thumb|350px|Renteontwikkeling van de Amerikaanse interbancaire rente, de Federal funds rate, van juli 1954 tot heden
Bij de uitleg in dit artikel wordt uitgegaan van een positieve rente, tenzij anders vermeld.
Rente, interest of intrest, is de vergoeding die wordt ontvangen voor het uitlenen van geld en die betaald wordt door degene die het geld leent. Een bekende vorm is de rente die consumenten ontvangen (creditrente of spaarrente) of betalen (debetrente) op een rekening bij een bank.
Etymologie Het woord rente duikt voor het eerst in het Nederlands op in 1230-1231 als een Oudfrans leenwoord., Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen. Het komt van het vulgair Latijnse *rendita, een verbastering van het voltooid deelwoord reddita van het werkwoord reddere, dat "teruggeven" betekent. Reddere zelf is een samenstelling van re- ("her-", "terug-", "we(d)er-", "opnieuw") en dare ("geven"). Rente betekent dus letterlijk "(het) teruggegeven(e)".
Het woord interest is rond 1530 aan het Middelfrans ontleend en wordt vooral in de Zuidelijke Nederlanden (België) gebruikt. Dit komt via het middeleeuws Latijnse en Oud-Franse zelfstandig naamwoord interesse ("verschil", "belang") uiteindelijk van het Latijnse werkwoord interesse, wat "tussen zijn/liggen" of "verschillen" betekende.
Kenmerken en terminologie Rente is meestal periodiek verschuldigd; gebruikelijk is maandelijks, per kwartaal, halfjaarlijks of jaarlijks, maar ook kan anders worden overeengekomen.
Het (uit)geleende bedrag wordt de hoofdsom genoemd.
De rentevoet (debetrentevoet die de consument betaalt of creditrentevoet die de consument ontvangtEventueel is de creditrentevoet negatief, zodat de consument een bedrag betaalt.) is bij een gegeven standaardperiode (tenzij anders vermeld een jaar) de fractie van de hoofdsom die als rente wordt berekend en wordt deze in procenten uitgedrukt; bijvoorbeeld 4%.
Afhankelijk van de context wordt met het woord rente het bedrag of de rentevoet bedoeld. Voor de duidelijkheid kan men spreken van "rentebedrag" enerzijds, en "rentepercentage per jaar" of "rentevoet per jaar" (of analoog voor een andere periode) anderzijds.
Daarnaast moet nog worden onderscheiden de nominale rente tegenover enerzijds de effectieve rente en anderzijds de reële rente (zie onder).
De korte rente (korter dan een jaar) die in de markt worden gehanteerd, zijn meestal gebaseerd op de tarieven die door de Centrale Banken worden vastgesteld (Euribor) of in Londen (LIBOR).
Factoren die vraag en aanbod en daarmee de rente bepalen In een vrije markt wordt rente bepaald door vraag en aanbod. Als in principe veel mensen en bedrijven behoefte aan geld hebben en weinig mensen en bedrijven geld ter beschikking willen stellen, dan ontstaat een vraag naar geld en zal er pas een marktevenwicht bij een hoge rente, en omgekeerd.
De korte rente (geldmarktrente) is die welke wordt gegeven op een kortlopende lening. Lange rente (kapitaalmarktrente) is de rente op een langlopende lening, bijvoorbeeld de (effectieve) rente op een tienjarige obligatie. Doorgaans is de lange rente hoger dan de korte, maar niet altijd. In het laatste geval spreken we van een “omgekeerde rentestructuur”.
Inflatie maakt in principe uitlenen minder aantrekkelijk en lenen aantrekkelijker. Voor een marktevenwicht is daarom in principe een inflatievergoeding in de marktrente verwerkt. Deze is bedoeld om de ontwaarding van het uitgeleende geld te compenseren.
Het risico dat de lener het geleende geld niet kan terugbetalen (debiteurenrisico) maakt uitlenen minder aantrekkelijk. Voor een marktevenwicht is daarom in principe een risicopremie in de rente verwerkt.
In de relatie tussen bijvoorbeeld een bank en een particulier is de bank de partij die kosten maakt voor het aanbieden van financiële producten en voor de administratie. Dit maakt de rente lager bij geld dat de consument aan de bank leent, en hoger bij geld dat de consument van de bank leent.
Een centrale bank kan besluiten tot een lage"laag" kan ook zijn "extra sterk negatief" deposit rate, dat wil zeggen dat het banken weinig oplevert / veel kost om geld te stallen bij de centrale bank. Voor een bank wordt het dan minder aantrekkelijk dat spaarders geld bij hun stallen en aantrekkelijker om liquiditeiten die ze toch nog hebben uit te lenen aan personen en bedrijven, en niet aan de centrale bank. Het bevordert daarmee een lage rente voor zowel lenen als uitlenen. Een centrale bank kan nog extra de geldhoeveelheid vergroten door met gecreëerd geld obligaties op te kopen. De zo bevorderde inflatie maakt de reële rente (zie hieronder) nog lager, en daarmee consumeren en investeren nog aantrekkelijker. Zie ook de paragraaf "Negatieve rente".
Reële rente In tijden van hoge inflatie zal de rente hoger zijn dan anders. Dat betekent onder meer dat een kapitaalverstrekker het uitgezette kapitaal ziet aangroeien (door de rente) maar het tegelijk ziet krimpen (door de geldontwaarding). Om te kunnen bepalen wat per saldo het effect is, hanteert men het begrip “reële rente”: bij benadering is dit het nominale rentepercentage waarvan het verwachte inflatiepercentage is afgetrokken. Dit wordt geformuleerd in een vuistregel, de zogeheten vergelijking van Fisher:
Stel dat de nominale rente 7% per jaar bedraagt en de jaarlijkse inflatie 2%: de reële rente komt dan uit op (ongeveer) 5%.
Exacte berekening De exacte berekening van de reële rente verloopt als volgt. De reële rente, de effectieve rente en de (verwachte) jaarlijkse inflatie worden achtereenvolgens aangeduid met , en . De waarden van deze drie grootheden worden uitgedrukt als fractie. Er geldt:
zodat
Stel dat de effectieve rente 7% per jaar bedraagt en de jaarlijkse inflatie 2%, dan is de reële rente 4,902%.
Effecten van hoge of lage reële rente De hoogte van de reële rente heeft direct invloed op de economie van een land. Is de rente hoog, dan zullen bedrijven minder geld lenen om te investeren, en geneigd zijn om indien mogelijk schulden zo snel mogelijk af te betalen. Is de rente laag, dan wordt het voor bedrijven makkelijker om geld te lenen om te investeren. Door een renteverlaging wordt de economie dus gestimuleerd. Ook de woningmarkt ondergaat invloed van de rentevoet. Naarmate de rente lager is, zal de (aspirant-)huizenkoper immers gemakkelijker een hypothecaire lening kunnen afsluiten, of zich een hogere hypotheek kunnen veroorloven.
Samengestelde interest thumb|300px
Samengestelde interest, oftewel rente-op-rente, houdt in dat over de rente die wordt opgebouwd, maar niet wordt opgenomen, ook weer rente wordt betaald. Daardoor groeit het kapitaal niet lineair, maar volgens een steeds steilere curve. Men spreekt van een exponentiële groei:Er is tegengesteld bij een negatieve rente een exponentiële daling.
Hierin is: , de contante waarde of de waarde in het begin van de periode , de eindwaarde of de waarde na verloop van tijd het aantal perioden de rentevoet per periode, als breuk, dat is het rentepercentage gedeeld door 100
Samengestelde interest wordt bij contante waarde berekeningen gebruikt.
Vaste en variabele rente Leningen, met name hypothecaire leningen, worden vaak voor langere tijd afgesloten, en gedurende die looptijd geldt doorgaans een vaste rente: het tarief blijft dan gelijk. Bij variabele rente kan het rentetarief ieder moment wijzigen, afhankelijk van de omstandigheden op de geld- en kapitaalmarkten in andere landen.
Renterisico Dit ‘verschil’ tussen vaste en variabele rente brengt zowel voor de leningnemer als voor de leninggever risico's met zich mee.
De bank loopt risico als het uit te lenen geld eerst zelf heeft “ingekocht” (aangetrokken) tegen een vaste rente, maar het vervolgens uitleent tegen een variabele. Die variabele rente kan tijdens de looptijd van de lening immers dalen. Uiteraard is dit risico ook aanwezig als de rente juist variabel is ingekocht en vast wordt uitgeleend; dan is een tussentijdse rentestijging nadelig voor de uitlenende instantie.
In beide gevallen is het risico voor degene die leent, precies tegengesteld. Hij loopt bij variabele rente het risico van een rentestijging. Bij vaste rente mist hij het voordeel van een tussentijdse rentedaling.
Overigens speelt het renterisico niet alleen bij banken; ook pensioenfondsen hebben er nadrukkelijk mee te maken.
Kans op rendement Geen van beide partijen zou genegen zijn dit risico te aanvaarden, als er niet de kans op extra rendement tegenover stond, of althans de zekerheid dat het risico wordt afgedekt. De variabele rente kan zich in alle gevallen immers ook juist in tegengestelde richting bewegen dan hierboven geschetst. Een risico wordt dan een meevaller.
Renteswap Een financiële instelling heeft instrumenten (zoals de renteswap) tot haar beschikking om zich in te dekken tegen het renterisico.
Negatieve rente Bij negatieve nominale rente is de geldverstrekker de lener een rente verschuldigd. Aangezien contant geld bewaren in principe een alternatief is, komt de door de geldverstrekker te betalen rente neer op een vergoeding voor het veilig bewaren.Het Financieële Dagblad Bedrijven draaien op voor negatieve rente, 25 oktober 2014 Negatieve rente beperkt zich dan ook veelal tot gevallen met weinig debiteurenrisico.
Ook bij positieve nominale rente kan de reële rente door inflatie en belasting negatief zijn.
Rekeningen of obligaties met negatieve rente kunnen passen in een risicomijdende beleggingsstrategie en kunnen dienen als beleidsinstrument. In de nasleep van de dollarcrisis van begin jaren 70 van de twintigste eeuw (zie Systeem van Bretton Woods, Nixon-schok) pasten de Belgische en Zwitserse overheden negatieve bankrentes toe om buitenlandse valutaspeculanten te weren. In beide gevallen golden deze alleen voor buitenlandse rekeninghouders. Van 1974 tot 1979 bedroeg de rente op Zwitserse rekeningen voor buitenlanders −40%.
Ten gevolgde van de kredietcrisis zijn vanaf ca. 2010 negatieve rentes opnieuw werkelijkheid geworden. Om de economieën te stimuleren verlaagden de centrale banken de officiële rentetarievenhttps://web.archive.org/web/20171010160335/https://www.dnb.nl/rente-en-inflatie/ecb-rentetarieven/ (en zie ook kwantitatieve versoepeling) waardoor het aantrekkelijker werd geld te lenen voor investeringen of consumptie. In de zomer van 2009 was de Sveriges Riksbank de eerste die de negatieve rente introduceerde. New York Times Negative Interest Rates in Sweden?, 1 oktober 2009, geraadpleegd op 12 februari 2016 Meer banken volgden, zoals de Zwitserse Nationale Bank op 15 januari 2015 die de rente op −0,75% bracht,Biflatie Zwitserse Frank stijgt 30%, rente nu −0,75%. 15 januari 2016, geraadpleegd op 12 februari 2016 en de Bank van Japan, die in januari 2016 een rente van −0,1% voor deposito's introduceerde.NOS Japanse centrale bank verrast met negatieve rente, 29 januari 2016, geraadpleegd op 12 februari 2016
De kredietcrisis leidde ook tot veel onzekerheid en risico-aversie bij beleggers. Zij wilden alleen geld lenen aan zeer veilige debiteuren. Sinds december 2011 heeft de Nederlandse staat diverse malen geld geleend tegen een negatieve rente. De beleggers in Nederlands schuldpapier krijgen dus geen rentevergoeding maar betalen rente aan de staat. Duitsland heeft ook geleend tegen een negatieve rente omdat het een zeer veilige belegging is waar weinig risico mee gelopen wordt.NOS Staat leent met negatieve rente, 4 maart 2013, geraadpleegd op 13 februari 2016