Annie Cornelia de Jong ('s-Gravenhage, 6 december 1882 – Auschwitz, 3 september 1943) was een Nederlands violiste. Na haar huwelijk trad zij op als Annie Coert-de Jong.

Leven en loopbaan Annie de Jong was een dochter van Joseph Daniel de Jong, redacteur van een dagblad, en Elisabeth Polano. Haar vader was als muziekcriticus bekend. Zij studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, dat zij met een diploma verliet. In september 1898 trad zij als vijftienjarige in het Kurhaus in Scheveningen voor het eerst met orkest op, met het vioolconcert in g van Max Bruch.

Op het muziekfeest van de Nederlandsche Toonkunstenaars-Vereeniging in Nijmegen in 1902 gaf zij de eerste uitvoering van de Ballade voor viool en orkest van Peter van Anrooy. Later studeerde zij bij Anton Witek in Berlijn en in 1904 bij Seck in Praag. Zij trad op in een concert van de Zweedse zangeres Alma Fohström en speelde als solo-violiste in Nederland, Duitsland, Frankrijk, Engeland, België en Oostenrijk. Volgens Letzer maakte zij in 1906 een kunstreis door Nederlands-Indië.

In maart 1906 was zij soliste in een concert in Diligentia in Den Haag onder leiding van Willem Mengelberg. Op 8 september 1906 speelde zij in het Kurhaus de Hymne voor viool en orkest van Alphons Diepenbrock, met het orkest onder leiding van August Scharrer. Het programma vermeldde het als eerste uitvoering. Volgens een recensent was het werk eerder eenmaal uit manuscript gespeeld door een Belgische violist, zodat Annie de Jong het "om zoo te zeggen" had "gecreëerd".

In 1908 trouwde zij in Den Haag met de kunstschilder Anthony Coert. Na haar huwelijk bleef zij optreden, onder meer in 1909 in de Grote Kerk in Den Haag. Coert werd in 1931 directeur van het stedelijk museum De Lakenhal in Leiden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Annie Coert-de Jong, inmiddels weduwe, gedeporteerd. Zij werd op 3 september 1943 in Auschwitz vermoord.

Categorie:Nederlands violist Categorie:Nederlands Holocaustslachtoffer Categorie:Omgekomen in concentratiekamp Auschwitz