Warner Adriaan van Es (Beilen, 14 mei 1952 – Limoges, 28 juli 2020)Warner van Es op Mensenlinq (geraadpleegd 4 januari 2026) was een Nederlandse componist.

Opleiding Hij was zoon van Heike Jantje Mein en predikant Adrianus van Es.

Van Es studeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, instrumentale compositie bij Louis Andriessen en elektronische compositie bij Jan Boerman. Al tijdens zijn opleidingen, hij studeerde in 1983 af, werd hij ingeschakeld door de dansgroep rond Krisztina de Chatel; het werd een experimenteel dansstuk. In 1983 zei hij tegen de Leidse Courant dat hij al in zijn jeugd op allerlei materialen zat te tikken en slaan, liefst op hout. Er kwam daar zelfs een experimenteel muziekinstrument uit voort, de PSI5 (Plank Snaar Instrument).Sylvia van Leeuwen, Leidse Courant, 4 oktober 1983 (geraadpleegd 4 januari 2026). Hij werkte in die jaren vanuit Leiden. Compositorische uitgangspunten Van Es' vroegste werken (Rainbow, 1973, en Antithese, 1975) waren muziektheaterproducties die Van Es zelf schreef, regisseerde en organiseerde. Popmuziek, en dus tonaliteit, vormde de basis voor de composities.

Vervolgens deed Van Es zijn eerste stappen als minimale componist (Tracé 77, 1977/1985).Ariejan Korteweg, ''Geen noten en geen ritme, louter geluid'', Leidsch Dagblad 22 februari 1985. De tonaliteit verdween uit zijn composities, toen hij tijdens zijn studie aan het conservatorium in aanraking kwam met twaalftoonsmuziek (Ouròboros, 1979). Om meer beheersing te krijgen over het eindresultaat, verkleinde hij het gebruikte aantal noten tot acht (Birgitta, 1980). Dit proces versnelde onder invloed van wat hij als elektronisch componist doormaakte: de toonhoogte werd relatief. Van Es maakte in zijn elektronisch werk een belangrijke keuze door alleen maar te werken vanuit bestaande, en dus niet-synthetische, klankbronnen.

Vervolgens werkte Van Es in opdracht gaan voor theatermaker Hinderik de Groot met elektronische, en voor choreografe Krisztina de Châtel met minimale composities.

De basis van de tonaliteit keerde terug binnen een minimaal stuk (Trio, 1986) in de vorm van één noot die drie minuten klonk. Deze noot bestond uit bandbewerkingen van drie mannenstemmen: een bas, een tenor en een hoge jongensstem. In de muziektheaterproductie 'Dolce di Sposa' ontdekte Van Es via experimenten met elektronische bandbewerking hoe vanuit deze noot ook alle andere benaderd konden worden zonder in tonaliteit terug te vallen.

Opera's In zijn eerste opera Socrates heeft Van Es het thema bepaald, samen met schrijver Rob van der Starre het libretto ontwikkeld, de partituur geschreven en de begeleidende tape gemaakt. Het radicale compositorische uitgangspunt van deze opera is de keuze om de zangpartijen te begeleiden door één noot.

Voor zijn tweede opera Kinderen van Medea is het compositorisch uitgangspunt verbreed door de zangpartijen ook te begeleiden met twee noten. Daardoor zijn tonale begrippen in de compositie een rol gaan spelen.

In zijn derde opera Job keerde Van Es terug op het principe van één noot in de begeleiding, maar vult hij die nu mede in door opnames van veel individuele muzikanten die op één noot (plus octaven) improviseren.

Composities Hij schreef allerlei composities:Theaterencyclopedie.nl met podiumwerken (geraadpleegd 4 januari 2025)

Instrumentale composities Ouròboros (1979), voor slagwerk, 2 altsaxen, piano en synthesizer, uitgevoerd door leden van Hoketus Birgitta (1980), voor piano Psidioom (1983), voor de PSI-4, een zelf ontworpen houten slaginstrument Etudes (1985), voor piano

Balletmuziek Light (1980), gecomponeerd i.s.m. Tom Willems, choreografie Krisztina de ChâtelDe producties Light, Forgó en Tracé 77 van Dansgroep Krisztina de Châtel werden, na een uitgebreide tournee door Nederland, ook een aantal malen in het buitenland uitgevoerd. Bovendien zijn ze in reprise genomen. Forgó (1982), choreografie Krisztina de ChâtelDe producties Light, Forgó en Tracé 77 van Dansgroep Krisztina de Châtel werden, na een uitgebreide tournee door Nederland, ook een aantal malen in het buitenland uitgevoerd. Bovendien zijn ze in reprise genomen. Tracé 77 (1977/1985), choreografie Krisztina de ChâtelDe producties Light, Forgó en Tracé 77 van Dansgroep Krisztina de Châtel werden, na een uitgebreide tournee door Nederland, ook een aantal malen in het buitenland uitgevoerd. Bovendien zijn ze in reprise genomen. Trio (1986), choreografie Krisztina de Châtel

Toneelmuziek De vrouwen van Troje (1979), regie Herman Hissink Zandhazen (1983), voor zelf ontworpen houten slaginstrumenten en tape, productie Toneelgroep Sater Gijsbrecht van Aemstel (1986), regie Herman Hissink Monsieur Fugue(1995), regie Rob van der Starre De kellner en de levenden (1999), regie Rob van der Starre

Tot de dood erop volgt (1981), regie Herman Hissink … en verre vingers tien (1984), regie Herman Hissink Stoeprand (1984), regie Hinderik de GrootDe producties Stoeprand, Glas en Zandbak van Studio Hinderik werden niet alleen uitgebreid in Nederland, maar ook in geheel West-Europa, Israël, Canada, de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland, Japan, Rusland en Colombia uitgevoerd. Glas is in reprise genomen. Glas (1986), regie Hinderik de GrootDe producties Stoeprand, Glas en Zandbak van Studio Hinderik werden niet alleen uitgebreid in Nederland, maar ook in geheel West-Europa, Israël, Canada, de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland, Japan, Rusland en Colombia uitgevoerd. Glas is in reprise genomen. Zandbak (1990), regie Hinderik de GrootDe producties Stoeprand, Glas en Zandbak van Studio Hinderik werden niet alleen uitgebreid in Nederland, maar ook in geheel West-Europa, Israël, Canada, de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland, Japan, Rusland en Colombia uitgevoerd. Glas is in reprise genomen.

Film- en documentairemuziek De huilende baby (1980), regie Han Sloos Lotgevallen (1985), regie Marianne Holtslag De bal (1987), regie Har Tortike Van mannen en merries (1998), regie Metje Postma Niemand is onsterfelijk (2001), regie Leen van den Berg Door het oog van een ander (2004), regie Leen van den Berg Hete herfst, de passie van een vakbondsman (2004), regie Leen van den Berg De klimop rouwt nog steeds (2007), regie Barbara den Uyl Het universum van Jaap Pieters (2014), regie Barbara den Uyl Herberg van het geheugen (2016), regie Barbara den Uyl

Muziektheater Rainbow (1973), eigen productie Antithese (1975), eigen productie Dolce di Sposa (1989), regie Kees Epskamp

Opera Socrates (1997), libretto Rob van der Starre, regie Karin Jönsthövel, Kinderen van Medea (2009), libretto Lisa de Rooij, regie Karin Jönsthövel en Anna Rottier Job (2019), libretto Lisa de Rooij en Rob van der Starre, regie Karin Jönsthövel

Categorie:Nederlands componist