Het Ontwerp voor het grafmonument van Jacobus Franciscus van Caverson is een ontwerptekening voor het grafmonument van Jacobus Franciscus van Caverson, een magistraat.

Opdrachtgevers De opdrachtgevers waren het adellijke echtpaar Jacobus Franciscus van Caverson en die in 1682 met Jeanne Albertine de Schockaert (°Brussel, 26 november 1663) was gehuwd. Van Caverson overleed in 1710 te Brussel; zijn weduwe overleed aldaar in 1731, en lieten verschillende kinderen na.https://www.google.be/books/edition/Annuaire_de_la_noblesse_de_Belgique/gnJWAAAAcAAJ?hl=nl&gbpv=1&dq=schockaert+Caverson+annuaire&pg=RA1-PA84&printsec=frontcover Het echtpaar liet zich bijzetten in de Dominicanenkerk te Brussel. Het grafmonument werd goedgekeurd, maar uiteindelijk in een gewijzigde vorm uitgevoerd.

Vernieling Deze kerk werd, samen met het grafmonument, aan het einde van de achttiende eeuw door de Franse revolutionairen afgebroken. Van het praalgraf ging vrijwel alles verloren; enkel de portretbuste bleef bewaard en bevindt zich thans in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel. Het monument werd in 1820 voor het laatst vermeld in een veilingcatalogus. Het oorspronkelijke ontwerp is evenwel bewaard gebleven.

Uitvoering Michiel van der Voort liet, zoals gebruikelijk, de opdrachtgever de keuze tussen twee ontwerpen, links en rechts van de verticale aslijn. Het toont vier speelse engelen, links van de aslijn een segmentboog en rechts een rouwgordijn met koord en kwasten.

Opvallend is de precisie waarmee Caversons portretbuste reeds op het ontwerp werd uitgevoerd. Ook een gekroonde vis, zijn wapenschild, is in potlood op het ontwerp getekend. Twee consolen versieren de tombe en rusten op een eenvoudige plint. Tegen de twee Corintische pilasters hangen acht blinde kwartieren van Caverson en in het midden van het fronton ziet men zijn gehelmde wapenschild. Onderaan op de tekening is met potlood vermeld: van Caverson.

Achtergrond Het hier getoond ontwerp werd niet uitgevoerd; van der Voort legde een ander model voor aan zijn opdrachtgever. De vier engeltjes verving hij door twee statige vrouwenfiguren met in het midden de portretbuste van Caverson. De vrouwen zijn symbolen voor de Kracht en de Voorzichtigheid. Waarschijnlijk wijzigde hij zijn ontwerp om een evenwicht te bereiken met het mausoleum voor Albertus baron de Coxie van Moorsele (overleden 1709) dat aan de epistelkant van het hoogaltaar van de dominicanenkerk een plaats kreeg. De twee mausolea werden zo opgevat als pendants.

Een afbeelding van de gerealiseerde compositie verscheen in een publicatie van Jacob Le Roy, evenwel zonder vermelding van de maker. Dat we die kennen danken we aan de secretaris van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, Jacob van der Sanden die Michiel van der Voort vermeldt als maker in een lofdicht.

Geschiedenis Het werk kwam in 1909 terecht in de privéverzameling van Charles Van Herck (inventarisnummer: CVH 109). In 1996 werd het werk verworven door het Erfgoedfonds van de Koning Boudewijnstichting. In 2000 werd het werk samen met de andere tekeningen uit de Collectie Van Herck in bruikleen toevertrouwd aan het Museum Plantin-Moretus waar het tentoongesteld wordt.

Categorie:Collectie Koning Boudewijnstichting Categorie:Kunstwerk in Antwerpen