Schijnspurrie (Spergularia) is een geslacht van planten uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae). De wetenschappelijke naam werd in 1805 als Arenaria subg. Spergularia gepubliceerd door Christiaan Hendrik Persoon. (1805). Synopsis plantarum 1: 504 In 1819 waardeerden de broers Jan Svatopluk en Karel Bořivoj Presl het ondergeslacht op tot een geslacht. (1819). Flora Čhechica: 94 De naam is een nomen conservandum ten opzichte van Tissa en Buda , beide gepubliceerd in 1763.Het type van Tissa werd door Adanson opgegeven als Alsine flosculo subcaeruleo C.B., een naam die door Linnaeus werd geciteerd onder variëteit campestris van Arenaria rubra, en dus een synoniem is van de typesoort van Spergularia.
Kenmerken Het betreft kruidachtige, één- of tweejarige planten, waarvan de lijnvormige bladen vliezige steunblaadjes hebben. De bloemen hebben vijf kelk- en vijf kroonbladen; de kroonbladen zijn hooguit iets korter dan de kelkbladen of langer. Het aantal meeldraden bedraagt tien. Het verschil met het nauw verwante geslacht spurrie (Spergula) is dat bij dat laatste de bladen in schijnkransen staan, en bij schijnspurrie paarsgewijs tegenoverstaand zijn. Het vruchtbeginsel van spurriesoorten draagt vijf stijlen, dat van schijnspurriesoorten drie.
Soorten In Nederland, België en Luxemburg kunnen de volgende soorten worden aangetroffen:Schijnspurrie in het Nederlands Soortenregister (1983). Flora van België, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden: 114–115 Spergularia bocconei () Spergularia media () – Gerande schijnspurrie = Spergularia maritima () = Spergularia marginata Spergularia rubra () – Rode schijnspurrie Spergularia salina – Zilte schijnspurrie = Spergularia marina () Spergularia segetalis () – Korenschijnspurrie (sinds 1939 uit Nederland verdwenen)
Categorie:Anjerfamilie