Het V SS-Bergkorps (Duits: V. SS-Gebirgs-Korps) was een Duits legerkorps van de Waffen-SS tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf maart 1944 werd de naam omgevormd naar V SS-Vrijwilligers Bergkorps (Duits: V. SS-Freiwilligen-Gebirgskorps). Krijgsgeschiedenis Oprichting Het V SS-Bergkorps werd op 1 juli 1943 opgericht om de bergdivisies van de Waffen-SS te coördineren. Artur Phleps, commandant van de 7. SS-Freiwilligen-Gebirgs-Division Prinz Eugen, werd benoemd tot commandant. Hij was een Roemeense Volksduitser. Geboren in het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije trad hij na de Eerste Wereldoorlog tot het Roemeense leger toe. In 1941 werd hij lid van de Waffen-SS en in maart 1942 werd hij belast met de rekrutering, vorming en opleiding van Volksduitsers in verschillende Waffen-SS divisies. In april 1943 kreeg hij het bevel over het V SS-Bergkorps.

Na opleiding nabij Praag werd het hoofdkwartier van het korps in oktober 1943 verplaatst naar Mostar, waar het werd belast met de strijd tegen de partizanen in Bosnië en Kroatië. Op papier was het V SS-Bergkorps ondergeschikt aan het 2e Pantserleger, maar in werkelijkheid opereerde het als een onafhankelijke eenheid. Voor deze operaties kreeg SS-Obergruppenführer Phleps de beschikking over drie divisies: de 7. SS-Freiwilligen-Gebirgs-Division Prinz Eugen, 369e (Kroatische) infanteriedivisie en de 118e Jägerdivisie. Begin 1944 werd ook de pas opgerichte 13. Waffen-Gebirgs-Division der SS Handschar (kroatische Nr. 1) aan het korps toegevoegd.

De 7de SS-Bergdivisie Prinz Eugen was samengesteld uit Volksduitsers afkomstig uit Kroatië, Servië en Roemenië. De eerste lichting bestond uit vrijwilligers, die goed getraind waren en een hoge moraal hadden. De divisie werd bewapend met buitgemaakte Tsjechische geweren en Franse lichte tanks, maar de artillerie bestond uit Duitse bergkanonnen. De divisie bouwde een reputatie op als uitstekende gevechtseenheid, maar met een nietsontziende brutaliteit tegenover partizanen en burgers. De 13de SS-Bergdivisie Handschar, bestaande uit Bosniaks en geleid door Duitse officieren, was minder goed, maar had toch nog een redelijke slagkracht. Zolang ze hun eigen dorpen moesten verdedigen, vocht de divisie redelijk tot goed. Zodra ze in andere gebieden werden ingezet, verminderde hun gevechtskracht. Ze trokken plunderend door het gebied, waarbij ze huizen leegroofden, boerderijen in brand staken en burgers doodschoten. De 369ste (Kroatische) infanteriedivisie, bestaande uit 8 500 Kroaten en 3 500 Duitsers, was oorspronkelijk opgericht als een Kroatische divisie ter ondersteuning van de Wehrmacht aan het oostfront. Na hun opleiding werd de divisie echter naar Bosnië gestuurd om de partizanen te bestrijden. Het moraal was laag en dagelijks deserteerden er soldaten. Ook de bewapening was ondermaats. De divisie behoorde tot de Wehrmacht, maar de kwartiermeesters gaven de voorkeur aan Duitse divisies. Om hun voorraden aan te vullen, richtten de Kroatische soldaten hun aandacht op de plaatselijke Moslim- en Servische bevolking. In de dorpen, die ze moesten beschermen, werd de niet-Kroatische bevolking uit hun huizen verdreven.

De 118de jäger divisie vormde de beste eenheid van het korps. Een jäger divisie was georganiseerd om in moeilijk terrein te opereren. Ze bestond slechts uit twee regimenten met drie bataljons. Ze beschikte over meer artillerie dan een bergdivisie en de soldaten kregen een uitgebreide training. De jäger divisie vertrouwde op zijn snelheid, communicatie en vuurkracht van de soldaten. Hoewel de 118de jäger divisie de beste eenheid van zijn korps was, genoot ze niet het vertrouwen van SS-Obergruppenführer Phleps. Ze was de enige reguliere Wehrmachtdivisie onder zijn bevel.

Behalve deze divisies maakte het V SS-Bergkorps ook gebruik van Četniks. SS-Obergruppenführer Phleps beschouwde deze Servische milities minder onbetrouwbaar dan zijn Kroatische en Bosnische soldaten. In ruil voor hun hulp in de strijd tegen de partizanen liet hij hen ongestraft roven en plunderen.

Joegoslavië 1944 Vanaf december 1943 was het korps actief in de driehoek Mostar-Sarajevo-Dubrovnik. SS-Obergruppenführer Phleps kreeg als opdracht het grensgebied tussen Servië en Bosnië te bewaken en te verhinderen dat de partizanen Servisch grondgebied betraden.

In december 1943 begon het V SS-Bergkorps met Operatie Kugelblitz. Het was een poging om de partizanen in Oost-Bosnië te omsingelen en te vernietigen. Vanuit drie verschillende richtingen trokken de Duitse divisies het gebied binnen. Ze probeerden de partizanen in het gebied Sarajevo-Gorazde-Zvornik te vernietigen. De coördinatie verliep moeizaam. SS-Obergruppenführer Phleps maakte ruzie met zijn ondergeschikten. De SS-commandanten deden een rechtstreeks beroep op Heinrich Himmler om Phleps te ontslaan en de Wehrmachtcommandanten negeerden zijn bevelen. Terwijl hun officieren ruzie maakten, begonnen de soldaten systematisch dorpen in het gebied te plunderen. Het gebied dat moest worden afgegrendeld, was veel te groot om alle ontsnappingsroutes te blokkeren en de partizanen maakten gebruik van het onherbergzame terrein om tussen de Duitse eenheden door te glippen. Operatie Kugelblitz werd gevolgd door Operatie Schneesturm, maar ook deze actie kende slechts een mager succes. thumb|Waffen-SS tijdens een anti-partizanen actie

In januari 1944 kreeg SS-Obergruppenführer Phleps de opdracht alle burgers aan de Dalmatische kust te evacueren naar het binnenland. Het Duitse opperbevel vreesde dat de bevolking bij een geallieerde invasie in opstand zou komen. Het V SS Bergkorps en de Servische milities gingen zo brutaal te werk dat zelfs de Kroatische regering bij het Duitse opperbevel protesteerden over het gedrag van de Waffen-SS. In het voorjaar van 1944 voerde het V SS-Bergkorps verscheidene anti-partizanenacties uit in Bosnië. Tijdens Operatie Waldrausch (februari 1944) leed het korps een zware nederlaag toen de partizanen een bataljon van de 7. SS-Freiwilligen-Gebirgs-Division Prinz Eugen omsingelden en bijna volledig vernietigden. Het doel van Operatie Wegweiser (maart 1944) was de zuivering van het gebied rond de spoorweg Zagreb-Belgrado. De Duitse eenheden omsingelden het gebied, plaatsten op de belangrijkste toegangswegen blokkades en begonnen de dorpen uit te kammen. De partizanen overvielen geïsoleerde Duitse eenheden en bestookten de Duitse posities vanuit de heuvels. Na enkele dagen van schermutselingen trokken de partizanen zich in de bergen terug. Geholpen door de lokale bevolking konden de partizanen telkens ontsnappen. Ook tijdens Operatie Save (maart 1944) en Operatie Osterei (april 1944) ontsnapten de partizanen aan vernietiging. Begin maart 1944 voerde Duitsland de dienstplicht in voor Volksduitsers, die na hun training werden opgenomen in het korps. De term vrijwilligers werd geschrapt uit de benaming van het korps.

Voor Operatie Maibaum (april 1944) werden drie korpsen van het 2de pantserleger ingezet. Het was de grootste anti-partizanenactie van de Wehrmacht. Het V SS-Bergkorps nam posities in langs de Drina en moest verhinderen dat de partizanen naar Servië ontsnapten. De twee andere korpsen vielen vanuit het noorden en westen de partizanen aan. Vanuit Tuzla en Gorazde rukken de Duitsers op en ze dreven de partizanen in de richting van het V SS-Bergkorps. Deze keer slaagden de partizanen er niet in om te ontsnappen en het kwam tot hevige gevechten rond Tuzla, Zvornik, Šekovići en Vlasenica. De partizanen waren niet opgewassen tegen de Duitse vuurkracht. Systematisch vernietigden de Duitsers de enclaves waarin de partizanen waren omsingeld. Ze maakten geen onderscheid tussen burgers en gewapende strijders en het V SS-Bergkorps rapporteerde 9 000 gedode partizanen. Op 6 mei 1944 werd de operatie afgeblazen.

Na het succes van Operatie Maibaum gingen de Duitsers in het offensief. Hun operaties gedurende de zomer van 1944 waren een wisselend succes. Bij Operatie Rösselsprung probeerden ze met een verrassingsaanval op Drvar Tito, de commandant van de partizanen, in handen te krijgen. De Duitsers vernietigden een partizanenbrigade en veroverden een grote hoeveelheid wapens en munitie, maar Tito ontsnapte. Het belangrijkste doel van de operatie werd niet bereikt. Daarna deelde SS-Obergruppenführer Phleps zijn eenheden op in kleine gevechtsgroepen. Hij offerde de vuurkracht van zijn divisies op om een grotere mobiliteit te krijgen. Operatie Freie Jagd (juni 1944) en Operatie Rübezahl (augustus 1944) leidde tot talloze schermutselingen in Oost-Bosnië, zonder dat de Duitsers een beslissende overwinning behaalden. De partizanen leden verliezen, maar ze wisten te overleven in de bergen. Eind augustus 1944 schortte het Duitse opperbevel de acties in Joegoslavië op. De Wehrmacht had zware verliezen geleden aan het oostfront en alle beschikbare eenheden werden naar het front gedirigeerd. Het korps kreeg opdracht zijn divisies over te dragen aan het 2de pantserleger, dat belast was met de verdediging van de Servië en Griekenland. Begin september 1944 bevond het Rode leger zich reeds in Roemenië. Tijdens de verplaatsing van zijn hoofdkwartier werd SS-Obergruppenführer Phleps en enkele stafleden verrast door de Sovjets. Ze namen hen gevangen en ze werden gedood bij een ontsnappingspoging.

Oder 1945 Na de dood van de korpscommandant werd het hoofdkwartier eerst verplaatst naar Zagreb en vervolgens naar Berlijn. Het was de bedoeling dat er drie nieuwe divisies aan het korps zouden worden toegevoegd, maar na de ineenstorting van het front tijdens het Weichsel-Oder offensief werd het korps onmiddellijk ingezet. Het V SS-Bergkorps kreeg het bevel over het centrale gedeelte van de Oder-Warthestelling. Deze linie was in 1934 aangelegd aan de vooroorlogse Pools-Duitse grens. Gedurende de oorlog was de linie in verval geraakt en waren er onderdelen gebruikt voor de aanleg van de Atlantikwall. Pas eind 1944 was men begonnen met de heropbouw. Het korps kreeg de beschikking over twee trainingsdivisies. SS-Obergruppenführer Friedrich-Wilhelm Krüger vestigde zijn hoofdkwartier in Meseritz en hij was nog bezig met het oprichten van wegversperringen, het aanleggen van telefoonlijnen, het opbouwen van stafhoofdkwartieren en verzamelen van munitie toen de tanks van het 1e Garde tankleger verschenen. De zwakke divisies boden nauwelijks weerstand. Het 11de Garde Tankkorps ruimde de versperringen op en op 30 januari 1945 waren de Sovjets door de Oder-Warthestelling zonder één tank te verliezen. Op 1 februari 1945 viel Kunsdorf in handen van de Sovjets en de Duitsers trokken zich haastig terug over de Oder.

Het V SS-Bergkorps was verantwoordelijk voor de verdediging van Küstrin tot Frankfurt-aan-de-Oder, maar het beschikte nauwelijks over gevechtstroepen. Alle beschikbare eenheden waren gegroepeerd in divisie Raegener. De divisie was formeel opgericht op 4 februari en bestond uit delen van divisie nr 433 en divisie nr 463 en aangevuld met diverse lokale eenheden. Majoor-generaal Raegener voerde het bevel over twee bataljons van de Rijksarbeidsdienst bewapend met vooroorlogse Franse geweren, een trainingsbataljon en een bataljon Volkssturm, bestaande uit de lokale bevolking en bewapend met jachtgeweren en pistolen. Om het gebrek aan zware wapens te compenseren stuurde het OKL twaalf batterijen luchtafweerkanonnen vanuit Berlijn naar het front. Deze 48 kanonnen, waaronder 36 88-mm kanonnen, konden ook tegen gronddoelen worden ingezet.

Ondanks deze versterkingen miste het korps machinegeweren, verbindingstroepen en genie-eenheden. Het kon niet verhinderen dat de Sovjets de Oder overstaken en bruggenhoofden vestigden bij Reitwein en Kienitz. Op 8 februari 1945 schortte het 1e Wit-Russische Front alle offensieve acties in de richting van Berlijn op en ze beperkten zich tot een aantal lokale acties om hun bruggenhoofden te consolideren.