The Ozark Mountain Daredevils is een Amerikaanse southern rock- en countryrock-band, geformeerd in 1972 in Springfield. Overeenkomstig het boek It Shined van Michael 'Supe' Granda, werd de bandnaam afgeleid van Cosmic Corn Cob & His Amazing Ozark Mountain Daredevils, die bij John Dillon opkwam tijdens een naamgevingsfeest in Kansas City nadat de band te horen had gekregen dat de naam Family Tree al bestond. De band verkorte de naam omdat niemand van de band Cosmic Corn Cob wilde worden genoemd en ze wilden niet dat de naam gelijk klonk naar de Amazing Rhythm Aces. De band werd soms ook warmhartig The Ducks genoemd door hun fanschare.
Bezetting De oprichters worden vetgedrukt weergegeven.
Huidige leden John Dillon (zang, gitaar, mandoline, fiddle, mondharmonica, mondharp, autoharp, dulcimer, percussie, keyboards) Mike "Supe" Granda (zang, basgitaar, gitaar, mandoline, percussie) Steve Cash (zang, mondharmonica, percussie, keyboards) Bill Jones (houtblazer, hoorns) Ruell Chappell (zang, keyboards) Ron Gremp (drums, percussie) Dave Painter (zang, gitaar) Kelly Brown (keyboards) Nick Sibley (gitaar, mandoline, achtergrondzang)
Vroegere leden Buddy Brayfield (zang, houtblazer, keyboards, percussie) Randle Chowning (zang, lead, elektrische en akoestische gitaar, steelgitaar, mondharmonica, mandoline) Larry Lee (zang, drums, akoestische gitaar, keyboards, synthesizer, percussie, zingende zaag) Steve Canaday † (zang, drums, percussie, gitaar, basgitaar) Rune Walle (zang, gitaar, sitar, banjo) Jerry Mills (mandoline) Larry Van Fleet (basgitaar) Terry Wilson (zang, gitaar)
(vervolg) Bobby "Lloyd" Hicks † (zang, drums, percussie) Joe Terry (zang, keyboards) Gary Smith (zang, gitaar) Jason Le Masters (gitaar) Don Clinton Thompson (zang, gitaar) Rick "Lumpy" Davidson (drums, percussie, wasbord) Bill Brown † (zang, gitaar) Kelly O'Shea (gitaar)
Geschiedenis In 1971 formeerde Randle Chowning een band samen met Steve Cash, John Dillon, Elizabeth Anderson, Larry Lee en Michael Granda, die samen begonnen te spelen met Bill Jones, oprichter van Mike Bunge's band Granny's Bathwater, en Rick Campanelli in het Missouri's New Bijou Theater in Springfield voor kleine groepen vrienden woensdagnacht onder de naam Family Tree (Emergency Band, Burlap Socks en Buffalo Chips waren andere namen die ze gebruikten voor deze groepen in hun vroege jaren). Larry Lee werkte als barman in de New Bijou.
De band nam een demo op in de Top Talent Studios (later American Artists) in Springfield. Deze demo, die de vroege song Rhythm of Joy bevatte, vond zijn weg naar de New Yorkse muziekmanager John Hammond via Steve Canaday, een vriend van de band en mede-eigenaar van het New Bijou Theatre. In juli 1972 stuurde Hammond producent Michael Sunday naar de Ruedi-Valley Ranch van de band in Aldrich, die ze gehuurd hadden van Randle Chownings lerares mevrouw Ruedi van de Southwest Missouri State University, waar de band repeteerde en waar Chowning en diens broer Rusty woonden. Sunday bood de band $500 aan om een andere demo te maken bij American Artists, maar uiteindelijk besloot hij om hen een contract aan te bieden. Veel van de songs op deze demo verschenen dertien jaar later als The Lost Cabin Sessions.
De band stuurde later een demo naar het team dat Brewer & Shipley uit Missouri, Paul Peterson uit Kansas City en Stan Plesser (de eigenaar van de Vanguard, een populaire koffieshop en van Good Karma Productions) managede. De band kreeg een kans en kreeg hun managers ook in oktober 1972. De band wijzigde hun naam in The Ozark Mountain Daredevils en zag Campanelli en Jones vertrekken, samen met de toevoeging van Granda's vriend Buddy Brayfield. Anderson, alhoewel nog romantisch betrokken met Dillon, trok zich terug van het podium. Campanelli verliet de band om een academische graad in muziek te halen. Jones vervoegde zich later opnieuw kortstondig bij de band en ging verder met het optreden als gastspeler op enkele van hun shows en opnamesessies.
De jaren 70 De band begon te spelen in 1972 en 1973. In februari 1973 speelden ze in de Cowtown Ballroom in Kansas City. Later deze maand speelden ze een concert op de Shawnee Mission Northwest High School in Shawnee. Twee weken daarna in maart speelden ze in het Kiel Opera House in St. Louis en weer in de Cowtown Ballroom, deze keer met Brewer & Shipley onder begeleiding van Loudon Wainwright III. Optredens van beider shows in maart verschenen later op de cd Archive Alive (1997).
De demo van de band trok uiteindelijk de aandacht van topproducent David Anderle van A&M Records, die een Eagles countryrock-type of band zocht voor het label. Anderle en de eerste producent Glyn Johns van The Eagles, vlogen naar Missouri om het betreffende optreden van de band in Cowtown Ballroom te bekijken in maart 1973. Maar de band, nerveus door Johns en Anderle's aanwezigheid bij de auditie, speelde niet goed. Later nodigde Paul Peterson de beide mannen uit in zijn huis, waar ze de band een unplugged optreden hoorden spelen bij kaarslicht. Deze keer waren Johns en Anderle overtuigd en kreeg de band een contract bij A&M Records in mei 1973. Ze werden naar het Verenigd Koninkrijk gehaald om hun eerste opname te maken bij Olympic Studios in Londen met Johns aan het roer gedurende juni en juli.
Het eerste album The Ozark Mountains Daredevils (ook wel The Quilt Album) werd uitgebracht in december 1973 en leverde de top 30-hit If You Wanna Get to Heaven in de zomer van 1974. Het album presenteerde een unieke mengeling van rock, country, bluegrass en pop aan de wereld en is nog steeds de favoriet van veel fans van de band.
Voor het tweede album It'll Shine When It Shines in oktober 1974, kwamen Johns en Anderle naar Missouri om op te nemen, gebruik makend van een verplaatsbare truck, geplaatst buiten het repetitiehonk van de band. Tijdens de sessies hoorde Johns toevallig dat Larry Lee een song zong en daarbij speelde op de piano. Deze ging over een vriend, die nu en dan drugs dealde. John vond de melodie prachtig en dacht dat het een hit zou worden, als de tekst zou worden aangepast (meisje i.p.v. jongen). Aldus geschiedde en de song Jackie Blue werd de herkenningsmelodie van de band en een grote hit (#3) in het voorjaar van 1975.
De derde publicatie The Car Over the Lake Album (september 1975), opgenomen in Nashville en geproduceerd door Anderle, haalde hun oude landgenoot Bill Jones over om zich weer bij hen te vervoegen om hun songs te spelen en te arrangeren. Hij toerde ook met hen in 1975/1976. Het album verkocht redelijk goed, maar produceerde geen hits. Een reden waarom de succes van band begon te minderen, was misschien te wijten aan hun onwilligheid om naar Zuid-Californië te verkassen, toen dit werd gevraagd door A&M-baas Jerry Moss. Een andere reden was hun onwilligheid om doorgaand te toeren, dat veel van hun tijdgenoten toentertijd wel deden. Een verder uitspringend punt was de onwil om te pogen hun grootste hit Jackie Blue te dupliceren of te kopiëren, zoals andere bands dit ook doen. De consequentie was dat A&M Records een beetje van hun animo begon te verliezen voor de act.
Ook de vele personele wijzigingen binnen de band hadden hun invloed. In het voorjaar van 1976 begon de band aan een tournee door Europa. Maar tegen de tijd dat de uitgeputte band begin mei aankwam in Kopenhagen voor het laatste concert in de Daddy's Dance Hall, werden ze geconfronteerd met een vreselijke soundmix voor hun show. Een boze Randle Chowning reageerde door zijn versterker telkens hoger te draaien, hetgeen de andere bandleden van hun stuk bracht en uitmondde in een enorm geschreeuw op het eind van de nacht. Eenmaal op de terugweg naar huis, weigerde Chowning met de anderen te praten of te luisteren. De Noorse muzikant Rune Walle, die de band had ontmoet tijdens hun tournee met de band The Flying Norwegians, werd toen in juni gecontacteerd om hem te vervangen. Walle's eerste show met de band was in het Arrowhead Stadium in Kansas City in juli 1976 op een affiche, waarop ook The Beach Boys, The Doobie Brothers, Jeff Beck en Firefall stonden. Chowning formeerde daarna zijn eigen Randle Chowning Band.
In hetzelfde jaar begaven de Daredevils zich westelijk richting Rocky Mountains naar Nederland om hun vierde album op te nemen, dat ze oorspronkelijk Nuclear Fishin' hadden genoemd, maar dit daarna op aanraden van A&M Records hadden gewijzigd in Men From Earth. De titel Nuclear Fishin''' werd later gebruikt in Canada voor een uit te brengen Greatest Hits-album. Anderle was weer de producent en de in Evergreen verblijvende Jerry Mills vervoegde zich bij de band. Steve Canaday, een ander vroeger gezicht kwam in 1975 ook terug bij de band als roadmanager en openings-act voordat hij zich vervoegde bij de band tijdens het maken van Men From Earth.
In het najaar van 1976 vertrok Buddy Brayfield om medicijnen te studeren en Ruell Chappell van de populaire band Spillwater Junction verving hem. Maar de volgende publicaties Men From Earth (september 1976), Don't Look Down (oktober 1977) en It's Alive (september 1978) verkochten in mindere hoeveelheden beter dan hun eerdere opnamen. Jerry Mills werd ontslagen na It's Alive, sinds de band optrad met minder akoestische nummers in hun shows.
Tijdens de zomer van 1978 maakten de Daredevils een korte reeks shows als openingsact voor Fleetwood Mac. Granda was niet beschikbaar sinds zijn vrouw bezig was met de geboorte van hun derde kind, dus viel bassist Larry van Fleet in voor deze afspraken. In augustus 1978 trad de band op bij Canada Jam met Kansas, Atlanta Rhythm Section, The Doobie Brothers, The Commodores en anderen.
Ook in 1978 werkten John Dillon en Steve Cash mee aan het album White Mansions, dat het leven documenteerde in de confederatie tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Eric Clapton, Waylon Jennings, Jessi Colter, Bernie Leadon en meerdere andere muzikanten verleenden hun medewerking op dit album. In 1978 had Larry Lee ook een soloalbum opgenomen voor A&M Records, dat niet werd uitgebracht. In september 1978 vloog de band naar Hollywood om op te treden in The Midnight Special. Maar toen A&M Records Jerry Moss aansprak over dronken leden die renden over de set tijdens de show, besloot hij om de optie in hun platencontract niet te lichten en aldus stond de band in 1979 op straat.
De jaren 80 In 1979 wisselde de band naar Columbia Records en produceerden het gelijknamige Ozark Mountain Daredevils in mei 1980. Dit album, opgenomen in Los Angeles, werd geproduceerd door de befaamde countryrock-pionier John Boylan zonder Chappell en Canaday en Walle speelde alleen steelgitaar bij een paar songs, sinds Boylan aandrong om sessiespelers in te zetten voor een meer typisch ontspannen Californische countryrock-sound, die toentertijd populair was. Echter de populariteit van de countryrock leek af te nemen bij het aanbreken van de jaren 1980 en bands als de Daredevils, Poco en Firefall zagen hun verkopen dalen. Het album bevatte de schakel van country naar een hardere rocksound. Maar het album verkocht niet in de platenzaken en Columbia Records ontbond hun contract al na een plaat.
In 1980 verliet Walle de band en werd vervangen door Terry Wilson. In december 1980 herenigden zich Brayfield, Chowning, Jones en Walle voor twee shows, een in Springfield en de andere in Kansas. De eerste was in het Hammons Student Center op 6 december en de tweede in het Uptown Theater in Kansas City op 31 december. Laatstgenoemde show werd later uitgebracht op cd (augustus 2006) en dvd (juni 2007) als het reünieconcert Rhythm and Joy uit 1980.