Peter Johannes (Piet) van den Hurk (Utrecht, 1 maart 1900 - Maartensdijk, 14 december 1983) was een Nederlandse dirigent en fluitist.
Hij was een zoon van Peter Johannes van den Hurk en Chris van Essen. In 1914 begon hij als jong violist in dansinstituten te spelen. Hiermee verdiende hij zijn fluitlessen. Al jong ging hij harmonieorkesten leiden. Hij kreeg zijn opleiding tot fluitist van Cor Kwant en werkte sinds 1918 als fluitist bij het Utrechts Stedelijk Orkest, een functie die hij tot 1965 uitoefende. Vanaf 1945 als solofluitist. Tevens was hij hoofdleraar aan het [Utrechts Conservatorium.
Hij was tot 1978 leider van het door hem in 1962 opgerichte fluitenensemble van de "Federatie van Amateur Symfonie Orkesten" (FASO: twaalf fluitisten waaronder zijn zoon Piet). Het ensemble vierde in 2002 haar veertigjarig bestaan. Via de NCRV, waar hij meerdere orkesten en koren leidde, werd hij hoofdredacteur "Kamermuziek uit heden en verleden " In 1974 ging hij officieel met pensioen.
Hij trouwde in 1934 met Rie Smallenburg, die hij bij de NCRV had leren kennen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog Hij werd in februari 1943 opgepakt door de Duitse bezetter. Hij wilde niet voor Duitsers spelen, wilde geen lid van de kultuurkamer worden, wilde niet weten wie al dan niet joods waren en trakteerde het orkest bij de nederlaag bij Stalingrad. Hij werd door een collega verraden. Hij werd gevangen gezet in de gevangenis aan de Amstelveenseweg en later in Kamp Vught. Hier waren meerdere bekende musici. Zijn vrouw was moedig en bracht hem instrumenten en partituren. Hij leidde er een kamporkest waarvan ook trompettist Pieter Dolk van het Residentie Orkest deel uitmaakte. Hij kreeg van het sjouwen van stenen en ondervoeding longontsteking en reuma. Eind mei 1944 werd hij naar Dachau getransporteerd (ingeschreven 26 mei). Ook daar werd hij leider van het kamporkest. Hij maakte daar op 26 april 1945 de bevrijding van het kamp mee, waarbij de SS-wachters werden neergeschoten.
Categorie:Nederlands fluitist Categorie:Nederlands dirigent