Marie-Jeanne 'Manon' Roland de la Platière (Parijs, 17 maart 1754 – aldaar, 8 november 1793), geboren Marie-Jeanne Phlipon en bekend onder de naam Madame Roland, was een Frans revolutionaire, salonnière en schrijfster.
Ze leidde aanvankelijk met haar man, de econoom Jean-Marie Roland de la Platière, een rustig en onopvallend bestaan als intellectueel in de provincie. Toen in 1789 de Franse Revolutie uitbrak, raakte ze geïnteresseerd in politiek. De eerste jaren van de revolutie maakte ze mee in Lyon, waar haar man in de gemeenteraad werd gekozen. In deze periode ontwikkelde Madame Roland een netwerk van contacten met politici en journalisten. Haar analyses van de ontwikkelingen in Lyon werden in revolutionaire kranten gepubliceerd.
In 1791 vestigde het echtpaar zich in Parijs, waar Madame Roland een leidende rol kreeg binnen de politieke groep de girondijnen. Dit was een van de meer gematigde revolutionaire facties. Zij stond bekend om haar intelligentie, scherpe politieke analyses en vasthoudendheid, en was een goede lobbyist en onderhandelaar. De politieke salon die zij een paar keer per week in haar woning hield, was een belangrijke ontmoetingsplaats voor politici. Ze was echter ook erg overtuigd van haar eigen gelijk en morele superioriteit. Daardoor heeft ze belangrijke politieke leiders als Robespierre en Danton van zichzelf – en van de girondijnen – vervreemd.
Madame Roland was geen pleitbezorgster voor grotere politieke rechten voor vrouwen. Hierin verschilde ze van feministische revolutionairen als Olympe de Gouges en Etta Palm. Ze verkondigde de mening dat vrouwen maar een beperkte rol zouden moeten spelen in het openbare en politieke leven. Dit was al tijdens haar leven voor velen moeilijk te rijmen met haar actieve betrokkenheid bij de politiek, en haar invloed binnen de girondijnen.
Toen haar man in 1792 onverwacht minister van Binnenlandse Zaken werd, groeide haar politieke invloed. Ze schreef ministeriële brieven, nota's en toespraken, en was betrokken bij beslissingen over politieke benoemingen. Ook had ze de leiding over een bureau dat de publieke opinie in Frankrijk probeerde te beïnvloeden. Ze werd zowel bewonderd als verguisd, en vooral door de sansculotten van Parijs echt gehaat. In de machtsstrijd tussen de girondijnen en de radicalere jakobijnen en montagnards voerden de publicisten Marat en Hébert een lastercampagne tegen Madame Roland. Zij was de eerste girondijn die tijdens de Terreur werd gearresteerd en stierf enkele maanden later onder de guillotine.
In de maanden voor haar terechtstelling schreef Madame Roland in de gevangenis haar memoires. Ze vormen – net als haar brieven – een waardevolle bron van informatie over de eerste jaren van de Franse Revolutie.
Jeugd Kindertijd Marie-Jeanne Phlipon, roepnaam Manon,Volgens sommige bronnen – en de Bibliothèque Nationale de France – was haar voornaam Jeanne-Marie. De over haar geschreven biografieën geven Marie-Jeanne als voornaam. was de dochter van Pierre Gatien Phlipon, graveur, en zijn vrouw Marguerite Bimont, dochter van een handelaar in fournituren. Haar vader was zakelijk succesvol en het gezin leefde in redelijke welvaart aan de Quai de l'Horloge in Parijs. Zij was het enig overlevende kind van het echtpaar Phlipon; zes andere kinderen stierven op jonge leeftijd. De eerste twee jaar van haar leven woonde ze bij een voedster in Arpajon, een kleine plaats ten zuidoosten van Parijs.Tarbell, pp. 3-7
Manon Phlipon had zichzelf als vijfjarige leren lezen en ook tijdens de catechismuslessen viel op dat ze intelligent was. Daarom, en omdat ze enig kind was, kreeg ze meer en beter onderwijs dan in die tijd voor een meisje uit haar sociale milieu gebruikelijk was; dat was echter nog steeds minder dan een jongen uit hetzelfde milieu had gekregen. Voor vakken als schoonschrift, geschiedenis, aardrijkskunde en muziek kwamen er onderwijzers aan huis. Haar vader leerde haar tekenen en kunstgeschiedenis, een oom die priester was gaf haar Latijnse les en haar grootmoeder, die gouvernante was geweest, nam spelling en grammatica voor haar rekening. Daarnaast leerde ze van haar moeder hoe ze een huishouden moest bestieren.Reynolds, pp. 19-21
Als kind was ze net als haar moeder erg religieus. Op haar elfde woonde ze op eigen verzoek een jaar in een klooster om zich goed te kunnen voorbereiden op haar eerste communie. Al enkele jaren later zou ze vraagtekens gaan zetten bij het geloof en de leerstellingen van de Rooms-Katholieke Kerk. Hoewel ze zich uiteindelijk van de kerk afkeerde, bleef ze haar leven lang geloven in het bestaan van God, de onsterfelijkheid van de ziel, en aan de morele plicht om goed te doen. Haar ideeën komen heel dicht bij het deïsme.Tarbell, pp. 29-30
Studeren en schrijven Na terugkeer uit het klooster kreeg ze weinig formeel onderwijs meer, maar ze bleef lezen en studeren; in die zin kan ze bijna volledig autodidact genoemd worden. Ze las boeken over allerlei onderwerpen: geschiedenis, wiskunde, landbouw en recht. Ze ontwikkelde een grote voorliefde voor de klassieken; zoals veel van haar generatiegenoten werd ze geïnspireerd door de biografieën van beroemde Grieken en Romeinen in de Vitae Parallelae (Parallelle levens) van Plutarchus.Reynolds, pp. 22-25miniatuur|228x228px|Huis aan de Quai de l'Horloge in Parijs waar Madame Roland als kind woonde. Manon Phlipons ideeën over de sociale verhoudingen in Frankrijk werden onder andere gevormd door een beleefdheidsbezoek aan kennissen van haar grootmoeder aan het hof van Versailles. Ze was niet onder de indruk van het zelfingenomen gedrag van de adellijke personen die ze ontmoette. Ze vond het merkwaardig dat mensen privileges kregen op basis van hun komaf en niet op basis van verdienste. Ze verdiepte zich in filosofie, met name in het werk van Jean-Jacques Rousseau, en zijn democratische ideeën hebben haar denken over politiek en sociale rechtvaardigheid sterk beïnvloed. Ook op andere gebieden was Rousseau voor haar heel belangrijk. Ze zei later dat zijn boeken haar hadden laten zien hoe iemand een gelukkig en vervuld leven kon leiden. Gedurende haar hele leven zou ze Rousseaus Julie, ou La Nouvelle Héloïse regelmatig herlezen en gebruiken als inspiratiebron.Tarbell, pp. 23-26
Ze was ontevreden over de mogelijkheden die ze als vrouw had en schreef aan vrienden dat ze graag in de Romeinse oudheid had geleefd. Ze overwoog een tijd lang om het bedrijf van haar vader over te nemen. Ze correspondeerde met een aantal erudiete oudere mannen – vaak opdrachtgevers of klanten van haar vader – die een mentorrol vervulden bij haar studie. Van lieverlee ging ze zelf filosofische essays schrijven. Deze liet ze onder de titel Oeuvres des loisirs ('werken ter ontspanning') in manuscript onder haar vrienden circuleren. In 1777 deed ze mee aan een essaywedstrijd rond het thema 'Hoe de educatie van vrouwen eraan kan bijdragen mannen beter te maken'. Haar essay viel niet in de prijzen.Reynolds, p. 27
Jaren voor de Franse Revolutie Huwelijk Ook in het sociale milieu van de Phlipons werden huwelijken meestal gearrangeerd; het was ongebruikelijk dat een jonge vrouw als Manon Phlipon, enig kind uit een welvarend gezin, op haar twintigste nog niet was getrouwd. Ze kreeg zeker tien aanzoeken, maar wees ze allemaal af. Ze had een korte romance met de schrijver Pahin de la Blancherie die op een teleurstelling uitliep. Een kennis van haar vader, een weduwnaar van 56 met wie ze correspondeerde over wijsgerige vraagstukken, vroeg haar om bij hem op zijn landgoed te komen wonen, zodat ze samen zouden kunnen filosoferen. Zij liet doorschemeren wel iets voor een platonisch huwelijk te voelen, maar daar kwam het niet van.Tarbell, pp. 35-44miniatuur|215x215px|Jean-Marie Roland de la Platière, de man van Manon Roland|alt=|links In 1776 leerde Manon Phlipon de twintig jaar oudere Jean-Marie Roland de la Platière kennen. Hij was inspecteur des manufactures in Picardië en belast met de kwaliteitscontrole van de producten van plaatselijke fabrikanten en ambachtslieden. Hij was een deskundige op het gebied van productie, handel en economisch beleid, in het bijzonder van de textielindustrie. Hij was intelligent, zeer belezen en bereisd, maar stond ook bekend als een moeilijk mens: erg overtuigd van zijn eigen gelijk en snel geïrriteerd. Hierdoor lukte het hem vaak niet zijn op zich goede plannen voor economische hervormingen ten uitvoer te brengen en verliep zijn carrière niet zo voorspoedig als hij wilde.Reynolds, p. 43Tarbell, p.51.
Zijn familie had in het verleden tot de lagere adel behoord, maar voerde eind 18e eeuw geen titel meer. De familienaam was oorspronkelijk alleen 'Roland'. Een voorouder had 'de la Platière' toegevoegd als een verwijzing naar een landgoed dat de familie in bezit had. Jean-Marie Roland gebruikte het adellijk klinkende toevoegsel tijdens het ancien régime, maar liet het weg toen tijdens de revolutie adellijke titels werden afgeschaft.Reynolds, p. 33. Er was een duidelijk standsverschil met de familie van Manon Phlipon die bestond uit ambachtslieden en kleine winkeliers. Dit was voor haar reden om een eerste huwelijksaanzoek van Roland in 1778 te weigeren. Een jaar later accepteerde ze zijn aanzoek wel. De huwelijksplannen werden in eerste instantie geheimgehouden omdat Roland weerstand van zijn familie verwachtte. Voor de begrippen van die tijd was het voorgenomen huwelijk een 'mesalliance': een huwelijk dat vanwege het standsverschil tussen de echtelieden als ongepast werd gezien.Reynolds, pp. 54-56, 58
Zij trouwden in februari 1780 en bleven aanvankelijk in Parijs wonen, waar Roland op het ministerie van Binnenlandse Zaken werkte. Madame Roland hielp haar man vanaf het begin van het huwelijk in zijn werk, min of meer als zijn secretaris. In haar vrije tijd volgde ze lezingen over natuurlijke historie in de Jardin des Plantes, de botanische tuin van Parijs. Hier maakte ze kennis met Louis-Augustin Bosc d'Antic, een natuurhistoricus met wie ze tot haar dood nauw bevriend bleef.Tarbell, p. 74 Uit deze tijd in Parijs dateert ook haar vriendschap met François Xavier Lanthenas, een latere parlementariër, die jarenlang verliefd op haar was.Reynolds, pp. 68-69
Amiens en Lyon Na een jaar in Parijs verhuisde het echtpaar Roland naar Amiens. Daar werd in 1781 hun enig kind Eudora geboren. Ongebruikelijk voor die tijd – maar helemaal in lijn met de theorieën van Rousseau – gaf Madame Roland haar dochter zelf de borst in plaats van haar uit te besteden aan een voedster. Zij schreef een uitgebreid en openhartig verslag over de bevalling en de problemen met borstvoeding en is daarmee een van de eerste vrouwen uit deze tijd die openlijk over dit soort onderwerpen schreef. Het verslag werd na haar dood gepubliceerd.Reynolds, pp. 72-74
Het echtpaar leefde in Amiens vrij teruggetrokken en had weinig sociale contacten. Al in Parijs had Madame Roland haar man ondersteund in zijn werk en hun samenwerking ontwikkelde zich nu verder. In eerste instantie hield zij zich bezig met het kopiëren van teksten en was ze zijn onderzoeksassistent; haar rol was duidelijk ondergeschikt aan die van haar man. In haar memoires kijkt ze daar met wrevel op terug, maar uit haar brieven uit die periode blijkt niet dat ze zich tegen de taakverdeling verzette. Haar inhoudelijke inbreng werd gaandeweg groter; ze ging tekst redigeren en wijzigen, en uiteindelijk zelf stukken schrijven. Volgens haar eigen zeggen realiseerde haar man zich aanvankelijk niet dat sommige teksten van haar hand waren. Binnen enkele jaren ontwikkelde zij zich tot de betere schrijver van het echtpaar, wat ook door Jean-Marie Roland werd erkend. Uiteindelijk accepteerde hij haar volledig als zijn intellectuele gelijke en was er sprake van een gelijkwaardig partnerschap.Tarbell, pp. 76-77; Reynolds, pp. 87, 90miniatuur|251x251px|Hoofdstuk uit de Descriptions des Arts et Metiers, geschreven door het echtpaar Roland.|alt=