miniatuur|Verhuiswagen met paardentractie

In diverse landen kende men eeuwenlang een algemene verhuisdag, ook wel vaste verhuisdag genoemd. Vaak was dat op 1 mei, maar er kwamen ook andere datums voor.

Herkomst De algemene verhuisdag was een direct gevolg van het feit dat contracten meestal op 1 mei begonnen of eindigden. Wisselde men van baas, vrijwillig of noodgedwongen, dan moest men meestal ook verhuizen. Dat gold vroeger vooral voor boeren en landarbeiders. En omdat ook de huren per 1 mei konden worden opgezegd was er op die dag elk jaar een piek in verhuizingen, de algemene verhuisdag.Op 11 mei 1901 stonden in het Heerenveens Advertentieblad 97 advertenties voor huwelijksjubilea van 25 tot 55 jaar, en 124 annonces van ondertrouw of huwelijk.

De eerste mei als contractdatum en betaaldatum in onze streken is al heel oud. De oude term meye of meye daghe betekende: 1 mei. De Hollandse graaf verpachtte in 1325 een erf in Dordrecht voor 20 schelling per jaar, te betalen alle jare ene helft te sinte Baven daghe (1 oktober) ende die ander helft te meye daghe.Registers van Hollandse grafelijkheid 1299-1345, ZH 187 Maar ook als het om andere afspraken ging hield men vaak 1 mei aan als afrekendag. Bij een geschil tussen kooplieden uit Stavoren en Lübeck in 1333 besliste de graaf dat die van Lübeck de toegebrachte schade moesten vergoeden en betalen op den eersten Meye dach in Haarlem.Groot placaat en charter-boek van Vriesland deel 1, pp. 187, 188 In 1380 verlengde de graaf de vrede tussen Holland en de Oostvriesen van Meye dach in ’t jahre 80 tot Meye dach in ’t jahre 81.Groot placaat en charter-boek van Vriesland deel 1, p. 243 (Vanuit Holland en West-Friesland gezien lag aan de andere kant van de Zuiderzee Oost-Friesland.).

Voor huurhuizen in de stad was er meestal niet een direct verband tussen arbeidscontract en huishuur. Daarom werden er al vroeg regels gemaakt om huurders toch op de vaste wisseldatum uit het huis te krijgen. In een Amsterdamse keur van 1413 staat: De gene, die in Huerhuysen wonen, ende anders-waer, sullen alle jaer vervaren op ter Meye avond by 60 schellingen Hollands elcx dage te verbeuren; ’t en sy dat sy langer verwerven mogen aen dengenen, die de huysen toe-behooren.Lesger 1986, p. 26 Met andere woorden: wie weigerde per 1 mei zijn huurhuis te ontruimen kreeg een boete van 60 schellingen per dag, tenzij met de eigenaar verlenging van het huurcontract was afgesproken.

Nooit op zondag miniatuur|Verschuiving verhuisdag Amsterdam vanwege het Joodse Paasfeest (1796) miniatuur|Een armoedige verhuizing op een kruiwagen op 1 mei 1806. Voor de deur van schilder Christiaan Andriessen op de Amstel valt er het een en ander van de kruiwagen af. Op de Amstel een luxere verhuizing per boot. miniatuur|Spotprent op de verhuisdag in Amsterdam, 1831: Meidag, of het verhuisboeltje van Doctor Urinaal en de familie Naturalibus Wanneer 1 mei op zondag viel werd in Nederland de algemene verhuisdag een dag eerder of later gehouden. In Amsterdam werd bovendien niet verhuisd op vrijdag, zaterdag en maandag. Vrijdag en maandag omdat het belangrijke marktdagen waren, zaterdag vanwege de Joodse sjabbat. Dat laatste was niet altijd vanzelfsprekend geweest. In 1701 viel 1 mei op zondag en de verhuisdag werd daarom gesteld op zaterdag 30 april. Dat was niet een gewone sjabbat, het was ook Pesach, het Joodse paasfeest. Er was een kort geding nodig om de verhuisdag te verschuiven naar 3 mei. Mede onder invloed van de Franse Revolutie (vrijheid, gelijkheid, broederschap) was in 1796 de tussenkomst van een rechter niet meer nodig.

Twee kalenders In 1582 werd door paus Gregorius XIII een verbeterde kalender afgekondigd. Na 4 oktober 1582 volgens keizer Julius Caesar was het de volgende dag 15 oktober volgens paus Gregorius. De lente zou in het vervolg weer op 21 maart beginnen en Pasen, Pinksteren en alle andere kerkelijke feestdagen zouden weer op de juiste dagen vallen. Katholieke landen voerden de kalender meteen in, maar protestantse landen voelden zich niet gebonden aan deze pauselijke kalender. Voor de internationale handel waren twee kalenders natuurlijk lastig en Holland en Zeeland volgden al snel het voorbeeld van de katholieke zuidelijke Nederlanden. Andere gewesten van de republiek volgden pas na 1700. Toen was het verschil tussen beide kalenders opgelopen tot elf dagen. Na 31 december 1700 was de volgende dag 12 januari 1701. Wie per 1 mei 1700 een jaarcontract had gesloten zou, als het op de nieuwe kalender 1 mei 1701 werd, elf dagen kwijt zijn. Een huurder zou elf dagen eerder uit zijn huis moeten, een verhuurder zou minder dan de volle jaarhuur vangen. De Friezen vonden het onbillijk om met terugwerkende kracht een contract te veranderen. Het volgens afspraak handhaven van het volle recht en het volle genot vonden ze belangrijker. En dus bleef de huurder 365 dagen in zijn huis. In een officiële publicatie van 29 januari 1701 werd het bevestigd: ‘possessie en gebruik der landen sal expireren op den vijfden Martij, en van de huijsen soo in de Steden als ten Platten Lande, alsmede de verhuijsinge en het vervaren van Dienstboden, soo Knechten als Meijden, met den elfden Meij en November.’ Zo bleef in deze provincie 12 mei de ingangsdatum voor het huren van knechten en dienstmeiden en voor verhuizingen. Dit maatschappelijk gebruik werd in 1723 door de Friese Staten wettig verklaard. Het gebruiken van twee kalenders binnen de republiek der zeven verenigde Nederlanden betekende dat men bij de datum moest vermelden of het oude of nieuwe stijl was. Het gaf ook specifieke problemen. Als een Friese dienstbode naar Holland wilde moest ze daar per 1 mei beginnen, terwijl haar oude dienstje nog tot 12 mei doorliep.

Andere verhuisdatums Binnen Nederland viel de algemene verhuisdag niet overal op 1 of 12 mei. In Scheveningen dicteerde de visserij de verhuisdag. Er was geen vaste datum, meestal viel hij ergens in juni als de hele vissersvloot aan wal lag. In Gooi- en Eemland wisselden knechten en meiden op Sint Katrijn, 25 november. Daar had men bovendien het gebruik dat iedereen in de nacht van 24 op 25 november de nog in het veld lopende koeien mocht melken. Dus werden ze zoveel mogelijk eerder op stal gezet: Met Sint Katrijn moeten de koeien aan de lijn. In Limburg verhuisde men op 16 maart, de dag waarop de negenjarige pachtcontracten van de boerderijen vervielen.

Verhuisdag wereldwijd fenomeen De algemene verhuisdag was een wereldwijd fenomeen. In de 19e en 20e eeuw kwamen er in de steden geleidelijk meer verhuisdagen bij omdat er voor de huishuur behalve jaartermijnen ook half jaar-, kwartaal- en maandtermijnen werden ingevoerd. Maar de drukste verhuisdag bleef die op de voorjaarsdatum. Het Belgische Leuven had 17 maart, Berlijn 1 april en 1 oktober, Parijs 15 april, 15 juli, 15 oktober en 15 januari. Londen had er eind 19e eeuw al vier: de drukste was Lady Day 25 maart, verder Midsummerday 24 juni, Michaelmasday 29 september en Christmasday 25 december. Het Italiaanse Napels deed mee met 1 mei, maar Milaan verhuisde op 29 september, Sint Michielsdag. Kopenhagen verhuisde op 17 oktober, Wenen op 1 augustus, het Spaanse Baskenland op 25 december, Lissabon op 1 januari en 1 juli (betaling vooraf op 20 november en 20 mei), Stockholm op 1 oktober en Zwitserland verhuisde op 1 april en 1 oktober. In Amerika bleef 1 mei moving day ook nadat de Engelsen Nieuw-Amsterdam hadden omgedoopt tot New York en die gewoonte hield daar stand tot 1945. miniatuur|Verhuisdag in New York, schilderij ca. 1827 In de 19e eeuw begonnen buitenland-correspondenten in kranten over de algemene verhuisdag daar te schrijven. Het ging vaak over de enorme drukte op straat (Parijs 1862: Het is de gewone verhuisdag voor personen van de mindere stand. Het schouwspel maakte veeleer de indruk van een algemene volksverhuizing of emigratie. Londen 1892: De drukte in de stad is net als bij jullie en degenen die verhuizen leven weken en maanden in een chaos.) Volgens de correspondent uit Berlijn, 29 maart 1900, verhuisde men daar gemakkelijk. Kachels stonden vast in een huis en hoefden dus niet mee. Men gebuikte op de vloer losse tapijten en men woonde gelijkvloers en dus hoefde men niet te rekenen met trappen, voorhuizen, binnenplaatsen enz.

De correspondent in New York noemde 1 mei in 1876 een zwarte duivelse dag. Het leek of half New York verhuisde. Hij schetste de Amerikaan als iemand die niet aan een huis is gehecht. De Amerikaan kende het Hollandse spreekwoord niet: drie maal verhuisd staat gelijk aan eenmaal afgebrand.Spreekwoorden.nl Volgens een legende zou het gebruik om op 1 mei te verhuizen door de eerste Hollandse volksplanters van de duivel zijn overgenomen. (In Limburg heette de boerenverhuisdag op de tweede donderdag na Pasen ook wel Allerduvelendag.) Het ligt voor de hand dat de eerste Nederlandse emigranten hun verhuisgewoonten meenamen. Daar hadden ze de duivel niet voor nodig. In New York moest uiterlijk op 1 februari (Rent Day) de huur worden opgezegd, zodat men drie maanden de tijd had om een nieuw onderkomen te vinden. Op deze gewoonte werd door New York State een wettelijke regeling gebaseerd, die inhield dat als er geen einddatum was vastgesteld in een huurcontract dit per definitie 1 mei was. In 1943 werd in de wet het verhogen van huren aan voorwaarden gebonden en dit leidde ertoe, samen met het huizentekort na de Tweede Wereldoorlog, dat moving day verdween. miniatuur|Verhuisdag in Quebec In 1750 was in Frans Canada (Quebec) in de wet vastgelegd dat landheren de pachters niet van hun land mochten zetten voordat de sneeuw was gesmolten. Als vervolg daarop werd in 1866 in het burgerlijk wetboek bepaald dat de pachttermijnen liepen van 1 mei tot 30 april. Daarmee werd ook daar 1 mei de nationale verhuisdag, op z’n Frans ‘fête du déménagement’: feest der verhuizing. De regering van Quebec besloot in 1973 dat het beter was om de verhuisdag naar de zomer te verschuiven. Zo konden schoolkinderen het schooljaar afmaken en bovendien was het op 1 mei in Canada vaak nog ruig weer. Men koos voor 1 juli, de algemene vrije feestdag (Canada day), want dan hoefden de laagstbetaalden voor hun verhuizing geen onbetaald verlof op te nemen. Op die dag verhuizen nog altijd honderdduizenden mensen die langs de straat een spoor van overbodige meubelstukken en lege dozen achterlaten.

Culturele tradities rond verhuizen Verschillende landen kennen specifieke tradities en rituelen rond het verhuizen en het inwijden van een nieuwe woning.

Housewarming-tradities In Frankrijk wordt een inwijdingsfeest "Pendaison de crémaillère" genoemd, letterlijk "ophangen van de ketel". Deze middeleeuwse traditie ontstond toen alle helpers die bij de bouw hadden geholpen samen een grote ketel met soep boven de open haard hingen als laatste gezamenlijke activiteit.

In Duitsland is het traditie om brood en zout te geven als verhuiscadeau. Het brood staat symbool voor voorspoed en volle keukenkastjes, terwijl het zout de nodige pit in het leven moet brengen en boze geesten moet verjagen.

Andere tradities zijn het eten van "flyttgröt" (verhuispap) in Zweden, het geven van rijst als symbool voor vruchtbaarheid in Italië, en in Rusland het eerst een kat de nieuwe woning in laten lopen voordat de bewoners zelf naar binnen gaan.

Nederlandse verhuistradities Nederland kent geen sterke eigen tradities rond het verhuizen, maar heeft de Amerikaans-Britse housewarming-traditie overgenomen waarbij gasten drank, hapjes en cadeaus meebrengen. Bij nieuwbouw bestaat wel de middeleeuwse traditie van het plaatsen van een meiboom op het dak zodra het huis "onder dak" is, als symbool voor vruchtbaarheid en voorspoed. Ook het geven van pannenbier aan bouwvakkers wanneer het hoogste punt van het huis is bereikt, is een eeuwenoude Nederlandse traditie.

Woningnood