miniatuur|Het Heidelberger Vat is groot genoeg om op te dansen miniatuur|Tekening van het eerste reuzenvat van Heidelberg Het Heidelberger Vat (Duits: Großes Fass) is een extreem groot wijnvat, dat zich bevindt in de kelder van het Schloss Heidelberg in de Duitse stad Heidelberg. In 1751, het bouwjaar, had het vat een capaciteit van 221.726 liter. Door de uitdroging van het hout is de huidige capaciteit 219.000 liter. Honderddertig eiken zijn gekapt voor het maken van de ton. Het vat is echter zelden daadwerkelijk gebruikt als wijnvat, het is vooral een toeristenattractie. Op de bovenzijde is zelfs een dansvloer gemonteerd.Phil Germanguy (2019) Persoonlijke correspondentie: Introductie van het Heidelberger Vat. Italië: Rome Het in 1934 gebouwde Riesenfaß te Bad Dürkheim is echter groter.

Geschiedenis Het kasteel van Heidelberg heeft een traditie van buitensporig grote wijnvaten. In de geschiedenis van Heidelberg zijn er vier van dit soort tonnen geweest. Het huidige vat is het vierde. Johann-Casimir-Fass (1591) Karl-Ludwig-Fass (1664) Karl-Philipp-Fass (1728) Karl-Theodor-Fass (1751)

Toen het Franse leger in de Negenjarige Oorlog (1688-1697) het kasteel bezette, geloofden de soldaten dat het vat vol zou zitten met wijn. Zij lieten sporen achter op het vat die nog steeds zichtbaar zijn.

Volgens een lokale legende is er een eeuwige bewaker van het gigantische vat: Perkeo van Heidelberg, een vroegere hofnar en opzichter van de drankproductie van het kasteel, die bekend stond om zijn overvloedig drinken.

Het vat wordt herdacht met een gevelsteen genaamd T Heydel Berghs Vadt die oorspronkelijk op Rokin 90 te Amsterdam stond maar is verplaatst naar Kolksteeg 12.

Het vat in de literatuur miniatuur|Het vat circa 1900 Het vat is genoemd in: Rudolf Erich Raspe: The Surprising Adventures of Baron Munchausen Jules Verne: Vijf weken in een luchtballon Victor Hugo: Les Misérables Washington Irving: The Specter Bridegroom Mary Hazelton Wade: Bertha Mark Twain: A Tramp Abroad Wilhelm Busch: Die fromme Helene Herman Melville: Moby-Dick Heinrich Heine: Lyrisches Intermezzo, later gebruikt in Dichterliebe door Robert Schumann voor het laatste lied Die alten, bösen Lieder (het oude kwaadaardige lied).

De Engelse schrijver Jerome K. Jerome bezocht de ton in 1890, tijdens de terugtocht van zijn reis naar Oberammergau:

Anton Praetorius, de eerste Calvinistische pastoor van de wijnproducerende gemeenschap Dittelsheim, bezocht de buurt van Heidelberg, in het centrum van Calvijns theologie in Duitsland. Hij was zo onder de indruk van het Johann-Casimir-Fass, dat hij een gedicht schreef in 1595. In dit gedicht noemde hij het vat een duidelijk bewijs voor de superioriteit van het Calvinisme, genaamd Vas Heidelbergense (Poem on the Great Wine Barrel in the Castle of Heidelberg).

Overig werk waarin het vat wordt beschreven: Vas Heidelbergense, Heidelberg, oktober 1595 (Gedicht over het eerste Grote Wijnvat in kasteel Heidelberg. Nog maar een versie hiervan, vertaald naar het Duits door Burghard Schmanck) Stefan Wiltschko, The Big Vat, Heidelberg, 2002 (ook beschikbaar in Frans, Japans, Spaans en Duits) Andreas Cser en Stefan Wiltschko: Das Große Fass im Schloss Heidelberg, Neckargemünd-Dilsberg, 1999 Das grosse Fass zu Heidelberg ein unbekanntes Kapitel kurpfälzischer Kunstgeschichte, July Sjöberg, editor, Neckargemünd-Dilsberg, 2004 Hartmut Hegeler en Stefan Wiltschko: Anton Praetorius und das 1. Große Fass von Heidelberg Unna, 2003

Externe links Anton Praetorius und das 1. Grosse Faß von Heidelberg (gearchiveerd)

Categorie:Heidelberg Categorie:Wijnverpakking en -opslag