Wilhelm Jonker (Helder, 26 november 1848 – 's-Gravenhage, 10 oktober 1932) was een evangelist in het veengebied in het zuidoosten van de Nederlandse provincie Drenthe.

Leven en werk Jonker werd in 1848 in Den Helder geboren als zoon van de sergeant-majoor der mariniers Wilhelm Jonker en Baartje Blok. Jonker sloot zich aan bij de Nederlandsche vereeniging tot Afschaffing van Sterken drank, waarvoor hij correspondent werd in Drenthe. Hij werkte tevens als evangelist en godsdienstleraar in Meppel. In 1880 nam hij in deze plaats het initiatief tot de oprichting van een plaatselijke afdeling van de zendingsgemeente van ds. Witteveen in Ermelo. Als evangelist trok hij in 1885 naar het Drentse veengebied rond Emmen. Hij was daar zes jaar werkzaam in en rond Erica. Zijn vrouw en hij slaagden erin om, met financiële steun van de invloedrijke familie Scholten, een verenigingslokaal annex evangelisatiezaal te realiseren.

Jonker publiceerde in 1923 "Het morgenrood in de Drentsche venen" over zijn werk in het Drentse veengebied met een voorwoord van de CHU-politicus (en latere premier van Nederland) D.J. de Geer. Ook zijn collega's Willem Braak-Hekke ("Evangelist in de venen") en Willem de Weerd ("De domeneer van Turfland") schreven over hun ervaringen als evangelist in de venen van Drenthe. Jonker richtte als evangelist en als fervent drankbestrijder zijn pijlen op het drankmisbruik van de veenarbeiders. Hij schetste een samenleving van boeren en arbeiders die gespleten werd door de drank. Zo schreef hij in zijn terugblik van zijn jaren in Erica:

De publicaties van Jonker en zijn beide collega's versterkten, aldus Timmer en De Vries, het negatieve imago van de streek.Timmer en De Vries 2011:158 In tegenstelling tot zijn collega Braak-Hekke die zich de woede van de stakende arbeiders op de hals haaldeDe door Braakhekke gestichte kerk in Emmer-Erfscheidenveen werd in april 1925 door de stakende arbeiders in brand gestoken wist Jonker tijdens de veenstaking in 1888 wel het vertrouwen van de veenarbeiders te winnen. Het leger werd tegen de stakers ingezet, maar Jonker kon een bloedbad voorkomen. Jonker getuigde daarna voor de staatscommissie dat van de zijde van de werkgevers weinig compassie getoond werd met de arbeiders.Visscher, Wim,"Emmen een Drents Californië?" in Kroniek van de historische vereniging Zuidoost-Drenthe, maart 2001 en "Uit de Drentsche venen in "De Grondwet" d.d. 15 mei 1888

Jonker trouwde op 12 mei 1875 in Den Haag met Klazina Blewanus. Hij was redacteur van het dagblad "De Nederlander" in Rotterdam en Den Haag. Hij vervulde meerdere bestuurlijke functies bij protestants christelijke organisaties. Zo was hij onder andere mede-oprichter en voorzitter van de Deutscher Jugend Bund für entschiedenes Christentum. Jonker overleed in 1932 op 83-jarige leeftijd in Den Haag. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats in Den Haag.Het geheugen van Nederland: W. Jonker † en Het Vaderland d.d. 11 oktober 1932: W. Jonker † en Het Vaderland d.d. 13 oktober 1932: Teraardebestelling Wilhelm Jonker

Bibliografie (selectie) "Christelijke Jongelieden-Vereenigingen", Amsterdam, 1870 "Twee jongens uit het volk", Winterswijk, 1878 "Sullivan, de Indiaansche toovenaar, of een kerstfeest zonder kerstboom", Zwolle, 1879 "Het werk Gods in Wales en elders", Rotterdam, 1905 "De diacones en haar dienst", Rotterdam, 1905 "De Nederlandsche Tentzending", Rotterdam, 1906 "De nestoriaansche kerk in Kurdistan", circa 1910 "Een Nederlander als baanbreker der zending in Tibet", Rotterdam, 2e druk 1917 "Het morgenrood in de Drentsche venen", 's-Gravenhage, 1923

Categorie:Nederlands evangelist Categorie:Nederlands persoon in de 19e eeuw