thumb|325px|Zicht op de Surinamerivier vanaf Fort Nieuw-Amsterdam Toerisme in Suriname omvat bezoeken uit binnen- en buitenland en bestaat vooral uit vrijetijdsbesteding en zaken doen. De branche ontwikkelt zich sinds het midden van de 20e eeuw en Suriname opende in 1962 zijn eerste internationale hotel.
Toerisme heeft een stabiliserende invloed op de Surinaamse economie. Het zorgt voor buitenlandse valuta en versterkt de werkgelegenheid. Er zijn milieuproblemen die de kwaliteit van het toeristische aanbod aantasten, vanwege afval in de natuur en kwikvergiftiging door kleinschalige mijnbouw.
Het hoogseizoen verloopt van medio augustus tot begin oktober, en daarna nog eens rond kerst en de jaarwisseling. Reizigers uit verre landen vliegen op luchthaven Zanderij. Er is een beperkt wegennet van wisselende kwaliteit en er wordt links gereden. Omwille van de veiligheid wordt afgeraden om alleen, in sloppenwijken en afgelegen gebieden te reizen. Reizigers uit onder meer Europa betalen een Entry Fee via VFS Global. Inwoners uit de Caricom zijn hiervan vrijgesteld.
Een reis naar Suriname betekent een ontmoeting met een multi-etnische samenleving die doorgaans de Nederlandse taal beheerst. In Paramaribo bevinden zich een groot aantal toeristische attracties bij elkaar. De historische binnenstad staat sinds 2002 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Hier bevindt zich ook het uitgaansgebied. De hoofdstad vormt vaak het start- en eindpunt voor bezoeken aan andere delen van het land. Via de Oost-Westverbinding zijn de plaatsen langs de kust te bezoeken; witte badstranden bevinden zich daar in principe niet, op 't Strandje in Nieuw-Nickerie na. Binnenlandse reizen zijn vooral gericht op natuurbeleving en contact met de lokale bevolking. Hier ligt ook het Centraal Suriname Natuurreservaat, het grootste beschermde tropische regenwoud ter wereld, dat eveneens op de Werelderfgoedlijst staat.
Verdeeld over de tijd zijn er evenementen in Suriname met muziek, dans en cultuur. Verspreid zijn er exposities in galerieën en beeldhouwwerken in de openbare ruimte te zien. Er zijn diverse musea die zich richten op traditie en historie. In onder meer Fort Zeelandia en Fort Nieuw-Amsterdam wordt teruggeblikt op de koloniale tijd. Een aantal plantages is gerestaureerd en herinnert aan het slavernijverleden dat voortduurde tot in de tweede helft van de 19e eeuw.
De Surinaamse keuken is evenzo divers als de bevolking, die van oorsprong uit allerlei delen van de wereld afkomstig is. Hierdoor is er in Suriname keuze uit restaurants met een inheemse, Afrikaanse, Javaanse, Indiase en Chinese keuken.
Introductie Bij toerisme gaat het om reizen die korter duren dan een jaar. Ze zijn volgens de indeling van het Algemeen Bureau voor de Statistiek vooral gericht op vrijetijdsbesteding en zaken doen. Hierbij kan het zowel om buitenlanders als Surinamers gaan die buiten hun eigen woonomgeving reizen.ABS, Milieustatistieken (2016-2018) Als activiteit bestaat toerisme sinds mensenheugenis.Kerkhofs (2010) § 3.1 Toerist en toerisme, pag. 27-29 Hotels en herbergen waren er door de eeuwen heen.De Surinamer, Het hotelwezen, 2 juni 1927 Andere bedrijfstakken die tot het toeristische aanbod worden gerekend, zijn de recreatie- en ontspanningsbranche, de sociaal-culturele sector en het personenvervoer.Ori (2011), § 2.9 Kenmerken toerismesector, pag. 114-119
Etymologisch is toerisme een activiteit waarbij voor het plezier wordt gereisd, terwijl onderweg hier en daar halt wordt gehouden. Het woord is afgeleid van tour (rondreis) uit het Engels.Etymologiebank, Toerist Etymonline, Tourist In deze taal kwam het woord tourist in 1772 voor in een tijdschrift en tourism in 1811. Ralph Griffiths, G. E. Griffiths, The Monthly Review, Or, Literary Journal, Volume 46 In het Nederlands werd tourist mogelijk voor het eerst in 1839 gebruikt door E.J. Potgieter in een uitgave van De Gids; de schrijfwijze veranderde later in toerist/toerisme.Everhardus Johannes Potgieter , Algemeene Geschiedenis der Wereld, De Gids, 1839
Ontwikkeling en bevordering thumb|Nederlands paviljoen, 1931 Een vroege uiting van de presentatie van Suriname in het buitenland vond op Europees initiatief plaats. Dit gebeurde tijdens de deelname van Nederland aan de koloniale tentoonstelling in Parijs van 1931. De inzending stond in het teken van Suriname, Curaçao en Nederlands-Indië, met uit Suriname presentaties over onderwerpen als houtsoorten, de katholieke missie en een cacaoplantage.De Surinamer, Suriname te Parijs, 28 mei 1931Haagsche Courant, Internationale koloniale tentoonstelling te Parijs, 9 mei 1931Nieuwe Venlose Courant, Nederland op de koloniale tentoonstelling, 22 mei 1931Nieuwe Hoornse Courant, Voor de koloniale tentoonstelling te Parijs, 5 mei 1931
Vraag naar toerismebeleid Een van de eerste formele stappen om toerisme in Suriname te bevorderen vond in 1948 plaats. Gouverneur Klaasesz vroeg toen goedkeuring aan de Staten van Suriname voor een bedrag van vierduizend Amerikaanse dollar per jaar voor het lidmaatschap van de CTDA, de voorloper van de Caraïbische Toerismeorganisatie (CTO). De Staten wezen het voorstel af omdat ze het niet verantwoord vonden. Naar hun oordeel waren er nog te weinig initiatieven getoond, zowel particulier als vanuit het bedrijfsleven, en zou er een te beperkt aanbod van hotels en attracties zijn.Ori (2011), § 2.2 Historische ontwikkelingen in de toerismesector in Suriname, pag. 71-81
Ondanks de beperkte interesse vanuit de politiek, was er rond 1950 wel al internationale belangstelling voor Suriname. Dit blijkt onder meer uit publicaties zoals in de Miami Herald, in folders van de Alcoa Steamship Company – nog voordat Alcoa in Suriname actief werd in de bauxietwinning – en in het tijdschrift Gourmet guide to good life in South America van Pan American Airways (Pan Am). Ook zijn er in deze jaren lokale pleidooien voor toerisme geweest, zoals in de Surinaamse dagbladen De Surinamer en Reveille, en in een nota in 1951 van de heer Ellenbaas aan gouverneur Klaasesz met daarin een pleidooi voor toerisme als een dollarproducent die meerdere delen van de bevolking ten goede zou komen. Ook werd er in deze tijd druk vanuit het bedrijfsleven uitgeoefend, onder aanvoering van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) en de Kamer van Koophandel en Fabrieken (KKF), om het toerisme van overheidswege te ontwikkelen.
Periode van toerismebevordering Aangespoord door deze ontwikkelingen zette de regering alsnog stappen om het toerisme te bevorderen. In 1951 werd Suriname toch lid van de CTDA en in 1953 stelde de regering de Commissie ter Bevordering van Toerisme in, die onder de verantwoordelijkheid van de ministeries van Economische Zaken (EZ) en Onderwijs kwam te staan. In 1954 besloot de regering tot de oprichting van de Stichting ter Bevordering van het Toerisme.
thumb|Torarica, het eerste internationale hotel van Suriname In juli 1956 voerde Pan Am een onderzoek uit naar toerismemogelijkheden in Suriname. De luchtvaartmaatschappij concludeerde dat Suriname kon rekenen op minstens zesduizend bezoekers per jaar. Om dit te realiseren was de bouw van nieuwe faciliteiten nodig, waaronder een hotel met tachtig kamers, logeergebouwen in het binnenland en verbetering van de vervoersvoorzieningen. Dit internationale hotel, Torarica, werd vanaf oktober 1961 gebouwd en op 10 juli 1962 geopend door minister Van Philips (EZ).
Een van de aanbevelingen in het rapport van Pan Am was om de interesse voor Suriname actief aan te wakkeren met een uitgebreide marketingcampagne. Vanuit overheidszijde werd hieraan meegewerkt door de oprichting in 1962 van de Maatschappij voor Exploitatie van Toeristenverblijven in Suriname (METS). In de Jaarbeurs te Utrecht werd in 1963 de slogan gevoerd "wat eigen land u biedt voordat u andere landen ziet". Daarnaast werd in deze jaren de afdeling Toerisme-, Kleine en Middenstandsbedrijven op het ministerie van EZ ingericht.
Aan het eind van het decennium, in 1969, betrad een nieuwe hoofdrolspeler de Surinaamse toerismebranche, te weten STINASU (Stichting Natuurbehoud Suriname), een quango die voor haar financiering afhankelijk is van ecotoerisme. Met enkele jaren vertraging werden begin jaren zeventig nog enkele aanbevelingen van het Nederlandse ministerie van EZ doorgevoerd om het toerisme in Suriname op een hoger peil te brengen. Tot aan de Surinaamse onafhankelijkheid bleef de aandacht ervoor niettemin beperkt en bleef het aantal toeristen steken op 12.000 in 1975.C.F.A. Bruijning en J. Voorhoeve, 'Encyclopedie van Suriname' – 'Toerisme', pag. 609-610, Elsevier, Amsterdam – Brussel, , 1977
Onafhankelijkheid gevolgd door staatsgreep en oorlog In de eerste jaren na de onafhankelijkheid kwam er meer aandacht voor de bevordering van toerisme. Minister Bruma (EZ) kwam met een nieuwe beleidsnota die voorzag in de opzet van een Dienst Toerisme als onderdeel van het ministerie. Daarnaast trad jonkheer Vegelin van Claerbergen aan als ambassadeur van Nederland in Suriname. Hij liet een toerismeadviesbureau een onderzoek uitvoeren en een ontwikkelingsplan opstellen. Een van de adviezen was om de toerismestichting van de overheid te hervormen naar een toerismeautoriteit met specifieke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Voor de uitvoering van het plan werd financiering gevonden bij het Europees Ontwikkelingsfonds.
De staatsgreep van 25 februari 1980 maakte in één klap een einde aan bijna alle plannen. Er kwam nog wel een Dienst Toerisme op het ministerie, maar de Stichting ter Bevordering van Toerisme werd in oktober 1981 opgeheven. Toerisme in de jaren 1980, met Desi Bouterse direct of achter de schermen aan de leiding, kenmerkte zich uiteindelijk door een zwak institutioneel kader. In de praktijk ontbrak het aan een visie op de toerismesector en bleef de financiering afwezig.
thumb|Albina aan de Marowijne Daarbovenop kwam van 1986 tot 1992 de ontwrichting door de Binnenlandse Oorlog tussen Bouterse en het Junglecommando van Ronnie Brunswijk. Het maatschappelijke, economische en politieke leven kwam tot stilstand. Het district Marowijne had het zwaarst onder de oorlog te lijden. Vanwege moordpartijen door beide partijen vluchtten duizenden burgers naar Frans-Guyana en Paramaribo. Door de verwoeste infrastructuur en de weggevallen voorzieningen in de dorpen werd het toerisme langdurig schade toegebracht. Riempp (2012) § 3.4 Suriname – Discover the untouched?, pag. 155 Riempp (2012) § 4.1.2.1 Maroons in Suriname, pag. 79-82 Bijvoorbeeld in Albina dat tot die tijd een favoriete badplaats voor inwoners uit Paramaribo was, met een wit rivierstrand, zoet water en palmen die voor schaduw zorgen.Tessa Leuwsha, 'Reishandboek Suriname', , geactualiseerde druk 2017 Eind jaren zeventig was het stadje in beeld om ontwikkeld te worden tot een belangrijk toeristisch centrum. Tijdens de oorlog brandden veel authentieke gebouwen af, wat de vakantieachtige sfeer van Albina voorgoed ruïneerde.
In de periode van 1981 tot 1989 kromp het aantal toeristen tot 25%; van 126.700 aankomsten in 1981 tot 31.700 in 1989.
Terugkeer naar democratie In 1991 richtte de nieuw gekozen regering het ministerie van Telecommunicatie, Communicatie en Toerisme op. Het idee om tot een zelfstandig ministerie van Toerisme te komen, verdween vijf jaar later met de oprichting van een speciale toerismeorganisatie, de Stichting Toerisme Suriname (STS). Bij de oprichting van deze overheidsinstelling was opnieuw een belangrijke rol weggelegd voor de VSB en de KKF. Tot de oprichting van een toerismeautoriteit is het niet gekomen.Euritha Tjan A Way, Stichting Toerisme Suriname failliet, De Ware Tijd, 19 juni 2018 De ontwikkelingen brachten een ommekeer teweeg, zodat het toerisme zich eind jaren 1990 aan de crisis onttrok.