Het 1e Pantserleger (Duits: ) was een Duits tankleger van de Wehrmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog. In november 1940 werd Panzergruppe 1 opgericht. In de Wehrmacht vormde een pantsergroep een tactische eenheid, bestaande uit verschillende korpsen, die nauw samenwerkten met een regulier veldleger, maar niet over de ondersteunende diensten van een leger beschikten. Panzergruppe 1 nam deel aan de Balkanveldtocht en vocht daarna als onderdeel van Heeresgruppe Süd aan het oostfront. Vanaf oktober 1941 werd Panzergruppe 1 omgevormd naar een regulier leger. In de zomer van 1942 bereikte het leger de Kaukasus, maar het moest zich terugtrekken. In de Derde Slag om Charkov kon het de Sovjetopmars tijdelijk tot stilstand brengen. In 1944 werd het 1e Pantserleger omsingeld, maar dankzij een succesvolle uitbraak werd een nieuw Stalingrad vermeden. De Sovjets dreven het leger naar Slowakije en ten slotte capituleerde het 1e Pantserleger op 8 mei 1945 bij Praag.
Krijgsgeschiedenis De Joegoslavische campagne Op 16 november 1940 werd het hoofdkwartier van het 22e Gemotoriseerde Korps omgevormd naar Panzergruppe 1. Als voorbereiding op Operatie Marita, de aanval op Griekenland, werd het hoofdkwartier overgebracht naar Roemenië. De eenheid vormde de linkervleugel van het 12de leger en bestond uit twee gemotoriseerde divisies, drie pantser- en drie infanteriedivisies. Begin maart 1941 veranderde het Duitse aanvalsplan, want behalve Griekenland zou nu ook Joegoslavië worden aangevallen. Panzergruppe 1 vormde de zuidelijke aanvalsgroep, die vanuit Bulgarije in de richting van Belgrado zou aanvallen. Generaal Von Kleist kreeg de beschikking over het 14e Gemotoriseerde Korps, bestaande uit twee pantserdivisies, een bergdivisie en één infanteriedivisie, en het 11de korps, bestaande uit één gemotoriseerde divisie.
Op 8 april 1941 stak Panzergruppe 1 nabij Pirot de grens over. Het 14e Gemotoriseerde Korps. Ondanks het slechte weer en de smalle bergwegen bereikte de voorhoede van de 11e Pantserdivisie op 9 april Niš, dat dezelfde dag werd veroverd. De Duitse tanks trokken verder door de Morava vallei naar Belgrado. Gesteund door de Stuka's vernietigden de pantserregimenten alle tegenstand. Op 12 april bereikten ze de rand van Belgrado.
Wegens de slechte wegen bevond de 5e Pantserdivisie van het 14e Gemotoriseerde Korps zich op 10 april nog steeds rond Pirot. Door de ineenstorting van het Joegoslavische verzet was het niet langer nodig dat ook deze divisie naar Belgrado oprukte. Generaal Von Kleist gaf de eenheid opdracht om terug te keren naar Bulgarije.
Na de val van Belgrado werd Panzergruppe 1 overgedragen naar het Duitse 2e Leger en kreeg de opdracht de restanten van het Joegoslavische leger in Bosnië te vernietigen. Op 14 april 1941 capituleerde Joegoslavië. Panzergruppe 1 nam geen deel aan de aanval op Griekenland, maar werd naar Roemenië verplaatst om uit te rusten, de verliezen aan te vullen en zich te hergroeperen.
Operatie Barbarossa Tankslag bij Dubno thumb|Slag bij Dubno Bij de start van Operatie Barbarossa, de aanval op de Sovjet-Unie, vormde Panzergruppe 1 een deel van Heeresgruppe Süd. Deze legergroep bestond – behalve de Panzergruppe – uit drie Duitse infanterielegers en één Roemeens leger. Hij moest alle Sovjet legers tussen de Pripjat moerassen en de Zwarte Zee vernietigen, Oekraïne bezetten en de flank van Heeresgruppe Mitte beschermen. Aanvankelijk boekten de pantserdivisies dezelfde successen als in Polen en Frankrijk. Ze braken door de buitenste verdediging en overrompelden de vijandelijke grenstroepen. Panzergruppe 1 richtte zijn aandacht op de scheiding tussen het 5e en het 6e Leger. De pantserdivisies sloegen een bres in de verdediging en ze rukten ongehinderd op naar het oosten. Het 3e Gemotoriseerde Korps, bestaande uit twee pantserdivisies en één gemotoriseerde divisie, vormde de noordelijke vleugel en volgde de as Loetsk-Rovno. De tanks van het 48e Gemotoriseerde Korps vormden de centrale aanvalsmacht. Dit korps, dat eveneens bestond uit twee pantserdivisies en één gemotoriseerde divisie, had Ostrov en Doebno als eerste doel. Het 14e Gemotoriseerde Korps beschermde de zuidelijke flank. Dit korps beschikte over één pantserdivisie en twee gemotoriseerde SS-divisies. In totaal beschikte drie korpsen over 728 tanks. In de eerste dagen van de invasie dreef Panzergruppe 1 beide legers van het Zuidwestelijk Front verder uiteen.
Kolonel-generaal M.P. Kirponos, bevelhebber van het Zuidwestelijk Front, kreeg opdracht om zijn gemechaniseerde eenheden te verzamelen en een tegenaanval in te zetten. Hij beschikte over vijf gemechaniseerde korpsen met een totale sterkte hadden van 3429 tanks, waaronder 443 middelzware T34's en zware KV1's. De Luftwaffe had luchtoverwicht en bemoeilijkte elke verplaatsing. Onder druk van Stalin begon kolonel-generaal M.P. Kirponos zijn aanval nog voor alle tankdivisies ter plaatse waren. In plaats van zijn eenheden te concentreren op één plaats, viel hij op drie plaatsen de doorgebroken divisies van Panzergruppe 1 aan.
Op 23 juni 1941 stootte de 14e Pantserdivisie bij Loetsk op het 22e Gemechaniseerde Korps. Een dag later viel het 15e Gemechaniseerde Korps bij Rovno de voorhoede van het 3de gemotoriseerde korps aan. Beide aanvallen dreigden de voorhoede van Panzergruppe 1 te omsingelen. Meer naar het zuiden vielen eenheden van het 4e Gemechaniseerde Korps de 71e Infanteriedivisie aan. Een dag later wierp kolonel-generaal M.P. Kirponos nog twee korpsen in de strijd. Het 9de gemechaniseerde korps viel frontaal het 3e Gemotoriseerde Korps bij Rovno aan en het 19e Gemechaniseerde Korps viel de zuidelijke flank van het 48e Gemotoriseerde korps tussen Ostrov en Doebno aan.
De Duitsers werden compleet verrast door de aanval. Hun antitankkanonnen slaagden er niet in het pantser van de T-34's en KV-1's te doorboren. Ook waren de PzKpfw III niet opgewassen tegen de Sovjettanks. Na de aanvankelijke verrassing herstelden de Duitsers zich en de pantserdivisies groeven zich in. Tanks, artillerie en infanterie bouwden in snel tempo hun posities uit tot ware forten. Zonder steun van infanterie konden de Sovjettanks deze egelstellingen niet veroveren. Ondertussen bestookte de Luftwaffe opslagplaatsen, bruggen en wegen in de achterhoede van het Zuidwestelijk Front. De gemechaniseerde korpsen kregen een gebrek aan munitie en brandstof. De tanks, die tot stilstand waren gekomen, waren een gemakkelijke prooi voor de Stuka's. Op 30 juni 1941 was de tankslag bij Brody voorbij. Tegen een erg hoge prijs had kolonel-generaal M.P. Kirponos de Duitse opmars vertraagd. Het Zuidwestelijk Front had meer dan 90% van zijn tanks verloren.
Uman en Kiëv thumb|Manoeuvres ten westen van de Dnjepr Na de Tankslag bij Brody hervatte Panzergruppe 1 zijn opmars. De legers van het Zuidwestelijk Front trokken zich terug naar de Stalinlinie, een reeks van onafgewerkte fortificaties die zich uitstrekte tussen de Pripjatmoerassen en de Zwarte Zee. Het 3e Gemotoriseerde Korps en het 48e Gemotoriseerde Korps braken door de linie. De Sovjets trokken zich verder terug. Kolonel-generaal M.P. Kirponos concentreerde zijn verdediging op de toegangswegen naar Kiev en hij hield stand tegen de eerste Duitse aanval. Zodra de infanteriedivisies van het 6de Leger waren gearriveerd, kon kolonel-generaal Von Kleist zijn eenheden losmaken uit het gevecht ten westen van Kiev. Hij zag de kans om twee legers van het Zuidelijk Front te omsingelen.Panzergruppe 1 zwenkte naar het zuidoosten. Op 31 juli 1941 bereikte het 48e Gemotoriseerde Korps Talne op 50 kilometer ten oosten van Oeman. Kolonel-generaal Von Kleist stuurde zijn tanks verder naar Pervomajsk en op 2 augustus 1941 ontmoette het 14de Gemotoriseerde Korps de voorhoede van het 11e Leger aan de oever van Sinyuha. De Sovjets reageerden te laat om hun troepen terug te trekken. Het grootste deel van het 6de Leger en het 12de Leger werden omsingeld ten oosten van Oeman. De Sovjets hielden stand en de tanks van Panzergruppe 1 moest de infanteriedivisies van het 11e Leger helpen bij de vernietiging van de pocket. Op 8 augustus 1941 gaven de laatste Sovjets zich over. thumb|De Kessel van Oeman Generaal Von Kleist hergroepeerde zijn eenheden en de pantserdivisies volgden de rechteroever van de Dnjepr. Op 25 augustus veroverden ze een bruggenhoofd bij Dnjepropetrovsk en Zaporizja. De meeste pantserdivisies waren sinds 22 juni 1941 onafgebroken in actie geweest en de voertuigen waren dringend toe aan onderhoud. Om zijn verliezen aan te vullen werd op 26 augustus 1941 het Italiaans Expeditiekorps aan Panzergruppe 1 toegevoegd. Het CSIR (Corpo di Spedizione Italiano in Russia) bestond uit twee gemotoriseerde divisies en een cavaleriedivisie. Het telde 59.000 soldaten, 60 verouderde tanks, 5000 voertuigen en 220 kanonnen. Von Kleist zette hen in om overgebleven weerstandsnesten te vernietigen.
Op 19 juli had Adolf Hitler beslist dat de opmars naar Moskou werd opgeschort. Eerst moesten de flanken van Heeresgruppe Mitte worden beschermd. Panzergruppe 2 kreeg de opdracht om naar het zuiden te zwenken en samen met Panzergruppe 1 het Zuidwestelijk Front te omsingelen. Op 12 september begon Panzergruppe 1 zijn opmars naar het noorden. Von Kleist trok het 48e Gemotoriseerde korps terug uit het bruggenhoofd bij Dnjepropetrovsk. Zijn andere korpsen, die hun beste voertuigen hadden moeten overdragen aan het 48ste Gemotoriseerde Korps, bleven in de Dnjeprbocht achter. Het korps ging stroomopwaarts naar het bruggenhoofd van 17e Leger bij Kremenchug. De aanval verraste de Sovjets, die een aanval in de richting van Rostov hadden verwacht. De 16e Pantserdivisie legde de eerste dag meer dan 50 kilometer af. De 9e Pantserdivisie volgde haar op de voet. Op 17 september sloot de ring zich bij Lochvytsja. Meer dan 600.000 soldaten van het Zuidwestelijk Front gaven zich over.
Zee van Azov en Rostov Na de vernietiging van het Zuidwestelijk Front richtte Heeresgruppe Süd zijn aandacht op het Zuidelijk Front. Panzergruppe 1 kreeg de opdracht om vanuit de bruggenhoofden aan de Dnjepr uit te breken en naar Berdjansk, aan de kust van de Zee van Azov, op te rukken. Als de aanval lukte, dan zouden de Sovjetlegers tussen de pantserdivisies en de infanteriedivisies van het 17e Leger worden geplet. Panzergruppe 1 bestond nog slechts uit twee Duitse gemotoriseerde korpsen en één Italiaanse korps nadat het 48ste gemotoriseerde korps aan Panzergruppe 2 was overgedragen voor de aanval op Moskou. Op 1 oktober gingen de pantserdivisies in de aanval. Het 14e Gemotoriseerde Korps vormde de rechterflank en het 3de gemotoriseerde korps de linkervleugel. Het Italiaanse korps dekte de flank van Panzergruppe 1. Op 3 oktober viel Melitopol en op 7 oktober stonden de tanks aan de Zee van Azov. Twee legers van het Zuidelijk Front (het 9e en het 18e Leger) waren omsingeld. Meer dan 100.000 soldaten en 212 tanks vielen in Duitse handen.
Veldmaarschalk Von Rundstedt, commandant van Heeresgruppe Süd, gaf Panzergruppe 1 opdracht om langs de kust op te rukken naar Rostov. Kolonel-generaal Von Kleist kreeg versterking in de vorm van het 49e Bergkorps, bestaande uit de 1e Bergdivisie en de 4e Bergdivisie. Op 17 oktober 1941 stak het 3e Gemotoriseerde Korps de Mioes over. De 13e Pantserdivisie en SS-Divisie Leibstandarte Adolf Hitler veroverden Taranog, maar daarna begon de Raspoetitsa. De wegen veranderden in modderpoelen en de Duitse opmars vertraagde. De 13e Pantserdivisie bleef de verharde kustweg volgen, maar alle alternatieve wegen waren onberijdbaar. De bevoorrading van het hele korps hing af van één weg. Meer naar het noorden was ook de opmars van het 14e Gemotoriseerde Korps bijna tot stilstand gekomen. De linkerflank van het korps werd beschermd door de twee bergdivisies, die tijdens de Raspoetitsa het tempo van de tankdivisies konden bijhouden. De bergdivisies waren getraind om zich op moeilijke terreinen te verplaatsen. De Duitsers verloren het contact met de terugtrekkende Sovjets.