miniatuur|300px|De bespotting van Christus f23r.De afbeelding op de linkerzijde is niet f22v maar f134v. Moleiro zal dit waarschijnlijk doen om commercieel misbruik van de afbeelding te voorkomen. Het Getijdenboek van Johanna van Castilië is een verlucht getijdenboek volgens het liturgisch gebruik van Rome,Voor het Concilie van Trente (1545-1563) kon elke bisschop het Breviarium opstellen of aanpassen voor zijn eigen diocees en dit werd ook bijna overal gedaan, elke kloosterorde en elk bisdom had zijn eigen Breviarium, vandaar de term ‘voor gebruik in ....’. uit het begin van de 16e eeuw, verlucht door Gerard Horenbout en Alexander Bening.Carlos Liranda Garcia-Tejedor, The Book of Hours of Joanna of Castile, M. Moleiro Editor, 2005, p. 46. en nu bewaard in de British Library in Londen als Add. Ms. 35313. Het getijdenboek wordt soms ook The London Rothschild Hours genoemd.Add MS 35313 op de website ‘Digitised Manuscripts’ van de British Library.
Geschiedenis Het boek was in het bezit van Ferdinand James Anselm de Rothschild (1839–1898), Baron de Rothschild, die in Parijs was geboren als tweede zoon van de Oostenrijkse Anselm Salomon von Rothschild. Hij bracht zijn leven door in Engeland als bankier en was daarnaast een fervent verzamelaar van oude handschriften. Hij schonk het getijdenboek in 1898 aan de British Library. Van de voorafgaande geschiedenis van het handschrift is niets bekend.
Codicologische beschrijving Het getijdenboek is samengesteld uit 237 perkamenten folia van 237 op 163 mm. Er zijn 7 schutbladen, 2 in modern papier en 1 in perkament vooraan en 2 papieren en 2 perkamenten bladen achteraan. Het tekstblok is 105 op 105 mm groot, maar elke tekstblok heeft een buitenmarge van ca. 28.mm. De tekst is geschreven in één kolom van 16 lijnen per blad.
Het handschrift bevat 75 volbladminiaturen en 12 bas de page miniaturen en elke tekstbladzijde is versierd met een marge in Gent-Brugse stijl.Carlos Liranda Garcia-Tejedor, 2005, p44. Blanco gedeeltes van de tekstlijnen werden opgevuld met geschilderde lijnvullers versierd met goud. Ook de initialen in de tekst zijn rijkelijk versierd, ze zijn in goud op een rode of blauwe achtergrond. Er is zeer veel bladgoud en lapis lazulli gebruikt bij de versiering van het handschriftCarlos Liranda Garcia-Tejedor, 2005, pp. 48 - 49. De kalenderbladen hebben een bladspiegel van 119 bij 193 mm., het tekstblok is 74 op 123 à 134 mm groot. Het bevat 30 tot 33 lijnen afhankelijk van de maand (2 titellijnen en één lijn per dag). Bovenaan is het teken van de dierenriem voor de maand afgebeeld en in de bas de page een miniatuur die de activiteiten van de maand illustreert. In de buitenmarge zijn de bijzondere heiligen van de maand afgebeeldDe heiligen die in de tekst in het rood zijn geschreven. in medaillons in een soort architecturaal kader.
Inhoud Folia Omschrijvingff. 1v-7r: Kalenderff. 8r-9v: Gebed tot het heilige aangezicht van Christusff. 10v-17r: Uittreksels uit de vier evangeliënff. 18v-32v: Kleine getijden van het Heilig Kruisff. 33v-39v: Kleine getijden van de Heilige Geestff. 39v-45v: Mis voor de Heilige maagd Mariaff. 46r-49v: Obsecro te (gebed tot de H. maagd)Obsecro te.ff. 50r-52v: O intemerata (gebed tot de H. maagd)O Intemerata.ff. 53r-55r: De zeven Vreugden van Mariaff. 56v-125r: Kleine Officie van Onze Lieve Vrouwff. 126r-133v: Officie van de Heilige maagd te reciteren bij de vespers gedurende de Advent. ff. 134v-148r: Boetepsalmenff. 148r-157v: Litanie van alle Heiligenff. 158v-204r: Dodenofficieff. 204v-208r: Passiegebedenff. 208v-210r: De aflaatgebeden van de heilige Gregoriusff. 210v-236v: Suffragia (gebeden tot de heiligen)ff. 237r-f237v: Aflaatgebed tot Maria (later toegevoegd)Ditzelfde gebed werd ook toegevoegd aan de Rothschild-getijdenboek nadat dit al was afgewerkt.
Miniaturisten Gerard Horenbout was grotendeels verantwoordelijk voor 38 van de miniaturen in het eerste gedeelte van het handschrift. De 12 kalenderminiaturen werden gemaakt door zijn atelier. Typisch voor Horenbout zijn de robuuste, wat houterige figuren geplaatst in een kleurvol landschap of in gedetailleerde interieurs. De gezichten van zijn personages zijn goed uitgewerkt. Zijn figuren zijn vrij bewegingsloos afgebeeld. Hij schildert graag verhalende scènes en zijn werk is dikwijls vrij monumentaal. Gebaseerd op de stijl zou dit werk zou tot de vroege periode van Gerard Horenbout horen en te dateren zijn op een periode rond 1500.
Alexander Bening nam met zijn atelier 37 miniaturen voor zijn rekening waarvan 24 in de suffragia. Er zijn twee handen te herkennen in de afbeeldingen van de heiligen in de suffragia. De ene schildert de gezichten en de huid erg wit en gebruikt geïdealiseerde figuren; de ander geeft zijn figuren een donkerder huidtoon en schildert vrij realistisch.Carlos Liranda Garcia-Tejedor, 2005, p. 47.
Het Getijdenboek van Johanna van Castilië behoort tot dezelfde iconografische groep van handschriften van de hand van Horenbout en Bening als het Rothschild-getijdenboek, het Spinola-getijdenboek, het Breviarium-Grimani en het Breviarium Mayer van den Bergh. Het is zeer verwant met het Rothschild-getijdenboek: de kalender heeft nagenoeg dezelfde miniaturen, in de getijden zijn er een aantal zeer gelijkaardige miniaturen en ook in de suffragia vinden we dezelfde stijl terug naast een aantal identieke figuren.
miniatuur|Kalenderblad december, f7r.
Kalender De lay-out kan men terugvinden in de ‘Codicologische omschrijving’. De tabel met heiligenfeesten is vrij eenvoudig. Bovenaan vindt men de initialen ‘KL’ in bladgoud op een geschilderde achtergrond, naast de titellijn die de maand opgeeft en het aantal dagen en in de tweede lijn het aantal dagen in de maancyclus. Daaronder zijn er drie kolommen. In de eerste vindt men het numerus aureusHet gulden getal wordt berekend in functie van het jaartal en geeft een cijfer van 1 tot 19. Bij de dagen van de maand kan men dan met dit nummer de dag van de maand vinden waarop het nieuwe maan is. Het gulden getal van het jaar is de rest die we overhouden als we het nummer van het jaar delen door 19. Bij deze rest wordt 1 opgeteld. Het gulden getal van 2013 is dus 19 en volgens de kalenderbladzijde van januari zou de nieuwe maan dus op 5 januari moeten vallen (niet gecorrigeerd voor schrikkeljaren). dat toelaat om in een gegeven jaar, de dagen van nieuwe en volle maan te bepalen. Dit was belangrijk voor de berekening van de paasdatum. In de tweede kolom vindt men de zondagsletter waarmee men de dagen van de week aan de kalender kan verbinden. De kalender is nog opgesteld in functie van de Juliaanse kalender, er is dus geen rekening gehouden met het later ingevoerde schrikkeljaar. De derde kolom bevat de bijzondere feesten of de heiligen die op de betrokken dag worden gevierd. De heiligen die bijzonder vereerd werden of de belangrijke feesten werden in het rood geschreven en zijn afgebeeld in de medaillons in de marge. De tekens van de dierenriem voor september en oktober komen niet overeen met de gebruikelijke volgorde vastgelegd door Isidorus van Sevilla in zijn Etymologiae: september heeft ‘schorpioen’ en oktober ‘weegschaal’ als teken. De bas de page miniaturen stemmen overeen met die in de kalender van de Rothschild-getijden. De kalendertabel zelf is hier van het Vlaamse type: alle dagen zijn ingevuld, wat niet het geval is in de Rothschild-getijden.Carlos Liranda Garcia-Tejedor, 2005, pp. 53 - 57.
miniatuur|Christus voor Pilatus, f27r. Kruisgetijden Gerard Horenbout introduceerde in dit handschrift een totaal nieuw element in de Vlaamse miniatuurkunst: hij plaatste in de Korte getijden van het heilig kruis bij het begin van elke sectie twee miniaturen tegenover elkaar. De linkse is een echte volbladminiatuur, die aan de rechterzijde is iets kleiner want ze bevat twee tekstlijnen. De omkadering van beide miniaturen is steeds van hetzelfde, type hetzij een architecturaal kader, hetzij strooibloemen, hetzij acanthusranken. Als men het boek op een dergelijke plaats opent lijkt het een dubbelblad met een symmetrische opbouw en doet het denken aan een geschilderde diptiek.Carlos Liranda Garcia-Tejedor, 2005, p. 45. De dubbele miniaturen zijn geplaatst aan het begin van elk uur en ze bevatten telkens scènes uit het lijdensverhaal van Christus. Dit verhaal wordt dus verteld in veertien scènes wat uitzonderlijk is voor deze korte getijden. In de meeste getijdenboeken waarin de korte kruisgetijden zijn opgenomen worden ze voorafgegaan door een miniatuur van de kruisiging.
Ondanks de uitgebreide miniaturenreeks van de kruisgetijden is de passiecyclus niet volledig in vergelijking met de evangelies. Maar de kunstenaar heeft dit opgevangen door in sommige miniaturen meerdere opeenvolgende scènes weer te geven. Op de miniatuur van de kruisiging f29r zien we als hoofdtafereel de gekruisigde stervende Christus met aan de voet van het kruis zijn moeder, Maria, die door Johannes wordt ondersteund. In de achtergrond kunnen we zien hoe Christus aan het op de grond liggende kruis genageld wordt en nog meer aan de rand van de heuvel, zien we de soldaten die dobbelen om het naadloze opperkleed van Christus. De artiest geeft hiermee het klassieke principe van eenheid van tijd en eenheid van handeling op, dat hij in andere miniaturen wel respecteerde, omwille van de volledigheid van het verhaal.Carlos Liranda Garcia-Tejedor, 2005, p. 143.
De korte kruisgetijden hebben maar zeven uren in plaats van de gebruikelijke acht, de lauden ontbreken hier.
Folia Uur Miniatuur op verso zijde Miniatuur op recto zijde18v-19rMettenDe intrede van Christus in Jeruzalem.Het laatste avondmaal.20v-21rPriemSoldaten vallen bij de ontmoeting met Jezus in de Hof van Olijven.De Judaskus en de gevangenneming van Christus.22v-23rTertsChristus voor Kaifas.Bespotting van Christus.24v-25rSextDe geseling van Christus.De doornenkroning.26v-27rNoneEcce Homo.Pilatus wast zijn handen in onschuld.28v-29rVespersChristus met zijn kruis op weg naar Golgotha.De kruisiging van Christus.30v-31rCompletenDe kruisafname.De graflegging van Christus.
miniatuur|Annunciatie, f55v
Mariagetijden De Mariagetijden vormen de kern van elk getijdenboek en ze zijn meestal de meest uitbundig versierde sectie. Normaal wordt elk uur aangekondigd met een miniatuur, dikwijls een volbladminiatuur. De meeste getijdenboeken gebruiken hiervoor dezelfde serie van thema’s namelijk: Metten: De annunciatie Lauden: Visitatie Priem: Geboorte van Christus Terts: Verkondiging aan de herders Sext: Aanbidding der wijzen None: Opdracht in de tempel Vesper: De moord op de onnozele kinderen Completen: De kroning van Maria Die cyclus van afbeeldingen is eigenlijk afkomstig van de eerste handschriften voor lekendevotie: de psalters. In die vroege psalters werden vaak twee cycli uit het leven van Christus gebruikt: de kindsheidcyclus en de passiecyclus. Toen in de 12e – 13e eeuw het getijdenboek ontstond uit het psalter, door weglating van de psalmen, bleven deze twee illustratiecycli bewaard. Men vindt dus getijdenboeken die de passiecyclus of een combinatie van passie- en kindheidscyclus gebruiken voor de illustratie van de Mariagetijden.Carlos Liranda Garcia-Tejedor, 2005, pp. 215 - 216. Een mooi voorbeeld hiervan is het Getijdenboek van Jeanne d'Évreux.
In het voorliggende getijdenboek is in de Mariagetijden dezelfde techniek toegepast als in de kruisgetijden: elke gebedsstonde wordt voorafgegaan door een dubbelminiatuur. De Mariagetijden hebben acht gebedsstonden, we vinden hier dus acht paren van miniaturen. Op de versozijde wordt telkens een scène uit het leven van Maria afgebeeld op de rectozijde vindt men dan een scène uit het Oude Testament met een typologisch verband met de hoofdscène behalve in de priem, de terts en de completen.