thumb|upright|Kan'ei Tsūhō (寛永通寳) munten. De bovenste munten hebben een waarde van 4 mon, de middelste en onderste munten zijn allemaal van 1 mon. De Japanse mon (Japans: 文) was de munteenheid van Japan vanaf de Muromachiperiode in 1336 tot de vroege Meijiperiode in 1870 toen hij werd vervangen door de Japanse yen met een vaste wisselkoers van 10.000 mon voor 1 yen. Japanse mon munten bleven tot 1891 naast de sen (1/100 yen) circuleren. De Kanji voor de mon is “文”. Dit karakter werd ook gebruikt voor de Chinese wén, de Koreaanse mun, de Riukiuaanse mon en de Vietnamese văn. Tijdens de lange geschiedenis van deze munteenheid veranderden verschillende aspecten van de valuta behoorlijk: verschillende vormen, ontwerpen, groottes en metaallegeringen werden rond verschillende periodes toegepast. Over het algemeen waren de munten van de Japanse mon van brons of ijzer gemaakt. Ze circuleerden naast zilveren en gouden valuta's gedenomineerd in shu, bu and ryō, met als vaste wisselkoers 4000 mon = 16 shu = 4 bu = 1 ryō. Omdat de waarde van koper daalde was de wisselkoers tegen de gouden yen veel lager toen deze in 1869 werd aangekondigd. Omdat de machines om nieuwe yen munten pas na de introductie van de yen werden geïmporteerd bleef de Japanse mon voor de gewone bevolking de de facto munteenheid en werden nominale waarden van de eerste Japanse postzegels ook in mon afgedrukt.

Terwijl de mon samen de sen circuleerde was de metaallegering van de mon een belangrijke factor in de marktwaarde van deze munten. Vanaf 27 Juni 1871 was een koperen munt van 4 mon 2 rin waard en 1 mon van brons 1 rin (1 rin = 1/10e sen). Dus op de markt had één mon niet de waarde van “één mon”, er bestonden geen “rin” munten voor 1873 maar deze waardeaanduiding werd wel gebruikt voor de nieuwe Japanse yen, de Tenpō Tsūhō (天保通寳) munt van 100 mon was op de markt maar 8 rin waard.Respective wikipedia.jp entries; Bank of Japan (BOJ) surveillance office, ed: Illustrated Japanese Currency. Vols. 1-11, Tokyo 1972-1976. (日本銀行調査局, ed.: 図録日本の貨幣. 昭和47-51。東京) Vols. 1-3:

vol. 1, Beginnings – old period – middle ages [原始・古代・中世], 1972);

vol. 2, The establishment of modern currency system [近世幣制の成立], 1973);

vol. 3, Development of modern currency system [近世幣制の展開], 1974.

(Vertaald vanuit de Japanstalig Wikipedia naar de Engelstalig Wikipedia, bronnen hiervoor vermeld.)

Geschiedenis Toraisen, Shichūsen en Bitasen thumb|Een Eiraku Tsūhō-munt (永樂通寳), een van de meest voorkomende munten voor de Edo-periode.

Ondanks het feit dat Japan al tijdens de achtste eeuw was begonnen met de productie van koperen, zilveren en gouden munten bleef ruilhandel de meest voorkomende vorm van handel. Dit veranderde pas toen Japan begon met het importeren van Chinese kèpèng-munten. Omdat de binnenlandse economie zich dankzij de landbouw en handarbeid bleef ontwikkelen steeg de vraag naar koperen munten. Sakurai Eiji, “Chûsei no kahei shinyô”, in Ryûtsû keizaishi, ed. Sakurai Eiji and Nakanishi Satoru (Tokyo: Yamakawa shuppansha, 2002), 45. In 1179 stopte de Zuidelijke Song-dynastie met het exporteren van haar munteenheid, maar bleven scheepsladingen vol toch Japan jaarlijks binnen varen via Ningbo.Richard von Glahn, Fountain of Fortune: Money and Monetary Policy in China 1000-1700 (University of California Press, 1996), 54. Kuroda Akinobu, “Higashiajia kaheishi no naka no chûsei-kôki Nihon”, in Kahei no chiikishi, ed., Suzuki Kimio (Tokyo: Iwanami shoten, 2007), 22-23. Omdat dankzij de handel met China Chinese munten Japan bleven binnenkomen in ruil voor Japanse goederen hielden de Japanners op om zelf hun eigen koperen munten te produceren, tot 1587. Kōbu Tsūhō (洪武通寶), Eiraku Tsūhō (永樂通寳) en Katei Tsūhō (嘉靖通寶) uit de Ming-dynastie werden door de Japanners Toraisen of Minsen genoemd. 小葉田淳 『日本の貨幣』 至文堂、1958年 初出は1485年に出された大内氏撰銭令。1500年から1542年にかけては室町幕府も同様の撰銭令を出している。 De vraag naar kopermunten zorgde ervoor dat de lokale productie weer begon, in Japan geslagen munten werden Shichūsen (私鋳銭) genoemd. Een voorbeeld van een Shichūsen-munt zou de Kōbu Tsūhō geproduceerd door het Satsuma-domein om naar China en het Koninkrijk Riukiu te worden geëxporteerd, ondanks het feit dat deze munt dezelfde inscriptie als de Chinese Kōbu Tsūhō droeg was deze hiervan te onderscheiden door het Chinese karakter “Ji” (治) aan de achterkant van de munt, wat aanduidt dat deze in Kajiki was geslagen. Sommige Shichūsen droegen de inscripties van verschillende Song-dynastie munten en het was niet ongebruikelijk om zelf extra karakters aan de munten toe te voegen, iets wat Iutsushi (鋳写し) werd genoemd. Masuo Tomifusa, Honpou bitasen zufu (Anasendou 1982).

Bitasen (鐚銭) waren de Shichūsen munten die door de Japanse adel en provinciale munthuizen werden geproduceerd en dus niet door de centrale regering. Voor de Edoperiode werd de term Bitasen ook gebruikt voor Chinese kèpèng-munten die door gebruik zwaar versleten zijn geraakt. Money in the Land of the Rising Sun I: The Copper Coins of Ancient Japan (pdf), MoneyMuseum. Geraadpleegd op 26 juni 2017. Monetary History of Japan, Armstrong Economics. Geraadpleegd op 30 juni 2017. Gearchiveerd op 29 mei 2023. Na een tijd werden sommige munten zo erg beschadigd dat veel handelaren ze niet meer voor hun nominale waarde accepteerden en vaak voor maar voor ¼ van de waarde van een goede kwaliteits munt aannamen. Ondanks het feit dat Chinese kèpèngs in het oosten van Japan in gebruik bleef veroorzaakte de verwarring dat in het westen van Japan rijst de koperen munten ging vervangen. Kuroda Akinobu, Kahei shisutemu no sekaishi, 132-33; Sakurai Eiji, “Chûsei no kahei shinyô”, 52. Vanaf 1608 werd het gebruik van de Bitasen munten verboden en werden er meer mijnen geopend om meer munten te produceren. Việt Touch VIET NAM COINS & PAPER NOTES. AUTHOR: Thuan D. Luc COLLECTION: Bao Tung Nguyen VIET NAM NUMISMATICS Chi D. Nguyen. Geraadpleegd op 24 juni 2017. Dutch-Asiatic trade 1620-1740 by Kristof Glamann, Danish Science Press published.Japanese coins in Southern Vietnam and the Dutch East India Company 1633-1638 by Dr. A van Aelst History of the Yen by Hiroshi Shinjo, The Research Institute for Economics & Business Administration, Kobe University published. Sources of Japanese Tradition by Ryusaku Tsunoda, WM Theodore de Bary, Donald Keene. Desondanks bleven de Bitasen in Japan circuleren tot de Eiraku Tsūhō officieel verboden werd in 1670. History of Japanese coins, Japan Mint. Geraadpleegd op 26 juni 2017. Gearchiveerd op 2 juli 2023.

Kan'ei Tsūhō De Kan'ei Tsūhō (Kyūjitai: 寛永通寳 ; Shinjitai: 寛永通宝) werd in 1626 (Kan'ei 3) geïntroduceerd voor circulatie in het Mito-domein en werd in 1636 door het Tokugawa-shogunaat tot de landelijke munt van Japan gemaakt om een landelijk systeem van koperen munten op te zetten en er voor te zorgen dat er altijd genoeg koperen munten in omloop waren om aan de vraag te voldoen. De Kan'ei Tsūhō werd de dagelijkse valuta van het gewone volk en werd gebruikt voor kleine transacties. Suzuki Kimio, Shutusdo senka no kenkyû, 202-21. Iwahashi Masaru, "Kahei no shinyô", in Ryûtsû keizaishi, 436; Yasukuni Ryôichi, "Kahei no chiikisei to kinseiteki tôgô", 263-64 Takayanagi Shinzô and Ishii Ryôzô, eds, Ofuregaki kanpo shûsei 3 (Tokyo: Iwanami shoten, 1958), code no. 1855 (June 1670). Omdat het Tokugawa-shogunaat een beleid van isolatie hanteerde, verlieten niet veel koperen munten Japan meer en bleef de Kan'ei Tsūhō de belangrijkste munteenheid van Japan gedurende 239 jaar, ondanks het feit dat het Kan'ei-tijdperk in 1643 was geëindigd. Vaak liet het shogunaat deze munten slaan door lokale munthuizen die soms hun eigen munttekens op de munten zetten en de munten in verschillende kwaliteiten en gewichten produceerden. Rond de jaren 50 van de zeventiende eeuw werden particuliere munthuizen geopend om Kan'ei Tsūhō-munten te slaan. Noriko Fujii (Senior Researcher and Director - Institute for Monetary and Economic Studies The Bank of Japan.) The History of Japanese Copper Coins Illustrated from the Collection of the Currency Museum of the Bank of Japan.(the peer-reviewed pre-print version; published in JOSA vol.45, pp.77-92)– Currency Museum of the Bank of Japan. Geraadpleegd op 26 juni 2017. Kan'ei Tsūhō geslagen na 1688 hebben een diverse hoeveelheid aan kalligrafische stijlen en de 4 mon munt heeft een ontwerp van golven op de achterkant om hem te kunnen onderscheiden van andere munten. Vanaf 1738 werd de productie van ijzeren Kan'ei Tsūhō-munten van 1 mon goedgekeurd door het Tokugawa-shogunaat en in 1866 van ijzeren munten van 4 mon. Toen ijzeren munten in omloop kwamen werd het kopergehalte van de circulerende mon munten verlaagd, wat tot inflatie leed.

Export van de Japanse mon

Toen de Bitasen-munten in Japan geen geldige valuta meer waren begonnen Japanse handelaren deze munten met winst op buitenlandse markten te verkopen. Vooral op de Vietnamese markt waren de Eiraku Tsūhō en Kan'ei Tsūhō geliefd. De grote hoeveelheid mon-munten die tijdens deze periode naar Vietnam werd geëxporteerd ging via de Japanse rode zegelschepen.

Jaartallen Jaarlijks aantal rode zegelschepen die naar Noordelijk Vietnam gingen Jaarlijks aantal rode zegelschepen die naar Zuidelijk Vietnam gingen 1604-1605 5 9 1606-1610 2 9 1611-1615 3 26 1616-1620 9 22 1621-1625 6 7 1626-1630 3 5 1631-1635 9 9

Vanaf 1633 voerde het Tokugawa-shogunaat het sakokubeleid uit waarmee alleen nog maar de Chinezen, Koreanen en Nederlanders handel met Japan mochten voeren. Het shogunaat opende een haven in Nagasaki voor de schepen van de Vereenigde Oostindische Compagnie (via Dejima) en Chinese jonken. Japanse handelaren die nu niet meer direct hun koperen mon-munten aan de Vietnamezen mochten verkopen, gebruikten de Nederlanders als tussenpersoon en exporteerden tussen 1633 en 1637 105.835 snoeren van 960 Eiraku Tsūhō- en Kan’ei Tsūhō-munten (oftewel 101.600.640 mon) naar Vietnam. Vanaf 1659 werd deze handel voortgezet met de hiervoor speciaal geslagen Nagasaki handelsmunten die gebaseerd waren op de Chinese kèpèngs van de Song-dynastie die al in Zuidoost-Azië circuleerden. De handel in koperen munten met Zuidoost-Azië stopte in 1715 toen het Tokugawa-shogunaat de export van koper verbood.Kobata Atsushi, Nihon no kahei (Tokyo: Shibundô, 1958), 210-11.Nagasaki bôekisen was unearthed in Vietnam in 1997. Sakuragi Shinichi, “Shutsudo senka kara mita chûsei kahei ryûtsû”, 73.

Inflatie tijdens de Bakumatsu

thumb|Een Tenpō Tsūhō met een nominale waarde van 100 mon maar een intrinsieke waarde van 5½ mon.

In 1708 introduceerde het Tokugawa-shogunaat de Hōei Tsūhō (Kyūjitai: 寳永通寳 ; Shinjitai: 宝永通宝), een munt met de nominale waarde van 10 mon maar met hetzelfde gewicht als drie munten van 1 mon. Om deze reden accepteerde de bevolking deze munt niet voor haar nominale waarde en werd de productie van deze munt al snel stopgezet. Takizawa Takeo (1996) Nihon no Kahei no Rekishi (History of Japanese Currencies) Tokio, Yoshikawa Kobunkan. (Takizawa p.242).