Ferganasaurus is een geslacht van plantenetende dinosauriërs, behorende tot de klade Neosauropoda (klade Eusauropoda, infraorde Sauropoda), dat tijdens het Midden-Jura leefde in het gebied van het huidige Kirgizië.
Vondst en naamgeving Het onvolledige skelet van een sauropode werd onder leiding van Nikita Nikolaevich Verzilin, ofwel Nikita Nikolajewitsj Werzilin, in juli 1966 gevonden door een geologische expeditie van de Leningrad State University. De vindplaats te Balabansai (Chatkal Range) bevindt zich op vijf km ten westen van Tashkumyr in de noordelijke Vallei van Fergana, Dzjalal-Abad, oblast Dzjalal-Abad, in Kirgizië, en maakt deel uit van de Balabansaiformatie (etage Callovien). Dit skelet was het eerste sauropodenskelet dat in de toenmalige U.S.S.R. gevonden werd.Rozhdestvensky, A. K., 1968. The finding of a giant dinosaur. Priroda 2:115-116. [Russisch] In augustus 1966 en juli 1967 werd het onder leiding van Anatoly Konstantinovich Rozhdestvensky (1920–1983)Anatoly Konstantinovich Rozhdestvensky was een Russisch paleontoloog die vele dinosauriërs beschreven heeft, bv. Aralosaurus in 1968 en Probactrosaurus in 1966. door een veldploeg van het Moscow Paleontological Institute opgegraven. Jammer genoeg werd over deze belangrijke ontdekking heel weinig gepubliceerd. Het skelet was bijna volledig en miste enkel de schedel, de voorste en de achterste staartwervels, beide voeten en de rechterhand. Rozhdestvensky schatte de lengte op 18 tot 20 m.Rozhdestvensky, A. K., 1969. In Search for Dinosaurs to the Gobi, 3rd ed. Nauka, Moscow, 293 pp. [Russian] In 1968 wees Rozhdestvensky in een voorbereidende nota het specimen toe aan de sauropodenfamilie Cetiosauridae en vermeldde dat het in een nieuw geslacht of soort zou moeten ondergebracht worden. In 1969 gaf hij deze dinosauriër officieus de genusnaam Ferganasaurus en vermeldde dat de studie van dit specimen een nieuwe bladzijde in de geschiedenis van de Dinosauria zal openen, dat het niet enkel als origineel museumspecimen zal dienen, maar ook als een belangrijke wetenschappelijke standaard in het onderzoek naar reeds bekende en toekomstige vondsten. In 1977 meende RozhdestvenskyRozhdestvensky, A. K., 1977. The study of dinosaurs in Asia. Journal of the Palaeontological Society of India 20:102-119. dat Ferganasaurus, na volledige bestudering van het materiaal, weleens aan Apatosaurus verwant zou kunnen blijken te zijn, maar hij motiveerde dit niet. Het specimen werd uiteindelijk niét bestudeerd en zijn ontdekking in 1966 was bijna volledig onbekend voor wetenschappers uit het westen.Weishampel, D. W. 1990. Dinosaur distributions; pp. 63-139 in D. B. Weishampel, P Dodson, and H. Osm61lska (eds.), The Dinosauria. University of California Press, Berkeley, Los Angeles, Oxford.Hunt, A. R, M. G. Lockley, S. G. Lucas, and C. A. Meyer. 1994. The global sauropod fossil record; pp. 261-279 in M. G. Lockley, V. E. dos Santos, C. A. Meyer, and A. Hunt (eds.), Aspects of Sauropod Paleobiology. Gaia 10. Wel waren er door het Moscow Paleontological Institute enkele tekeningen voorbereid, waarschijnlijk voor wetenschappelijke publicatie door Rozhdestvensky, maar Vladimir Alifanov en Alexander Averianov, de uiteindelijke beschrijvers van Ferganasaurus, konden geen enkel manuscript van de hand van Rozhdestvensky vinden. Deze tekeningen zijn van groot belang omdat ze de hand van dit specimen in detail weergeven en omdat deze hand verloren ging. In het Orlov's Paleontological Museum in Moskou worden het volledige linkerdijbeen en het proximale fragment van de kop van het rechterdijbeen tentoongesteld. De vindplaats van het skelet dat in 1966 ontdekt werd, werd in september 2001 door T. Martin, A. Bakirov en A.S. Rezvyi teruggevonden. Op een nieuwe locatie in de Balabansai-formatie vlak bij Sarykamyshai troffen zij ook een spatelvormige, geknobbelde sauropodentand aan, en een eerste middenvoetbeentje, waarschijnlijk ook van Ferganasaurus afkomstig.
Verzilin vond in 1967 een tweede onvolledig skelet in het midden van het bovenste deel van de Balabansai-formatie te Balabansai, bestaande uit een gedeeltelijk dijbeen, bekkenbeenderen, het sacrum en enkele ruggenwervels, sacrale wervels en staartwervels.Nessov, L. A. 1995. Dinosaurs of Northern Eurasia: New Data About Assemblages, Ecology and Paleobiogeography. Izdatelstvo Sankt-Peterburgskogo Universiteta, Saint Petersburg, 156 pp. [Russian] Wat er met dit skelet gebeurde is onzeker en mogelijk werd het nooit opgegraven. Een afzonderlijke sauropodentand met een brede kroon en toegewezen aan cf. Camarasauridae werd onderaan in het middelste deel van de Balabansai-formatie te Sarykamyshsai gevonden, op drie km ten oosten van Tashkumyr. Nog een afzonderlijke tand, toegewezen aan Camarasauridae indet., werd ook in het onderste deel van deze formatie gevonden te Kamyshbashi in de zuidelijke Vallei van Fergana in Oezbekistan.Kaznyshkin, M. N. 1990. New actynopterygian fishes from the Jurassic of Fergana. Paleontologicheskii Zhurnal 3:77-81. [Russisch]
De enige soort en eveneens de typesoort is Ferganasaurus verzilini Alifanov & Averianov, 2003. Het geslacht werd genoemd naar de Vallei van Fergana en de soortaanduiding is een eerbetoon aan Verzilin, de ontdekker. De Vallei van Fergana is een gebied omgeven door bergketens van de Tiensjan in Centraal-Azië, verdeeld over de landen Oezbekistan, Kirgizië en Tadzjikistan.
Geologie In de omgeving van Tashkumyr in de noordelijke Vallei van Fergana komen uitgestrekte continentale sedimenten voor die in drie formaties onderverdeeld worden.Nikishova, V.M. and Vinogradova, K.V. 1964. To the stratigraphy of the Jurassic deposits of the Naryn River Basin. 57–68. In Aliev, M.M. (ed.). Biostratigraphy and palaeogeography of the Meso-Cenozoic oil and gas-bearing regions of the USSR. Moscow, 90 pp. [In Russian].Aliev, M.M., Genkina, R.Z., Dubrovskaya, E.N. and Nikashova, V.M. 1981. Jurassic continental deposits of western Central Asia (dating, partition, correlation). Nauka, Moscow, 188 pp. [In Russian]. De Tashkumyr-formatie, met een dikte van zeventig tot tweehonderd meter, is een steenkoolhoudende formatie, en bevat elkaar afwisselende lagen kleiige en steenkoolhoudende schalie, kleigesteenten, zandsteen, siltsteen en steenkool. De Igrysai-formatie, veertig tot honderdtachtig meter dik, bevat zeldzame siltsteen en kleigesteenten en bruine en groenige zandsteen. De Balabansai-formatie (tot tweehonderd vijftig meter dikte) is samengesteld uit kleigesteenten, siltsteen, zeldzame mergels en grind en veelkleurige zandsteen. Deze Juradische formaties worden door een dik pakket rode gesteentelagen uit het Krijt bedekt. De basis van dit pakket bestaat uit conglomeraten uit het Onder-Krijt. De Tashkumyr- en Igrysai-formaties zijn samengesteld uit continentale afzettingen en bevatten paleoflora's. De paleoflora van de Tashkumyr-formatie dateert uit het Onder-Jura en die van de Igrysai-formatie uit het Midden-Jura. Zij kwamen tot stand in een vochtig klimaat.Sikstel’, T.A. 1936. To the stratigraphy of the Jurassic deposits of the lower Naryn River. Materials on the Geology of Middle Asia, 6, 55–61. [In Russian].Alimov, K.A. and Kuzichkina, Y.M. 1971. Spores and pollen of the Jurassic and Early Cretaceous of Central Asia. Trudy Vsesoyuznogo Nauchno-Issledovatel’skogo Geologo-Razvedochnogo Neftyanogo Instituta, 104, 49–54. [In Russian]. In de Balabansai-formatie ziet men een verschuiving van een continentaal naar een marginaal marien milieu.Kaznyshkin, M. N. 1988. Taphonomy and composition of oryctocoenoses of the Late Jurassic vertebrates in northern Fergana as indicators of some specific features of their habitats. 101–108. In BOGDANOVA, T.N. and Oshurkova, M.V. (eds). Formation and evolution of continental biota. Trudy XXXI Sessii Vsesoyuznogo Paleontologicheskogo Obschestva, 231 pp. [In Russian]
Het skelet dat in 1966 ontdekt werd (holotype PINPaleontological Institute, Russian Academy of Sciences, Moskou, Rusland. N 3042/1), bevond zich op de locatie FTA-31, ten westen van de rivier Naryn in de Balabansai ravijn. Deze locatie is stratigrafisch gesitueerd in het lagere, veelkleurige, maar vooral grijs tot groen gekleurd deel van de Balabansai-formatie, welke in een relatief vochtig klimaat afgezet werd. De afzettingen waarin het skelet aangetroffen werd zijn goed gesorteerde lagen fluviatiele zandsteen met talrijke verkiezelde boomstammen en plaatselijk overvloedige beenderen van Sauropoda. De fossiele boomstammen zijn overwegend in een noord-zuidelijke richting gesorteerd/georiënteerd. De zandsteen werd in een delta van een relatief grote rivier, de 'paleo-Naryn', afgezet. Deze rivier stroomde van noord naar west de Golf van Tashkumyr in, parallel aan de stroomrichting van de huidige Naryn. Tijdens het Callovien verdween de paleo-Naryn door de toenemende droogte.
Beschrijving Al de beenderen die te Balabansai gevonden werden zijn volgens fotomateriaal en een beschrijving gepubliceerd door Rozhdestvensky in 1968 afkomstig van één individu en werden onder het gezamenlijke catalogusnummer PIN N 3042/1 ondergebracht. Het bewaard gebleven deel van de wervelkolom lag in anatomisch verband en de relatieve positie van de staartwervels is bekend door afdrukken in het sediment. De beenderen zijn heel goed bewaard gebleven, maar post mortem werden de meeste staartwervels vervormd. Omdat de hand ontbreekt, werd de beschrijving ervan enkel gebaseerd op bewaard gebleven tekeningen.
Op basis van de lengte van het dijbeen schat men het gewicht van Ferganasaurus op ongeveer 5.340 kg.Fossilworks: Ferganasaurus verzilini
Wervelkolom Ruggenwervels Twee onvolledige ruggenwervels bleven bewaard, mogelijk de voorlaatste en de laatste, omdat zij in anatomisch verband met het heiligbeen (sacrum) en met een reeks voorste staartwervels gevonden werden. Van de voorlaatste ruggenwervel bleef de basis van de neurale boog (de wervelboog) bewaard. De wervelboog is de benige structuur die ontspringt uit de bovenkant van het wervellichaam. Ze omsluit het ruggenmerg. Van de laatste ruggenwervel blijft enkel het centrale wervellichaam over. De wervels zijn slechts iets opisthocoel (hol van achteren en bol van voren) omdat de voorkant zich niet tot een duidelijke bal ontwikkelde en omdat de achterkant slechts ondiep uitgehold is. De wervels zijn relatief plat. Juist onder de wervelboog bevindt zich een matig diepe uitholling, een 'pseudopleurocoel', die binnenin het wervellichaam niet sterk vertakt is. De wervelboog is zijdelings samengedrukt en is relatief groot.
Heiligbeen