Alexander Goehr (Berlijn, 10 augustus 1932 – Cambridgeshire, 26 augustus 2024) was een Brits componist en muziekpedagoog. Hij is zoon van de Duitse dirigent Walter Goehr, een leerling van Arnold Schönberg en tevens promotor van diens muziek. Moeder Laelia was opgeleid als pianiste.

Loopbaan Jeugd Al snel na Alexanders geboorte vertrok de Joodse familie in verband met de opkomst van nazi-Duitsland naar Engeland. Doordat vader en moeder in de klassieke muziek geworteld waren, zag hij al snel musici langs komen. Zo maakte hij al vroeg kennis met componisten als Mátyás Seiber en Michael Tippett. Bovendien hoorde Alexander al vroeg de voor die tijd hedendaagse muziek, niet alleen van Schönberg maar ook van bijvoorbeeld Olivier Messiaen. Walter Goehr leidde de VK-premiere van de Turangalîla-symfonie en Alexander was daarvan diep onder de indruk. Toch stimuleerde zijn ouders Alexander niet om de muziek in te gaan. Hij zou eerst klassieke talen studeren aan de Universiteit van Oxford, maar wendde zich toch tot het Royal Manchester College of Music voor een studie compositieleer bij Richard Hall. Met de pianist John Ogdon richtte hij de "New Music Manchester Group" op. Hij begon toen ook met componeren, waarbij hij net als Messiaen invloed onderging van de oosterse muziek en soortgelijke modaliteiten gebruikte als zijn studiegenoten Peter Maxwell Davies en Harrison Birtwistle. Tot zijn eerste werken behoorden Songs for Babel uit 1951 en zijn Pianosonate op. 2 uit 1953, opgedragen aan Sergej Prokofjev die in dat jaar overleed. In 1955 vertrok Alexander naar Parijs om er les te krijgen van Messiaen en er het muzikale leven in die stad op te snuiven. Hij raakte er bevriend met onder anderen Pierre Boulez, waardoor hij zich meer en meer wendde tot seriële avant-garde muziek. Hij nam Boulez' muzieknotatie 'Bloc sonore' over. Alexanders Strijkkwartet nr. 1 (1956-1957) is op die wijze gecomponeerd. Andersom voelde Boulez zich geroepen de muziek van Goehr uit te voeren, zodat die in Frankrijk te horen was. Goehr keerde echter al in 1956 terug naar Engeland. Daarbij wendde hij zich deels af van de invloed van de seriële muziek verloren, Goehr vond haar te veel gericht op de theoretische kant en (in die dagen) te veel gericht op Anton Webern.

Periode 1956-1976 Hij brak in 1957 als componist door in zijn thuisland Engeland, toen zijn vader de cantate The deluge, gebaseerd op teksten van Sergej Eisenstein, op de lessenaar zette. Het was voor Goehr een groot en ambitieus werk, waarin hij zich liet inspireren door de Prokofjevs filmmuziek voor Eisensteins Alexander Nevski, maar ook door Anton Webern. Het genre cantate kwam vaker terug in Goehrs oeuvre. Een volgende cantate Sutter’s gold voor koor, bariton en symfonieorkest leverde een dieptepunt op. Vooral de zangers hadden het (te) moeilijk met hun partij. Dat viel ook de muziekcritici op, die het werk na de première in Leeds in 1961 afkeurden. Het zorgde ervoor dat Goehr zijn positie binnen de muziekwereld opnieuw onder ogen naam. Onder invloed van koordirigent John Alldis, ook promotor van nieuwe muziek, bleef Goehr zangstukken schrijven, met een combinatie van kerktoonladders en seriële muziek. Het bleef tot 1976 zijn voornaamste stijl van componeren, al werd hij binnen het serialisme steeds vrijer. Het leidde uiteindelijk tot zijn Little symphony op. 15 uit 1963, die is opgedragen aan zijn pas overleden vader. Het werk is gebaseerd op een akkoordenreeks van Catacomben, een van de deeltjes uit de Schilderijen van een tentoonstelling van Modest Moessorgski. Het verband tussen Goehrs symfonie en Moessorgski's werk lag in de diepgaande analyse die Walter Goehr over dit deeltje had gemaakt. Het steeds vrijer bewegen binnen het serialisme had tot gevolg dat Pierre Boulez weigerde Little symphony uit te voeren. Volgens hem nam Goehr te veel vrijheid, maar die trok zich daar niets van aan. De jaren zestig zagen een beweging in de muziek van Goehr. Door een intensievere samenwerking met Maxwell Davies en Birtwistle, onder meer door het stichten van de Wardour Castle Summer School, richtte Goehr zich meer naar opera en toneelmuziek. Een goed voorbeeld daarvan is Goehrs eerste opera Arden must die. Goehr greep daarbij terug op de Jacobijnse periode uit de Engelse geschiedenis en vermengde die met invloeden van Bertold Brecht. In 1967 richtte hij het Music Theater Ensemble op. Van 1968 tot 1971 volgde een drieluik voor het theater met Naboth’s vineyard, Shadowplay en de Sonata about Jerusalem, die ook daadwerkelijk in Jeruzalem werd uitgevoerd. In die tijd begon Goehr zich ook te laten gelden als muziekpedagoog. Hij was gedurende het seizoen 1968-1969 huiscomponist aan het New England Conservatory of Music in Boston en gastdocent aan de Yale-universiteit. Terug in Engeland gaf hij les aan de universiteiten van Southampton (1970-1971) en Leeds (1971-1976).

Periode 1976-1996 Van 1976 tot zijn emeritaat in 1999 was Goehr muziekhoogleraar aan Trinity College van de Universiteit van Cambridge. Het jaar 1976 liet ook beweging zien in zijn stijl van componeren. Hat naoorlogse serialisme verdween langzamerhand en hij wendde zich naar meer open heldere klanken, te beginnen met zijn toonzetting van Psalm IV. Hij ging over op de 'figured bass' als moderne variant van basso continuo. Hij probeerde dit uit in symfonieën als de Sinfonia en de Symphony with chaconne, maar zijn instrumentale oeuvre werd overschaduwd door zijn koormuziek. Hij gebruikte daarin Bijbelse thema’s, aangepast aan de moderne tijd. Zo legde zijn Death of Moses uit 1992 een verband tussen Mozes en de Holocaust. Messiaen keerde in Sing, Ariel weer even terug in Goehrs muziekleven. Bij zijn opera Arianne liet hij zich beïnvloeden door muziek uit de Italiaanse renaissance met Claudio Monteverdi als leidraad; L’Arianna is een verloren gegane opera van Monteverdi.

Periode na 1996 In deze periode liet Goehr zich steeds meer beïnvloeden door niet-westerse muziek. Zo is zijn opera Kantan and Damask Drum uit 1999 gerelateerd aan het Japanse No-spel en kyogen (theaterspel met poppen). Goehr wendde zich voor deze opera tot Japanse teksten uit de 15e eeuw. Door bezuinigingen binnen de operawereld kwam het niet tot opvoeringen. Goehr week steeds meer uit naar kamermuziek. Daarbij konden meer uitvoeringen plaatsvinden en behield hij een grotere zeggenschap over zijn compositie. Het leverde een steeds grotere eclectische stijl op, waarbij invloeden van Maurice Ravel (het Pianokwintet uit 2000 en Fantasie voor cello en piano uit 2005) en Igor Stravinsky (Marching to Carcasonne uit 2003) zich lieten gelden. Door een beter economisch klimaat werden allengs uitvoeringen van opera’s weer mogelijk, hetgeen leidde tot Promised end uit 2010, gebaseerd op King Lear van William Shakespeare. Een kamersymfonie onder de titel ...between the lines... is geschreven in de traditie van Schönbergs Kamersymfonie.

Goehr overleed op 26 augustus 2024 op 92-jarige leeftijd.

Werklijst Opus Jaar Titel Opmerking 11951Songs of Babel 21952Pianosonate 31954Fantasia klarinet en piano 51956/1957Strijkkwartet nr. 1revisie 1988 61957 Capriccio piano 71957/1958The deluge 81959Variaties fluit en piano 91959Vier Japanse liederen101959Sutter's Goldopera111961Suitefluit, klarinet, hoorn, viool/altviool, cello en harp121959/1961Hecuba's Lament131961/1962Vioolconcertviool en orkest141962Two Choruses 1963Virtutescyclus van negen liederen en melodramasslagwerk, twee piano’s, twee klarinetten en cello151963Little Symphonyorkest161963Little Music for Stringsstrijkorkest171964Vijf gedichten en een epigram van William Blakegemengd koor en trompet181964Drie stukkenpiano 1964In Theresienstadtmezzosopraan en piano (premiere in 2001)191965Pastoralen201966Pianotriouitgevoerd met Yehudi Menuhin211966Arden must dieopera21a1967Drie stukken uit Arden must die221966/1967Warngedichte liederen op tekst van Erich Fried mezzosopraan voor Alice Esty en piano231967Strijkkwartet nr. 2241968Romanzacello en orkestgeschreven voor Jacqueline du Pré251968Naboth's Vineyardopera261969Concertstukpiano en orkest271969Nonomiya281969Parafrase op de dramatische madrigaal Il Corinda by Claudio Monteverdiklarinet solo291969Symfonie in een beweging301970 Shadowplaytenor, spreker, altfluit/altsaxofoon, hoorn, piano en cello311971Jerusalemsonate321970Concerto voor elfelf instrumentalisten331972Pianoconcertpiano en orkest341973/1974Chaconneblaasinstrumenten34a1979Chaconneorgel351974Lyrische stukkenblaasinstrumenten en cello361974 Metamorphose/Dans371976Strjkkwartet nr. 338a1976Psalm IV voor sopraan, alt, dameskoor, altviool en orgel38b1976Fuga op de tonen van of Psalm IV38c1977Romanza op de tonen van Psalm IV391978Prelude en fugatwee besklarinetten en een basklarinet401979Babylon the Great is Fallencantate voor koor en orkestvoor de 50ste verjaardag van het BBC Symphony Chorus)411979Das Gesetz der Quadrille421979Sinfonia431981Twee etudes441985Behold the Sunopera44a1985Behold the Sundramatische scène45 Cellosonatecello en piano461985...a musical offering (J.S.B. 1985)... 471985Two Imitations of Baudelairegemengd koor a capella481986Symfonie met chaconne491988 Eva droomt in het paradijs mezzosopraan, tenor en orkestvoor het City of Birmingham Symphony Orchestra)501988 ...in real timepiano solo 1988 Stilllands drie stukken voor klein orkest 1989 Carol for St. Stevengemengd koor511990Sing Ariel521990Strijkkwartet nr. 4in memoriam John Ogdon 1990Variaties op Bach’s Sarabande uit de Engelse suite in e-mineur531992The Death of Mosescantate voor vijf solisten, gemengd koor, kinderkoor en dertien instrumentalisten551992Colossos or Panicorkest541993The mouse metamorphosed into a maidnaar een fabel van La Fontaineonbegeleide zangstem (voor Lucy Shelton) 1993Cambridge Hocketvier hoorns en orkest561992/1993Psalm 39 voor dubbelkoor en blaasensemblevoor het Nederlands Blazers Ensemble en Nederlands Kamerkoor première 14 mei 1993; onder leiding van John Alldis581995Ariannaopera58a Arianna Abbandonatatenor en gitaar58b1995Cori di Pescatorigemengd koor en piano59 Uninterrupted movementsolo cello, vier cellisten en andere cellisten601996Drie liederen611996Schlussgesang zes stukken voor altviool en orkest621996Quintet Five objects Darklybasklarinet, hoorn, viool, altviool en piano631997 Idées Fixesensemble641997Sur terre, en l'airaltviool en piano671997/1998Kantan and Damask Drumtheatermuziek68 Three sonnets and two fantasiascountertenor en vioolensemble (alt-, tenor- en basviool)692000Pianokwintet702000Suite712002...a second musical offering waaruit ook Ouverture met Händeliaans air722002...around Stravinskyviool en blaaskwartet732002Symmetry Disorders Reachpiano742003Marching to Carcasonnekamerorkest752003Adagio (Autoporträt)762004Dark Days 2004Compositie van A’s en G’ssopraansaxofoon solo772005 Fantasiecello en piano782006Broken Lute zes stukken voor solo viool78a2006Broken Lutealtfluit, hobo en strijkinstrumenten792007Klarinetkwintet802008 Since Brass, nor Stone...fantasie voor strijkinstrumenten en percussie812008 Manereklarinet en viool81a2008Manere IIIklarinet hoorn en viool81b2008Manerevoor klarinet en hoorn822008Ouvertureensemble832008/2009Promised Endopera842009Broken Psalmgemengd koor (SATB) en orgel852010Turmmusik (Tower Music)twee klarinetten en strijkinstrumenten met solo bariton 2011When Adam Fell voor orkest (naar Durch Adams Fall ist ganz verderbt (BWV 637) van Johann Sebastian Bach)872010Hymn to nightaltviool en piano90 To these dark steps / The fathers are watching tenor, kinderkoor en ensemble tekst van Gabriel Levin912012Largo Sicilianotrio voor viool, hoorn en piano922012 Pomfret, The dungeon of the castle, Enter King Richardbariton en piano932012Variations (Homage to Haydn)solo piano952015/2016Twee sarabandesorkest96 Zeven impromptustwee piano’s97 Verschwindendes Wort mezzosopraan, tenor en ensemble100 Pianotrio nr. 2 “Nighttown”1012016/2017After The wakingkwintet (klarinet/basklarinet, fagot, hoorn, viool en contrabas)

Uitvoeringen