Saito Mokichi (Japans: 斎藤茂吉) geboren als Moriya Mokichi (Japans: 守谷 茂吉) ( Kaminoyama, 14 mei 1882 – Tokio, 25 februari 1953) was een Japanse tankapoëet en behoorde tot de Araragischool van de tanka. Hij is een van de bekendste tankapoëten van de Taishoperiode. Naast schrijver van tanka's was hij ook psychiater, onderzoeker en essayist.

Biografie Jeugd Saito Mokichi werd geboren in 1882 te Kanakame, een dorp dat deel uitmaakt van Kaminoyama in de prefectuur Yamagata en is daar ook opgegroeid als Moriya Mokichi. De familie Moriya, die een van de vijf welvarende families was van Kanakame, deed aan landbouw en het houden van zijderupsen.

Kumajiro, de vader van Saito Mokichi, was het hoofd van de familie, maar was geadopteerd door de familie van de moeder van Mokichi, Iku. Mokichi was de op twee na oudste zoon van de familie, met twee oudere broers, Hirokichi en Tomotaro. Later kreeg hij nog een jongere zus, Matsu, die overleed in haar kinderjaren, een jongere broer, Naokichi en tot slot nog een jongere zus, Nao. In het huis van het familie Moriya leefden hiernaast ook nog de tante, de oom en de grootmoeder van Mokichi van moederszijde.

Mokichi spendeerde veel tijd in de tempel Hosenji.De tempel is gelegen in Kanakame. Hier kan men nu de grafsteen vinden van Mokichi. Hier leerde hij onder andere kalligrafie van de lokale priester, Sawara Ryuo, en las hij boeken zoals de Nihon Gaishi.De Nihon Gaishi is een boek over de geschiedenis van Japan uit de 19de eeuw, geschreven door Rai San'yo Toen Saito Kiichi naar getalenteerde jonge mannen zocht om in de toekomst te kunnen werken in zijn ziekenhuis in Asakusa te Tokio en misschien zelfs een erfgenaam voor het ziekenhuis te vinden, kwam hij bij Ryuo terecht en werd Mokichi aan hem aanbevolen. Aangezien het te duur was voor de familie Moriya om nog een derde zoon naar het hogere onderwijs te sturen (hij kwam op veertienjarige leeftijd van de basisschool), werd Mokichi geadopteerd door Saito Kiichi, die de opleiding van Mokichi zou betalen, en verliet hij Kanakame in augustus van 1886 om in Tokio te gaan studeren.

In Tokio studeerde hij aan de Kaisei-middenschool in Kanda. Hij las veel boeken en zijn interesse voor poëzie nam hier toe. Zo publiceerde hij gedichten in de schoolkrant. In de Daiichi Koto Gakko nam zijn interesse voor poëzie pas echt toe in de laatste jaren van het hoger middelbaar onderwijs en bestudeerde hij tanka's van Shiki Masaoka en Sachio Ito.Sachio Ito was een leerling van Shiki Masaoka.Heinrich, Amy Vladeck, 1983. Fragments of Rainbows: The Life and Poetry of Saito Mokichi, p. 3-9

Vroege volwassenheid Saito Mokichi was in 1905 al 10 jaar onder Saito Kiichi's hoede en Kiichi was ook van plan om Mokichi tot erfgenaam van zijn ziekenhuis te maken, tot Kiichi een zoon kreeg, Seiyo. Er werd toen besloten om Mokichi officieel tot de familie toe te laten treden door zijn dochter, Teruko, aan hem uit te huwen. Teruko was toen nog maar een kind, Mokichi was 24 jaar oud en in zijn laatste jaar aan de middelbare school. Hij was ook druk aan het studeren voor de toelatingsexamens van de Keizerlijke Universiteit van Tokio voor geneeskunde.

Mokichi publiceerde tussen februari en juni 1905 tanka's in de Yomiuri Shinbun en verdiepte zich in het ontraadselen van gedichten van Shiki Masaoka en van haar leerlingen (de Negishi-school). Dit deed hij met de hulp van Kozo Watanabe, een schoolgenoot. Kozo raadde Mokichi ook aan om een leerling van Shiki, Sachio Ito, te ontmoetten, maar Mokichi weigerde dit te doen wegens onzekerheid in de kwaliteit van zijn eigen poëzie. Toen hij problemen ondervond bij het leren van de taal van de Man'yo-periode, schreef hij Sachio een brief om hulp te vragen. Sachio ging hiermee akkoord en sindsdien gaf hij Mokichi advies voor zijn tanka's, waarvan er gepubliceerd zijn in Ashibi en Nihon Shinbun. In 1908 stichtte Sachio het tijdschrift Araragi, waarin gedichten verschenen die geschreven waren door een groep dichters die geselecteerd werden door Sachio zelf. Mokichi was hier ook deel van, maar hij stopte met het schrijven van tanka's tussen 1909 en 1910 wegens buiktyfus, die 10 maanden aansleepte. Toen hij na die 10 maanden weer tanka's schreef liet hij zijn poëzie niet meer controleren door Sachio en publiceerde hij in Araragi ook poëzie uit andere scholen, onder andere van Jiro Abe en Mokutaro Kinoshita. Dit werd echter door veel lezers van Araragi en Sachio zelf niet positief onthaald en deze periode markeert de start van de breuk tussen Mokichi en Sachio.

In 1911 studeerde Mokichi af aan de artsenopleiding aan de Keizerlijke Universiteit van Tokio. Hij werd hierna in dienst genomen in het hospitaal Sugamo, waar hij zijn opleiding verderzette door zich te specialiseren in de psychiatrie. Zo moest hij de mentale gezondheid van gevangenen nagaan van wie het plan was ze vrij te laten. Ook onderzocht hij onder andere het kleuren van cellen en ontledingstechnieken voor hersenhistologie. Hij werd in 1911 lid van de Japanse psychiatriemaatschappij.

In 1913 scheidde Mokichi van een vrouw genaamd Ohiro. In mei van dat jaar stierf zijn moeder en in juli overleed ook Sachio Ito. Deze periode zette Mokichi ertoe aan om veel tanka's te schrijven over liefdesverdriet en rouw. Deze gedichten zijn te vinden in onder andere de rensakuEen rensaku is een langer gedicht gecomponeerd door één dichter die bestaat uit meerdere stanza's die de haiku-regelmaat volgen. Elke stanza illustreert een ander beeld. genaamd Shinitamau Haha (Mijn moeder is aan het sterven)Heinrich, Amy Vladeck, 1978. My Mother is Dying': Saito Mokichi's Shinitamau Haha. Monumenta Nipponica, 33(4), 413–423 en zijn eerste dichtbundel genaamd "Shakko" (Karmozijnrood licht).Heinrich, Amy Vladeck, 1999. Saito Mokichi--as though alive. Japan Quarterly, 46(1), 50-57 Deze zijn tot op heden enkele van zijn bekendste werken.

Teruko en Mokichi trouwden in april 1914. Mokichi had in dat jaar ook plannen om naar Europa te gaan om daar verder te studeren, met als doel verdere vooruitgang te boeken in de academische geneeskunde. Dit ging echter niet door wegens het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in juli van dat jaar. Dit en het feit dat Mokichi zich niet thuisvoelde en eenzaam was in zijn huwelijk zouden ook onderwerpen worden die in zijn tweede bundel, Aratama (Ongesneden edelstenen, 1920), domineren.

Verder begon hij in 1915 college te geven aan de afdeling psychiatrie van de Medische Universiteit van Tokio en kreeg hij in 1916 een zoon, Saito Shigeta. Uiteindelijk verliet hij in 1917 Tokio om in Nagasaki professor Ishida Noboru te vervangen aan de Medische faculteit van Nagasaki.Heinrich, Amy Vladeck, 1983. Fragments of Rainbows: The Life and Poetry of Saito Mokichi, p. 10-28

Nagasaki en Europa Nagasaki Hij arriveerde in Nagasaki op 18 december 1917 en werd voorzitter van de afdeling Psychiatrie van de Medische faculteit van Nagasaki, waar hij college gaf over psychiatrie en forensische geneeskunde aan vierdejaarsstudenten. Hij was ook hoofd van de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis van de prefectuur Nagasaki en begeleidde artsen in Nagasaki's eerstehulppost.Emergency support station. (4 februari 2016). In Nagasaki Web City. Geraadpleegd op 2/03/2016, via http://www.city.nagasaki.lg.jp.e.jc.hp.transer.com/bousai/220000/225000/p000188.html Zijn eerste college was op 8 januari 1918. Hij schreef in zijn periode in Nagasaki ook een paper over de werking van de spieren van catatonische patiënten en voltooide het in 1921. Een andere paper waaraan Mokichi werkte ging over de werking van het vegetatieve zenuwstelsel in relatie met dementia praecox, dat hij op een conferentie in 1919 gepresenteerd heeft. Hij werkte in totaal drie jaar en twee maanden in Nagasaki.

In die drie jaar publiceerde hij weinig tanka's en waren er spanningen tussen Mokichi en Teruko, waarbij ze weinig tijd met elkaar doorbrachten en vaak ruzie hadden. In januari van 1920 werd hij ziek door de wereldwijde influenzapandemie. Hij kon pas weer gaan werken in oktober. Tijdens deze recuperatieperiode maakte hij de laatste voorbereidingen voor het manuscript Aratama, hij paste Shakko aan en schreef een reeks essays over shaseiShasei is een vorm van haiku, vergelijkbaar met schilderen en plein air. genaamd Tanka ni okeru shasei no setsu (Een theorie over shasei in verband met de tanka).Heinrich, Amy Vladeck, 1983. Fragments of Rainbows: The Life and Poetry of Saito Mokichi, p. 29-37

Europa Het Ministerie van Onderwijs stelde in februari 1921 Mokichi aan om als onderzoeker naar Europa te gaan en hij vertrok in oktober van dat jaar vanuit Yokohama. In december bereikte hij Berlijn. Hij was onzeker waar hij wilde studeren en twijfelde tussen Hamburg en Wenen. Hij verloor echter zijn portemonnee waarin introductiebrieven zaten voor professoren in Hamburg, geschreven door Kure Shuzo die met die professoren gestudeerd had. Aangezien hij de brieven voor de professoren in Wenen had, besloot hij om zich in te schrijven in het Neurologisch Instituut van de Universiteit van Wenen. Hij begon hier te studeren in 1922 en deed dit onder Heinrich Obersteiner en Otto Marburg. Mokichi werd aangesteld bij het onderzoek van Marburg over veranderingen in de histologische organisatie van hersencellen van patiënten die leden aan progressieve verlamming, wat kenmerkend was voor de laatste fase van syfilis. Dit onderzoek vormde de basis van zijn dissertatie Die Hirnkarte des Paralytikers: Studiën über das Wesen und die Ausbreitung des paralytischen Prozesses in der HirnrindeDe hersenkaart van de verlamde: studies over de essentie en de verspreiding van het verlammingsproces in de hersenschors.. Deze werd geaccepteerd en gedrukt in maart 1923. Dit, samen met zijn andere werken, gaven hem een doctoraat in de geneeskunde, uitgereikt door de Keizerlijke Universiteit van Tokio in 1924. Verder studeerde hij nog fysiologie, neurologie en psychologie in Wenen. Door het overlijden van Obersteiner in 1922 en doordat de leiding van Marburg volgens Mokichi niet goed genoeg was, besloot Mokichi verder te studeren in München.Heinrich, Amy Vladeck, 1983. Fragments of Rainbows: The Life and Poetry of Saito Mokichi, p. 37-42