thumb|Portret van Wolfgang Amadeus Mozart op dertienjarige leeftijd in Verona, 1770 De componist Wolfgang Amadeus was tijdens zijn leven driemaal in Italië. Tussen 1769 en 1773 maakte hij deze reizen samen met zijn vader Leopold. De eerste, een langere tour van 15 maanden, werd bekostigd met openbare concerten en optredens voor adel, en deed de belangrijkste steden in Italië aan. De tweede en derde reizen waren naar Milaan, waar Wolfgang de opera's afmaakte waarvoor hij bij zijn eerste bezoek de opdracht had gekregen. Als het om de muzikale ontwikkeling van Wolfgang gaat, waren de reizen een aanzienlijk succes, en zijn talenten werden erkend met onderscheidingen zoals een ridderschap van het Vaticaan en een plaats in toonaangevende filharmonische gezelschappen.
Leopold Mozart werkte sinds 1747 als muzikant op het hof van de Aartsbisschop van Salzburg, waar hij in 1763 kapelmeester werd, maar hij stak ook veel tijd in het muzikale onderwijs van Wolfgang en zijn zus Nannerl. Hij nam ze tussen 1764 en 1766 mee op een grand tour door Europa, en bracht het uiteinde van 1767 en het grootste gedeelte van 1768 met hen door in de keizerlijke hoofdstad Wenen. Het publiek was zeer geboeid door de uitvoeringen van de kinderen, en ze hadden een grote indruk gemaakt op de Europese samenleving. In 1769 was Nannerl volwassen, maar Leopold wilde de muzikale educatie van 13-jarige Wolfgang graag voortzetten in Italië, een cruciale bestemming voor elke opkomende componist in de 18e eeuw.
Tijdens de eerste tour werden de optredens van Wolfgang goed ontvangen, en werden zijn talenten als componist beloond met opdrachten om drie opera's te schrijven voor het Teatro Regio Ducale in Milaan (die stuk voor stuk een groot succes waren onder zowel critici als het publiek). Hij ontmoette een groot aantal van de toonaangevende muzikanten van Italië, waaronder de befaamde muziektheoreticus Giovanni Battista Martini, van wie hij les kreeg in Bologna. Leopold hoopte ook dat Wolfgang (en misschien hijzelf) een prestigieuze aanstelling zou krijgen op een van de Italiaanse hoven van het Habsburgse Rijk; dit doel werd belangrijker naarmate het steeds minder waarschijnlijk werd dat Leopold promotie zou krijgen in Salzburg. Het keizerlijke hof was echter niet blij met zijn aanhoudende pogingen om aangenomen te worden, en daarom was het uitgesloten dat dit nog zou gebeuren. Zo eindigden de reizen dus niet met een triomfantelijke thuiskomst, maar met teleurstelling en frustratie.
Achtergrond thumb|left|Leopold Mozart, die Wolfgangs muzikale onderwijs dolgraag in Italië wilde voortzetten In november 1766 keerden de Mozarts terug in Salzburg, na een drie en een half jaar lange 'grand tour' van de grote Noord-Europese steden die begon toen Wolfgang zeven jaar oud was en Nannerl twaalf. Deze tour was er grotendeels in geslaagd om de talenten van zijn kinderen aan de wereld te demonstreren en om hun muzikale ontwikkeling te bevorderen. Een verblijf in Wenen vanaf 1767 was minder geslaagd. Door een uitbraak van pokken, waaraan Aartshertogin Maria Josepha van Oostenrijk overleed, konden de kinderen niet optreden op het keizerlijke hof en moest het gezin uitwijken naar Bohemen – waarmee niet werd voorkomen dat Wolfgang de ziekte ook kreeg. In januari 1768 keerden ze terug naar Wenen, maar ondertussen waren de kinderen te oud om nog voor een sensatie te zorgen met hun publieke concerten. Leopold kreeg ruzie met theaterdirecteur van het hof Giuseppe Affligio, en maakte een slechte beurt bij gerenommeerde componist van het hof Christoph Willibald Gluck; hij probeerde te gretig een uitvoering van Wolfgangs eerste opera La finta semplice te regelen. Daardoor kreeg hij op het hof een reputatie als opdringerig en 'dwingend'.
Na terugkeer in Salzburg in januari 1789 vond Leopold dat het onderwijs van de 18-jarige Nannerl zo goed als klaar was, en concentreerde hij zich op Wolfgang. Hij besloot de jongen mee te nemen naar Italië, wat voor de eenwording een verzameling was van hertogdommen, republieken en kerkelijke staten, met het Koninkrijk Napels in het zuiden. Italië was al meer dan 200 jaar de bron van innovaties in muziekstijlen, de oorsprong van kerkmuziek, en boven alles de geboorteplaats van opera. Volgens Leopold moest Wolfgang persoonlijk de muziek van Venetië, Napels en Rome ervaren om zich voor te bereiden op toekomstige opdrachten van de Europese operahuizen – volgens Mozartbiograaf Stanley Sadie de grootste inkomstenbron voor componisten in de late 18e eeuw. Leopold wilde dat Wolfgang zich omringde met de Italiaanse taal, de beste kerkmuziek ervoer, en zijn netwerk van invloedrijke kennissen uitbreidde. Er was ook een kans dat Leopold en Wolfgang allebei posities in de Noord-Italiaanse hoven van het Habsburgse rijk konden bemachtigen. Met die prioriteiten in gedachte besloot Leopold dat Nannerl en haar moeder beter thuis konden blijven, wat zij niet leuk vonden maar praktisch en financieel het meest verstandige was.
In de maanden voor hun vertrek componeerde Wolfgang uitbundig, en kreeg hij een goede verstandhouding met Aartsbisschop Siegmund Christoph von Schrattenbach, die als werkgever van Leopold toestemming moest geven voor de reis. In oktober gaf hij die toestemming, en een gift van 600 florijn. Wolfgang kreeg de eretitel Konzertmeister (hofmuzikant), met de suggestie dat deze positie hem na terugkomst een salaris zou opleveren.
Eerste reis, december 1769 - maart 1771 thumb|270px|Kaart van de belangrijkste bestemmingen tijdens de eerste Italiaanse reis, december 1769 - maart 1771. De zwarte lijn is de heenweg van Salzburg naar Napels, en de groene lijn geeft de omleidingen tijdens de terugreis weer.
Reis naar Milaan Op 13 december 1769 vertrokken Leopold en Wolfgang uit Salzburg, gewapend met getuigschriften en brieven waarmee Leopold de reis soepeler hoopte te laten verlopen. Een van de belangrijkste hiervan was een introductie aan Graaf Karl Joseph Firmian van Milaan, bekend als de 'Koning van Milaan', een invloedrijke en deskundige belangenbehartiger van de kunsten. Zijn steun was van uiterst belang voor de ondernemingen in Italië.
Het duo reisde via Innsbruck naar het zuiden en door de Brennerpas naar Italië. Ze trokken via Bozen en Rovereto naar Verona en Mantua, om vervolgens richting het westen naar Milaan te gaan. Leopolds financiële plannen voor de reis waren ruwweg hetzelfde als bij de grand tour van het gezin: de reiskosten en accommodatiekosten moesten worden gedekt door de opbrengsten van de concerten. Deze winterse reis van 560 km lang naar Milaan duurde zes moeilijke en onprettige weken, waarbij ze door het weer gedwongen werden om verschillende keren langdurig te stoppen. Leopold klaagde in zijn brieven naar huis over de onverwarmde kamers in herbergen: '...ik bevries hier als een hond, alles wat ik aanraak is ijs'. De eerste inkomsten van de concerten waren bescheiden, maar volgens Leopold waren hun kosten ongeveer 50 florijn per week. Nadat hij onverstandig had opgeschept over de winst die hij op de grand tour had gemaakt, was Leopold nu voorzichtiger met het onthullen van financiële details. Hij benadrukte vooral zijn uitgaven en nauwelijks zijn inkomsten. Hij schreef bijvoorbeeld: "... 'We zullen in totaal niet veel verdienen in Italië... hier moet men over het algemeen genoegen nemen met bewondering en bravo's als betaling'.
De langste onderbreking was twee weken in Verona, waar de pers lovend verslag deed van Wolfgangs concert op 5 januari 1770. Vader en zoon woonden een uitvoering bij van de opera 'Rugierro' van Pietro Alessandro Guglielmi, waar Wolfgang in een brief aan Nannerl minachtend over schreef. Wolfgang liet ook zijn portret schilderen door een plaatselijk kunstenaar. Dit intermezzo werd gevolgd door een kortere stop in Mantua, waar Wolfgang een concert gaf bij de Accademia Filharmonica, met een programma dat ervoor bedoeld was zijn vaardigheden te testen op het gebied van uitvoering, a prima vista en improvisatie. Volgens een recensie in de pers was het publiek 'verbijsterd' door dit 'muzikale wonder, één van zulke abnormaliteiten die de natuur geboren laat worden'. In Mantua werden ze afgewezen door Prins Michael von Thurn und Taxis, die hen via een knecht liet weten dat hij er geen interesse in had hen te ontmoeten. Historicus Robert Gutman vermoed dat de prins wist wat er gebeurd was bij Affligio in Wenen, en niets te maken wilden hebben met muzikanten die hun plaats niet kenden. Door Graaf Arco, wiens familie deel uitmaakte van het hof van Sazburg, werden ze daarentegen warm ontvangen.
thumb|left|De kerk van San Marco in Milaan, waar de Mozarts verbleven tijdens hun eerste bezoek aan de stad De Mozarts arriveerden op 23 januari in Milaan, en vonden een comfortabele verblijfplaats in het klooster van San Marco, niet ver van het paleis van Graaf Firmian. Terwijl ze op een audiëntie met de Graaf wachtten, zagen ze in Egitto de opera Cesare van Niccolò Piccinni. Firmian ontving ze uiteindelijk met enorme gastvrijheid en vriendelijkheid, en gaf Wolfgang een complete uitgave van de werken van Pietro Metastasio, de voornaamste toneelschrijver en librettist van Italië. Ook organiseerde Firmian een reeks concerten die door een groot deel van de prominenten van de stad werden bezocht, waaronder door Aartshertog Ferdinand, een mogelijke toekomstige begunstiger voor de jonge componist. Voor de laatste van deze optredens schreef Wolfgang een serie aria's met behulp van de teksten van Metastasio. Deze werden zo goed ontvangen dat Firmian aan Wolfgang opdracht gaf om de opera te schrijven die de volgende winter het festivalseizoen zou openen, zoals Leopold al gehoopt had. Wolfgang zou hiervoor ongeveer 500 florijnen verdienen, en gratis onderdak krijgen tijdens het schrijven en repeteren. De Mozarts verlieten Milaan op 15 maart en trokken zuidwaarts richting Florence en Rome, met nieuwe aanbevelingsbrieven van Firmian en het plan om in de herfst naar Milaan terug te keren.
Op dit punt in de reis lijkt Wolfgang weinig gecomponeerd te hebben. Tijdens het concert bij de Accademia Filharmonica in Mantua had Wolfgang veel geïmproviseerd, maar weinig van zijn eigen muziek opgevoerd; de enige composities die zeker uit deze fase van de tour komen zijn de aria's voor het laatste concert van Firmian, waarmee hij het contract voor de festivalopera binnensleepte. Dit waren Se tutti i mali miei, (K.83/73p), Misero me, (K.77/73e) en Ah più tremar... (K.71). De beginselen van de Symfonie in G (K.74), die hij waarschijnlijk in Rome voltooide in april, zijn mogelijk ook in Milaan gemaakt.
Milaan naar Napels thumb|Giovanni Battista Martini, bekend als Padre Martini, onderwees Mozart in contrapunt