Het Sphinxkwartier, ook wel Belvédère Binnensingel, is een voormalig industrieterrein in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. In het gebied, dat het noordelijk deel van de buurten Statenkwartier en Boschstraatkwartier omvat, ligt de bakermat van de Maastrichtse industrie. Nabij de Boschstraat en de binnenhaven Bassin liggen ongeveer vijftien 19e- en 20e-eeuwse fabrieksgebouwen, die in het verleden deel uitmaakten van de glas- en aardewerkfabrieken van Petrus Regout en de opvolger daarvan, Koninklijke Sphinx. Na het vertrek van de sanitairfabrikant uit de binnenstad in 2006, is het gebied getransformeerd tot een wijk met diverse bestemmingen. Vrijwel alle fabrieksgebouwen in het Sphinxkwartier behoren tot het industrieel erfgoed van Maastricht. Enkele hebben de status van rijksmonument. Sinds 2019 is het Sphinxkwartier een zogenaamd 'ankerpunt' van de Europese Route voor Industrieel Erfgoed.'Europese erkenning voor Sphinxkwartier' op rtvmaastricht.nl, 1 oktober 2019.

Ligging en straatnamen Het Sphinxkwartier valt buiten de officiële wijk- en buurtindeling van Maastricht en heeft daarom geen officieel vastgestelde grenzen. Meestal worden de binnen de singels gelegen voormalige industrieterreinen van de Sphinx bedoeld. De west- en noordgrens worden dan gevormd door de Frontensingel en de Fransensingel. Aan de zuidzijde grenst het Sphinxkwartier aan de Maagdendries en het Bassin, gebieden die eveneens sterk in ontwikkeling zijn. Aan de oostzijde ligt het grote, nog in bedrijf zijnde fabriekscomplex van papierfabrikant Sappi (voorheen Koninklijke Nederlandse Papierfabriek). De tussen het Bassin en de Maas gelegen culturele vrijplaats Landbouwbelang is geen onderdeel van het Sphinxkwartier, maar is daar wel mee verbonden, evenals de kunstenaarsinitiatieven in het naburige Staten- en Frontenkwartier (De Brandweer, Het Radium, LABgebouw, Gashouder).

De noord-zuid door het Sphinxkwartier lopende Boschstraat deelt het gebied in tweeën. Het ten westen van de Boschstraat gelegen deel werd voorheen – enigszins verwarrend – aangeduid als Sphinxterrein. Het deel ten oosten van de Boschstraat wordt meestal aangeduid met de al even verwarrende benaming Timmerfabriek (de eigenlijke timmerfabriek of kistenmakerij is slechts een klein onderdeel van dit complex).

In 2017 is het noordelijk deel van het binnenterrein (tussen het Eiffelgebouw, de Mouleurs en de Kop van de Sphinx) omgedoopt tot Petrus Regoutplein, waarmee de grondlegger van de Maastrichtse industrie na een eeuw discussie zijn straatnaam heeft gekregen. Het plein tussen de Boschstraat en de nieuwe onderdoorgang onder het Eiffelgebouw is Sphinxcour genoemd. Het plantsoen tussen de Sphinx-showroom en het Eiffelgebouw heet Fenikshof en het straatje dat naar de poort aan de Boschstraat leidt heet Penitentenpoort. De straatnamen van nog aan te leggen straten en pleinen zullen eveneens verwijzen naar het industriële verleden van het gebied: Het Hooghuis, Het Kinderwetje, Aan de Brikkebouw, De Cassij en Passage du Chemin de Fer.'Het opnieuw voorzien van straatnamen voor de gewijzigde infrastructuur en de geplande bebouwing op het voormalige Sphinxterrein aan de Boschstraat', op website maastrichtbeleid.nl, besloten op 28-11-2017.

Geschiedenis Pre-industriële tijd Het gebied waar in de negentiende eeuw de grootschalige industrialisatie van Maastricht begon, heeft een lange geschiedenis. Door de bouw van de tweede middeleeuwse stadsmuur in de veertiende eeuw kwam dit gebied op of net binnen de stadswallen van Maastricht te liggen. Het gedeelte van de stadsmuur tussen het Schonenvaardersbolwerk aan de Maas en de Lindenkruispoort telde een tiental muurtorens, waarvan de namen grotendeels onbekend zijn. Ongeveer in het midden lag de Boschpoort, de noordelijke stadspoort. Nabij de noordwestelijke knik in de muur, waar deze naar het zuiden afboog, werd in de zeventiende eeuw, mogelijk in 1636, een kat (of cavalier) opgeworpen, de Boschkat. Vanaf de zestiende eeuw werden in het schootsveld van de muur de eerste buitenwerken aangelegd, die in de loop van de eeuwen daarna steeds verder uitdijden.

Binnen de stadsmuren bevond zich een relatief dunbevolkt stadsdeel met enkele kloosters en verder voornamelijk moestuinen en boomgaarden. Een van die boomgaarden was de Biesenboomgaard, horend bij de Commanderij Nieuwen Biesen van de ridders van de Duitse Orde, waar later de Sphinx-magazijnen en de Timmerfabriek gebouwd zouden worden. Aan de westzijde van de Boschstraat kwam in 1673 het Penitentenklooster tot stand. Ten zuiden van dit klooster werd eind 18e eeuw een joodse begraafplaats aangelegd.

De Boschstraat was vanouds de hoofdstraat in dit gebied. In de zijstraten woonde de arbeidersbevolking, in de middeleeuwen vooral lakenwevers.

Vroeg-industriële ontwikkeling

Tijdens de korte periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-30) vonden op het terrein van de in 1796 opgeheven Commanderij Nieuwen Biesen belangrijke infrastructurele werken plaats: van 1817 tot 1824 werd hier de Zuid-Willemsvaart aangelegd en vanaf 1826 de binnenhaven het Bassin. Hierdoor konden in dit deel van de stad vroeg-industriële ontwikkelingen op gang komen.

In 1826 vestigde zich de koopman-industrieel Petrus Laurentius Regout in een pand aan de Boschstraat, pal tegenover het Bassin. In de achterliggende tuinen begon hij met enkele tientallen werknemers een kristalslijperij, enkele jaren later uitgebreid met een kristal- en glasblazerij. In 1835 kwam daar nog een spijkerfabriek bij, in 1836 gevolgd door een aardewerkfabriek. In 1863 verwierf Regout het voormalige Penitentenklooster, dat kort daarna afbrandde, waardoor er ruimte voor nieuwe fabrieken ontstond. In enkele tientallen jaren groeide het bedrijf uit tot een industrieel imperium, waar in 1865 al meer dan 2000 arbeiders werk vonden.Zie artikel 'De Sphinx' op zichtopmaastricht.nl.

In 1872 kocht Petrus Regout van het Rijk een deel van de voormalige vestinggronden om er verdere uitbreidingen van zijn glas- en aardewerkfabrieken te realiseren. Na aankoop van een groot stuk grond aan de Maagdendries in 1876 besloeg het fabrieksterrein 9,8 hectare. De op het terrein gelegen noordwestelijke stadsmuur, de waltorens en de Boschkat werden tussen 1872 en 1875 gesloopt.Kruisinga/Langeweg/Minis/Mes (2000), p. 48. Hier verrezen vanaf 1875 nieuwe fabrieksgebouwen, onder andere het Poortgebouw, de Mouleurs, de Brikkenbouw en het Decoratieatelier, die grotendeels bewaard zijn gebleven. Waarschijnlijk dateert ook de fabrieksmuur langs de Frontensingel uit deze periode. Enkele decennia later volgden de Gipsfabriek en het Molengebouw (beide uit 1893), de Vormenmakerij (1903) en de Sanitairfabriek (1916). Het Molengebouw werd in 1918 uitgebreid.

Aan de andere kant van de Boschstraat, aan de noordzijde van het Bassin, kwamen de ontwikkelingen nu ook goed op gang. In 1905 maakte de oude stoomzagerij uit 1860 plaats voor nieuwe kantoren, een toonzaal en een magazijncomplex met sheddaken en veel lichttoetreding. Vijf jaar later verrees ten oosten hiervan een hypermoderne elektriciteitscentrale in een traditioneel ogend gebouw. Bij het Hennebique-gebouw en de ketelhuizen werd juist gekozen voor een meer functionele vormgeving. Het gehele complex aan het Bassin, later bekend geworden als Timmerfabriek, bleef daarna een eeuw lang vrijwel ongewijzigd.

Laat-industriële ontwikkeling In 1925 beëindigde de N.V. Sphinx, zoals de fabrieken van Regout toen heetten, de fabricage van glas en kristal. Twee jaar later werd een nieuwe divisie opgericht voor de fabricage van sanitair aardewerk (wasbakken, badkuipen, toiletten, enz.). De oude glasfabrieken werden gesloopt en op die plek verrees een moderne sanitairfabriek van gewapend beton, het huidige Eiffelgebouw (1929-41). Vanaf 1934 werden aan weerszijden twee enorme hallen gebouwd met gasgestookte tunnelovens, die de talloze ronde en vierkante ovens op het terrein vervingen. Doordat meerdere tunnelovens op één schoorsteen konden worden aangesloten, nam in deze periode het aantal fabrieksschoorstenen drastisch af. Voor de bouw van Eiffel I, II en III en de tunnelovens moesten veel 18e- en 19e-eeuwse panden langs de Boschstraat, waaronder ook alle fabrieksgebouwen uit de begintijd, worden gesloopt.Kruisinga/Langeweg/Minis/Mes (2000), pp. 69, 75.

In de jaren vijftig werd het fabriekscomplex ingrijpend gerationaliseerd, onder andere door de fusie tussen Sphinx en Société Céramique in 1958. In 1950 kwam de nieuwe showroom gereed, waarna de oude toonzaal in de Timmerfabriek een andere functie kreeg. Hetzelfde gebeurde met de directie- en verkoopkantoren, die in 1956 een nieuw, functioneel onderkomen kregen.Kruisinga/Langeweg/Minis/Mes (2000), pp. 71, 77. In 1970 stonden op het terrein nog slechts vijf schoorstenen. Vanaf 1977 werd de 'Cassij' gesloopt, een fabriek voor vuurvaste materialen uit omstreeks 1880. Hier verrees een groot expeditiecentrum, toegankelijk voor vrachtwagens vanaf de Maagdendries, geflankeerd door twee enorme loodsen voor de keramische producten. De fabrieksspoorlijnen raakten in onbruik en de Timmerfabriek-magazijnen kwamen leeg te staan. De laatste vierkante ovens aan de Maagdendries werden in deze periode afgebroken. Tussen 1982 en 1987 verdwenen ook alle tunnelovens. Ervoor in de plaats kwamen enkele rolovens. In 1992 werd de laatste schoorsteen opgeblazen.Kruisinga/Langeweg/Minis/Mes (2000), p. 82-83.

Koninklijke Sphinx werd in 1999 overgenomen door het Finse Sanitec en in 2006 verliet het bedrijf de historische fabriekspanden aan de Boschstraat om een ultramodern bedrijfspand op het industrieterrein Beatrixhaven te betrekken, "de modernste sanitairfabriek ter wereld". Nog geen drie jaar later werd de productie naar Finland overgeplaatst en was het 175-jaar oude bedrijf ter ziele.Zie artikel 'Maastricht rouwt om vertrek van Sphinx', door Raoul du Pré. In: De Volkskrant, 15 juli 2009 (online tekst).

Post-industriële ontwikkeling Het voormalige industrieterrein van de Sphinx was van den beginne onderdeel van het zeer ambitieuze stedelijk ontwikkelingsproject Belvédère, dat grote delen van Noordwest-Maastricht omvatte. Door de kredietcrisis van 2007-2011 en het afhaken van investeerders moesten diverse onderdelen van dit megaproject (voorlopig) worden geschrapt. Het binnen de singels gelegen Sphinxterrein met het dominante Eiffelgebouw werd gezien als het meest urgente, en tevens meest kansrijke deelproject. Het terrein werd in 2013 omgedoopt in 'Sphinxkwartier' en is thans de kern van 'Belvédère Binnensingel'. De herbestemming van het Sphinxterrein hing nauw samen met andere projecten in de omgeving, zoals de omlegging van het Noorderbrugtracee, de ontwikkeling van het Frontenpark en de aanleg van een tramlijn tussen Hasselt en Maastricht. Van deze projecten zijn de eerste twee afgerond. In mei 2022 besloot de Vlaamse regering dat de plannen voor de sneltram, die in Maastricht een halte voor het Eiffelgebouw zou krijgen, definitief niet doorgaat.

thumb|left|170px|Tijdelijk Sphinxpark, 2012 Na het vertrek van de Sphinx in 2006 werden de naoorlogse, niet-monumentale fabriekshallen meteen gesloopt. Op het vrijgekomen middendeel werd een groot parkeerterrein aangelegd. Het zuidelijk deel werd in gebruik genomen als tijdelijk park met stadslandbouw, het Sphinxpark. In 2010 presenteerde architect Jo Coenen een plan om in een deel van het Eiffelgebouw en enkele naburige gebouwen een nieuw cultuurcluster, 'quartier des arts' genoemd, onder te brengen. Hiertoe zouden onder meer het Conservatorium Maastricht, de Toneelacademie Maastricht, de Academie Beeldende Kunsten Maastricht en de nieuwe kunstopleiding i-arts van de Universiteit Maastricht naar het Eiffelgebouw moeten verhuizen. Het plan bleek te kostbaar en bij de meeste kunstopleidingen was weinig animo om het Jekerkwartier te verlaten.Zie discussie 'Quartier des arts' op forum.mestreechonline.nl.