De Wilhelminasingel is een straat, singel of boulevard in de Nederlandse stad Maastricht. De circa 650 m lange singel in het stadsdeel Wyck was ooit een deftige woonstraat voor welgestelden, maar is tegenwoordig vooral een drukke verkeersweg. De Wilhelminasingel heeft een bebouwing van voornamelijk herenhuizen uit de periode rond 1900. Het Mariamonument op de kruising met de Stationsstraat verwijst naar de geschiedenis van Maastricht als Mariastad en bisschopsstad.

Naamgeving De Wilhelminasingel is in 1892 genoemd naar de destijds 11-jarige Wilhelmina der Nederlanden, die van 1890 tot 1948 koningin der Nederlanden was. Aanvankelijk werd de straat aangeduid als 'Boulevard' of 'Singelweg'. De huidige naam past in een reeks vernoemingen van leden van het Koninklijk Huis: Willemspark (1881; thans Villapark), Koningin Emmaplein (1903) en Julianaplein (1909; thans Keizer Karelplein). Andere singelnamen verwijzen meer in het algemeen naar souvereinen: Prins Bisschopsingel, Hertogsingel, Statensingel en Fransensingel.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), pp. 38, 43, 51, 52, 58 en 72.

Ligging De straat ligt aan de oostzijde van het Maastrichtse stadscentrum, op de rechter Maasoever. Het noordelijk deel vormt de grens tussen de centrumbuurten Wyck en Sint Maartenspoort; het zuidelijk deel ligt geheel in Wyck. De Wilhelminasingel loopt min of meer van noordwest naar zuid tussen de Wilhelminabrug en de kruising Akerstraat/Avenue Céramique/Hoogbrugplein. Daartussen liggen aan de westzijde zes zijstraten, van noord naar zuid: Franciscus Romanusweg, Sint Maartenspoort, Sint Maartenslaan, Stationsstraat, Bourgognestraat en Hoogbrugplein; aan de oostzijde zijn dat er zeven: Franciscus Romanusweg, Matthias Wijnandsstraat, Antoon Lipkensstraat, Sint Maartenslaan, Stationsstraat, Bourgognestraat en Akerstraat.

Verkeer en inrichting De Wilhelminasingel behoort tot de drukkere verkeerswegen in Wyck. De weg bestaat uit een middendeel voor het doorgaand verkeer met twee rijbanen (exclusief voorsorteerstroken nabij de Akerstraat en busbanen/-haltes bij de Stationsstraat) en twee vrijliggende ventwegen voor het bestemmingsverkeer. De ventwegen doen tevens dienst als fietspaden en zijn voorzien van voetpaden en dubbele parkeerstroken met langsparkeren aan de kant van de huizen en schuinparkeren in de groenstrook. De vrij brede groenstroken liggen tussen de hoofdrijbaan en de ventwegen en zijn beplant met een dubbele bomenrij en heesters. Bij de kruising met de Stationsstraat zijn tevens korte middenbermen aanwezig; op het kruispunt zelf neemt de middenberm de vorm aan van een verhoogd pleintje, waarop het Mariamonument is geplaatst.

Ten noorden van de kruising met de Sint Maartenslaan gaat het middendeel van de weg geleidelijk over in de toerit naar de Wilhelminabrug. Hier ontbreken de groenstroken en bepalen scheidsmuren tussen de hoofdweg en de ventwegen het aanzien van de straat. Deze naar de Maas toe geleidelijk hoger wordende muren zijn bekleed met Kunradersteen en voorzien van ijzeren balustrades. Tussen de Sint Maartenspoort en de Matthias Wijnandsstraat wordt deze barrière doorbroken door een voetgangerstunnel. Bij de deels ongelijkvloerse kruising met de Franciscus Romanusweg is een viaduct, evenals langs de Maas in het Griendpark. Het middendeel van de brugaanlanding is voorzien van fietsstroken. De oostelijke ventweg loopt ter hoogte van de Maasresidentie dood (op een smalle trap naar de Franciscus Romanusweg na). De aanlanding van de brug deelt de straat Sint Maartenspoort-Matthias Wijnandsstraat in tweeën; ter plekke bevindt zich een voetgangerstunnel. De kruising met de Stationsstraat en die met de Akerstraat-Avenue Céramique-Hoogbrugplein zijn beveiligd met verkeerslichten.

Geschiedenis De geschiedenis van het gebied rond de Wilhelminasingel loopt tot eind 19e eeuw parallel met die van de vesting Maastricht. Na de sloop van de vestingwerken werd de straat aangelegd als rustige singelweg, die eerst door de bouw van de Wilhelminabrug in de jaren 1930, daarna door de aansluiting op de Scharnerwegtunnel in de jaren 60, en ten slotte door de verlenging via de Avenue Céramique in de jaren 90 transformeerde tot een drukke doorgaande weg.

Vestinggordel (tot 1867)

De op de rechter Maasoever gelegen voorstad Wyck was altijd veel kleiner dan het stadsdeel op de linker Maasoever. De oorspronkelijke Wycker stadsmuur had een lengte van ca. 1500 m. Aan de veldzijde lag een gracht die omstreeks 1400 was voltooid. Tussen 1477 en 1485 werd de verdediging van Wyck verbeterd door de aanleg van een nieuwe wal, die min of meer parallel liep aan de bestaande muur. De smalle strook tussen de oude muur en de nieuwe wal bleef onbebouwd. De nieuwe enceinte bestond vanaf dat moment uit een dubbele wal met twee grachten, beide gevuld met Maaswater, waarvan de binnenste min of meer het tracé van de huidige Wilhelminasingel volgde.Zie interactieve kaart Maastricht op hisgis.nl. Selecteer bij kaartlagen: 'Kadaster 1842 percelen (rood, open)', 'Kadaster 1842 gebouwen (naar soort)' en 'Luchtfoto'.

De Wycker stadswal had, naast enkele poternes, twee hoofdpoorten: de Hoogbrugge- of Duitse Poort en de Sint-Maartenspoort. De Hoogbruggepoort lag op het punt waar de oude stadsmuur en de nieuwe wal min of meer samenvielen. De poort werd in de 15e eeuw uitgebreid met twee ronde torens die half in de gracht stonden. De Hoogbrugge of Hoge Brug, een stenen boogbrug over de vrij brede Maasarm die hier de gracht vormde, werd in 1412 gebouwd. Van de Sint-Maartenspoort zijn meerdere versies bekend; de poort werd enkele malen verplaatst. Ook hier lag een stenen brug. De vernieuwde stadswal was versterkt met zes zware waltorens. Het onderhoud en de verdediging van de wal was in handen van drie kerspels: het Sint-Maartens-, het Sint-Evergislus- en het Sint-Amorkerspel.Morreau (1979), pp. 4-8, 109-139.

Vanaf de 16e eeuw, toen de vuurkracht van kanonnen sterk toenam, was het zaak om de belegeraars zover mogelijk van de stadsmuur vandaan te houden. Bij de Sint-Maartenspoort werd van 1543-47 het eerste Wycker bolwerk aangelegd (a op de maquette hieronder), een versterkte uitbouw van de poorttoren. In 1554 werd begonnen met de bouw van het Mariabolwerk, later Galgenbastion genoemd (b), duidelijk te zien op het panorama van de stad in de atlas Civitates orbis terrarum van Braun & Hogenberg. In 1598 kwam op de zuidoosthoek het Parmabastion gereed (c). Het duurde tot begin 18e eeuw voordat de gehele Wycker wal bemuurd was.Morreau (1979), pp. 138-139.

thumb|left|260px|De Wycker vestingwerken buiten de Duitse Poort (1) en de Sint-Maartenspoort (2) op de Maquette van Maastricht, ca. 1750 Begin 17e eeuw werd een begin gemaakt met de bouw van buitenwerken, waardoor Wyck in de eeuwen daarna steeds meer ingekapseld raakte. Toch hadden de vestingwerken hier niet dezelfde omvang als in de Hoge Fronten op de linker Maasoever, omdat het drassige gebied in het winterbed van de Maas voor belegeraars niet aantrekkelijk was. Om te beginnen werden vóór 1632 buiten de Wycker stadspoorten ravelijnen aangelegd. Het ravelijn De Raaf bij de Duitse Poort bleef twee en een halve eeuw in functie (D); het ravelijn bij de Sint-Maartenspoort werd al in 1632 vervangen door de lunet Sint-Anthony (E). Na de inname van de stad door Frederik Hendrik werden daaraan toegevoegd: de halvemanen tegenover het Sint-Maartens- en het Parmabastion (beide omstreeks 1674 vervangen), het ravelijn Limmel (F), de lunet Valkenburg (G) en het ravelijn aan de Hoge Maaspunt (H).Morreau (1979), pp. 275-281.

Dat de buitenwerken niet voldeden bleek bij het beleg van 1673, toen de stad in minder dan twee weken door Lodewijk XIV werd ingenomen. De beroemde Franse vestingbouwer Vauban maakte na de inname een ontwerp voor de verdediging van de voorstad, dat reeds eind 1674 ten uitvoer was gebracht. De eerder genoemde halvemanen werden vergraven en de andere buitenwerken zodanig aangepast dat ze gezamenlijk een enveloppe vormden. In 1675 werden buiten deze enveloppe twee lunetten toegevoegd: Turenne (J) en Enghien (K). Het is niet duidelijk of deze werken door Vauban al waren voorzien. De buitenwerken die in de 18e eeuw hieraan werden toegevoegd lagen verder van de stadswal verwijderd en hadden geen invloed op het latere tracé van de Wilhelminasingel. Op de door de Fransen omstreeks 1750 gebouwde Maquette van Maastricht zijn deze werken duidelijk te herkennen.

Vanaf het midden van de 18e eeuw werd de enveloppe van Vauban als achterhaald beschouwd. Pieter de la Rive (1694-1771) en Carel Diederik du Moulin (1728-1793), twee ambitieuze directeuren van het Departement van Fortificatiën van Overmaze, waaronder de vesting Maastricht ressorteerde, maakten beiden nieuwe plannen voor de Wycker buitenwerken, die onuitgevoerd bleven. Wel werden langs de Maas ten noorden van Wyck de zogenaamde "werken van De Veye" gerealiseerd. Omstreeks 1794 kwam tussen de lunetten Turenne en Enghien een dubbele caponnière tot stand. Na de scheiding van Nederland en België verloor de vesting Maastricht haar belang voor de landsverdediging en werd er nauwelijks nog onderhoud gepleegd. In 1866, een jaar voor de opheffing van de vesting, werd tussen het Galgenbastion en het Sint-Maartensbastion de Stationspoort gebouwd, die een directere verbinding met het stationsemplacement van Maastricht (met drie aparte stations!) mogelijk maakte. De eenvoudig uitgevoerde poort werd twee jaar later alweer afgebroken.Morreau (1979), pp. 138, 236-239.Zie ook kaart van de vestingwerken anno 1867, in 2006 door Guido Provaes getekend voor Stichting Maastricht Vestingstad op forum.mestreechonline.nl.

Singelweg (1867–1934) thumb|Zicht op de spoorwegovergang van Wyck met oppervlakkig gesloopte vestingwerken, gezien vanaf Villa Wyckerveld, 1882 Na de opheffing van de vestingstatus in 1867 werd de vesting Maastricht in opdracht van het Ministerie van Oorlog ontmanteld, waarna de gronden werden overgedragen aan de Dienst der Registratie en Domeinen voor verdere sloop en herbestemming. De stadspoorten vielen onder de zeggenschap van het gemeentebestuur.Evers (2004), 'Ontmanteling en slechting'. In Wyck bleef vrijwel niets gespaard. De afbraak van de sinds 1633 niet meer in gebruik zijnde Sint-Maartensbinnenpoort met aansluitende muurgedeelten was op aandringen van het kerkbestuur van de Sint-Martinuskerk al in 1857 gebeurd. De Duitse Poort en de andere drie(!) Sint-Maartenspoorten werden in 1868 en 1869 gesloopt, samen met de bolwerken en de tussenliggende wallen.Morreau (1979), pp. 118-120, 137-139. De slechting van de meeste buitenwerken was in Wyck in 1869 voltooid.Morreau (1979), p. 280. Het egaliseren en bouwrijp maken van de grond duurde echter langer, zoals op een foto uit circa 1880 is te zien. Doordat meestal oppervlakkig werd gesloopt zijn in veel gevallen ondergronds delen van vestingwerken bewaard gebleven.

thumb|left|180px|Onvoltooide singelstructuur, ca. 1890-95, met grotendeels onbebouwde Wilhelminasingel doodlopend op het terrein van de Société Céramique