miniatuur|alt=Foto van een groot bloktoestel, een apparaat in een seinhuis met veel knoppen en opschriften|Bloktoestel voor blokstelsel-III in het seinhuis van Zuidbroek Dit artikel beschrijft vijf typen van klassieke beveiliging van blokstelsels bij spoorwegen.

In de tijd van de klassieke- of mechanische beveiliging werden seinen aan de vrije baan werden bediend door blokwachters en de stationsemplacementen werden beveiligd door de treindienstleiders. In de tijd van de klassieke beveiliging werden treindienstleiders veelal seinhuiswachters genoemd. Er waren op diverse baanvakken verschillende blokbeveiligingen in dienst. Dubbelsporige baanvakken waren meestal beveiligd met blokstelsel-II en -III en enkelsporige baanvakken vaak met blokstelsel A en soms met C. Alle treinbewegingen moesten ook administratief worden geregistreerd in een treinregister, dat door de treindienstleider moest worden ingevuld.

Blokstelsels Blokstelsel-I Blokstelsel-I was een eenvoudige manier om een blok te beveiligen. Net als het automatisch blokstelsel werd een blok beveiligd met een bloksein. Alleen werd dit gekoppeld aan een blokvenster op de blokkast aan de blokpost, die werd bediend door een blokwachter of seinhuiswachter. Een blokpost had dus bijna altijd twee vensters op de kast, een voor de ene richting en de een voor de andere. Blokstelsel-I kon zowel gebruikt worden voor enkel- als voor dubbelspoor. Blokstelsel-I is een open blok. Dat betekent dat de blokvensters op de blokkasten, die wit en rood kunnen tonen, standaard wit tonen. Een blokwachter of seinhuiswachter kon dan als de vensters wit waren altijd een trein het blok insturen en het bloksein uit de stand stop plaatsen. De wachter geeft eerst een aankondigingssein naar de eerstvolgende blokpost of station door middel van het drukken van de wekknop. Dat zet het sein op veilig, zodat de trein kan vertrekken. Op het station moet voor het veiligzetten van het sein eerst de juiste rijweg worden ingesteld voordat het sein uit de stand stop gebracht kan worden. Bij een blokpost aan de vrije baan hoeft dit niet. Achter de trein wordt het sein weer in de stand stop gebracht en de trein door de wachter geblokt door boven het blokvenster de blokknop in te drukken en na het draaien aan de inductorslinger wordt het blokvenster rood. De wachter op de volgende post zet het sein uit de stand stop en een station stelt uiteraard eerst de juiste rijweg in. Bij binnenkomst van het station of passeren van de blokpost wordt het sein weer in de stand stop gebracht en de trein weer geblokt, waarbij het blokvenster van die post rood wordt en het blokvenster op de voorgaande post weer wit. Het probleem was dat bij binnenkomst van de laatste post het venster niet meer wit kan worden omdat er geen volgende post meer is die dat kan doen. Via een simulatieknop moest het laatste station zichzelf na het binnenblokken zichzelf vrijblokken. Het nadeel was dat er ook niet was waar te nemen op de blokkast of de trein zich nu juist in het blok bevindt of niet. Daarom werd blokstelsel-I vervangen door blokstelsel-II.

Blokstelsel-II Ten opzichte van blokstelsel-I was blokstelsel-II een hele verbetering. Blokstelsel-II werd voornamelijk gebruikt op dubbelsporige trajecten. Op de vrije baan was het mogelijk te werken met tussenblokken om meerdere treinen in één richting achter elkaar te laten rijden. Met blokstelsel-II was het ook voor de eerstvolgende post waar te nemen of er nu wel of geen trein zich in het blok bevindt en onderweg is. Dit werd mogelijk gemaakt door een voorbijgangsvenster te plaatsen dat gekoppeld werd met het blokvenster van de voorafgaande post. Op de blokkast bevonden zich op de blokposten dus vier vensters. Op stations waar met verscheidene seinposten werd gewerkt werden de vensters verdeeld: een blokvenster en een voorbijgangsvenster op de seinpost en de andere twee voor de andere richting op de andere seinpost van het station. Een voorbijgangsvenster en een blokvenster voor de ene richting en voor de andere richting eveneens een voorbijgangsvenster en een blokvenster. De normale stand van de vensters waren wit. Blokstelsel-II was dus ook een open blok. De seinhuiswachter of treindienstleider gaf een aankondigingsein aan de eerstvolgende blokpost met een wekkersein, stelt daarna de rijweg in en zet het sein uit de stand stop. Nadat de trein het bloksein heeft gepasseerd wordt het sein teruggeplaatst in de stand stop. De trein wordt door de wachter of treindienstleider geblokt door de blokknop boven het blokvenster ongeveer een paar tellen in te drukken en tegelijkertijd aan de reductorknop te draaien, waarbij het blokvenster van wit naar rood verandert. Terwijl de wachter of treindienstleider dat doet zal op de eerstvolgende blokpost het voorbijgangsvenster van wit naar rood veranderen. De blokwachter kan dan de eerstvolgende blokpost of station wekken met een aankondigingssein en haalt vervolgens het bloksein uit de stand stop. Nadat de trein het bloksein gepasseerd is zet de blokwachter het sein in de stand stop terug en zal de trein moeten blokken. Dit doet hij door de blokknop boven het voorbijgangsvenster een paar tellen in te drukken en te draaien aan de reductorknop, waarbij de knop boven het blokvenster ook meegedrukt wordt. Het voorbijgangsvenster wordt dan weer wit en het blokvenster wordt daar dan rood van kleur; tegelijkertijd zal het blokvenster op de voorafgaande post veranderen van rood naar wit. Bij de eerstvolgende blokpost zal dan weer hetzelfde plaatsvinden, waarbij het voorbijgangsvenster daar ter plaatse rood zal worden. Als het eerstvolgende blok een stationsblok met stationsbeveiliging zal zijn dan zal daar op het seinhuis of op Post T op het station het voorbijgangsvenster ook rood worden. Op een stationsbeveiliging zit boven het voorbijgangsvenster een blokknopsper. Deze zorgt ervoor dat er niet ontblokt kan worden voordat de trein de inrijseinpaal voorbij is. Het voorbijgangsvenster houdt het inrijsein niet vast, wel is er een koppeling namelijk: De mechanische blokknopsper die zorgt ervoor dat er niet ontblokt kan worden als het inrijsein voor de vorige trein niet minstens eenmaal veilig heeft gestaan. Het voorbijgangsvenster heeft daartoe een verlengde drukpen in de kast. Nadat de trein bij de voorafgaande post is geblokt zal op het seinhuis van het station of op Post T in het station het voorbijgangsvenster veranderen in de rode kleur. Na de handelingen te hebben verricht die betrekking hebben op het binnennemen van een trein kan het sein uit de stand stop worden gebracht. De trein zal ervoor zorgen dat de bloksper vrijkomt en de blokknop boven het voorbijgangsvenster een paar tellen ingedrukt kan worden en tegelijkertijd aan de reductorknop gedraaid kan worden, waardoor het voorbijgangsvenster wit wordt van kleur. Een eventueel blokvenster naar het eerstvolgende blokpost of station zal niet, zoals op de vrije baan, meegedrukt worden.

Blokstelsel-III Blokstelsel-III is een blokstelsel dat werd gebruikt op dubbelsporige baanvakken, waarbij gebruik werd gemaakt van een of meerdere tussenblokposten. Bij blokstelsel-II was het mogelijk om direct in een openblok een trein te sturen en daarna de trein te blokken. Bij blokstelsel-III was dat niet mogelijk. De blokkasten op de tussenposten hadden zes vensters: een ontblokvenster, een voorbijgangsvenster en een blokvenster voor de ene richting en voor de tegengestelde richting uiteraard ook een blokvenster, voorbijgangsvenster en een ontblokvenster. Een blokstation had drie vensters. Een blokvenster voor een vertrekkende trein en een voorbijgangsvenster en een ontblokvenster voor een binnenkomende trein. Alle vensters op de posten hebben in de normale stand de rode kleur. Blokstelsel-III is een gesloten blokstelsel. Om een trein het blok in te sturen moet de seinhuiswachter of treindienstleider de eerstvolgende blokpost wekken. Hiermee vraagt deze toestemming om het blok vrij te maken. Als er zich geen trein in die richting in het blok bevindt, geeft de blokwachter op de eerstvolgende blokpost het blok vrij door boven het ontblokvenster de ontblokknop een paar tellen in te drukken en tegelijkertijd aan de reductorhandel te draaien, waarbij op deze post het ontblokvenster en het voorbijgansvenster van rood naar wit veranderen en op het voorgaande station, waar de trein klaar staat voor vertrek, het blokvenster eveneens van rood naar wit verandert. De seinhuiswachter of treindienstleider kan na het instellen van de stationsbeveiliging het sein uit de stand stop brengen en de trein kan het blok binnenrijden. Nadat de trein is vertrokken en het blok is binnengereden wordt het sein teruggeplaatst in de stand stop en wordt de trein door de seinhuiswachter of treindienstleider geblokt door boven het blokvenster de blokknop een paar tellen in te drukken en tegelijkertijd aan de reductorhandel te draaien; het blokvenster verandert weer van de witte in de rode kleur. Op de blokpost zal het witte voorbijgangsvenster veranderen van wit naar rood, maar het ontblokvenster blijft wit. De blokwachter wekt de eerstvolgende blokpost of seinhuis of post T van het stationsblok. Hij bedient ook de ontblokknop; het voorbijgangsvenster en ontblokvenster zullen veranderen van rood naar wit. Op de blokpost zal dan ook het blokvenster van rood naar wit veranderen en kan de blokwachter het sein uit de stand stop brengen. Nadat de trein de post passeert zet de blokwachter het sein terug in de stand stop en blokt de trein door de blokknop boven het blokvenster een paar tellen in te drukken en aan de reductorhandel te draaien, waarbij zowel het blokvenster als het ontblokvenster rood worden en het voorbijgangsvenster op het eerstvolgende station of post rood wordt. Enkel het ontblokvenster blijft wit. Op de blokpost staan de vensters weer in de normale stand. Als de trein het volgende station binnenrijdt, wordt de trein geblokt door de blokknop boven het ontblokvenster en het voorbijgangsvenster, waarbij de vensters dan de rode kleur aannemen als de seinhuiswachter of treindienstleider aan de reductorhandel draait.

Blokstelsel-A