De Nederlands-Venezolaanse betrekkingen zijn de internationale betrekkingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bolivariaanse Republiek Venezuela. De Nederlandse benedenwindse eilanden Aruba, Curaçao en Bonaire, die gezamenlijk bijna 300.000 inwoners hebben, liggen enkele tientallen kilometers voor de kust van Venezuela. De betrekkingen tussen beide landen zijn soms gespannen, omdat Venezuela herhaaldelijk aanspraak heeft gemaakt op de Nederlandse eilanden voor zijn kust.

Begin 2018 sloot Venezuela de lucht- en zeegrenzen met Nederland. Er was drie maanden lang geen rechtstreekse lucht- of zeevaart tussen Venezuela en de Nederlandse benedenwindse eilanden mogelijk.

Landenvergelijking

Geschiedenis Al vanaf het ontstaan van Venezuela in 1830 was er onenigheid over het eigendom van de benedenwindse eilanden en over smokkel tussen Venezuela en de Nederlandse benedenwindse eilanden. Herhaaldelijk waren er wederzijdse boycotten en werd er meermaals gedreigd met militair optreden.

Vlak na de onafhankelijkheid van Venezuela sloten Venezuela en Nederland een handels- en vriendschapsverdrag af, zodat de handel tussen de twee landen voort kon bestaan. Spanje, dat daarvoor het Onderkoninkrijk Nieuw-Granada (waarvan Venezuela deel uitmaakte) bestuurde, verbood de handel tussen zijn koloniën en de koloniën van andere mogendheden tot halverwege de achttiende eeuw. Omdat er eeuwenlang geen handel mogelijk was tussen de benedenwindse eilanden en Venezuela, werd er veel gesmokkeld. Deze smokkel bleef ook bestaan toen er wel gehandeld mocht worden.

De smokkel bleef Venezuela een doorn in het oog. Zo bracht Venezuela dikwijls Nederlandse schepen op die zij betrapten op smokkel. Nederland beantwoordde dat met het tonen van zijn vloot.

Venezolaanse annexatie van Nederlandse eilanden

Nederland bestuurde de bewoonde eilanden Aruba, Curaçao en Bonaire en onbewoonde eilanden Klein Curacao, Klein Bonaire, de Aves-eilanden, Orchila, en de Los Roques-archipel, die uit meer dan 350 kleine eilandjes bestaat.M.D. Teenstra (1836) De Nederlandsche West Indische Eilanden, Volume II, bladzijde 218-219. Nederland bestuurde vanaf Saba ook het noordelijker gelegen Aves. De Nederlanders gebruikten de onbewoonde eilanden voor de voedselvoorziening. Venezuela vond echter dat de eilanden bij hen hoorden. Nederland wilde echter geen oorlog riskeren over het zeggenschap over de onbewoonde eilanden.

In 1865 besloten Nederland en Venezuela zeggenschap over het noordelijk gelegen Aves te delen. De Verenigde Staten bezette het onbewoonde eiland echter van 1878 tot 1912. Desalniettemin annexeerde Venezuela Aves definitief in 1895.

Om de banden met Venezuela te behouden, leverde Nederland in 1870 de Venezolaanse oppositieleider Antonio Guzmán Blanco uit aan Venezuela. Guzmán Blanco zat op Curaçao en bereidde daar een staatsgreep tegen de Venezolaanse president voor. Terug in Venezuela wist Guzmán Blanco binnen enkele maanden president te worden. President Guzmán Blanco besloot Nederland te straffen voor zijn uitlevering. In 1871 annexeerde Venezuela de Aves-eilanden, de Los Roques-archipel en het eiland Orchila, die ten oosten van Bonaire liggen. De Venezolaanse regering greep haar kans op het moment dat Nederland de verliesgevende Nederlandse Goudkust opgaf aan het Verenigd Koninkrijk in ruil voor Sumatra. thumb|180px|Publicatie uit 1875 van documenten met betrekking tot het verbreken van de officiële betrekkingen tussen Venezuela en Nederland Militaire dreigingen Ook liet Guzmán Blanco in 1872 Nederlandse schepen van de handelsfirma Jesurun opbrengen. Toen de Nederlandse diplomaat in Caracas kritiek op de acties van Guzmán Blanco had, werd hij Venezuela uitgezet.Bijna-oorlog met Venezuela, Historisch Nieuwsblad, maart 2010, geraadpleegd op 31 januari 2018.

Nadat Venezolaanse opstandelingen tegen president Guzmán Blanco bevoorraad werden vanaf Curaçao, sloot Venezuela de havens van Coro en Maracaibo voor Nederlandse schepen. In 1881 besloot Venezuela een importbelasting van 30% in te stellen over goederen die uit Europese koloniën in het Caribisch gebied kwamen.

Ook deed Venezuela in 1875, 1879 en 1898, telkens onder leiding van Guzmán Blanco, een verzoek aan Duitsland om de Nederlandse benedenwindse eilanden te bezetten.

Venezuela bleef doorgaan met het aanhouden en doorzoeken van Nederlandse schepen, tot vermoeidheid van de Nederlandse regering. Daarom vertrok op 11 maart 1902 vertrok de Hr.Ms. Koningin Regentes op haar eerste reis vanuit de haven van Vlissingen naar Curaçao. Het schip werd gestuurd als reactie op de toenemende politieke spanning tussen Nederland en Venezuela en had het doel om de Joden van Coro naar Curaçao te evacueren. Ze onderbrak deze reis om de slachtoffers van de uitbarsting van de vulkaan Mount Pelée op het Franse eiland Martinique te helpen. Hierna vervolgde het schip haar reis samen met de Hr.Ms. Utrecht en op 2 april 1902 arriveerden ze in de Venezolaanse haven van La Guaira. De aanwezigheid van deze Nederlandse oorlogsschepen fungeerde als een afschrikmiddel tegen verdere acties van Venezuela.

Crisis van 1908

In 1907 werden vijf scheepjes varend onder de Nederlandse vlag door Venezuela aangehouden en vastgehouden op verdenking van smokkel. Hoewel de beschuldiging onterecht was, moesten de opvarenden wel hoge boetes betalen om vrijgelaten te worden. Ook waren de scheepjes beschadigd door Venezuela.

In mei 1908 probeerde president Castro de handel tussen de Nederlandse eilanden en Venezuela met nieuwe regels aan banden te leggen. Zo moesten Nederlandse schepen hun lading overschepen in het oostelijk gelegen Puerto Cabello, terwijl zij normaal westelijk voeren op Coro en Maracaibo. Ook moesten de Nederlandse schepen een bepaalde grootte hebben, anders mochten ze niet aanleggen in Venezolaanse havens.

Ook werd de Nederlandse ambassadeur in Caracas uitgezet nadat er een vertaalfout was gemaakt door Venezuela. Venezuela dacht dat de Nederlandse ambassadeur de Venezolaanse president 'een kwade geest' genoemd had.

De Nederlandse regering was boos en eiste van de Venezolaanse regering dat zij de nieuwe handelsregels introk. Venezuela weigerde, waarop op 26 november 1908 Nederland drie schepen voor de kust van Venezuela liet varen: het splinternieuwe pantserschip Hr.Ms. Jacob van Heemskerk en de pantserdekkruisers Hr.Ms. Gelderland en Hr.Ms. Friesland. De Nederlandse oorlogsschepen hadden de opdracht elk schip dat onder de Venezolaanse vlag voer te onderscheppen. Op 12 december veroverde de Gelderland het Venezolaanse kustwachtschip Alix uit voor de kust van Puerto Cabello. De Alix werd samen met het schip 23 de Mayo geïnterneerd in de haven van Willemstad. Nederland had met zijn overmacht op zee een blokkade van de Venezolaanse havens afgedwongen.

Deze situatie zou echter niet lang duren, want op 19 december werd president Cipriano Castro door een van zijn ondersteuners, Juan Vicente Gómez, afgezet en opgevolgd als president van Venezuela. Op 21 december trok Goméz de handelsregels van Castro in en op 23 december trok Nederland zijn schepen terug. Overval op Fort Amsterdam In Venezuela broeide in 1929 verzet tegen president Goméz. De Nederlandse autoriteiten op Curaçao hadden dat ook door en vroegen de regering in Den Haag extra politie-agenten en de komst van een marineschip. De Nederlandse regering weifelde en de politieversterkingen en het marineschip kwamen niet. De Nederlandse autoriteiten op Curaçao hadden echter niet in de gaten dat het gevaar niet van buiten kwam, maar al op Curaçao aanwezig was.Urbina’s overval op het Waterfort, Curaçao Maritime, geraadpleegd op 31 januari 2018. Op 8 juni 1929 nam de Venezolaanse verzetsleider Rafael Simón Urbina met 250 Venezolanen Fort Amsterdam op Curaçao in. Urbina slaagde erin wapens en de regeringskas buit te maken en gouverneur Leonard Albert Fruytier gevangen te nemen. Nadat Urbina gouverneur Fruyter gevangen genomen had, eiste Urbina volledige medewerking van de gouverneur, anders zou Urbina de Isla-raffinaderij in brand laten steken. Met medewerking-onder-dwang van de gouverneur kaapte Urbina het Duitse schip Maracaibo dat in de haven van Willemstad lag. Urbina nam de gouverneur, enkele andere gevangenen en zijn kleine leger van 250 man mee op het schip en voer daarmee naar Venezuela om Goméz ten val te brengen, maar dat mislukte.

De Nederlandse regering was woest. Gouverneur Fruytier werd ontslagen vanwege zijn zwakke optreden. Ook was de Nederlandse regering geschrokken van de slechte staat waarin de beveiliging van Curaçao verkeerde. Zo was alleen de politie permanent op het eiland aanwezig en was er geen Nederlands marineschip in de buurt ten tijde van de overval. Nederland besloot de beveiliging van de benedenwindse eilanden flink op te schroeven. Drie dagen na de overval werd Hr.Ms. Kortenaer met spoed naar de Antillen gestuurd. Sindsdien is het Korps Mariniers permanent op Aruba en Curaçao gevestigd en kreeg de Nederlandse marine in het Caribisch gebied de beschikking over een permanent stationsschip.

Betere verhoudingen thumb|200px|Buste van koningin Wilhelmina in Maracaibo, Venezuela. Na het openen van de olieraffinaderijen op Aruba en Curaçao na de Eerste Wereldoorlog verbeterden de verhoudingen tussen Nederland en Venezuela langzaamaan, deels omdat daar een gedeeld economisch belang ontstond. Venezuela verdiende aan de verkoop van ruwe olie en Nederland verdiende aan de verkoop van eindproducten.

In 1920 sloten Nederland en Venezuela een nieuw verdrag waarin zij de diplomatieke banden tussen de twee landen herstelden en het eens werden over de manier waarop de economische schade voor de Thielen-apotheek zouden moeten worden bepaald.Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Venezuela tot herstel der diplomatieke betrekkingen tussen beide landen, Wetten.overheid.nl, 23 februari 1921, geraadpleegd op 29 januari 2018.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Venezuela neutraal, maar leverde zij wel ruwe olie aan de raffinaderijen op Aruba en Curaçao, die zo gezamenlijk de helft van alle benodigde kerosine voor de geallieerde vliegtuigen konden leveren. De olieraffinaderij op Curaçao was tijdens de Tweede Wereldoorlog de grootste olieraffinaderij op het westelijk halfrond. Venezuela ging door met het leveren van olie ondanks de Duitse aanval op Aruba in augustus 1941. Dankzij het Lend-Lease programma van de Verenigde Staten werd Venezuela steeds meer aan geallieerde kant betrokken en uiteindelijk verklaarde Venezuela in februari 1945 de oorlog aan Duitsland.

Ook na de Tweede Wereldoorlog bleven de verhoudingen tussen Nederland en Venezuela goed. Zo werd in 1953 een buste van koningin Wilhelmina in Maracaibo onthuld. Ook na 1954, toen de Nederlandse Antillen binnenlandse zelfstandigheid kregen, bleven de verhoudingen goed. Er werd zoveel olie verhandeld dat het welvaartspeil op Aruba en Curaçao hoger lag dan in Nederland.

Tijdens deze periode vonden er ook onderhandelingen plaats over de grensgeschillen en de aanspraken op elkaars eilanden. In 1978 kwam het Nederlands-Venezolaans grensverdrag tot stand, waarin Nederland en Venezuela elkaars aanspraken erkenden en de zeegrenzen tussen de exclusieve economische zones van Nederland en Venezuela werden afgebakend. Zolang Aruba, Curaçao en Bonaire bij Nederland hoorden, zou Venezuela geen aanspraak meer maken op de Nederlandse benedenwindse eilanden.Venezuela loert weer naar de Antillen, Leeuwarder Courant, 10 maart 2006, geraadpleegd op 30 januari 2018.

Toen Koninklijke Shell in 1980 bekend maakte de Isla-raffinaderij op Curaçao te willen sluiten, werd de raffinaderij voor 1 gulden verkocht aan het Eilandgebied Curaçao. Sinds 1985 huurt de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA de sterk verouderde raffinaderij. Zij huurt de raffinaderij tot 2019.