Leonard Blomme (° Antwerpen, 2 mei 1840, † aldaar, 23 juli 1918) was een Belgische architect. Hij was de ontwerper van verscheidene bouwwerken met monumentaal karakter.
Functies Leonard Blomme was leerling van Joseph Schadde: toenmalige provinciaal architect van de provincie Antwerpen. Hij volgde deze op in 1869 en bleef die functie een dertigtal jaren bekleden.
Blomme was in de provinciehoofdplaats tevens docent aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Hij gaf onder meer les aan Jos Bascourt, Jos Smolderen, Triphon De Smet en Paul Cauchie.
Daarenboven was hij ondervoorzitter van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen.
Stijl De door Leonard Blomme ontworpen gebouwen waren meestal overdadig versierd en bijna steeds gelegen in de Antwerpse agglomeratie of in de zuidwestelijke helft van de provincie Antwerpen. Als ontwerper beheerste hij diverse stijlen, volgens de tijdsgeest, de plaatselijke omgeving of de wensen van zijn klanten. Hij helde bij voorkeur over naar de neogotiek en de neorenaissance. Algemeen mag gesteld worden dat hij de neogotiek aanwendde voor de religieuze architectuur, de Vlaamse neorenaissance voor de burgerlijke openbare bouwkunde en de Anglo-Normandische stijl voor de private woningen. De gebruikte materialen waren bij voorkeur baksteen, gecombineerd met witte zandsteen en blauwe hardsteen. Zijn functie als provinciaal architect stelde hem in staat een groot aantal openbare werken te realiseren: scholen (vaak met ambtswoning voor leraren), gemeentehuizen, openbare fonteinen, kerken (dikwijls met pastorie), weeshuizen, enzovoort. Bij herhaling werkte zijn jongere broer Henri Blomme mee aan de ontwikkeling van de opdrachten.
Eerbetoon Omwille van zijn verdiensten werd Blomme gelauwerd met de volgende titels: Commandeur in de Kroonorde, Officier in de Leopoldsorde.
Werken De meest bekende werken zijn: het gemeentehuis van Borgerhout de Sint-Willibrorduskerk te Antwerpen. Beide gebouwen werden ontworpen in samenwerking met zijn broer Henri. thumb|300px|Heist-op-den-Berg.
Links: voormalige pastorij, gerestaureerd door Blomme. Rechts: Vredegerecht (1867).
Vredegerecht van Heist-op-den-Berg Dit neoclassicistisch gebouw, gelegen aan het Kerkplein (zogenaamde Grote Markt) te Heist-op-den-Berg, was in 1867 de eerste grote verwezenlijking van de indertijd 27-jarige architect. Alhoewel dit gebouw tamelijk bescheiden afmetingen heeft (slechts één verdieping en een voorgevel die één travee omvat) imponeert het door zijn hoekpilasters op de eerste verdieping, het stenen lijstwerk en het fronton versierd met een gebeeldhouwde balans als symbool van gerechtigheid. Het gebouw is thans geïntegreerd in het belendende stadhuis.
Scholen In de jaren 1870 werd aan Leonard Blomme – in zijn functie van provinciaal bouwmeester – de bouw van een reeks scholen voor Lager Onderwijs toevertrouwd, in een aantal dorpen en kleine steden. Deze werden over het algemeen uitgerust met een ambtswoning voor de leraar. Meer dan twaalf dergelijke bakstenen gebouwen werden opgetrokken, alle minder of meer op elkaar gelijkend, en doorgaans in het begin slechts uitgerust met een gelijkvloerse verdieping. Deze sobere constructies onder zadeldak werden aan de voorgevel voorzien van goten. Het interieur was meestal ingedeeld in vier tot vijf traveeën, die hoogst uitzonderlijk ondersteund werden door pilasters (Walem, 1873), of door een omkaderd centraal punt rustend op pilasters (Itegem, 1871).
Stad- & gemeentehuizen Districtshuis van Borgerhout Het districtshuis van Borgerhout (oorspronkelijk: gemeentehuis van de destijds zelfstandige gemeente Borgerhout) is – samen met de Sint-Willibrorduskerk te Antwerpen – zonder enige twijfel het meesterwerk van architect Leonard Blomme. In 1886 werd dit project aan de gebroeders Blomme toevertrouwd, ter vervanging van het zogenaamde "Reuzenhuis" dat dezelfde functie had en inmiddels beschouwd werd als te krap en te oud.
Exterieur Blomme ontwierp dit indrukwekkend rechthoekig gebouw in Vlaamse neorenaissancestijl, met zeven traveeën op vijf en twee niveaus. Het heeft een hoge kelderverdieping als onderbouw en is overdekt met zadeldaken die haaks ten overstaan van elkaar geplaatst werden.
De opmaak is van baksteen, met gebruik van natuursteen voor de versieringen (sierbanden, sierlijsten, omkaderingen van de inhammen, erker, enzovoort).
De noordelijke voorgevel, uitgerust met een dakgoot en zeven traveeën, is rijkelijk versierd. Men ziet er aan beide uiteinden hoektorentjes met ertussen een balustrade voor een dakverdieping met verlaagd plafond. Erboven aanschouwt men een koppel tweeledige dakkapellen verfraaid met vinnen en met een fronton.
Interieur Binnen wekken een majestueuze trappenhal met eiken leuning verwondering op, net zoals galerijen met halfronde of verlaagde steunbogen, rustend op zuilen van zwart of bruin marmer.
De deurstijlen in renaissancestijl zijn eveneens gemaakt in zwart marmer terwijl de kamers aangekleed werden met lambrisering en parket. De plafonds zijn bekleed met eikenhout en de monumentale schoorstenen met marmer en hout.
Gemeentehuizen Van de decennia 1870 en 1880 dateren een reeks stad- en gemeentehuizen: Het voormalige gemeentehuis van Lippelo (thans: Gemeentelijke Bibliotheek) (Lippelodorp 33) is het oudste en het werd gebouwd in Vlaamse neorenaissancestijl. Blomme tekende de plans in 1875.
De voorgevel met twee dakgoten bestaat uit drie traveeën en twee niveaus met banden (zogenaamde "speklagen") (dit wil zeggen: horizontale stroken steen afgewisseld met stroken van een andere steensoort, typisch voor de Vlaamse neorenaissance). De lichtinval wordt verzekerd door boogramen. De middelste travee spring licht vooruit ten opzichte van de twee andere en heeft: een vast waaiervenster boven de deur een balkon op de eerste verdieping een trapgeveltje met drie pinakels dat uitsteekt boven de andere traveeën. Het gemeentehuis van Berlaar werd in de periode van 1880 tot 1882 eveneens in Vlaamse neorenaissancestijl gebouwd. Het wordt gekenmerkt door een voorgevel met dakgoten op twee niveaus, traveeën met een Brugs uitzicht, stenen sierlijsten, een vooruitspringende travee met erin een zwaaideur onder een boog, een balkon op de eerste verdieping met een balustrade, en hogerop een dakraam waarboven zich een fronton bevindt. Het gemeentehuis van Leest, gebouwd in 1882, is thans postkantoor en Gemeentelijke Bibliotheek. Dit gebouw met zes traveeën bestond oorspronkelijk uit twee delen: het gemeentehuis enerzijds, en anderzijds een woning ten behoeve van belanghebbend personeel. De bakstenen gevel met dakgoot is ontworpen in neorenaissancestijl, met een onderbouw in een natuurlijke grijze steensoort, vensterbanken, een dorpel boven de inkomdeur, sierlijsten en steunbogen boven de ramen. Onder het balkon treft men een banderol aan, met erop de inscriptie "Gemeentehuis". Op het hoogste niveau, onder het puntgeveltje dat de middelste travee afsluit, leest men in Romeinse cijfers het bouwjaar: "MDCCCLXXXII".
Het gebouw aan de linkerkant is het oorspronkelijke gemeentehuis: breder en meer rijkelijk versierd dan de dienstwoning aan de rechterkant. Het gemeentehuis van Koningshooikt in Vlaamse neorenaissancestijl, waarvoor de plans getekend werden in 1884, bestaat uit een hoofdgebouw met drie traveeën, twee niveaus, dakgoten, en bovendien twee belendende kleine dienstgebouwen, elk gevormd door een travee, zonder verdiepingen. Het pand is opgetrokken in baksteen en de onderbouw is verfraaid met een plint in blauwe hardsteen. De gevel is versierd met horizontale banden en kroonlijsten, terwijl het uitzicht van de middelste travee verbeterd wordt door de aanwezigheid van een balkon waarachter zich de raadzaal bevindt, een dakvenster en een puntgeveltje in de vorm van een stolp. thumb|300px|Kasterlee. Gemeentehuis (1874). Het huidige gemeentehuis van Kasterlee bestaat thans uit dertien traveeën, nadat er in 1995 aan de linkerkant vijf waren toegevoegd. Het werk van Leonard Blomme telde er slechts acht. De vijf nieuwe zijn identiek aan de oorspronkelijke rechts, hetgeen aan de constructie een symmetrisch uitzicht geeft. Het gebouw zoals het in 1874 door Blomme ontwikkeld werd, was het resultaat van een uitbreiding van een onderwijzerswoning en de toevoeging van een nieuwe gevel. Het geheel zoals aanwezig op de Markt te Kasterlee vertoont thans een stenen gevel met dakgoot, met gebruik van arduin, zowel voor de plint als voor de uitsprong die de twee bouwlagen scheidt.
De twee ingangstraveeën springen lichtjes uit de gevel en zijn omkaderd door bepleisterde pilasters: uitgehold op de gelijkvloerse – en volledig gevuld op de eerste verdieping. Ze dragen een balkon bij middel van consoles en eindigen aan de top van de gevel, in een driehoekig fronton: in het linkse is het blazoen van de gemeente verwerkt en in het rechtse, de Belgische Leeuw. De inhammen van de vensters hebben een lichte boog: deze van de eerste verdieping zijn versierd met een kroonlijst.
Sedert de uitbreiding van 1995 doet het gebouw ook dienst als politiecommissariaat.
Kerken thumb|Sint-Willibrorduskerk te Antwerpen (Seefhoek) (1891). thumb|Pijpelheide. Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jozefkerk. thumb|Putte. Sint-Niklaaskerk.
Sint-Willibrorduskerk te Antwerpen Na een openbare aanbesteding in 1885 kreeg Leonard Blomme de bouw toegewezen van de monumentale Sint-Willibrorduskerk te Antwerpen. Deze ligt in de Kerkstraat, ietwat ingesloten tussen de wijken Seefhoek, Stuivenberg en Borgerhout. Ze vervangt een oud bedehuis uit 1614, dat in de 17e eeuw vergrotingswerken had ondergaan doch in 1893 – na de voltooiing van de huidige kerk – gesloopt werd.
Het interieur van het gebouw bestaat uit een middenbeuk met zes gekruiste overwelvingen (bepleisterd en geschilderd), twee zijbeuken met overspanningen opgebouwd in baksteen, en een drieledige kruisbeuk met twee traveeën elk. Voorts ziet men een triforium alsmede een koor met twee traveeën, een koorsluiting omringd door een ommegang en verscheidene kapellen.
Het meubilair dateert van omstreeks 1900 en bestaat onder meer uit een aantal neogotische glasramen, altaren, retabels, orgels ...
Op de straat imponeert de 81 meter hoge klokkentoren met vijf niveaus en een veelhoekige spits.
Opgetrokken in rode baksteen, met gebruik van natuursteen voor de versieringen, is het gebouw uitgerust met alle nodige gotische decoratieve elementen, te weten: inhammen in spitsboogvorm, beren, puntgevels, pinakels, siertorentjes, waterspuwers, roosvensters, enzovoort.
De aan de kerk verbonden pastorij in Vlaamse neorenaissancestijl met vijf traveeën en met bovenbouw, bestaat uit baksteen met gebruik van natuursteen voor de omkadering der inhammen, de verticale raamstijlen en de sierbanden.
Dorpskerken Ten behoeve van de plattelandparochies in het zuiden en het westen van de provincie Antwerpen, ontwierp en verwezenlijkte (of herwerkte) Blomme meer dan een dozijn kerken. De Sint-Pieterskerk van Berlaar, opgetrokken tussen 1874 en 1880, was als eerste, volledig en uitsluitend door hem uitgekiend. Het betreft een driebeukige kruisbasiliek in neoromaanse stijl, getekend om een oudere kerk uit 1230 te vervangen. Van deze laatste bleef de klokkentoren behouden en Blomme betrachtte een nieuw bedehuis te creëren in harmonie met de vorige kerk.
In weerwil van zijn betrachtingen om de oude architectuur in ere te bewaren, werd deze klokkentoren in mei 1940 toch door het Belgische leger tot ontploffing gebracht. Niettemin werd hij nadien, tussen 1940 en 1943 identiek wederopgebouwd met een maximale recuperatie van de oude materialen.
De middenbeuk, kruisbeuk en het koor van deze kerk zijn overdekt door volle bogen of spitsbogen. De noordelijke arm van het transept eindigt aan een inkomportaal onder een puntgevel.