Hendrik Tjeerd (Henk) van der Molen (Vrouwenparochie, 6 oktober 1954 - Rotterdam, 27 mei 2024In memoriam prof.dr. Henk van der Molenwww.erasmusmagazine.nl) was een Nederlands psycholoog. Hij was als hoogleraar psychologie werkzaam aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (2001-2021), de Open Universiteit Nederland (1992-2001) en de Rijksuniversiteit Groningen (1999-2004).

Van der Molen was vooral bekend als (mede-)auteur van een groot aantal studieboeken op het terrein van professioneel en academisch vaardigheidsonderwijs (psychologische gespreksvoering, psychodiagnostiek, academische schrijfvaardigheden) voor psychologie, pedagogie en sociale wetenschappen. De boeken “Psychologische gespreksvoering” en "Gesprekken in organisaties" worden beschouwd als standaardwerken in Nederland en België. Deze zijn en worden nog steeds gebruikt bij tal van instellingen in het wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs. In totaal werden zijn boeken door meer dan 500.000 studenten bestudeerd.

Loopbaan Van der Molen studeerde in 1980 af als klinisch psycholoog aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij promoveerde hier in 1985 “cum laude” op het proefschrift “Hulp als Onderwijs. Effecten van cursussen voor verlegen mensen”. Zijn promotoren waren prof.dr. Gerrit Lang, hoogleraar Individueel Toegepaste Psychologie en prof.dr. Adriaan D. de Groot, hoogleraar Toegepaste Psychologie en Methodenleer.

Van 1985-1992 vervulde hij functies als projectleider, universitair docent en universitair hoofddocent Individueel Toegepaste Psychologie bij de Sectie Persoonlijkheids- en Onderwijspsychologie van de Rijksuniversiteit Groningen, die onder leiding stond van prof.dr. Willem K.B. Hofstee.

In 1992 werd Van der Molen benoemd als eerste hoogleraar Psychologie bij de Open Universiteit Nederland. Hij ontwikkelde daar met verschillende collega’s een groot aantal cursussen en innovatieve practica voor het afstandsonderwijs op het terrein van de psychologie, en een nieuwe afstudeerspecialisatie Gezondheidspsychologie.

Van 1997 tot 2002 bekleedde hij een deeltijdleerstoel Methoden van Psychologische Praktijkvoering, in het bijzonder de Innovatie van het Professioneel Vaardigheidsonderwijs bij zijn alma mater, de Rijksuniversiteit Groningen.

Van 1986 tot 1991 was hij lid respectievelijk voorzitter van de redactie van De Psycholoog, het tijdschrift van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de landelijke beroepsvereniging van psychologen. Van 1995-2003 was hij President van het Dagelijks en Hoofdbestuur van het NIP en van 2003-2006 Past-President.

In 2001 volgde de overstap als hoogleraar Psychologie naar de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daar ontwikkelde hij samen met prof.dr. Henk G. Schmidt, die was benoemd als bouwdecaan, een geheel nieuw, innovatief en succesvol bachelor- en masterprogramma binnen het Instituut voor Psychologie bij de Faculteit Sociale Wetenschappen (FSW). Tussen 2001 en 2005 vervulde hij de rollen van voorzitter onderwijscommissie en voorzitter examencommissie. Daarna werd Van der Molen van 2005-2009 voorzitter van het Instituut en onderwijsdirecteur psychologie.

In 2009 werd Van der Molen benoemd als decaan van de Faculteit Sociale Wetenschappen (FSW); de naam van deze faculteit werd in 2017 door hem gewijzigd in Erasmus School of Social and Behavioural Sciences (ESSB). Dat decanaat vervulde hij gedurende twee benoemingstermijnen tot 2018. Bij zijn afscheid als decaan ontving Van der Molen uit handen van Rector Magnificus prof.dr. Huibert Pols namens het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam als onderscheiding de “Erasmus met de Reispet”. Hij hield zijn afscheidsrede “Gespreksvoering als Missie” op 8 oktober 2021. Daarbij ontving hij van de burgemeester van Rotterdam Achmed Aboutaleb een Koninklijke Onderscheiding: officier in de Orde van Oranje-Nassau, vanwege zijn verdiensten voor de psychologie, het wetenschappelijk onderwijs en de maatschappij.

Biografie Henk van der Molen werd op 6 oktober 1954 geboren in Het Bildt (Friesland) in een gezin met twee broers en één zus. Zijn vader werd pas op latere leeftijd in 1957 predikant te Cadzand (West-Zeeuws-Vlaanderen) in de Vrije Evangelische Gemeente. Zijn moeder was presidente van de vrouwenvereniging van deze gemeente en in latere gemeenten waar zijn vader stond. In 1965 werd deze beroepen in Leeuwarden en het gezin keerde terug naar Friesland. Daar ging Henk in 1967 naar het Gereformeerd Gymnasium. In de vijfde klas was hij voorzitter van het bestuur van de schoolvereniging Mèden Agán (Niets Teveel). In 1973 behaalde hij het diploma gymnasium-bèta.

Studietijd in Groningen (1973-1980) In 1973 begon Van der Molen de studie psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het begin van zijn studie werd hij vooral geïnspireerd door de existentialistische filosofie van Sartre, door prof.dr. Ben J. Kouwer uitgewerkt in een gesprekstheorie die bekend werd als existentiële psychologie, en door het Practicum Gespreksvoering dat was ontwikkeld onder leiding van dr. Gerrit Lang. In dat practicum werd een in die tijd moderne microtrainingmethode voor het aanleren van gespreksvaardigheden van de Amerikaan prof.dr. Allen E. Ivey gebruikt. Het moderne was destijds dat de gespreksvaardigheden met behulp van videovoorbeelden werden gedemonstreerd en dat oefengesprekken van studenten ook op audio of video werden opgenomen, zodat daarna heel concreet feedback gegeven kon worden op het vertoonde communicatieve gedrag.

Na het kandidaatsexamen in 1976 koos Van der Molen voor de afstudeerspecialisatie klinische psychologie. Van 1976 tot 1979 vervulde hij bij Gerrit Lang binnen de Sectie Persoonlijkheids- en Onderwijspsychologie student-assistentschappen gespreksvoering voor het basisprogramma psychologie en het doctoraalprogramma persoonlijkheidspsychologie. Hij behaalde het doctoraalexamen in januari 1980.

Vervangende dienstplicht (1980-1981) Na zijn afstuderen deed hij anderhalf jaar vervangende dienst (1980-1981) als wetenschappelijk medewerker bij de Afdeling Individueel Toegepaste Psychologie (ITP) van de Sectie Persoonlijkheids- en Onderwijspsychologie van de Rijksuniversiteit Groningen. In het kader van projectonderwijs raakte hij betrokken bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van een op sociaal-leertheoretische leest geschoeide “Cursus voor Verlegen Mensen”. Om de effecten van deze cursus meer gedegen te kunnen onderzoeken, werd een projectvoorstel ingediend bij de Nederlandse organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO). De titel van het project was: “Hulp als Onderwijs. Opzet, uitvoering en effectmeting van kortdurende hulpverleningsprogramma’s voor psychosociale problemen”. Het voorstel werd gehonoreerd met een subsidie voor vier jaar.

Promotie “Hulp als Onderwijs. Effecten van cursussen voor verlegen mensen” (1981-1985) Het project werd onder leiding van promotoren Gerrit Lang en Adriaan de Groot uitgevoerd van september 1981 tot september 1985. Van der Molen ontwikkelde en bestudeerde de effecten van twee verschillende cursussen. De eerste was de reeds genoemde Cursus voor Verlegen Mensen, de tweede cursus was bedoeld voor (echt)paren met ernstige communicatieproblemen. Beide cursussen waren gebaseerd op de gedachte dat het niet alleen goed mogelijk, maar ook nuttig is voor cliënten om bij de behandeling van psychische problemen te spreken van onderwijs in plaats van psychotherapie. Drie argumenten speelden hierbij een rol. Het eerste argument was dat het “als patiënt in psychotherapie zijn” vaak een negatieve, stigmatiserende klank heeft, omdat degene die behandeld wordt als “ziek en zielig” wordt beschouwd. Het tweede argument was dat bij de toepassing van een onderwijsmodel de eigen verantwoordelijkheid van degene met een persoonlijk probleem meer nadruk krijgt. Het derde argument was dat vrijwel alle psychotherapieën een belangrijke plaats toekennen aan het vermogen van mensen om te leren.

In zijn promotieonderzoek concentreerde hij zich op de groep mensen die vaak last hebben van verlegenheid/sociale angst. De theoretische basis en de concrete inhoud van de cursus werd in 1984 gepubliceerd in het boek “Aan Verlegenheid Valt Iets te Doen. Een cursus in plaats van therapie”. De effecten van deze cognitief-gedragsmatige en op uitbreiding van kennis en sociale vaardigheden gerichte methode op de variabelen kennis, gedrag en beleving bleken zeer sterk en sterker dan die van een vergelijkbare cursus, die gebaseerd was op een humanistisch (diepte)psychologische, inzichtgevende methode. De cursisten waren niet alleen direct na de cursus, maar ook bij follow-up drie maanden en een jaar later veel minder sociaal angstig en ze vertoonden veel minder vermijdingsgedrag. Bovendien bleek hun daadwerkelijke beheersing van communicatieve vaardigheden sterk verbeterd. Bijzonder aan het evaluatieonderzoek was dat Van der Molen aan een klassiek pretest-posttest-follow-up-controlegroep en vergelijkingsgroep design een weddenschapsonderzoek koppelde, dat gebaseerd was op het zogenaamde weddenschapsmodel van Hofstee (1980).Hofstee, W.K.B. (1980). De Empirische Discussie. Theorie van het sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Meppel: Boom. Daarbij moesten aanhangers van de verschillende stromingen (cognitief-gedragsmatig versus dieptepsychologisch-inzichtgevend) voorspellen wat de effecten van de verschillende cursussen zouden zijn. Uit dat onderzoek bleek dat de effecten van de cognitief-gedragsmatige cursus over het algemeen sterker waren dan door deskundigen was voorspeld, en dat die van de inzichtgevende methode werden overschat.Wolters, F.J.M. & Van der Molen, H.T. (1985). Wie niet waagt, die niet wint. Voorspellingen van deskundigen over de effecten van twee verschillende cursussen voor verlegen mensen. Tijdschrift voor Psychotherapie, 11, 196-208. Ook de cursus voor echtparen met communicatieproblemen bleek sterke effecten te hebben op communicatief gedrag waardoor de relatie tussen de (echt)paren verbeterde. Tezamen werden de positieve effecten van beide cursussen door Van der Molen als ondersteuning gezien voor de “Hulp-als-onderwijs”-benadering.

Op 5 september 1985 promoveerde hij ‘cum laude’ aan de Rijksuniversiteit Groningen op het proefschrift ‘Hulp als Onderwijs. Effecten van cursussen voor verlegen mensen.’ Door het succes van de cursus werd deze daarna geïmplementeerd bij diverse instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. De cursus wordt nog steeds gebruikt door de Vereniging voor Verlegen Mensen (VVM).

In de periode van zijn promotieonderzoek werkte Van der Molen samen met zijn promotor Gerrit Lang ook aan het boek Psychologische Gespreksvoering. Een basis voor hulpverlening, waarvan in 1984 de eerste druk verscheen. Het boek zou een classic blijken voor trainingen in professionele gespreksvoering. Het wordt al meer dan 35 jaar gebruikt bij een groot aantal instellingen voor wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs, met name in opleidingen voor studenten bij wie het gesprek met de cliënt belangrijk is. In 2010 ontvingen beide auteurs een oorkonde van Uitgeverij Boom ter gelegenheid van het 100.000e gedrukte exemplaar. In 2020 is de achttiende, herziene druk en daarmee tevens het 150.000e exemplaar van dit boek verschenen.

Praeventiefondsproject Sociale redzaamheidsprogramma’s voor zwakbegaafde jongeren (1985-1990)