stikstofuitstoot te bepalen wordt gebruikgemaakt van rekenmodellen die door het RIVM worden gecombineerd met de resultaten van stikstofmetingen in Nederland.