Erwin Friedrich Karl Rösener (Schwerte, 2 februari 1902 - Ljubljana, 4 september 1946) was een Duitse officier en SS-Obergruppenführer (luitenant-generaal). Hij was generaal in de Waffen-SS en de politie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als HSSPF "Alpenland" (Wehrkreis XVIII, Salzburg) was Rösener gezaghebbend over de nazi-eugenetica- en Volkstumspolitik in Untersteiermark, Karinthië en Neder-Krain. Rösener was ook parlementslid voor de NSDAP in de Rijksdag.

Hij werd schuldig bevonden aan oorlogsmisdrijven en werd op 30 augustus 1946 tot de dood veroordeeld.

Leven Afkomst en studie Rösener werd geboren in het ten westen van het Ruhrgebied gelegen Westfalische industriegebied Schwerte en in de evangelische kerk opgenomen. Schwerte had een bewonersaantal van 12.000 en behoorde tot het Landkreis Hörde. Hij ging tot de vierde klas naar de middelbare school, en van 1913 tot 1916 naar de Realschule in de stad Buer. Na zijn schooltijd volgde hij tussen 1917 en 1921 een opleiding voor elektricien.Birn 1986, p.345. Hij ontwikkelde zich verder, door aansluitend een avondschool in Aken en een technische trainingsschool te volgen. Hierna was hij voor diverse bedrijven werkzaamLongerich 2009, p.332., waarvan Deutschen Elektrizitäts-Werken (DEW) in Aken als laatste.

Politieke carrière Op 6 november 1926 werd hij lid van de NSDAP. Hij werkte tussen 1927 en 1928 als Ortsgruppenleiter in Aken, en daarna als Abschnittsleiter en als verzekeringsvoorzitter bij de gouwleider Rijnland. Gezien zijn lidmaatschap van de NSDAP, werd hij ook in de Sturmabteilung opgenomen. In 1927 was hij al tot SA-Sturmführer (tweede luitenant) bevorderd en leidde in 1928/1929 de SA-Sturm 16 in Aken. In oktober 1929 diende hij een aanvraag in voor toelating tot de SS. Zijn verzoek werd in 1930 goedgekeurd, en hij werd overgedragen in de rang van SA-Sturmführer van de SA naar de SS.

Rösener kreeg het SS-nummer: 3 575, en werd op 4 november 1930 als SS-Oberscharführer (sergeant der 1e Klasse) aan de SS-Sturm 73 in Aken toegewezen. Op 18 februari 1931 volgde zijn bevordering tot SS-Sturmführer. En op 21 december 1931 naar SS-Sturmhauptführer (kapitein). In 1932 ging hij naar de Reichsführerschule in München, en werd daarop op 30 januari 1933 bevorderd tot SS-Sturmbannführer (majoor).

Overname van de macht SS-Oberführer Rösener deelde het hoofd van het SS-Personalamt mee dat hij zich 'momenteel in grote financiële verlegenheid' bevond, hij had in de 'strijdperiode' - zoals alle partijgenoten - grote schulden gemaakt en moest daarna van ondersteuning door zijn ouders en broers en zusters leven.Longerich 2009, p.327.

Na de machtsovername Op verzoek van de in Aken werkzame SS-Sturmbannführer Erwin Rösener moest de hoofdredacteur van de Akense arbeiderskrant, Arthur May, naar een verhoor in Jülich gebracht worden. De politieleiding van Aken, lieten de in Schutzhaft zittende Arthur May aan een aantal SS'ers die in een open vrachtwagen waren afgereisd over. Na zijn transport in de nacht van 21 op 22 juni 1933 werd Arthur May op 22 juni 1933 in de Jülich-citadel door SS-hulppolitie geëxecuteerd. Als doodsoorzaak werd opgegeven; "op de vlucht neergeschoten" („auf der Flucht erschossen“).

Tweede Wereldoorlog Van midden september 1940 tot midden december 1941 was Rösener HSSPF „Rhein“, en aansluitend tot het einde van de oorlog HSSPF „Alpenland“. In deze functie was Rösener in Slovenië bij de partizanenstrijd ingezet. In zijn functie als HSSPF „Alpenland“ gaf hij het bevel tot het doden van burgers, gegijzelden en krijgsgevangenen. Hij werkte samen met Leon Rupnik en Gregorij Rožman. In juli 1944 werd hij tot generaal in de Waffen-SS en de politie (General der Waffen-SS und der Polizei) bevorderd, en een maand later bevorderd tot Obergruppenführer (luitenant-generaal). Vanaf het begin van oktober 1944 was hij de hoogste commandant van de krijgsgevangenen in het militair district 18 (Wehrkreis XVIII), en vanaf april 1945 de commandant van het achterhoede gelegen gebied van de Heeresgruppe E (Rückwärtiges Heeresgebiets).

Veroordeling en terechtstelling links|thumb|Erwin Rösener in afwachting van zijn proces. In mei 1945 vluchtte Rösener naar Oostenrijk, maar werd toch op 17 mei in een militair hospitaal bij Spittal an der Drau in een Wehrmachtsuniform met Wehrmachtsdocumenten door de Britten ontdekt. Hij werd in een groot krijgsgevangenkamp in Cinecitta bij Rome gebracht, en werd vanuit daar weer aan Joegoslavië uitgeleverd. Na een proces werd hij op 30 augustus 1946 tot de doodstraf veroordeeld, en op 4 september 1946 opgehangen. Een andere bron vermeldt een terechtstelling op 31 augustus 1946.

Familie en gezondheid Rösener trouwde op 21 september 1940 met Gudrun Heidinger uit Wiesbaden.

Rösener wendde zich op 22 april 1942 tot Wolff met het verzoek Himmler voorzichtig bij te brengen dat ook zijn tweede huwelijk wegens een aanstaand buitenechtelijk vaderschap was misgelopen, terwijl hij zich schaamde om zelf "voor de Reichsführer te verschijnen om hem te zeggen: Reichsführer, hier sta ik voor de tweede keer en weer moet ik u deze zorgen bereiden". Nadat de scheiding was uitgesproken en Rösener opnieuw in het huwelijk was getreden, maakte Himmler consequent gebruik van Röseners zwakte en ging ertoe over diens huwelijk regelrecht te bewaken.Longerich 2009, p.370.

Rösener was drie keer getrouwd en kreeg in totaal drie kinderen.

Na het onderzoek van Erwin Rösener HSSPS Alpenland, constateerde een specialist in zenuwziekte in mei 1944: "bij deze bijzonder krachtige, gezonde 42-jarige man een uitputting van de zenuwkrachten die enerzijds wordt veroorzaakt door overmatige en aanhoudende belasting, anderzijds door vegetatieve storingen als gevolg van schildklierproblemen, die door zijn levenswijze veroorzaakt en verergerd worden. Het gaat dus om een vermoeidheidstoestand die op de uitputting van de aanzienlijke reservekrachten terug te voeren is."Longerich 2009, p.328.

In augustus 1944 gaf een andere arts na onderzoek het advies om Rösener op te laten nemen in de SS-villa Karlsbad thumb|SS-Gruppenführer Rösener in gesprek met Lev Rupnik en Gregorij Rožman.

Carrière Rösener bekleedde verschillende rangen in zowel de Sturmabteilung als Allgemeine-SS. De volgende tabel laat zien dat de bevorderingen niet synchroon liepen. Datums Sturmabteilung Allgemeine-SS Heer Politie Waffen-SS 6 november 1926Tixier 2019, p.SS OGRUF RÖSENER. SA-Mann 1929 SA-Sturmführer 4 november 1930Schulz 2009, p.299. SS-Anwärter 4 oktober 1930 - 4 november 1930 SS-Mann 6 november 1930(met ingang van 4 november 1930Schulz 2009, p.300.) SS-Truppführer 4 november 1930 SS-Oberscharführer 26 februari 1931(met ingang van 18 februari 1931) SS-Sturmführer 21 december 1931Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP van 01.07.1935. p.10-11. Geraadpleegd op 6 januari 2019. SS-Sturmhauptführer 20 februari 1933(met ingang van 30 januari 1933) SS-Sturmbannführer 20 november 1933(met ingang van 9 november 1933) SS-Obersturmbannführer 13 mei 1934(met ingang van 12 mei 1934Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP van 01.10.1934. p.8-9. Geraadpleegd op 6 januari 2019.) SS-Standartenführer 30 maart 1935 Gefreiter der Reserve und Reserve-Offizier-Anwärter 1 januari 1936 Unteroffizier der Reserve 13 september 1936Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP van 01.12.1937. p.16-17. Geraadpleegd op 6 januari 2019. SS-Oberführer 9 november 1939 SS-Brigadeführer 15 april 1941 Generalmajor in de politie 9 november 1941SS Officers List 2000, p.10. SS-Gruppenführer Generalleutnant in de politie 1 augustus 1944Klee 2003, p.503.(met ingang van 1 juli 1944) SS-Obergruppenführer Generaal in de politie Generaal in de Waffen-SS

Lidmaatschapsnummers NSDAP-nr.: 46 771 (lid geworden 6 november 1926Yerger 1997, p.74.Axis Biographical Research: SS UND DEUTSCHEN POLIZEI, SS-OBERGRUPPENFÜHRER & GENERAL DER POLIZEI, RÖSENER, Erwin (DKiG). Geraadpleegd op 6 januari 2019.) SS-nr.: 3 575 (aangemeld oktober 1929; geaccepteerd in 1930)

Onderscheidingen Selectie: IJzeren Kruis 1939, 1e KlasseDienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP vom 30. Januar 1944. p.10. (14 december 1943Schulz 2009, p.301.) en 2e Klasse (15 augustus 1942) Dws-xip: Erwin Rösener. Geraadpleegd op 12 juni 2019. Duits Kruis in goud op 27 januari 1945 als SS-Obergruppenführer en Generaal in de Waffen-SS en de politie en HSSPF "Alpenland" Gouden Ereteken van de NSDAP (nr.46771MOB Finder Online: Das Goldene Parteiabzeichen. Geraadpleegd op 29 maart 2021.) in 1934 Bandenkampfabzeichen in zilver op 12 augustus 1944 Kruis voor Oorlogsverdienste, 1e KlasseTRACESOFWAR: Rösener, Erwin. Geraadpleegd op 12 juni 2019. Gearchiveerd op 6 december 2021. (20 april 1942) en 2e Klasse (20 januari 1942) met Zwaarden Commandeurskruis in de Orde van Verdienste (Hongarije) op 27 maart 1939 Grootofficier in de Sint-Alexanderorde (Bulgarije) in maart 1944

Afkorting mit der Führung beauftragt (m. d. F. b.) - vrije vertaling: met het leiderschap belast

Externe links Axis History Forum: Lebenslauf van Rösener. The Last Battle Fought by the Pohorje Battalion Command no. 106 issued by the Commander of the Order Police of the Alpenland District

Zie ook Lijst van SS-leiding in de generaalsrang Lijst van SS- und Polizeiführer

Rösener Rösener Rösener Rösener Rösener Rösener Rösener Rösener Rösener