| style="background-color:#e3e3e3;" align="center" colspan="2"| NASA Artemis-ruimtevluchtArtemis II |- | colspan="2" align="center" | miniatuur|Artemis II lift-off vanaf het lanceercomplex |- | colspan="2" align="center" | miniatuur|Bemanning |- | colspan="2" align="center" | miniatuur|Embleem van de missie |- | colspan="2" align="center" | Artemis II-bemanning |- ! Type ruimtevaartuig: | Orion |- ! Naam/serie nr. voertuig: | Orion 003, Integrity |- ! Draagraket: | SLS-block I |- ! Lander: | n.v.t. |- ! Bemanningsleden: | Reid WisemanVictor GloverChristina KochJeremy Hansen |- ! Lanceerbasis: | Kennedy Space Center |- ! Lanceerplatform: | LC-39B ML-1 |- ! Lanceerdatum: | 1 april 2026, 22:35:12 UTC |- ! Omwentelingen Aarde: | 2 |- ! Maanlanding: | n.v.t. |- ! Fly-by Maan: | 6 april 2026, 23:00:46 UTC, 6544 km |- ! Max. afstand Aarde | 6 april 2026, 23:02:51 UTC, 406.771 km |- ! Landingsplaats Aarde: | Grote Oceaan, voor de kust van San Diego. |- ! Landingsdatum aarde: | 11 april 2026, 00:07 UTC |- ! Missieduur: | 9 dagen, 1 uur, 31 minuten, 35 seconden |- ! Totaal afgelegde afstand: | 1.126.922 kilometer |- ! Pieksnelheid: | 39.661 km/h |- ! Doel vlucht: | Bemande testvlucht SLS-Orion om de Maan |- ! Secondaire missie: | 4 CubeSats
miniatuur|De beoogde baan van missie Artemis II miniatuur|Vluchtanimatie Artemis II, tot mei 2019 bekend als Exploration Mission 2 (EM-2) is de tweede vlucht van NASA's Artemisprogramma. Het is de derde vlucht van een Orioncapsule en de eerste bemande ruimtevlucht met een Orion.
Volgens de planning van begin 2019 zou op 1 juni 2023 worden gelanceerd vanaf Lanceercomplex 39B van het Kennedy-ruimtecentrum. De draagraket die daarvoor werd gebruikt is een Space Launch System Block I. De lancering werd herhaaldelijk uitgesteld; uiteindelijk is de raket op 1 april 2026 om 22:35:12 UTC opgestegen. De astronauten landden weer op 11 april 2026 om 00:07:27 UTC in de Stille Oceaan.
Kenmerken Artemis II was de eerste bemande ruimtevlucht om de maan sinds de laatste Apollo-missie in 1972. De Orioncapsule vloog na de lancering ruim 24 uur rond de aarde om vervolgens de route richting de Maan in te zetten. Na een enkele passage achter de Maan langs keerde Orion terug naar de aarde.
Op basis van de voorgaande testvlucht, Artemis I, waren er enkele wijzigingen aan de geplande route doorgevoerd. Het hitteschild van Orion had bij de landing van Artemis I meer schade dan verwacht opgelopen, op basis waarvan het landingstraject van Artemis II is aangepast: de capsule kwam onder een steilere hoek de atmosfeer binnen, waardoor deze sneller afremde en korter aan de hitte van plasma werd blootgesteld zodat het hitteschild dit beter kon doorstaan. Bijgevolg werd de bemanning wel aan meer g-krachten blootgesteld.
De bemanning bestond uit vier personen: gezagvoerder Reid Wiseman (NASA), piloot Victor Glover (NASA) en missiespecialisten Christina Koch (NASA) en Jeremy Hansen (CSA). Artemis II was na de vluchten EFT-1 en Artemis I de derde ruimtevlucht van een Orion-ruimteschip en de tweede lancering van het Space Launch System.
Er is enige tijd sprake van geweest dat NASA EM-2 met een SLS Block IB-configuratie zou lanceren. NASA wilde zo geld besparen omdat ze dan de Interim Upper Stage van de Block I-configuratie niet hoefden aan te passen en goedkeuren voor slechts één bemande vlucht. De ontwikkeling van de Exploration Upper Stage voor de Block IB raakte echter vertraagd waardoor toch naar de Block I-variant werd teruggegrepen (uiteindelijk werden de Block-1B-variant en Exploration Upper Stage zelfs geannuleerd).
NASA bood op de vlucht ook de mogelijkheid aan derden om zes en twaalf units grote CubeSats mee te lanceren. Tweet van Aerojet Rocketdyne, Twitter, 5 augustus 2019. Gearchiveerd op 25 september 2019. Nadat de capsule en de tweede trap elkaar definitief hadden verlaten heeft de tweede trap vier CubeSats in hun eigen baan afgezet.
Plaats in de geschiedenis Artemis II was de vierde bemande maanmissie zonder landing. De drie voorgaande missies waarbij de bemanningen de maan van nabij mochten aanschouwen, zonder er op te landen, waren Apollo 8, Apollo 10, en Apollo 13. Voor Apollo 13 was aanvankelijk wel een landing gepland, maar door een ontploffing in de Service Module van de capsule Odyssey, op weg naar de maan, werd het vluchtplan drastisch gewijzigd, teneinde de bemanning veilig en wel terug te doen keren naar de aarde.
Sinds Artemis II zijn er in totaal 28 mensen geweest die de achterzijde van de maan met eigen ogen hebben gezien. Van december 1972 tot april 2026 stond dit aantal op 24: de astronauten van het Apolloprogramma.
Observaties van de westelijke hemisfeer van de maan De bemanning van Artemis II had als vooropgesteld doel de westelijke hemisfeer van de maan te observeren. Het gebied van de maan waar zich de inslagbekkens Mare Orientale en Hertzsprung bevinden werd gedurende het gehele Apolloprogramma niet of slechts onvoldoende waargenomen en gefotografeerd. Enkel het meest oostelijke gedeelte van Mare Orientale De oostelijke zee (Mare Orientale) bevindt zich op de westelijke hemisfeer van de maan. Oost en West werden door de Internationale Astronomische Unie (IAU) verwisseld. dat tijdens uiterst gunstige libratie vanaf de Aarde waarneembaar is, kon in het zwakke aardschijnsel gefotografeerd worden, met behulp van gevoelige fotografische film en langere belichtingstijden. De rest van het bekken bevond zich steeds in de duisternis van de maannacht. Hertzsprung was geheel onzichtbaar. Beide inslagbekkens werden kort voor en na het Apolloprogramma door de onbemande sondes van het Lunar Orbiterprogramma, het Zondprogramma, de Clementine sonde (Deep Space Program Science Experiment - DSPSE), en de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) in detail gefotografeerd. Tijdens de missie van Artemis II werden de inslagbekkens van Mare Orientale en Hertzsprung, evenals de geprononceerde stralenkrater Ohm, door mensenogen aanschouwd, waarbij onder andere subtiele kleurnuances werden opgemerkt. Ook het meest uitgebreide (of meest volmaakte) stralenstelsel op de maan, rond de betrekkelijk kleine en relatief jonge inslagkrater Pierazzo Genoemd naar Elisabetta "Betty" Pierazzo (1963-2011) - Planetary Science Institute. ten noorden van Mare Orientale, was een doel om te observeren, een Target Of Opportunity - T.O.O. T.O.O. - Targets Of Opportunity - waren tijdens het Apolloprogramma interessante opportunistische doelen op de maan om vanuit orbit te fotograferen, met behulp van Hasselblad camera's. De fotografie van T.O.O. werd deels bepaald door de Egyptische maandeskundige Farouk El-Baz (The King), die destijds werkzaam was bij NASA.
Observaties van het maanoppervlak Net zoals dat ook tijdens het Apolloprogramma het geval was, konden de astronauten van Artemis II de merkwaardige bruinkleuring van het maanoppervlak waarnemen. Deze bruinkleuring is een opvallend optisch verschijnsel dat voornamelijk te zien is in de foto's met de aardsikkel aan de gekromde maanhorizon Astronomy Picture of the Day (APOD) 8 April 2026, 11 April 2026, waar ook de geprononceerde krater Ohm in te zien is. Het verschijnsel van de bruinkleuring van het maanoppervlak dat tegen de zon in is bekeken werd destijds vermeld in het artikel To the mountains of the moon, Kenneth F. Weaver, National Geographic - February 1972 (verslag van de missie van Apollo 15). Ook Carl Sagan's boek Cosmos (1980) toont op bladzijde 84 een foto van het bruinkleurig maanoppervlak, genomen door de bemanning van Apollo 12 vanuit orbit rond de maan. Deze foto (AS12-47-6890, Magazine V) toont het gebied omstreeks het noordwestelijk segment van de krater Pasteur op de oostelijke achterzijde van de maan. Boven de gekromde maanhorizon bevindt zich de sikkel van de aarde.
Stukjes stof Om symbolische redenen zijn een stukje stof afkomstig van de Wright Flyer en twee Amerikaanse vlaggen met de missie meegevlogen. De ene vlag was aan boord van de laatste spaceshuttlevlucht (STS-135) en werd in het ISS achtergelaten om met de volgende Amerikaanse bemande vlucht Crew Dragon SpX-DM2 terug te keren. De andere was ooit bedoeld om aan boord van de geannuleerde vlucht Apollo 18 mee te vliegen.
Geschiedenis In 2019 werd het Artemisprogramma opgestart, waarmee NASA in 2024 een bemande maanlanding wilde bewerkstelligen. Artemis II zou oorspronkelijk de laatste voorbereidende vlucht zijn, met Artemis III als eerste maanlanding van dit project. Door toevoeging van een extra testvlucht is dat in maart 2026 naar Artemis IV doorgeschoven. Na de grotendeels mislukte eerste testvlucht van de Boeing Starliner die in december 2019 het ISS niet bereikte, is NASA zijn plannen voor Artemis II gaan heroverwegen. De mogelijkheid om aan het vluchtprofiel een rendez-vous toe te voegen om zodoende die kwaliteiten van de Orion-capsule te bewijzen werd onderzocht. Met wat voor voorwerp die zou moeten koppelen was niet duidelijk. Men hield er rekening mee dat de Lunar Orbital Platform-Gateway tegen die tijd beschikbaar zou kunnen zijn, maar dat was anno mei 2020 allerminst zeker en werd in de jaren daarop gauw onmogelijk. Men besloot om in de uren na de lancering een dichte benadering met de reeds afgestoten tweede trap uit te voeren.
Eind 2019 waren de bouw van de SLS-raket en de Orion-Capsule in volle gang. De brandstoftanks van de SLS-raket waren inmiddels af en klaar voor tests alvorens de raket verder wordt opgetuigd. Artemis II Rocket Propellant Tanks Prepped for Next Phase of Manufacturing, NASA, 27 november 2019. Gearchiveerd op 11 november 2020.
Op 15 maart 2020 kwam de ontsnappingsmotor van de Orion-capsule aan op het Kennedy Space Center. Tweet van NASA Ground Systems, Twitter, 15 maart 2020. Gearchiveerd op 9 januari 2022.
In mei 2020 werden de Europese service modules (ESM) voor Artemis II en Artemis III besteld.
In januari 2022 was de interim cryogenic propulsion upperstage oftewel de tweede trap van de SLS-raket zo goed als klaar voor oplevering.
In mei 2022 werd de Orion-capsule voor het eerst opgestart., Lockheed Martin powers up Artemis II Orion, updates status on other capsules, NASASpaceflight.com, 10 juni 2022
Na de onbemande testvlucht Artemis I bleek er op sommige plekken in het ablatieve hitteschild van de Orion meer ablatie te hebben plaatsgevonden dan was verwacht. NASA wilde dit probleem eerst volledig doorgronden en indien nodig oplossen alvorens verder te gaan met de voorbereidingen voor Artemis II. De voorbereiding en lancering liepen hierdoor flink vertraging op.
In september 2023 arriveerde de trein met de segmenten van de vastebrandstofhulpraketten op het Kennedy Space Center.
Op 24 juli 2024 arriveerde NASA’s vrachtschip de Pegasus met de core-stage van de SLS-raket op het Kennedy Space Center.
miniatuur|De SLS core-stage in het Vehicle Assembly Building voordat deze overeind werd gehesen
In november 2024 begon NASA met het samenstellen van de SLS-raket voor de Artemis II-vlucht in het Vehicle Assembly Building (VAB). Halverwege oktober 2025 arriveerde het Orion-ruimteschip in het VAB.
Op 20 december 2025 werden in het Ops & Checkout-gebouw van het Kennedy Space Center de procedures rond het aantrekken van de ruimtepakken en het vertrek richting de raket geoefend. Een verschil met de echte lanceerdag is dat ze niet naar LC-39B vertrokken maar naar het VAB waar de raket nog binnen stond.
Roll-outs en repetities Op 9 januari 2026 werd de Crawler Transporter naar het VAB verplaatst. Direct daarna werd de verwachte roll-out-datum publiek gemaakt: 17 januari. Voor de rit van het VAB naar lanceercomplex 39B werd 12 uur uitgetrokken.