De Franse mediterrane veldtocht van 1798 was een reeks militaire operaties in het Middellandse Zeegebied door een Frans expeditieleger onder bevel van Napoleon Bonaparte ten tijde van de Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen. Het doel was de verovering van Egypte, als eerste horde in het bedreigen van Brits-Indië, om zo Groot-Brittannië tot vredesonderhandelingen te dwingen.

Het Franse expeditieleger vertrok uit Toulon in mei 1798 met meer dan 40.000 manschappen en honderden schepen en zette koers door de Middellandse Zee in zuidoostelijke richting. Ze werden achtervolgd door een meer bescheiden Brits vlooteskader onder bevel van Horatio Nelson, later versterkt tot dertien linieschepen. De Britse vloot liep echter vertraging op door een gebrek aan begeleidende fregatten en aan betrouwbare informatie.

Het eerste doel van Napoleon was het eiland Malta, dat op dat moment werd geregeerd door de Orde van Sint-Jan. Zijn troepen bezetten het eiland. Nelson besefte dat het doel van Napoleon Egypte was en zette koers naar de Egyptische havenstad Alexandrië. In de nacht van 22 juni 1798 haalde de Britse vloot de Franse vloot in, zonder dit evenwel op te merken, om vervolgens als eerste in Alexandrië te arriveren.

Omdat hij Napoleon niet kon vinden, keerde Nelson terug op volle zee en bereikte Sicilië op 19 juli. Ondertussen bereikte Napoleon Alexandrië, bestormde de stad en trok het land in. De Franse schepen bleven achter onder bevel van viceadmiraal François Paul de Brueys d'Aigalliers en bleven voor anker in de Baai van Aboukir. Dit nieuws kwam (via geheime rapporten afkomstig uit het Griekse Koroni) ter ore bij Nelson, die opnieuw oostwaarts koers zette en op 1 augustus de Baai van Aboukir bereikte.

Nelson beval een onmiddellijke aanval op de Franse schepen. Er begon een zeeslag, die men later de Slag bij de Nijl zou gaan noemen. Viceadmiraal François Paul de Brueys d'Aigalliers was niet voorbereid op deze verrassingsaanval. Zijn schepen konden dan ook niet meer ontsnappen aan een Britse omsingeling. De Franse schepen, waaronder het pronkstuk de Orient, werden ingenomen door de Britten. Tegen 9 uur 's avonds vatte de Orient echter vuur en ontplofte, waarbij het grootste deel van de bemanning omkwam. Ook viceadmiraal de Brueys d'Aigalliers liet het leven. Gedurende twee dagen waren er nog sporadische gevechten, totdat alle Franse schepen tot zinken waren gebracht. Het verlies van de zeeslag bracht Napoleon een zware slag toe: hij verloor elf linieschepen en twee fregatten. Ook het machtsevenwicht in het Middellandse Zeegebied wijzigde in zijn nadeel.

Deze Franse nederlaag zette andere landen aan om deel te nemen aan de Tweede Coalitieoorlog tegen Frankrijk. Portugal, het Koninkrijk Napels, het Russische Keizerrijk en het Ottomaanse Rijk brachten troepen op de been in de Middellandse Zee. De Russen en de Turken namen deel aan de blokkade van Egypte en aan operaties in de Adriatische Zee, terwijl de Portugezen deelnamen aan het Beleg van Malta. De aanval werd door Nelson aangestuurd vanuit zijn hoofdkwartier in Napels. Nelson, die overigens gewond was geraakt tijdens de Slag bij de NijlNet als zijn Franse opponent François Paul de Brueys d'Aigalliers zou ook Horatio Nelson sterven tijdens een zeeslag, namelijk de Slag bij Trafalgar, nabij Spanje, in 1805., wist hij koning Ferdinand I der Beide Siciliën te overhalen om in de oorlog tegen Frankrijk te stappen. Ferdinand zou aanvankelijk aanzienlijke delen van zijn grondgebied verliezen, waarna de Fransen er de Parthenopeïsche Republiek stichtten. Reeds in 1802 kon hij deze gebieden heroveren en de monarchie herstellen. In de westelijke Middellandse Zee viel viceadmiraal John Jervis, die vertrokken was uit Cádiz, het eiland Menorca aan, dat snel kon worden ingenomen en ging dienen als uitvalsbasis voor de Britse Royal Navy.

Achtergrond Het plan van Napoleon thumb|Generaal Napoleon Bonaparte bevelhebber van de Franse troepen, geschilderd door Edouard Detaille, 19de eeuw. Begin 1798 kwam er een einde aan de Eerste Coalitieoorlog en stond het noorden van Italië onder Franse controle, evenals de Lage Landen en het Rijnland. Dit werd in 1797 bevestigd in de Vrede van Campo Formio.Chandler, p. 78 Van alle geallieerde landen uit deze coalitie bleef enkel Groot-Brittannië in staat van oorlog met Frankrijk. Het Directoire wilde de Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen beëindigen door ook de Britten te verslaan. Er werden meerdere invasies van de Britse eilanden voorbereid,Come, p. 185 en de 28-jarige generaal Napoleon Bonaparte, die een jaar eerder, tijdens de Italiaanse Veldtocht van 1796-1797, de Oostenrijkers had verslaan in de Slag bij de brug van Arcole, kreeg de leiding over de Armée d'Angleterre, dat gestationeerd was in Boulogne.James, p. 113 Het Kanaal werd echter gedomineerd door de Royal Navy.Gardiner, p. 107 thumb|Napoleon tijdens de Slag bij de brug van Arcole, 1796. Schilderij van Horace Vernet uit 1826.

In de lente van 1798 verliet Napoleon Boulogne en keerde terug naar Parijs met de boodschap dat de Britse overheersing op het Kanaal een invasie onmogelijk maakte.Mostert, p. 248 Hij verlegde zijn vizier op het zuiden, meer bepaald op Toulon, de belangrijkste Franse havenstad aan de Middellandse Zee. In het geheim organiseerde zich daar een nieuw leger, waarvan men enkel kon speculeren wat het einddoel zou zijn: Groot-Brittannië, Sicilië, Malta, de Krim?Cole, p. 3Maffeo, p. 230

In werkelijkheid was het einddoel Egypte, een gebied dat een belangrijke schakel vormde tussen Groot-Brittannië en hun kolonie Brits-Indië, die van vitaal belang was voor de Britse economie.In die tijd was er van het Suezkanaal nog geen sprake; dat zou pas geopend worden in 1869.Adkins, p. 7 Napoleon beschouwde de inname van Egypte dan ook als een belangrijke stap in het droogleggen van de Britse economie en aldus in het verzwakken van zijn voornaamste vijand. In augustus 1797 schreef hij daarover: "Het moment nadert waarop we beseffen dat we Egypte moeten innemen om Engeland echt te vernietigen."Cole, p. 13 De bezetting van Egypte zou de Fransen de controle geven over het oostelijke Middellandse Zeegebied en over de Rode Zee. Op die manier zouden de Fransen ook de handel tussen Groot-Brittannië en Brits-Indië kunnen verstoren. In die tijd schatte men de eventuele verliezen op 2,7 miljoen Britse pond, in moderne termen (rekening houdend met de inflatie sinds 1797) gelijk aan honderden miljoenen pond.Maffeo, p. 227 Bovendien zou de bezetting van Egypte de mogelijkheid bieden van een directe aanval op India, mogelijks met de steun van de anti-Britse sultan Fateh Ali Tipu.Warner, p. 41

De Franse mediterrane vloot ondervond aanvankelijk, begin 1798, geen tegenstand vanwege de terugtrekking van de Royal Navy uit hun basissen op Corsica en Elba. De Britten hadden zich teruggetrokken na het Verdrag van San Ildefonso in 1796, waarbij Spanje een bondgenootschap vormde met Frankrijk en de oorlog verklaarde aan Groot-Brittannië.Rose, p. 140 De Britse vloot trok zich terug op de Taag, een rivier in Portugal, de enige onbezette bondgenoot van de Britten op het Europese continent.Maffeo, p. 224 Vanwege de afwezigheid van de Britse vloot en de Ierse opstand van 1798 geloofde Napoleon dat de Royal Navy zijn plannen onmogelijk kon kruisen, zelfs al zouden de Britten ontdekken wat hij van plan was.Rose, p. 141

Met de zekerheid dat de Franse vloot zonder enige weerstand naar Egypte kon varen, gaf Napoleon het bevel aan het leger om zich gereed te maken voor vertrek. De vloot werd aangevoerd door de Orient, een linieschip met 120 kanonnen, onder commando van viceadmiraal François Paul de Brueys d'Aigalliers. Verder bestond de vloot uit een groot aantal andere schepen en ook de voltallige Venetiaanse vloot, die een jaar eerder was veroverd.Gardiner, p. 20 De vloot werd begeleid door 400 troepentransportschepen, die 35.000 manschappen vervoerden.Clowes, p. 353 Op 3 mei vertrok Napoleon uit Parijs. Vijf dagen later, op 8 mei, kwam hij aan in Toulon om de laatste voorbereidingen te treffen. Op 9 mei schouwde hij zijn verenigde troepen en gaf een toespraak waarin hij een expeditie aankondigde naar een niet nader bepaald vreemd land. Napoleon kreeg van zijn aanhoorders een enthousiaste reactie, waarvan een verslag verscheen in Le Moniteur Universel dat werd verspreid op affiches over gans Frankrijk.Cole, p. 5 Ondanks Napoleons aankondiging liep de afvaart vertraging op: een sterke tegenwind maakte het negen dagen lang onmogelijk om te vertrekken. De weersomstandigheden verbeterden op 18 mei, zodat de volgende dag de vloot eindelijk kon uitvaren richting Egypte.James, p. 150

Britse reactie thumb|Admiraal Sir Horatio Nelson, bevelhebber van de Britse troepen, geschilderd door Lemuel Francis Abbott, 1800, National Maritime Museum, Londen. Groot-Brittannië wist dat er voorbereidingen in Toulon werden getroffen, maar ondanks langdurige inspanningen van Britse agenten in Frankrijk kon de bestemming van de vloot niet worden achterhaald.Adkins, p. 8 Egypte werd niet als een mogelijke bestemming beschouwd door het Britse bewind. Toen de Britse minister van Oorlog Henry Dundas Egypte als einddoel opperde, werd dit van de hand gewezen door minister van buitenlandse zaken William Grenville.Rodger, p. 458 Informatie over de situatie in Toulon bereikten eveneens de Britse vloot in Portugal. De afstand tot Toulon was te groot om de Fransen in de gaten te kunnen houden.Maffeo, p. 234 Wel werd Horatio Nelson naar Portugal gestuurd.Bradford, p. 169 Eerder bevond hij zich in Groot-Brittannië, waar hij had hersteld nadat hij zijn arm was verloren in de Slag bij Santa Cruz de Tenerife in juli 1797.Gardiner, p. 18

Viceadmiraal John Jervis, die het commando had over de Britse troepen in Portugal, bereidde op dat moment al een expeditie naar Toulon voor, en had Nelson in gedachten als bevelhebber van deze expeditie. Op 2 mei 1797 vertrok het vlaggenschip HMS Vanguard in Portugal. Jervis verheugde zich ten zeerste over de komst van Nelson. Hij schreef: "Zijn aanwezigheid in het Middellandse Zeegebied is zo belangrijk."his presence in the Mediterranean is so very essentialAdkins, p. 7Bradford, p. 170 Hij verkoos Nelson boven de oudere admiralen William Parker en John Orde. Dit leidde tot protesten, waarbij Orde Jervis zelfs uitdaagde voor een duel.Mostert, p. 255

Op 9 mei Nelson verzamelde Nelson zijn vloot in GibraltarGibraltar was sinds begin 18e eeuw Brits grondgebied. Het werd in 1704 door de Britten op de Spanjaarden veroverd ten tijde van de Spaanse Successieoorlog. De Britse soevereiniteit over het gebied werd in 1713 bevestigd in de Vrede van Utrecht. en plaatste de HMS Alexander en de HMS Orion onder bevel van kapiteins Alexander Ball en James Saumarez, de fregatten HMS Emerald en HMS Terpsichore onder kapiteins Thomas Waller en William Hall Gage en de sloep HMS Bonne Citoyenne onder kapitein Robert Retalick.Clowes, p. 351 Hoewel ze in het donker vertrokken,Bradford, p. 172 werd de vloot door Spaanse troepen opgemerkt in Cádiz. Ter hoogte van het fort op kaap Carnero werden verschillende schoten afgevuurd. De HMS Alexander werd daarbij geraakt, al bleek de schade minimaal te zijn.Keegan, p. 41 Een week later, op 17 mei, wist de HMS Terpsichore een schip met kapers, de La Pierre, te bedwingen. De kapers konden Nelson melden dat de afvaart van Napoleon nakende was. De bestemming bleef echter nog steeds onbekend.Maffeo, p. 239

Op 21 mei bereikte de Britse vloot de Îles d'Hyères, nabij Toulon. Hier deed zich een merkwaardig feit voor. Door de sterke wind brak namelijk de grootste mast af van de HMS Vanguard. De mast viel op het dek, waarbij twee bemanningsleden omkwamen. Het schip was zodanig zwaar gehavend dat het bijna zonk voor de kust van Corsica. De HMS Alexander kon de HMS Vanguard begeleiden naar San Pietro-eiland, bij Sardinië, om daar te worden hersteld.Padfield, p. 113