Constance Georgine Markievicz (Londen, 4 februari 1868 – Dublin, 15 juli 1927) was een Iers politicus, revolutionair, pamflettist, nationalist, suffragette en socialist, afkomstig uit de Brits-Ierse landadel. In de volksmond werd ze Countess Markievicz genoemd of soms The Rebel Countess.

Als landschapsschilder verkeerde ze aanvankelijk in artistieke en literaire kringen. In 1898 raakte Markievicz actief betrokken bij de nationalistische politiek in Ierland. Later sloot zij zich aan bij Sinn Féin en was medeoprichter van verschillende andere (patriottische) organisaties, zoals de jeugdorganisatie Fianna Éireann, de vrouwenorganisatie Cumann na mBan en het privéleger Irish Citizen Army. Vanwege haar activisme werd Constance Markievicz meermalen gevangen gezet. Na haar deelname aan de Paasopstand – waarmee Ierse republikeinen in 1916 probeerden de Britse overheersing te beëindigen en een Ierse Republiek te stichten – is zij ter dood veroordeeld. Op grond van haar geslacht werd die straf omgezet naar levenslang. Ze werd vrijgelaten bij de algemene amnestie die de regering in Londen in 1917 verleende aan alle deelnemers aan de opstand.

Een jaar later was zij de eerste vrouw die in het Britse Lagerhuis werd verkozen. Zij nam echter geen zitting in het Lagerhuis, maar vormde samen met de andere parlementsleden van Sinn Féin het eerste Dáil Éireann (het lagerhuis in het Iers parlement). Markievicz was minister van Arbeid van april 1919 tot januari 1922, in het tweede en derde kabinet van de revolutionaire Ierse Republiek. Daarmee werd ze zowel de eerste vrouwelijke minister in Ierland, als de tweede vrouwelijke minister in Europa.

Markievicz verliet de regering in januari 1922 en vocht vervolgens actief voor de republikeinse zaak in de Ierse Burgeroorlog. Ze verliet Sinn Féin en voegde zich in 1926 bij de nieuw op te richten partij Fianna Fáil. Bij de algemene verkiezingen van juni 1927 werd ze herkozen. Zij stierf echter voordat ze zitting kon nemen in het parlement.

Jeugd miniatuur|Lissadell House Constance Georgine Gore-Booth werd in 1868 geboren in Buckingham Gate, een straat in de wijk Westminister in Londen. Zij was de oudste dochter van Lady Georgina Hill en de Arctische ontdekkingsreiziger en avonturier Sir Henry Gore-Booth, 5e baronet. Haar vader was een Engels-Ierse landgoedeigenaar, die een landgoed van 100 km2 bestierde.

Tijdens de Ierse hongersnood van 1879-1880 verstrekte Sir Henry gratis voedsel aan de huurders op zijn landgoed Lissadell House in het noorden van County Sligo, in het noordwesten van Ierland. Haar vader inspireerde Constance en haar jongere zus Eva daarmee tot sterke betrokkenheid bij arbeiders en de armen.

De zussen waren jeugdvrienden van de dichter WB Yeats, die Lissadell House vaak bezocht. Zij werden beïnvloed door zijn artistieke en politieke ideeën. Yeats schreef een gedicht over hen, "In memory of Eva Gore-Booth en Con Markievicz", waarin hij de zusters beschreef als "twee meisjes in zijden kimono's, beide mooi, één een gazelle" (de gazelle is Constance).

Eva raakte later in Groot-Brittannië betrokken bij de arbeidersbeweging en het vrouwenkiesrecht; Constance deelde deze idealen van haar zuster in eerste instantie niet.

Huwelijk miniatuur|upright| Constance Markievicz met haar dochter en stiefzoon in 1904 Constance Gore-Booth besloot om zich toe te gaan leggen op schilderen, maar toentertijd accepteerde slechts één kunstacademie in Dublin vrouwelijke studenten. In 1892 ging zij daarom studeren aan de Slade School of Art in Londen. Daar woonde ze in het Alexandra House for Art Pupils, aan Kensington Gore, ten zuiden van Hyde Park. Een van de ouderejaars, die toen ook in Alexandra House woonde, was de Brits-Belgische kunstenares Blanche Georgiana Vulliamy.

Gore-Booth begon in die tijd voor het eerst politiek actief te worden en sloot zich aan bij de National Union of Women's Suffrage Societies (NUWSS). In 1898 verhuisde ze naar Parijs en daar schreef zij zich in aan de prestigieuze Académie Julian, waar ze haar toekomstige echtgenoot Casimir Dunin-Markievicz ontmoette. Hij was een kunstenaar uit een rijke Poolse familie uit Oekraïne.

Casimir Markievicz stond in Parijs bekend als ‘Comte Markievicz’. Toen familieleden van Constance informatie inwonnen over de geldigheid van die titel, bracht de Russische geheime politie hen ervan op de hoogte dat hij de titel "zonder recht" had aangenomen en dat er nooit een "graaf Markievicz" in Polen was geweest. Het Departement voor Genealogie in Sint-Petersburg zei echter dat hij wel gerechtigd was zich van adel te noemen.

Markievicz was destijds getrouwd, hoewel het paar gescheiden van tafel en bed leefde. Zijn vrouw stierf echter in 1899 en hij huwde Constance Gore-Booth op 29 september 1900 in Londen. Sindsdien werd zij aangesproken als "gravin Markievicz". In november 1901 beviel ze in Lissadell House van hun dochter Maeve.Maeve de Markievicz, Daughter of Constance, SligoHeritage.com Het meisje werd opgevoed door haar grootouders Gore-Booth en raakte uiteindelijk van haar moeder vervreemd, doordat deze in Oekraïne woonde. Voor Casimirs zoon Stanislas was Constance wel als een moeder. Gedrieën verhuisden zij enkele jaren later naar Ierland.

Dublin miniatuur|upright| Schets van Constance Markievicz door John Butler Yeats De familie Markievicz vestigde zich in 1903 in Dublin en verkeerde in artistieke en literaire kringen. Constance verwierf een reputatie als landschapsschilder.Gore-Booth, Eva, The one and the many, London: Longmans, Green & Co., 1904. Kopie met handgeschilderde illustraties van Constance Markievicz bewaard in de Manuscripts & Archives Research Library, The Library of Trinity College Dublin. In 1905 ondersteunde zij, samen met de kunstenaars Sarah Purser, Nathaniel Hone, Walter Osborne en John Butler Yeats, de oprichting van de United Arts Club, een initiatief om iedereen met een artistieke of literaire gave met elkaar in contact te brengen.

Deze groep omvatte leidende personen uit de Gaelic League, een bond die was opgericht door de toekomstige eerste president van Ierland, Douglas Hyde. Hoewel deze bond formeel apolitiek was en zich bezighield met het behoud van de Ierse taal en cultuur, bracht hij veel patriotten en toekomstige politieke leiders samen.

Sarah Purser, die de jonge zusters Gore-Booth in 1882 in opdracht had geportretteerd, organiseerde regelmatig salonmiddagen waar kunstenaars, schrijvers en intellectuelen bijeenkwamen uit de kampen aan weerszijden van de nationalistische scheidslijn. Tijdens zo’n gelegenheid bij Purser ontmoette Markievicz de revolutionaire patriotten Michael Davitt, John O'Leary en Maud Gonne.

In 1907 huurde Constance Markievicz een huisje op het platteland bij Dublin. De vorige huurder, de dichter Padraic Colum, had verschillende edities achtergelaten van The Peasant en Sinn Féin. Deze revolutionaire tijdschriften propageerden de Ierse onafhankelijkheid van de Britse overheersing. Toen Markievicz de artikelen hierin las, besloot zij in actie te komen.Anne Haverty, Constance Markievicz: Irish Revolutionary (Lilliput Press: Dublin, 2016), pp.73-74.

Politieke activiteiten miniatuur|upright|Beeldhouwwerk van Constance Markievicz in het Markievicz Leisure Centre, Dublin In 1908 raakte Markievicz actief betrokken bij de nationalistische politiek in Ierland. Zij sloot zich aan bij de beweging Sinn Féin en bij Inghinidhe na hÉireann ('Dochters van Ierland'), een revolutionaire vrouwenbeweging opgericht door actrice en activiste Maud Gonne, de muze van WB Yeats. Toen Markievicz naar de eerste vergadering van deze vrouwenbeweging ging, kwam zij rechtstreeks uit Dublin Castle – het centrum van de Britse macht in Ierland – gekleed in een satijnen baljurk en getooid met een tiara ingelegd met diamanten. Uiteraard bekeken de andere leden haar daardoor vijandig. Deze benadering, die haaks stond op de ‘koutou’ waarmee zij gewoonlijk werd bejegend, ervoer zij als verfrissend en maakte haar alleen maar gretiger om aan de vrouwenbeweging deel te nemen. Zij trad met Maud Gonne op in verschillende toneelstukken in het nieuw gebouwde Abbey Theatre, een instituut dat een belangrijke rol zou gaan spelen in de opkomst van het cultureel nationalisme.

Datzelfde jaar speelde Markievicz een dramatische rol in de tactiek voor de campagne van de suffragettes om zich tegen de herverkiezing van Winston Churchill in het Britse parlement te kanten tijdens de ‘Manchester North West by-election’.Deze extra (tussentijdse) verkiezingen waren nodig, omdat Churchill een belangrijke post in het kabinet had gekregen; hij was President of the board of trade, een commissie van de Privy Council van het Verenigd Koninkrijk (een raad van adviseurs van de soeverein des lands). Om de zaak van de suffragettes te promoten maakte zij flamboyant haar opwachting in dit kiesdistrict, terwijl ze de vier witte paarden mende die haar ouderwetse koets voorttrokken. Een man interrumpeerde haar vervolgens tijdens een toespraak en vroeg of zij een diner kon bereiden, waarop zij antwoordde: “Jawel. Kunt u een vierspan mennen?”

Haar zus Eva was inmiddels naar Manchester verhuisd om bij haar medesuffragette en partner Esther Roper in te trekken en beiden voerden samen met Constance Markievicz campagne tegen Churchill. Winston Churchill verloor de verkiezingen ten faveure van de conservatieve kandidaat William Joynson-Hicks, deels ten gevolge van de oppositie van de suffragettes.

Fianna Éireann In 1909 richtten Markievicz en Bulmer Hobson de jeugdorganisatie Fianna Éireann op, een paramilitaire nationalistische scoutingorganisatie die tienerjongens instrueerde in het gebruik van vuurwapens. Tijdens de eerste bijeenkomst op 16 augustus 1909 werd ze bijna uit de organisatie gezet, omdat vrouwen geen deel zouden mogen uitmaken van een beweging die fysiek geweld gebruikte. Maar Hobson steunde haar en zij werd in het bestuur gekozen.

Irish Republican Brotherhood In 1911 werd ze voor de eerste keer gevangen gezet, voor haar toespraak tijdens een demonstratie van de Irish Republican Brotherhood (Iers Republikeinse Broederschap) die was bijgewoond door 30.000 mensen en werd georganiseerd om te protesteren tegen het bezoek van George V aan Ierland. Tijdens dit protest deelde Markievicz pamfletten uit, hield zij grote spandoeken op met de tekst: Lief land, je bent nog niet veroverd. Ook gooide zij stenen naar foto's van de koning en de koningin en probeerde ze de gigantische Britse vlag die van Leinster House af was gehaald te verbranden.

James McArdle werd vervolgens ten onrechte een maand lang gevangen gehouden voor dit incident, ondanks het feit dat Constance Markievicz in de rechtbank had verklaard dat zij de verantwoordelijke was. Haar vriendin Helena Molony werd gearresteerd voor haar aandeel in het stenen gooien. Zij was daarmee, sinds de radicale protesten van de Ladies Land League (1881-1882), de eerste vrouw in Ierland die werd berecht en gevangen gezet voor een politieke daad.

Irish Citizen Army Markievicz werd ook lid van James Connolly's socialistische Irish Citizen Army (ICA), het Iers Burger Leger, een kleine vrijwilligersknokploeg opgericht in reactie op de ‘lock-out’ van 1913,Tijdens de ‘lock-out’ werden 30 000 reguliere arbeiders, die in vaste dienst waren maar in het najaar van 1913 staakten voor betere leefomstandigheden, door hun werkgevers buitengesloten en verrichtten ingehuurde vervangers hun werk. om demonstrerende arbeiders te beschermen tegen de politie. Aan haar is het volgende modeadvies voor vrouwelijke leden van het ICA toegeschreven. "Kleed je passend in korte rokjes en stevige laarzen, laat je juwelen in je kluis bij de bank en koop een revolver."