De Williamitische Oorlog in Ierland (1688-1691) (Iers: Cogadh an Dá Rí, Oorlog der Twee Koningen) was een conflict tussen de Jakobitische aanhangers van Koning Jacobus II van Engeland en de Williamitische aanhangers van Prins Willem van Oranje. Het staat ook bekend als de Jakobitische Oorlog in Ierland of de Williamitisch-Jakobitische Oorlog in Ierland.
De aanleiding voor de oorlog was de Glorious Revolution van 1688 waarin Jacobus, een katholiek, werd afgezet als koning van de Drie Koninkrijken Engeland, Ierland en Schotland en werd vervangen door zijn protestantse dochter Maria en zijn neef en schoonzoon Willem, die regeerden als co-monarchen. Jacobus' aanhangers wisten in eerste instantie de controle over Ierland te behouden, dat hij hoopte te kunnen gebruiken als uitvalsbasis voor een veldtocht voor het heroveren van alle drie de koninkrijken. Het conflict in Ierland had echter ook te maken met langslepende conflicten over landbezit en religieuze en burgerrechten. Veel Ierse katholieken steunden Jacobus in de hoop dat hij hun eisen zou inwilligen. Een klein aantal Engelse en Schotse katholieken, en protestanten van de Church of Ierland, vochten ook aan de Jakobitische zijde, terwijl veel Ierse protestanten Willem steunden.
Hoewel de Ierse naam van de oorlog benadrukt dat het een binnenlands conflict was tussen Jacobus en Willem, zien sommige historici het als een onderdeel van het grotere Europese conflict dat bekend staat als de Negenjarige Oorlog, waarin Willem, als stadhouder van de Nederlandse Republiek, een multinationale coalitie leidde tegen het Frankrijk van Lodewijk XIV. Willems houding jegens Jacobus werd deels gedreven door de noodzaak de Engelse militaire en commerciële macht te mobiliseren. Tegelijkertijd gaf Lodewijk beperkte materiële steun aan de Jakobieten. Beide zijden waren er bewust van dat de Ierse oorlog de potentie had om militaire middelen te onttrekken aan het continent.
De oorlog begon met een reeks schermutselingen tussen Jacobus' Ierse leger, dat in 1688 loyaal aan hem was gebleven, en door Ierse protestanten gevormde milities. Deze gevechten culmineerden in het Beleg van Derry, toen de Jakobieten er niet in slaagden een van de belangrijkste steden in het noorden in te nemen. Willem landde met een leger van Engelse, Schotse, Nederlandse en Deense militairen om het Jakobitische verzet de kop in te drukken. Jacobus verliet Ierland na de nederlaag tijdens de Slag aan de Boyne in 1690 en Willem nadat de Jakobieten met succes de stad Limerick hadden verdedigd. De overgebleven Jakobitische troepen werden beslissend verslagen tijdens de Slag bij Aughrim in 1691 en de oorlog kwam ten einde met het Verdrag van Limerick.
De Engelse priester George Story, die een geschiedenis schreef over de oorlog, claimde dat er zeker 100.000 doden gevallen waren wegens ziekte, honger en gevechten. Daaropvolgende Jakobitische opstanden bleven beperkt tot Schotland en Engeland, maar de oorlog had een blijvend effect op het politieke en culturele landschap van Ierland. De Britse en protestantse overheersing bleef de komende twee eeuwen intact. Hoewel het Verdrag van Limerick diverse garanties had gegeven aan de katholieken, zou de uitbreiding van de Strafwetten, met name tijdens de Spaanse Successieoorlog, de burgerrechten verder uithollen.
De Williamitische overwinningen bij Derry en aan de Boyne worden vandaag de dag nog steeds gevierd, met name door protestanten uit Ulster.
Achtergrond: de Glorious Revolution links|miniatuur|231x231px|Jacobus II & VII, Koning van Engeland en Schotland In maart 1689 landde Jacobus II & VII met Franse militaire steun in Ierland in de hoop de Engelse, Ierse en Schotse troon te herwinnen, na in 1688 te zijn afgezet tijdens de Glorious Revolution. Ondanks zijn katholicisme werd Jacobus in 1685 koning met veel steun in alle drie de koninkrijken, mede vanwege de angst voor een burgeroorlog als hij zou worden overslagen. In 1688 leek het erop dat alleen zijn aftreden een burgeroorlog zou kunnen voorkomen.
Toen de parlementen van Schotland en Engeland weigerden in 1685 wetten aan te nemen die meer tolerantie zouden betekenen voor katholieken en non-conformisten, liet Jacobus ze ontbinden en regeerde hij vanaf dat moment via decreten. Zijn toenemende autoritaire wijze van besturen zorgde voor steeds meer verzet, maar er waren twee gebeurtenissen in juni 1688 voor nodig om dit verzet uit te laten groeien tot een crisis. Op 10 juni creëerde de geboorte van Jacobus Frans Eduard Stuart een katholieke erfgenaam, wat de uitsluiting van Jacobus' protestantse dochter Maria en diens echtgenoot Willem van Oranje betekende. Verder werd de vervolging van de Zeven Bisschoppen wegens smaad gezien als een aanval op de Anglicaanse Kerk en hun vrijspraak op 30 juni vernietigde Jacobus' politieke overwicht in Engeland en Schotland.
Ondertussen stonden de Nederlandse Republiek en haar bondgenoten op het punt een oorlog met Frankrijk te starten, wat het veiligstellen van Engelse middelen essentieel maakte. De Franse troepen vielen eind september het Rijnland binnen, wat het begin van de Negenjarige Oorlog betekende. Op 5 november landde Willem in Zuidwest-Engeland. Jacobus' leger deserteerde en hij vluchtte op 23 december naar Frankrijk.
In Ierland was er echter nog genoeg steun voor Jacobus. Ongeveer 75% van de bevolking was katholiek, hoewel in Ulster het aantal protestanten bijna 50% was. Jacobus' compagnon Richard Talbot, Graaf van Tyrconnell, werd in 1687 Lord Deputy van Ierland en begon direct daarna katholieken aan te stellen in zowel bestuurs- als legerfuncties. In februari 1689 bestond het Ierse leger vrijwel volledig uit katholieken, hoewel ze slecht uitgerust, slecht getraind en onbetaald waren.
De Ierse Jakobieten vormden echter niet een verenigd blok en hun onderlinge verschillen werden naarmate de oorlog vorderde steeds duidelijker. Tolerantie voor protestantse non-conformisten was essentieel voor Jacobus' positie in Engeland en Schotland, maar de katholieken wilden hier niet aan beginnen, vooral vanwege de presbyteriaanse dominantie in Ulster. Een ander belangrijk onderwerp was landbezit. Van 1600 tot 1685 was de hoeveelheid Iers grondgebied in katholieke handen gedaald van 90% naar 22%. Van de Act of Settlement uit 1662 profiteerden vooral de Oud-Engelse landheren zoals Jacobus en Tyrconnell, die niet veel zin hadden ze aan te passen. Verder verzetten katholieke en protestantse koopmannen tegen de commerciële beperkingen in de handel met Noord-Amerika en de opgelegde tarieven voor de Ierse export.
Ten slotte botsten eisen voor Ierse autonomie met de ideologie van Huis Stuart, dat als eerste werd geformuleerd door Jacobus VI & I in 1603 en welke zijn opvolgers trouw volgden, waaronder Prins Karel in 1745. Deze ideologie draaide om een eenheidsstaat dat Engeland, Schotland en Ierland samenbracht onder een monarch wiens autoriteit afkomstig was van God en waar het parlement en de kerk vooral moesten gehoorzamen. Als onderdeel hiervan claimde Jacobus het recht om katholieke bisschoppen en priesters aan te stellen in zijn koninkrijken, wat uiteindelijk leidde tot een conflict met Paus Innocentius XI. Als gevolg hiervan steunde Innocentius Willem met leningen van zijn familiebank. Jacobus beloofde het Ierse parlement uiteindelijk met veel tegenzin het zelfbeschikkingsrecht.
1688-1689: de strijd in het noorden links|miniatuur|140x140px|Moderne kaart van Noord-Ierland Jacobus voelde zich dermate veilig in Ierland dat hij in september 2.500 soldaten, ongeveer 40% van het Ierse leger, naar Engeland stuurde. Dit beroofde Tyrconnell van zeer belangrijke getrainde militairen en hun aanwezigheid in Engeland leidde tot muiterij binnen enkele van Jacobus' meest betrouwbare Engelse eenheden. Veel van de voetsoldaten zouden later naar Keizer Leopold I gestuurd worden om te helpen in diens oorlog tegen de Ottomanen.
Na Willems landing in Engeland nam Tyrconnell direct enkele belangrijke plaatsen in met het Ierse leger, dat grotendeels gezuiverd was van protestanten en dus gezien werd als loyaal aan Jacobus. Hij was geschrokken van de snelheid waarmee Jacobus viel en opende onderhandelingen met Willem, hoewel dit ook wel een vertragingstactiek kon zijn. Een van de soldaten die naar Engeland was gestuurd, was Richard Hamilton, een Iers katholieke beroepssoldaat. Hij was opgesloten na de vlucht van Jacobus, maar werd in januari door Willem naar Ierland gestuurd om met Tyrconnell te onderhandelen. Hamilton liet die missie echter vallen zodra hij aankwam in Ierland.
In januari werden bevelschriften uitgevaardigd voor de rekrutering van bijna 40.000 soldaten, die vrijwel allemaal katholiek waren en georganiseerd werden als regimenten. In de lente van 1689 bestond het leger op papier uit 36.000 man, hoewel ervaren officieren schaars waren. Het betalen, uitrusten en opleiden van zoveel soldaten was onmogelijk en veel werden ingezet als guerrillastrijders, die vaak buiten Tyrconnells controle opereerden. Veel van de benodigde voorraden en financiële middelen werden geroofd van de protestanten, die daarop vanuit Dublin naar het noorden of Engeland vluchtten.
Ierse protestanten woonden vooral in stedelijke gebieden zoals Dublin en ze vormden 50% van de bevolking in Ulster. De landing van Willem in Engeland werd door Williamitische demonstraties in Belfast gevierd, hoewel er elders voorzichtiger werd gereageerd. Een voorbeeld hiervan was Sir Arthur Rawdon, die later het Williamitische Leger van het Noorden zou organiseren. In 1685 bood hij nog aan voor Jacobus te vechten tijdens de Monmouth-opstand en hij koos pas in maart 1689 de zijde van Willem. Een katholiek regiment onder de Graaf van Antrim kreeg op 7 december geen toegang tot Derry, voornamelijk vanwege de onzekere politieke situatie. Tegelijkertijd verklaarden de inwoners hun plicht en loyaliteit aan de koning en de belegering van de stad begon pas in april. Veel Ierse protestanten zochten bij Jacobus om bescherming. Zo weigerde Enniskillen een paar dagen na Derry een katholiek leger toe te laten, maar duurde het nog tot maart voordat ze de zijde van Willem kozen.
De stemming veranderde echter toen het platteland steeds meer wetteloos werd, wat werd verergerd toen Dublin Castle besloot de protestantse militie te ontwapenen. Het gevolg was een vlucht van het platteland naar de steden. De bevolking van Derry groeide van 2.500 in december tot 30.000 in april. Twijfels over de mate waarin Tyrconnell de orde kon handhaven bleven echter niet beperkt tot de protestanten. Veel katholieken zochten veiligheid in het buitenland of in de grote steden. Op 8 maart gaf het Engelse parlement toestemming voor de oprichting van een Iers expeditieleger van 22.230 man, vooral bestaande uit nieuwe rekruten en Europese huurlingen.
Jacobus landde op 12 maart in Kinsale, vergezeld door Franse militairen onder generaal Conrad von Rosen en Engelse, Schotse en Ierse vrijwilligers. Hamilton werd aangesteld als Jakobitische bevelhebber in het noorden en op 14 maart wist hij Oost-Ulster te veroveren door een Williamitische militie bij Dromore te verslaan. Op 11 april startte Burggraaf Dundee een Jakobitische opstand in Schotland. Op de 18e sloot Jacobus zich aan bij het Beleg van Derry en op de 29e brachten de Fransen nog eens 1.500 tot 3.000 Jakobieten aan land in Bantrybaai. Toen medio april Engelse versterkingen aankwamen in Derry, adviseerde gouverneur Robert Lundy hen terug te keren, omdat de stad onverdedigbaar zou zijn. De commandanten van de versterkingen werden door Willem wegens lafheid ontslagen en Lundy ontvluchtte in vermomming de stad.