Chinshakiangosaurus is waarschijnlijk een heel basale sauropode dinosauriër. Fossielen komen voor in het onderste deel van de Fengjiahe-formatie (Hettangien, 201.6 tot 196.5 miljoen jaar geleden, Onder-Jura) van Zhonghe (county Yungyin), Dianzhong-bekken, provincie Yunnan, China. De enige soort en eveneens de typesoort van het geslacht Chinshakiangosaurus, is Chinshakiangosaurus chunghoensis Ye vide Dong, 1992.

Vondst en naamgeving In 1970 verzamelden Zhao Xijin en zijn team in het onderste gedeelte van de Fengjiahe-formatie in het dorp Fenghe (district Zhonghe, county Yungyin), Dianzhong-bekken, in het centrum van de provincie Yunnan, China, fossielen van sauropodomorphe dinosauriërs.YE, C.-H. (YEH, C.-H.). 1975. Jurassic system. In Mesozoic redbeds of Yunnan (ed. Z. Su), pp. 11–30. Beijing:Geological Publishing House (in Chinese).DONG, Z.-M. 1992. The Dinosaurian Faunas of China. Berlin: Springer-Verlag, 188 pp. Zhao Xijin is een Chinees paleontoloog, als hoogleraar verbonden aan het Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology (IVPP) te Beijing. Hij is bekend door het benoemen van vele dinosauriërs. De vondsten van Zhonghe bestaan uit één of meerdere gedeeltelijke skeletten, waaronder dat van een twaalf tot dertien meter lang dier dat later door Dong Zhiming tot het holotype (IVPP V14474) uitgeroepen werd. Zhiming beschouwde Chinshakiangosaurus eerst als een geslacht van de familie Melanorosauridae, waarvan hij dacht dat het een groep Prosauropoda was, maar hij had ook al overeenkomsten met Sauropoda bemerkt. Dong Zhiming is een Chinees paleontoloog, eveneens verbonden aan het Institute of Vertebrate Paleontology and Paleoanthropology, en beschreef vele dinosauriërs. In 1975 stelde Yeh Chunhuei voor het holotype de naam Chinshakiangosaurus chunghoensis voor. Chinshakiangosaurus betekent 'hagedis van Chinshakian'. In 1985 voerde Zhao voor hetzelfde specimen een tweede soort in, Chinshakiangosaurus zhonghoensis, waarschijnlijk ten gevolge van verschillen in vertaling van het Chinees naar het Engels.ZHAO, X.-J. (CHAO, S.). 1985. The reptiles of Jurassic in China. In The Jurassic System ofChina (ed. S.-E.Wang), pp. 286–9. Beijing: Geological Publishing House (in Chinese). Geen enkele van deze auteurs interpreteerde, beschreef of illustreerde deze fossielen zodat Chinshakiangosaurus chunghoensis en Chinshakiangosaurus zhonghoensis nomina nuda zijn. Later maakte Dong een korte beschrijving van de gedeeltelijke onderkaak, het wervelcentrum en het dijbeen die deel uitmaken van het holotype en beelde de onderkaak af onder de naam Chinshakiangosaurus chunghoensis Ye. Door deze beschrijving werd de officiële naam van het taxon Chinshakiangosaurus chunghoensis Ye vide"Vide" betekent "zie" in het Latijn. In namenlijsten en dergelijke wordt het gebruikt om aan te geven dat de naamgevende publicatie de naam in eerste instantie niet geldig gepubliceerd heeft, bijvoorbeeld door een onvoldoende beschrijving zodat het een nomen nudum bleef of doordat de "publicatie" een in feite niet gepubliceerde dissertatie was zodat het een ongeldige nomen ex dissertatione opleverde, maar de naam alsnog geldig werd door een verwijzing ernaar in een opvolgende publicatie. In dit geval gaf Ye Chunhuei in 1975, als expert in mikrofossielen, van de sauropode kennelijk geen voldoende beschrijving (iets wat Zhao in 1985 herhaalde) maar Dong verwees in 1992 in zijn korte beschrijving van het holotype naar de publicatie zodat alles toch nog goed kwam. Dong, 1992. Na de beschrijving door Dong bleef Chinshakiangosaurus voor de meeste paleontologen onopgemerkt, niettegenstaande het een potentieel geldig taxon was. Een studie in 2004 door Upchurch, Barrett en DodsonUPCHURCH, P., BARRETT, P. M. & DODSON, P. 2004. Sauropoda. In The Dinosauria (eds D. B. Weishampel, P. Dodson & H. Osm´olska), pp. 259–322. Berkeley and Los Angeles: University of California Press. plaatst Chinshakiangosaurus in de infraorde Sauropoda. Deze auteurs beschouwden het taxon toen als een nomen dubium, maar dit was voorbarig. In 2007 publiceerden Upchurch et al. een uitvoerige beschrijving van het tandbeen en de tanden van het holotype en verklaarden dat Chinshakiangosaurus een geldig geslacht is.Upchurch, P.; P. M. Barrett; Z. Xijin; X. Xing (2007). "A re-evaluation of Chinshakiangosaurus chunghoensis Ye vide Dong 1992 (Dinosauria, Sauropodomorpha): implications for cranial evolution in basal sauropod dinosaurs". Geological Magazine. 144 (2): 247–262.

Geologie De sedimenten waarin Chinshakiangosaurus chunghoensis gevonden werd bestaan uit purperachtig-rode en grijs-rode gelithificeerde modder of klei (Engels : mudstone), zandsteen en siltsteen. Deze gesteenten werden waarschijnlijk gevormd door afzetting van sedimenten in rivieren en meren. In 1975 stelde Ye voor de Fengjiahe-formatie een Onder-Jura ouderdom voor. Biostratigrafische correlatie op basis van Bivalvia, Ostracoda (Darwinula sp.) en andere aquatische Invertebrata bevestigen deze ouderdom.CHEN, P.-J., LI, W.-B., CHEN, J.-H., YE, C.-H., WANG, Z., SHEN, Y.-B. & SUN, D.-L. 1982. Stratigraphical classification of Jurassic and Cretaceous in China. Scientia Sinica (Series B) 25, 1227–48.

Beschrijving Gregory S. Paul schat de lichaamslengte van Chinshakiangosaurus op tien meter en het lichaamsgewicht op 3.000 kg. Zoals alle Sauropoda was het dier een grote quadrupedale (viervoetige) herbivoor met een lange nek en een lange staart. Het holotype van Chinshakiangosaurus chunghoensis Ye vide Dong, 1992, bestaat uit het bijna volledige linkertandbeen, minstens één halswervel, ruggenwervels, meerdere voorste staartwervels, beide schouderbladen, een gedeeltelijke bekkengordel en de achterpoten.

Tandbeen Van het tandbeen ontbreekt enkel het achterste deel. Het tandbeen werd door verplettering ten gevolge van lithostatische druk licht vervormd. Het is lang en slank en is dorsoventraal (van de rug naar de buik toe) het hoogste aan de achterste rand. In de richting van de symphyseEen symphyse is een fibrocartilagene samenvoeging tussen twee beenderen, een soort "gewricht" bestaande uit een ordelijke en dichte concentratie kraakbeenvezels. wordt het tandbeen in dorsoventrale hoogte heel geleidelijk scherper. In lateraal aanzicht is de ventrale rand van het tandbeen bijna recht. De dorsale rand is iets concaaf. De rostrale rand is ruw afgerond en vertoont geen duidelijke "kin". Bij Chinshakiangosaurus komt het afgeleide kenmerk van het dorsoventraal vergroot symphysegebied dat kenmerkend is voor de Eusauropoda dus niet voor.UPCHURCH, P. 1998. The phylogenetic relationships of sauropod dinosaurs. Zoological Journal of The Linnean Society of London 124, 43–103.UPCHURCH, P. & BARRETT, P. M. 2000. The evolution of sauropod feeding mechanisms. In The Evolution of Herbivory in Terrestrial Vertebrates, Perspectives from the Fossil Record (ed. H.-D. Sues), pp. 79–122. Cambridge: Cambridge University Press. Vooraan is het oppervlak van de zijkant van het tandbeen dorsoventraal ietwat convex. Een duidelijke kam bevindt zich achteraan aan de bovenkant van het tandbeen. Deze kam loopt rostroventraal (van de voorkant naar de buikzijde toe) over het tandbeen en wordt geleidelijk kleiner om op ongeveer twee derde van het uiteinde van het been te verdwijnen. Zulke kam is een afgeleid kenmerk dat bij de meeste Prosauropoda voorkomt.GALTON, P. M. & UPCHURCH, P. 2004. Prosauropoda. In The Dinosauria (eds D. B. Weishampel, P. Dodson & H. Osm´olska), pp. 232–58. Berkeley and Los Angeles: University of California Press. Men neemt aan dat het geassocieerd is met het voorkomen van een vlezige wang.GALTON, P. M. 1986. Herbivorous adaptations of Late Triassic and Early Jurassic dinosaurs. In The Beginning of the Age of Dinosaurs (ed. K. Padian), pp. 203–21. Cambridge: Cambridge University Press. Zulke wang zou kunnen belet hebben dat het voedsel uit de mond viel, en het kan erop duiden dat het een zekere mate van orale verwerking onderging voordat het ingeslikt werd. Bij geen enkele sauropode werd zulke wang aangetroffen, maar wel bij de basale sauropodomorphe Anchisaurus.YATES, A. M. 2004. Anchisaurus polyzelus (Hitchcock): the smallest known sauropod dinosaur and the evolution of gigantism among sauropodomorph dinosaurs. Postilla 230, 1–58. De symphyse is groot en rostrocaudaal (van de voorkant naar de achterkant) verbreed, maar is dorsoventraal het breedst. De omtrek is ietwat ellipsvormig, waarbij de lange as van de ellips caudoventraal (van de achterkant naar de onderzijde toe) verloopt, onder een hoek van ongeveer dertig graden ten opzichte van het verticale vlak. Er is een duidelijke laterale plaat aanwezig die, moest het tandbeen volgroeide tanden bevatten, het basale derde deel van hun labiale"Labiaal" betekent 'met betrekking tot de lippen'. oppervlakken zou bedekt hebben. De hoogte van deze plaat neemt vooraan toe en de plaat is het laagste aan de achterkant, zoals bij Eusauropoda.UPCHURCH, P. 1995. The evolutionary history of sauropod dinosaurs. Philosophical Transactions of The Royal Society of London (Series B) 349, 365–90.YATES, A. M. 2003. A new species of the primitive dinosaur Thecodontosaurus (Saurischia: Sauropodomorpha) and its implications for the systematics of early dinosaurs. Journal of Systematic Palaeontology 1, 1–42. Er zijn aanwijzingen voor de aanwezigheid van kleine platen tussen de tanden die de aanpalende tandkassen (alveolen) in twee delen. Maar deze interdentale platen zijn slecht bewaard. Er zijn negentien tandkassen gepreserveerd, en die vertegenwoordigen waarschijnlijk de volledige tandenrij. Dit aantal bedraagt meer dan bij alle bekende sauropoden, maar minder dan bij Plateosaurus en nauw verwante prosauropoden.YATES, A. M. & KITCHING, J. 2003. The earliest known sauropod dinosaur and the first steps towards sauropod locomotion. Proceedings of the Royal Society of London, Series B, 270, 1753–8. Op het einde van de tandenrij zijn de alveolen het kleinst en hun diameter en diepte worden groter in de richting van de symphyse. Tanden die naar de voorkant van de kaak in grootte toenemen is een afgeleid kenmerk dat bij de meeste sauropoden en bij jonge prosauropoden voorkomt. In tegenstelling tot de meeste sauropoden is er bij Chinshakiangosaurus geen open ruimte tussen de eerste tandkas en het voorste uiteinde van het tandbeen.SERENO, P. C. 1989. Prosauropod monophyly and basal sauropodomrph phylogeny. Journal of Vertebrate Paleontology 9 (suppl. 3), 38A. Het tandbeen is in dorsaal aanzicht lateraal gebogen zodat, indien men de symphyse verticaal houdt, men kan bemerken dat de gepaarde onderkaken samen een relatief brede 'U' zouden gevormd hebben. Dit wijst erop dat de schedel van Chinshakiangosaurus niet de driehoekige snuit had die bij prosauropoden, theropoden en basale Ornithischia voorkomt, maar een U-vormige, brede snuit, wat kenmerkend is voor sauropoden.

Het tandbeen toont een unieke combinatie van kenmerken omdat Chinshakiangosaurus het enige taxon is waarbij over het lateraal oppervlak van dit been een overlangse kam loopt van het centrale naar het achterste deel en het enige taxon waarbij het tandbeen een laterale plaat draagt die de tandkronen labiaal ondersteunt. In 2004 werd Chinshakiangosaurus door Upchurch, Barrett & Dodson onterecht als een nomen dubium beschouwd, onterecht gezien de unieke combinatie van eigenschappen van het taxon en de mogelijke omkeringen van autapomorfe eigenschappen geobserveerd in het tandbeen van het holotype.

Tanden