Pieter Adrianus (Piet) Verburg (Amsterdam, 27 juli 1905 – Baarn, 8 februari 1989) was een Nederlandse verzetsstrijder en hoogleraar in de algemene taalwetenschap en de wijsbegeerte der taal. Opererend onder de verzetsnaam Piet van Wijngaarden, stond hij aan de basis van de Stichting 1940-1945 en Het Nationaal Instituut, dat onder meer verantwoordelijk was voor de oprichting van de Erebegraafplaats Bloemendaal.
Personalia Verburg was een zoon van Jan Verburg (Mijdrecht, 1878 – Soestdijk, 1961) en Dirkje Verburg-Samsom (Koudekerk aan den Rijn, 1878 – Amsterdam, 1957).Overlijdensbericht Jan Verburg, Trouw 21 juni 1961; geboorteakte Jan Verburg; overlijdensbericht Dirkje Verburg geboren Samsom, Trouw 13 september 1957; geboorteakte Dirkje Samsom. Portier Jan Verburg en modiste Dirkje Samsom trouwden op 20 augustus 1903 te Amsterdam.
Hij trouwde op 23 december 1936 te Amsterdam met Cornelia (Cora) de Boer (13 juli 1912 – 24 mei 1996).Burgerlijke stand, De Tijd, 24 december 1936 Ze kregen drie zonen en twee dochters. De echtelieden zijn beide drager van het Verzetsherdenkingskruis.Register van Dragers Verzetsherdenkingskruis (pdf) Ze delen een graf op de Nieuwe Begraafplaats in Baarn.Overlijdensbericht in NRC Handelsblad 9 februari 1989Foto van het graf Verburg / Verburg-de Boer op www.online-begraafplaatsen.nl.
Studiejaren Na de lagere- en middelbareschooltijd in zijn geboorteplaats Amsterdam, ging Verburg in 1920 werken als kantoorbediende bij de Amsterdamse vestiging van een Rotterdams bedrijf in tropische goederen.Hij haalde zijn examen M.U.L.O. B in juli 1920, zie 'Examen M.U.L.O.' in Het Vaderland van 10 juli 1920 Na drie jaar was hij opgeklommen tot schrijver van de buitenlandse correspondentie, maar mede onder invloed van de predikant en latere hoogleraar A.H. de Hartog besloot hij zijn studie voort te zetten. Hij haalde het benodigde Staatsexamen Alpha in augustus 1925 en de volgende maand begon hij zijn studie klassieke letteren aan de VU.Staatsexamen tot toelating aan de universiteit, diploma A, geslaagd 22 augustus 1925, zie 'Onderwijs' in De Maasbode van 23 augustus 1925.Inschrijfdatum VU was 17 september 1925, aldus M.J. Aalders in 'Gegevens VU-studenten 1880-1940' (versie 4 januari 2016).
Aan de VU volgt Verburg de colleges van R.H. Woltjer over de klassieke grammatica en de interpretatie van klassieke auteurs, en die van H.J. Pos aangaande de geschiedenis en de encyclopedie van de algemene taalwetenschap. Wijsgerig onderwijs ontvangt hij van D.H.Th. Vollenhoven. Aan de UvA volgt hij de colleges van D. Cohen.
Geest en woord Verburg werd in zijn eerste studiejaar secretaris van de nieuwe Jongelingsvereniging op Gereformeerde Grondslag 'Geest en Woord'.Gereformeerd Jongelingsblad, orgaan van den Nederlandsche Bond van Jongelingsvereenigingen op Gereformeerde Grondslag, jrg 37, 1925-1926, no 36, 14 mei 1926. De inschrijving van 'Geest en Woord' bij de Nederlandsche Bond van Jongelingsvereenigingen op Gereformeerde Grondslag leidde tot een afkeurend artikel van dominee C. Lindeboom in het Noord-Hollands Kerkblad. Lindeboom betoogt dat de naam van God niet anders dan met 'vreeze en eerbied' mag worden gebruikt, en dat de naam van de Heilige Geest niet zonder godvruchtige schroom op de lippen mag worden genomen, zoals zou gebeuren wanneer men met 'Geest en Woord' de jongelingsvereniging zou aanduiden. De redactie van het Jongelingsblad stemt hiermee in en weet te melden: "Onze vrienden willen wel luisteren. En het geweten geeft getuigenis aan zulk een vermaning. Wij twijfelen niet, of ze zal ook thans vrucht dragen. Er zijn andere namen genoeg."Gereformeerd Jongelingsblad, jrg 37, 1925-1926, no 37, 21 mei 1926. Een maand later blijkt dat de kwestie "enkele pennen in beweging heeft gebracht". De leden van 'Geest en Woord' hebben aangegeven dat de naam bedoeld was als aanhaling uit Antwoord 54 van de Heidelbergse Catechismus, waar het gaat over de gemeente van Christus, die door zijn 'Geest en Woord' tot het eeuwige leven wordt uitverkoren: de leden "hopen en vertrouwen, dat, wat daar van de kerk gezegd wordt, mutatis mutandis ook van onze vereeniging moge gelden". De jongeren wordt aangeraden met Lindeboom te gaan spreken, waarbij zij er wellicht achter zouden komen dat 'kerk' en 'vereniging' in deze niet vergelijkbaar waren.'Gereformeerd Jongelingsblad', jrg 37, 1925-1926, no 40, 18 juni 1926.
In Duitsland In juli 1931 behaalt hij het kandidaatsexamen.'Academische examens', Algemeen Handelsblad 10 juli 1931. Overigens vermeldt Aalders in zijn 'Gegevens VU-studenten 1880-1940' "03-07-1933", maar dat moet een verschrijving zijn; bij Buwalda staat aldaar wel het juiste jaar. Dat geldt ook voor Douwe Jan Buwalda (Dokkum, 3 maart 1907 – Bilthoven, 14 april 1987), die later lector in Kampen zal worden en wiens studietijd overeenkwam met die van Verburg.Overlijdensbericht Buwalda in Trouw van 17 april 1987. Pos heeft voor beiden twee semesters studie in Duitsland geregeld. Verburg studeert het wintersemester 1932/1933 in Freiburg im Breisgau bij Immisch, Fränkel en Schadewaldt, en later in Berlijn (hoogstwaarschijnlijk wintersemester 1934/1935) onder Norden en Lietzman. Mogelijk heeft Pos hiervoor gelden van de Alexander von Humboldt-Stiftung kunnen aanwenden, in elk geval heeft de directeur van de stichting, Kurt Goepel, weet van het verblijf van de studenten. Goepel schrijft in het studiejaar 1934/1935 over Verburg, dat deze onder de invloed van Heidegger "nach anfänglichem Schwanken" uiteindelijk toch tot een nadrukkelijke en diepgewortelde bevestiging van de nationale revolutie bereid is gevonden.(...) 'zu einer "betonte[n] und sehr tief begründete[n] Bejahung der nationalen Revolution" bereit gefunden'. Holger Impekoven, Die Alexander von Humboldt-Stiftung und das Ausländerstudium in Deutschland 1925-1945. Von der "geräuschlosen Propaganda" zur Ausbildung der "geistigen Wehr" des "Neuen Europa", V&R unipress GmbH, 2013, p. 249.
De Von Humboldt-stichting was formeel onafhankelijk, maar feitelijk een propaganda-apparaat om buitenlandse studenten voor de nazi-politiek en -cultuur te winnen; de rapportage van Goepel lijkt een sociaal wenselijke conclusie te geven. In een brief aan Pos schrijft Verburg dat hij niet veel moet hebben van "zulk pathetisch gedoe" als de heilgroet en het klappen van de hakken.Brief van 9 juli 1935, geciteerd in: Peter Derkx, H.J. Pos, 1898-1955: Objectief en partijdig. Biografie van een filosoof en humanist, Verloren, Hilversum, 1994, p. 90.
Verburg slaagde in maart 1934 voor het doctoraalexamen klassieke letteren.'Univ. examens', Het Vaderland 26 maart 1934.
Naar Wageningen In de zomer van 1936 wordt Verburg voor het ingaande schooljaar door de gemeenteraad van Wageningen benoemd tot tijdelijk leraar klassieke talen bij de afdeling gymnasium van het plaatselijke Lyceum.'Gemeenteraad van Wageningen', Arnhemsche courant 29 juli 1936. Hij gaat begin september wonen aan de Hoogstraat 97.'Bevolking', Arnhemsche Courant 12 september 1936. Na hun huwelijk aan het eind van dat jaar, komt zijn vrouw, de pedagoge Cora de Boer, ook naar Wageningen en ze gaan dan wonen aan de Diedenweg 25 (later op Nassauweg 13).'Bevolking', Arnhemsche courant 9 januari 1937.Pos noemt het latere adres in 1954 in een brief die is gepubliceerd in: Jan Noordegraaf 'Theorie en beginsel. R.J. Dam en zijn controverse met H.J. Pos', Cahiers voor Taalkunde 4, Stichting Neerlandistiek, Amsterdam, 1991. In 1937 krijgt Verburg een vaste aanstelling.'Gemeenteraad', Arnhemsche courant 4 augustus 1937.
Verzet Verburg kwam via het plaatselijke verzet in Wageningen, dat al sinds het voorjaar van 1941 actief was, in contact met Frits Slomp, (verzetsnaam Frits de Zwerver). Ze troffen elkaar vooral op de zogenaamde 'beurzen': door Slomp – op aandringen van Helena Kuipers-Rietberg (verzetsnaam Tante Riek) – in de oude steden langs de IJssel georganiseerde bijeenkomsten om onderduikadressen uit te wisselen voor mensen die om uiteenlopende redenen uit hun woonplaats moesten verdwijnen.Zie voor een helder overzicht van de geleidelijke opbouw en samenstelling van de LO 'B. De provinciale geschiedenissen der LO' (pdf) in Het Grote Gebod.Verburg regelde voor Slomp een onderduikadres bij J. Zomer, de uitgever te Wageningen, aldus Dick Kajaan in 'Nieuw licht op arrestatie en bevrijding van Frits de Zwerver in mei 1944'. Mogelijk verzorgde hij ook voor Tante Riek het onderduikadres in Wageningen: Verburg was in Arnhem, toen het echtpaar Kuipers-Rietberg daar aankwam na op de vlucht te zijn geslagen. Daar werden spoedig ook de buitgemaakte distributiebescheiden ingebracht en verdeeld. In augustus 1943 werd in Den Bosch de samenwerking met de zuidelijke, rooms-katholieke onderduikorganisaties tot stand gebracht. Een week later werd op een beurs in Amersfoort besloten tot de oprichting van de Landelijke Knokploegen. De organisatiegraad van het verzet neemt snel toe, en zo krijgt ook "die Organisation Fritz" haar beslag, onder de definitieve naam Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO).Fred Lammers, 'Het gelijk van Frits de Zwerver', Trouw 30 december 1978.
Piet van Wijngaarden (Verburgs verzetsnaam) stichtte en onderhield vele contacten – hij gold in het verzet als 'commis-voyageur' (handelsreiziger). Zo correspondeerde hij in het Latijn met zijn oude studiegenoot Buwalda, die inmiddels in Zwolle zat, maar vooral ook legde hij nieuwe verbindingen: met Wolvega, Amersfoort, de Dordtse LO, met de Zeemanspot en niet in het laatst in de naaste omgeving, Veluwe en Betuwe.G. Spanhaak, LO-Gelderland, Het Grote Gebod. Na een bijeenkomst in de stationsrestauratie in Zutphen gaat het bijna mis. Buwalda, die ook aanwezig was, was op de terugweg staande gehouden en hij had als alibi een collegiaal gesprek met Verburg opgevoerd. Verburg, hiervan onwetende, werd gelijk gezocht door de Wageningse NSB-commissaris, maar deze trof alleen Cora thuis. Nadat de volgende ochtend via verzetskanalen bericht van Buwalda doorkomt, besluit Verburg zich – met rugdekking – te melden bij de commissaris. Een scherp verhoor volgt, maar Verburg weet de man met veel Latijn en schijngeleerdheid te overtuigen dat het treffen met Buwalda een bijeenkomst betrof aangaande hun werk voor de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte.'De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers', Het Grote Gebod, pp 41-42.
thumb|De nieuwe wijnzak (eerste editie) Van Wijngaarden behoort op enig moment tot de 'Top' van de LO.'De Top-geschiedenis van de LO', Het Grote Gebod. Met financiële steun van het Nationaal Steun Fonds nam hij in het voorjaar van 1944 het initiatief tot de oprichting van het tijdschrift De nieuwe wijnzak. Leidraad tot verdieping van het staatsburgerlijk denken - door en voor werkers en verzetters, dat een "bovenpartijdig-nationaal" kaderblad voor het verzet moest vormen. Het was het eerste tijdschrift dat zich uitsluitend tot het verzet richtte.
De nieuwe wijnzak Feitelijk was De nieuwe wijnzak vooral een vehikel voor de bevordering van 'Plan F'. Plan F was tot stand gekomen in de Top-overleggen van de LO, en behelsde onder meer het na de oorlog in een organisatie onderbrengen van de "illegale werkers". Zo zou bijvoorbeeld de zorg voor de nabestaanden van verzetslieden moeten worden gewaarborgd. Ander onderdelen van Plan F betroffen de verdieping van het nationaal besef, de verzetsgedachtenis (bijvoorbeeld door gedenkdagen en monumenten) en de documentatie en geschiedschrijving van het verzet (een taak die het NIOD heeft opgepakt). De nieuwe wijnzak was geen orgaan van de LO, maar vele LO-afdelingen droegen wel zorg voor de verspreiding van het tijdschrift en het erin bevatte ideeëngoed.Zie ook Het woord als wapen. Keur uit de Nederlandse ondergrondse pers 1940-1945, Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, Bronnenpublicaties Diversen Nr 1 ('s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1952).