miniatuur|Portret van Savary, hertog van Rovigo. Anne Jean Marie René Savary, 1ste hertog van Rovigo (26 april 1774 – 2 juni 1833) was een Franse generaal, diplomaat en minister van Politie tijdens de Franse Revolutie en de napoleontische oorlogen.

Biografie Kindertijd en militaire dienst Savary, geboren in de Château Dérué in Marcq (een dorp in de Argonne tussen Vouziers en Varennes), was de derde zoon van Ponce Savary, een gewone officier die dankzij zijn staat van dienst er in slaagde om ridder te worden in de Koninklijke en Militaire Orde van Saint-Louis.

Anne Jean Marie René had een opleiding gevolgd aan het Sint-Louis college in Metz. Maar in 1790 op 16-jarige leeftijd trad hij toe tot een cavalerie regiment, het Royal-Normandie, waarin zijn vader had gediend. De deelname van dit regiment aan de onderdrukking van de opstand tegen de officieren van het Nancy garnizoen in augustus 1790 werd de vuurdoop van het regiment en Savary zelf.

De Revolutionaire periode miniatuur|Portret van generaal Desaix in Egypte. Dankzij de emigratie van een aantal royalistische officieren werd Savary in september 1791 bevorderd tot tweede luitenant. In 1792 diende hij in het leger van generaal Custine dat tegenover de troepen van de hertog van Brunswijk stond. Na deze campagne werd Savary kapitein; hij werd benoemd tot verbindingsofficier van generaal Pichegru en vervolgens van generaal Moreau tijdens de Rijncampagnes.

Vervolgens werd hij benoemd tot adjudant van generaal Desaix, die hij vijf jaar lang volgde: eerst met het Rijnleger, daarna van 1798 tot 1800 met het leger tijdens de Egyptische campagne. Savary leidde de landingstroepen van Desaix's divisie tijdens de veroveringen van Malta en Alexandrië. Hij nam eveneens deel aan de slag om de Piramides. Hij diende nog steeds onder Desaix's bevel tijdens de tweede Italiaanse campagne tot aan de slag bij Marengo, waar de generaal werd gedood.

Savary had een grote genegenheid voor Desaix en bewonderde zijn talent en menselijkheid. Hij vond het lichaam van zijn overste, dat hij herkende aan de hand van diens overvloedig donker haar. Hij liet het lichaam naar de dichtstbijzijnde stad brengen voor de begrafenis en lichtte Bonaparte in over het nieuws. Napoleon had een zeer goede band met Desaix en was onder de indruk van Savary's niet aflatende loyaliteit en wilskracht. Napoleon benoemde Savary tot zijn aide de camp (vleugeladjudant) en vertrouweling.

Napoleons vertrouweling - De eerste politieoperaties (1800-1803) Savary, die Napoleon bij al zijn reizen vergezelde, werd met delicate missies belast. In september 1800 werd hem opgedragen een onderzoek in te stellen naar de ontvoering van senator Clément de Ris, een ontvoering die in feite werd georganiseerd door toenmalig Minister van Politie Joseph Fouché. Hetzelfde jaar vertrok hij naar de Vendée om de handlangers van Georges Cadoudal op te sporen. In september 1801, met de rang van kolonel, werd Savary commandant van de elite gendarmerie die verbonden was aan de bescherming van Bonaparte. Het Ministerie van Politie van Fouché, de nationale gendarmerie van Moncey en Savary's elitekorps zijn unieke en verschillende politiediensten die Napoleon heeft opgericht om elkaar te versterken, maar ook ter dienstoverschrijdende controle.

Tegelijkertijd werd Savary een intiem lid van de Bonaparte-familie en werd hij regelmatig uitgenodigd op feestjes bij het kasteel van Malmaison. Daar ontmoette hij Félicité de Faudoas, een verre verwante van Joséphine de Beauharnais en een klasgenoot van haar dochter Hortense. Met instemming van de eerste consul Bonaparte trouwden zij op 27 februari 1802 en kregen eind 1802 een dochter, Joséphine-Hortense. Begin augustus 1803 vergezelde hij Napoleon en Joséphine op een reis naar België, de Ardennen en Reims.

Het complot van Cadoudal (1803) Op 29 augustus 1803 werd Savary bevorderd tot brigadegeneraal. In oktober 1803 onthulde zijn politiedienst het bestaan van een plan, georkestreerd door Cadoudal, om de Eerste Consul te elimineren. Savary drong vakkundig de ontmoetingsplaats van de samenzweerder binnen. Zijn rapporten waarschuwden de regering van het belang van deze samenzwering. Bij het complot waren ook generaal Pichegru en generaal Moreau betrokken. Pichegru werd gearresteerd en pleegde zelfmoord op 4 april 1804 in de Tour du Temple waar hij gevangen zat, terwijl Moreau verbannen werd. Cadoudal, gearresteerd op 9 maart 1804, werd ter dood veroordeeld en op 25 juni 1804 geguillotineerd nadat hij weigerde om gratie te vragen. Uit onderzoek bleek dat de samenzweerders hadden uitgekeken naar de terugkeer van een prins van koninklijk bloed naar Frankrijk om hun complot te voltooien.

De executie van de hertog van Enghien (1804) miniatuur|De hertog van Enghien voor het vuurpeloton, aangevoerd door Savary. Op 10 maart 1804 besloot Bonaparte om de hertog van Enghien, de bloedprins van de Maison de Condé, te arresteren op verdenking van deelname aan het complot van Cadoudal.

De hypothesen lopen uiteen over de beweegredenen van Bonaparte: het is niet duidelijk of er echte aanleidingen waren. Hoogstwaarschijnlijk was de arrestatie een aanval die als doel had de koningsgezinden angst aan te jagen, ofwel ging het om het verlangen van Napoleon om zijn revolutionaire oorsprong te benadrukken. In ieder geval drong in de nacht van 15 maart 1804 een detachement van dragonders onder bevel van generaal Ordener illegaal Duits grondgebied binnen en zij ontvoerden de hertog in Ettenheim om hem terug te brengen naar Straatsburg.

Op 20 maart 1804 werd de hertog naar Vincennes overgebracht en diezelfde avond nog zonder getuigen berecht door een militaire commissie onder voorzitterschap van generaal Hulin. Savary, die aan het hoofd stond van de elite gendarmerie die zich in Vincennes had verzameld, was geen lid van de commissie maar woonde wel de beraadslagingen bij. De aanwezigheid van een familielid van de Eerste Consul zette de commissie onmiskenbaar onder druk. Na een kort verhoor waarin de hertog het complot ontkende, maar moedig opschepte over de strijd tegen de Franse Republiek, werd hij ter dood veroordeeld. De hertog werd vervolgens naar de greppels van het kasteel van Vincennes geleid en op bevel van Savary neergeschoten door een peloton van gendarmerie.

Savary wijdde verschillende pagina's van zijn memoires toe aan de gebeurtenissen die tot deze executie hebben geleid. Hij gaf aan dat zijn rol in het verhaal van secundaire aard was.

Generaal Savary (1805-1807) Napoleon benoemde Savary tot divisiegeneraal in februari 1805 en overhandigde hem de gedenkplaat van de grootofficier van het Legioen van Eer. Savary keerde terug naar de slagvelden en werd opnieuw keizerlijke adjudant.

Kort voor de Slag bij Austerlitz werd Savary met vredesvoorstellen naar tsaar Alexander I van Rusland gestuurd. Zijn missie bestond er ook in om informatie te verzamelen over de vijandelijke plannen en troepensterkte. Napoleon probeerde hiermee zijn tegenstanders ervan te overtuigen dat ze aan de vooravond stonden van een zekere overwinning. Het voorstel werd afgewezen door de tsaar, die recht in de val van Napoleon viel. Op 2 december 1805 werden de coalitietroepen verpletterend verslagen door het Franse leger.

Savary nam vervolgens deel aan de Pruisische en Poolse campagne tijdens de Vierde Coalitieoorlog. Hij onderscheidde zich tijdens de Slag bij Jena op 14 oktober 1806, toen hij er tijdens de achtervolging van de terugtrekkende Pruisen in slaagde om een heel regiment van huzaren gevangen te nemen. Op 20 november 1806 veroverde hij de vesting van Hamelen.

Begin 1807 werd Savary aan het hoofd van het Vde Legerkorps geplaatst ter vervanging van maarschalk Lannes, die sinds eind december ziek was. Zo verdedigde hij de stad Warschau tegen de Russen in de nasleep van de Slag bij Eylau. Op 16 februari 1807 leidde hij de Franse troepen in de slag om Ostrolenka en versloeg hij onmiskenbaar de Russische troepen van generaal Ivan Nikolajevitsj Essen. Deze overwinning was Savary's briljantste wapenfeit. Napoleon beloonde hem royaal met een pensioencertificaat van 20.000 frank en benoemde Savary vervolgens Grand Aigle van het Legioen van Eer op 25 februari 1807.

Ambassadeur in Rusland (1807) Na de veldslagen van Heilsberg en Friedland werd Savary gouverneur van Oost-Pruisen. Na de Vrede van Tilsit in juli 1807 tussen het Franse en Russische Rijk werd de generaal als gevolmachtigde naar Sint-Petersburg gestuurd, waar hij toezicht moest houden op de toepassing van de geheime clausules van het verdrag en het Continentaal stelsel.

Ondanks talrijke vriendelijke betogingen van tsaar Alexander I sloot de Russische aristocratie haar deuren voor Savary, waarmee ze hun vijandige houding tegenover Napoleons gezant als "vertegenwoordiger van een revolutionaire natie" en vooral als "beul van Vincennes" ("de moordenaar van een prins van koninklijk bloed") uitdrukten. Hoewel hij er geleidelijk aan in slaagde om getolereerd te worden bleef Savary zich in deze situatie zeer ongemakkelijk voelen. Zijn gewoonten, zijn openhartigheid en zijn zin voor actie waren niet verzoenbaar met een diplomatieke positie. Al snel vroeg Savary om vervanging door een professionele diplomaat. Napoleon besloot hem voor het einde van 1807 terug te roepen naar Parijs; hij werd onmiddellijk afgelost door opperstalmeester Caulaincourt.

Savary keerde in januari 1808 terug naar Frankrijk. Op 7 februari 1808 werd hij opgenomen in de nieuwe bevordering van adel van het Franse Rijk en werd hij hertog van Rovigo, een titel met een schenking van 15.000 frank. In maart vertrok de generaal richting Spanje.

De Spaanse kwestie - Bayonne - Bevelhebber in Madrid (1808-1809) miniatuur|Generaal Dupont na de nederlaag bij Bailén. Het koninkrijk Spanje werd in de greep gehouden door een ernstige politieke crisis. De macht werd gedeeld tussen koning Karel IV, premier Manuel de Godoy en de erfgenaam van de kroon Ferdinand, prins van Asturië. In werkelijkheid regeerde de koning niet langer: onder invloed van Napoleon stemde hij bijvoorbeeld ermee in om het Franse leger de Pyreneeën te laten oversteken om Portugal te bezetten. Godoy overzag alle binnenlandse zaken.

Op 17 maart 1808 startte de prins van Asturië in Aranjuez een opstand tegen zijn vader en Godoy. Hij nam de macht over onder de naam Ferdinand VII en liet de premier arresteren.

Napoleon werd de zwakte van zijn Spaanse bondgenoot zat. Hij vond het noodzakelijk dat het land, net als alle andere Europese staten, de Continentale Blokkade in Napoleons economische strijd tegen Engeland nauwgezet moest toepassen. Tegen het advies van Talleyrand in overwoog de keizer de verovering van het Iberisch schiereiland en de installatie van een van Napoleons familieleden op de Spaanse troon. De troepen onder Joachim Murat zouden voor Napoleons doeleinden ingezet worden.

Savary werd naar Murat gestuurd om Napoleons orders mee te delen: ze moesten Ferdinand VII naar Frankrijk brengen om vervolgens een broer van de Franse keizer op de troon te kunnen zetten (dat terwijl Murat zelf hoopte op het koningschap). De Spanjaarden toonden aanvankelijk sympathie aangezien ze van de Fransen hadden verwacht dat Ferdinand door Napoleon zou worden gesteund. Savary slaagde er in de prins van Asturië te overtuigen om Napoleon te ontmoeten om zijn zaak te bepleiten en hem te verzekeren van zijn verlangen om goede betrekkingen met Frankrijk te onderhouden. De onderhandelingen van Bayonne waren echter een politieke valstrik van Napoleon en het werd de feitelijke leiders van Spanje onmogelijk gemaakt om te interveniëren. Wanneer de Spaanse koninklijke familie te laat haar fout had ingezien, waren ze genoodzaakt hun zeggenschap over hun land op te geven. In de tussentijd werd in Madrid een volksopstand op 2 mei (Dos de Mayo) bloedig neergeslagen door Murat.