De schatkamer van de Dom van Aken (Duits: Aachener Domschatzkammer) is een museum van kerkelijke en middeleeuwse kunst verbonden aan de Dom van Aken in de Duitse stad Aken. Het museum herbergt een van de belangrijkste en best bewaarde kerkschatten van Europa. Met name op het gebied van de middeleeuwse kunst en kunstnijverheid is de Akense domschat toonaangevend. De kerkelijke schatkamer behoort met de dom tot het UNESCO werelderfgoed. Het museum is eigendom van het bisdom Aken, maar wordt beheerd door het Akense domkapittel.
Geschiedenis Hoewel de domschatkamer pas sinds de 19e eeuw voor het publiek geopend is, bestaat de kerkschat al zeker sinds de 9e eeuw. De eerste reliekenlijst dateert uit de 11e eeuw. Het feit dat de Akense domschat kon uitgroeien tot de belangrijkste benoorden de Alpen, heeft te maken met het feit dat de kerk eeuwenlang – van 936 tot 1531 – kroningskerk van het Heilige Roomse Rijk was.Lepie/Minkenberg (2010), p. 5. Een deel van de rijksschat (Reichskleinodien) bevond zich tot de Franse tijd in Aken. Deze schatten, de sabel van Karel de Grote, de Stefansbeurs en het rijksevangeliarium, bevinden zich sinds begin 19e eeuw in de Hofburg in Wenen. In de kroningszaal van het stadhuis van Aken bevinden zich kopieën. Andere voorwerpen, zoals de scepter van Richard van Cornwall en de kronen van Karel IV en Margaretha van York, bevinden zich nog steeds in de Akense schatkamer.
thumb|left|200px|Proserpina-sarcofaag (3e eeuw) thumb|left|200px|Karelsschrijn (1182-1215) Een groot aantal voorwerpen zijn verbonden met Karel de Grote, de bouwheer van de Akense Paltskapel, de kern van de huidige dom. Zo zouden een ivoren jachthoorn (een zogenaamde "olifant"), een mes met rijk bewerkte schede en een verguld zilveren borstkruis aan Karel toebehoord hebben. Een doek van Byzantijnse zijde uit de 6e-8e eeuw zou gebruikt zijn om het dode lichaam van de keizer in te wikkelen. Een deel van deze doek bevindt zich sinds 1850 in Parijs.Lepie/Minkenberg (2010), pp. 16-17. Ook de oorspronkelijke sarcofaag van Karel de Grote zou bewaard zijn gebleven. Deze zogenaamde Proserpina-sarcofaag is een gebeeldhouwde marmeren sarcofaag uit de 3e eeuw.Lepie/Minkenberg (2010), pp. 10-11. Wat doorging voor de relieken van Karel de Grote, werd in 1165 – na zijn onofficiële heiligverklaring door een tegenpaus – in het nog bestaande Karelsschrijn overgebracht.Lepie/Minkenberg (2010), pp. 14-16. Dit en het Mariaschrijn vormen hoogtepunten van Maaslandse edelsmeedkunst en behoren tot de bekendste kunstschatten van Aken. In de loop der tijden werden delen van Karels relieken in aparte reliekhouders geplaatst, zoals de schedel in een portretbuste (Karlsbüste) en twee armbotten in armreliekhouders.
De Karlsbüste was waarschijnlijk een geschenk van Karel IV bij zijn kroning in 1349. Deze is tevens de gulle gever van twee gotische, kapelvormige reliekhouders, drie kleinere reliekhouders en de eerder genoemde kroon, die thans het borstbeeld van Karel de Grote kroont. Andere koningen bleven niet achter. Lodewijk XI van Frankrijk schonk een verguld zilveren armreliekhouder van Karel de Grote. Lodewijk I van Hongarije schonk drie Maria-schilderingen op zilverplaat, bedoeld ter verfraaiing van de Hongaarse kapel van de dom. Keizer Karel V schonk een kostbare monstrans, gesmeed door zijn hofgoudsmid Hans von Reutlingen. Van deze kunstenaar bezit de schatkamer vergulde beelden, reliekhouders en een koormantelbroche. Liturgisch vaatwerk dateert voornamelijk uit de barokperiode, hoewel ook middeleeuwse monstransen, kelken, kandelaars en processiekruisen bewaard zijn gebleven. Hetzelfde geldt voor de liturgische gewaden of paramenten. Enkele zeer oude stoffen zijn afkomstig uit reliekschrijnen. Ze werden gebruikt om de relieken, die kostbaarder werden geacht dan de reliekhouders, in te wikkelen.
thumb|left|200px|17e-eeuws toningsformulier van de Akense relieken De Akense Heiligdomsvaart wordt al zeker sinds 1349 eenmaal in de zeven jaar gehouden, tegelijk met Kornelimünster en Maastricht (zie: Heiligdomsvaart Maastricht). In de middeleeuwen trok de bedevaart tienduizenden pelgrims, die vooral kwamen vanwege de vier hoofdrelieken uit het Mariaschrijn: het kleed van Maria, de babywindsels van Jezus, de lendendoek van Jezus en de onthoofdingsdoek van Johannes de Doper. Maar ook de relieken en memorabilia van Karel de Grote, hoewel niet officieel erkend als heilige, spraken tot de verbeelding. Als souvenir konden de pelgrims een pelgrimsinsigne of toningsformulier meenemen.
thumb|right|200px|Franz Bock's Das Heiligthum zu Aachen (1867): titelblad en hout-snedes van de vier hoofdrelieken In de loop der eeuwen moest de schat enkele malen geëvacueerd worden wegens oorlogsgeweld. Zo ook in 1794 toen de Franse revolutionaire troepen Aken naderden. De schat week uit naar het cisterciënzerklooster in Paderborn en keerde vrijwel compleet – op de drie stukken uit de rijksschat na – in 1804 terug. Daarop schonk de bisschop van Aken aan Napoleon's echtgenote Joséphine de Beauharnais, die tijdens haar verblijf in de Akense thermaalbaden had bemiddeld, twee belangrijke kunstschatten. De eerste, de armreliekhouder van Karel de Grote, bevindt zich in het Louvre in Parijs. De tweede, de talisman van Karel de Grote, bleef privébezit van de keizerin, totdat het Karolingische kleinood na wat omzwervingen in 1919 in het Paleis van Tau in Reims terechtkwam.Lepie/Minkenberg (2010), pp. 5-6. In 1867 verscheen Franz Bock's Das Heiligthum zu Aachen, de eerste wetenschappelijke beschrijving van de kerkschat.
Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog moest de kerkschat opnieuw worden geëvacueerd. Vanwege plaatsgebrek werd in 1941 een groot deel van de schat teruggestuurd naar Aken; slechts 14 objecten die door Himmler als waardevol voor het Derde Rijk werden bestempeld, werden waardig bevonden om onder te duiken in de Albrechtsburg in Meißen, later in een verlaten mijntunnel in Siegen. De rest werd merendeels bewaard in de zuidtoren van het westwerk van de dom. Twee objecten werden door de toenmalige schatbewaarder mgr. Johannes Crumbach thuis in zijn huis bewaard, dat in juli 1941 door een fosforbom werd getroffen. Het zogenaamde werd verwoest en het borstkruis van Karel de Grote zeer beschadigd. Na de slag om Aken (oktober 1944) lag de vrijwel ontvolkte en verwoeste stad nog maandenlang in de frontlinies. Toch keerde de domschat al op 26 mei 1945 terug uit ballingschap door bemiddeling van Walker Hancock, een van de Monuments Men. In 1975 werd ten westen van de kloostergang een bomvrije bunker aangelegd.Lepie/Minkenberg (2010), p. 6.
Huisvesting thumb|145px|Schatkamerentree Over de oudste verblijfplaats van de domschat is weinig bekend. Tot de 19e eeuw werden de belangrijkste onderdelen van de schat bewaard in een grote, gotische kast in de sacristie, die toen vervangen werd. Deze nieuwe kast verhuisde in de 19e eeuw van de Mathiaskapel naar de Karelskapel en vandaar naar de Hongaarse kapel. Vanaf 1931 was de schatkamer gevestigd in een ruimte van 90 m² aan de oostzijde van de kloostergang. In 1979 verhuisde men naar de huidige, meer westelijk gelegen locatie, waar het museum de beschikking kreeg over 490 m² tentoonstellingsruimte. Na een nieuwe uitbreiding en herinrichting in 1995 nam dit toe tot 600 m². De permanente expositie, die voorheen chronologisch was geordend, werd daarna thematisch ingericht. Daarnaast kwam er ruimte voor (bescheiden) tijdelijke exposities.
De schatkamer is gevestigd op drie verdiepingen van een gebouw dat grotendeels van 1975-79 tot stand kwam. Alleen het fraaie gotische portaal, de daarop aansluitende kloostergang en de gewelfde kelder zijn historisch van belang. Op de begane grond zijn de publieksruimtes gevestigd en worden drie tentoonstellingsthema's behandeld: 1. Karel de Grote; 2. de liturgie; en 3. de kroningen. Op de bovenverdieping komen twee thema's aan bod: 4. de pelgrimskerk en de reliekenschat; en 5. de kerk van Maria. Hier bevindt zich tevens een zaaltje voor tijdelijke exposities. In de grote kelder is ruimte voor 6. de textielschat.Lepie/Minkenberg (2010), pp. 6-7.
Daarnaast functioneert ook de dom zelf als expositieruimte, niet alleen vanwege de vele beelden en liturgische voorwerpen die daar een religieuze functie vervullen, maar ook omdat de twee belangrijkste reliekschrijnen, dat van Maria en dat van Karel de Grote, er op het koor staan opgesteld.
Collectie De museumcollectie bestaat onder andere uit religieuze beelden en reliëfs, schilderijen, tekeningen, prenten, boeken en handschriften, reliekhouders, liturgisch vaatwerk en paramenten. De voorwerpen dateren uit de 4e tot de 20e eeuw, met een zekere nadruk op de middeleeuwen.
Relieken en reliekhouders De twee belangrijkste reliekschrijnen van de dom, het Karelsschrijn en het Mariaschrijn, bevinden zich niet in de schatkamer, maar staan permanent op het koor van de kerk opgesteld. De verzameling reliekhouders in de schatkamer doet daar nauwelijks voor onder. Enkele hoogtepunten: Reliekhouder van Anastasius (20 × 19 × 39 cm), deels verguld zilver, Antiochië, ca. 1000Lepie/Minkenberg (2010), pp. 112-113. Reliekkist van Sint-Felix (50 × 22,5 × 23 cm), hout met zilverplaat en email cloisonné, Italiaans/Byzantijns?, 11e eeuwLepie/Minkenberg (2010), p. 111. Tondo-reliekhouder (hoogte: 52 cm) met relikwieën van onder andere de heilige spons; verguld zilver met bergkristal, parels en edelstenen, ca. 1340-50, met Maaslandse champlevé-plaatjes, 1160-70, en 14e-eeuwse engelenLepie/Minkenberg (2010), pp. 118-119. Reliekhouder van Simeon (59,5 × 14,5 × 38 cm), verguld zilveren reliekentafel met beelden van Maria en Simeon met Kindje Jezus, Aken, ca. 1330-40Lepie/Minkenberg (2010), p. 117. Karelsbuste, deels verguld zilveren reliekbuste van Karel de Grote (hoogte: 86,3 cm), mogelijk een geschenk van Karel IV, na 1349; de kroon van Praagse makelij is met zekerheid afkomstig van Karel IV en werd ook door keizer Sigismund bij zijn kroning in 1414 gedragenLepie/Minkenberg (2010), pp. 30-32. Twee verguld zilveren torenreliekhouders met fragmenten van passiewerktuigen (doornenkroon, kruis, spijker en spons), Karel de Grote en andere relieken (hoogtes: 125 cm en 93,5 cm), Aken, ca. 1350 en ca. 1380Lepie/Minkenberg (2010), pp. 32-36. Reliekhouder voor de gordel van Maria (hoogte: 62,5 cm), Praag?, ca. 1360Lepie/Minkenberg (2010), p. 116. Reliekhouder voor de riem van Jezus (hoogte: 69,5 cm), Praag?, ca. 1370-80Lepie/Minkenberg (2010), p. 115. Reliekhouder voor de gesel van Jezus (hoogte: 54,5 cm), Praag?, ca. 1380Lepie/Minkenberg (2010), p. 114. Verguld zilveren armreliekhouder van Karel de Grote (hoogte: 85 cm), Frankrijk (Lyon?), 1481Lepie/Minkenberg (2010), p. 30.
Liturgische voorwerpen In zijn 1200-jarige geschiedenis heeft de Dom van Aken een uitgebreide collectie liturgisch vaatwerk, kandelaars en processiekruisen vergaard. Enkele hoogtepunten: Lothariuskruis, gouden en verguld zilveren kruis (50 × 38,5 cm) met antieke gemmen, edelstenen en parels, Keulen?, ca. 1000, met laatgotisch voetstukLepie/Minkenberg (2010), pp. 38-40. Twee deels verguld zilveren kandelaars, Hongarije, ca. 1367Lepie/Minkenberg (2010), p. 101. Bekroning van een cantorstaf, Aken, ca. 1420, met adelaar, ca. 1470Lepie/Minkenberg (2010), p. 56. Twee miskelken (hoogte: 22,8 en 18 cm), deels verguld zilver met filigraan en emaille, Hongaars, ca. 1510Lepie/Minkenberg (2010), p. 103. Laatgotische monstrans (hoogte: 59,5 cm), vervaardigd door Hans von Reutlingen, ca. 1520Lepie/Minkenberg (2010), p. 58.
Schilderkunst Belangrijke werken uit de schilderijenverzameling zijn: Drie schilderingen op zilverplaat (58 × 50 cm en 52 × 42 cm), geschonken door Lodewijk I van Hongarije: tweemaal Madonna met Kind en een Kroning van Maria, Hongaars, voor 1367Lepie/Minkenberg (2010), pp. 96-99. Falkenstein-altaar, triptiek met Madonna met Kind (158 × 140 cm), heiligen en donors, ca. 1410Lepie/Minkenberg (2010), pp. 92-93.