De Sint-Willibrorduskerk, gelegen in het dorpscentrum van Merksplas, in de Belgische provincie Antwerpen, is een rooms-katholiek gebedshuis, gebouwd in 1874 en toegewijd aan de geloofsprediker Sint-Willibrordus.

Geschiedenis thumb|Toren van de kerk, gebouwd anno 1874. De eerste (vermoedelijk houten) kapel zou gewijd zijn in 1152.

Met zekerheid is geweten dat wijlen pastoor Walterus de Dico (Wouter Van den Dijke) in 1155 het bestuur van zijn kerkje overdroeg aan de Witheren van de Sint-Michielsabdij te Antwerpen, die gedurende acht eeuwen ervoor verantwoordelijk bleven, tot aan de Franse Revolutie in 1798.

In 1447 kwam de bisschop naar Merksplas om een nieuw gebouw te wijden.

Anno 1777 werd aan dat gebouw voor het eerst een stenen toren toegevoegd, maar zowat 20 jaar nadien, op dinsdag, 17 april 1798, werd de kerk op bevel van de Franse revolutionaire regering gesloten. Hiermede eindigde de verantwoordelijkheid van de Sint-Michielsabdij vermits deze onder dwang van de Fransen werd opgeheven. De laatste Norbertijn van de abdij, met zeggenschap over de kerk, was pater Fredericus, in de wereld: Jaak Druyts (uit Vosselaar).

Na vier jaar sluiting werd in 1802, op initiatief van Napoleon I (die in 1799 een staatsgreep had gepleegd en Eerste Consul was geworden), de kerk weer geopend. Doch ingevolge de afschaffing van de Sint-Michielsabdij kwam het bestuur in de handen van het bisdom en de seculiere geestelijkheid. Het opdragen van de gebedsdiensten hervatte onmiddellijk, maar pas in 1820 werd voor het eerst officieel een pastoor benoemd : J.H. Timmermans (° Turnhout 1783, † Merksplas 22 november 1862). Hij leidde de parochie gedurende 42 jaren, tot aan zijn dood. Zijn grafzerk is nog steeds zichtbaar, aan de buitenkant van de kerk, tegen de koormuur.

Op nieuwjaarsdag 1871 (zondag), tijdens een vergadering van pastoor De Bie (opvolger van pastoor Timmermans), burgemeester Jan Leestmans en de kerkmeesters, besliste men tot de bouw van een nieuw gebedshuis. Dit besluit was verantwoord omwille van de bevolkingsexplosie eigen aan de tweede helft van de 19-de eeuw. Provinciaal architect Pieter Jozef Taeymans tekende de plannen.

De oude kerk die zowat 400 jaar dienst had gedaan, bleef overeind tot omstreeks 1872. In dat jaar werd de Eerste Steen van het nieuwe bedehuis gemetseld door: de provinciegouverneur Ed. Ridder Pycke, burgemeester Jan P. Leestmans, pastoor C. De Bie (°1815 † 1884), architect Pieter Jozef Taeymans (°1842 † 1902).

Alhoewel pastoor De Bie en onderpastoor Leopold Gepts reeds op maandag 4 mei 1874 de eerste mis in de nieuwe kerk opdroegen, volgde de volledige afwerking pas later. De wijding gebeurde op maandag, 13 augustus 1877, door Mgr. Anthonis, bisschop van Constance en hulpbisschop van Mechelen. Voor die gelegenheid celebreerden drie geestelijken -allen geboortig van Merksplas- de eredienst: E.P. Leopold Nelo, prelaat van de abdij van Averbode (°30 januari 1822); E.P. Albert Vennekens, norbertijn (°14 december 1844); E.H. Louis Peeraer (°13 april 1827). Ter herinnering aan pastoor De Bie wiens inzet aanleiding gaf tot de bouw van de kerk, werd na zijn afsterven in 1884, aan de buitenkant van de kerk, tegen de zuidelijke gevel, een grafzerk opgericht die nog steeds aan hem herinnert. thumb|150px|Grafzerk van pastoor De Bie, opgericht tegen de zuidelijke gevel. Onder zijn impuls werd de bouw van de kerk in 1872 aangevangen. thumb|300px|Heilig Hartbeeld, gemaakt door Napoleon Daems. Geplaatst in 1919, na het einde van de Eerste Wereldoorlog, als symbool van de vredelievendheid. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verloren achttien parochianen het leven. In tegenstelling tot deze hoge menselijke tol, liep het bedehuis -voor zoverre bekend- geen schade op. Ter nagedachtenis van de oorlogsslachtoffers liet het kerkbestuur in 1919, nabij het hoofdportaal, in de kerk een gedenkplaat in messing aanbrengen. Gelijktijdig nam pastoor Verheyen het initiatief om buiten, aan de 50 meter hoge toren, net boven het hoofdportaal, een beeld van de zittende Christus te laten plaatsen: Jezus die zijn Hart toont, het symbool van de vredelievendheid. Dit beeld werd gemaakt door Napoleon Daems. Het staat tussen twee oudere beelden, omstreeks 1870 gemaakt door V. Daems (Turnhout), die de oude patroons van Merksplas voorstellen: links Sint-Willibrordus en rechts Sint-Rochus.

Als gevolg van de Tweede Wereldoorlog liep de kerk averij op. Op Goede Vrijdag 1944 roofde de bezetter twee van de drie klokken uit de toren. Vijf maanden later, op vrijdag 29 en zaterdag 30 september van hetzelfde jaar, verjoeg de 1-ste Poolse pantserdivisie het Duitse leger. Bij deze gevechten werd de torenspits vernield, maar ook de daken en de muren, de ramen, het plafond en de dakgoten liepen schade op. In vergelijking tot de vernielingen in naburige gemeenten, zoals in Hoogstraten en Sint-Lenaarts, viel de toestand in Merksplas enigszins mee. Het totaal van de kosten werd in 1948 vastgesteld op 84.209,50 Belgische frank.

Op vrijdag, 19 mei 1972, brak ongeveer ter hoogte van het altaar brand uit. Alhoewel de vernielingen relatief beperkt bleven, gingen een aantal gebruiksvoorwerpen voor de eredienst teloor: een chrismatorium (twee vaten) en een ciborie, gemaakt in de 17e eeuw; een kelk en twee ampullen uit de 19-de eeuw; een houder voor een godslamp evenals twee kandelaars.

Ten slotte leidde architect F. Vergauwen in 1993 en 1994 restauratiewerken die resulteerden in de kerk zoals men ze nu kent.

Architectuur De kerk werd gebouwd in neogotische stijl en is gericht naar het oosten. Het gebruikte materiaal is bruin-rode baksteen. Alle muren zijn versterkt met steunberen. De westelijke toren heeft een hoogte van 50 meter, onderverdeeld in drie niveaus: de begane grond, een eerste verdieping, waar zich het doksaal en het orgel bevinden, gekenmerkt door een groot glas-in-loodraam en een roosvenster; het tweede niveau, herkenbaar aan drie smalle hoge ramen, met erboven de galmgaten en de klokken. De spits rust op een vierkante basis, en is op de hoeken verfraaid met vier kleine hoektorentjes. Daartussen bevindt zich aan elke kant een dakkapel waarin een uurwerk is ondergebracht.

De lengte van het schip, met inbegrip van het koor, bedraagt 40,5 meter. Het koor is afgerond met een apsis. Aan de noordelijke en de zuidelijke koormuur is een sacristie aangebouwd. Het middenschip is verhoogd en heeft een breedte van 7,5 meter; de zijbeuken zijn elk 4,5 meter breed.

Zowel de zijbeuken als het middenschip worden -elk op hun niveau- verlicht met glas-in-loodramen waarin geometrische figuren zijn verwerkt.

De kruisbeuk met een breedte van 26,5 meter en een lengte van 8 meter, heeft dezelfde hoogte als het middenschip.

Interieur thumb|160px|De pilaren zijn verfraaid met kapitelen. Als vloerbedekking werd blauwe hardsteen uit Basècles gekozen. De muren en de pilaren werden in de beginperiode verfraaid door er stenen en draperieën op te schilderen. Na een halve eeuw was dit schilderwerk aan onderhoud toe, maar bij gebrek aan geldelijke middelen besliste men in 1933 om het binnenste van de kerk volledig wit te verven en alle geschilderde verfraaiingen te verwijderen.

Hoogkoor Hoofdaltaar Het neogotische hoofdaltaar, ontworpen in 1879 door architect Pieter Jozef Taeymans, werd vervaardigd door de Borgerhoutse beeldhouwer Frans De Vriendt. Het meubel bestaat uit een altaartafel, ondersteund door zes pillasters. Bovenop rust een retabel, gebouwd uit drie kapellen aan de linker- en drie aan de rechterkant. In elke kapel zijn twee apostelen afgebeeld. Het tabernakel bevindt zich centraal met erboven een kapelletje waarin een Kalvarie is gebeeldhouwd. De apostelen staan van links naar rechts verbeeld als volgt: Johannes met een speer, een boek lezend, Paulus met een sleutel in de rechterhand, Bartholomeüs leunend op een stok, Judas Taddeüs met een kelk, Andreas met het zogenaamde "Sint-Andrieskruis", Petrus met een paar sleutels in de rechterhand, Matthias met een zwaard, Jacobus Major met een stok waaraan een zeeschelp is bevestigd, Simon met een zaag, Phillippus met een kruis op de staf in de linkerhand, een boek lezend, Jacobus Minor met een schrijfmiddel in de rechterhand, Thomas met een winkelhaak in de linkerhand. In juli 1886 werden deze figuren gepolychromeerd door Verstreyden uit Herentals. Doch in 1933 werd de polychromie tenietgedaan (naar analogie met verfraaiing van de kerk) door overschildering in witte verf met hier en daar vergulde elementen. Die toestand is tot heden gehandhaafd.

Glasramen thumb|Detail van het glasraam De Rozenkrans gemaakt door Jean-Baptiste Capronnier anno 1881. In de koorsluiting, boven het hoofdaltaar, bevinden zich drie veelkleurige gebrandschilderde glas-in-loodramen: Het linkerraam stelt -in de bovenste helft- de prediking van Willibrordus voor. Aan de onderkant ziet men de voorstelling van de patroon der schenkers: links Franciscus Xaverius, patroon van pastoor Frans Luyckx, en rechts Joanna Valesia, patrones voor Joannes Debry. Aan de voet van het venster ontwaart men in Latijns schrift de namen der weldoeners: Franciscus Luyckx Pastor, Augustinus Luyckx-Debry, Carolus Debry, Joannes Debry. Dit raam, gemaakt in 1895, is naar alle waarschijnlijkheid het oeuvre van glazenier Gustave Ladon uit Gent. Nochtans wordt ook het Huis Comhaire als leverancier gesuggereerd.

Het rechterraam is het oeuvre van dezelfde kunstenaar en werd in hetzelfde jaar vervaardigd. Het vertoont in het bovenste deel een voorstelling van Rochus met zijn pelgrimsstaf en een hond in gezelschap van het gezin van een pestlijder. Rochus was de oude beschermheilige van Merksplas (vóór Sint-Willibrordus). In het onderste deel van dit raam ziet men de apostelen Petrus en Paulus. Dit venster werd geschonken door Frans Janssens (voorzitter van de kerkfabriek), alsmede Maria en Joanna Janssens.

Het middelste glas-in-loodraam werd in 1881 vervaardigd door Jean-Baptiste Capronnier uit Brussel. Het is vermoedelijk een voorstelling van de karmeliet Simon Stock of van de dominicaan Dominicus de Guzmán, die een rozenkrans ontvangt uit de handen van het kind Jezus. In het lager deel verbeeldt dit glasraam de patroonheiligen van de schenker en zijn overleden echtgenote: Sint-Ludovicus en Sint-Coleta. Het werd geschonken door Ludovicus Joannes Boone ter nagedachtenis van zijn afgestorven echtgenote Coleta Antonia Van Hal. Dit blijkt uit de tekst die in het voetstuk voorkomt:

"Dulci memoria coniugis dilectissima fidelissima Coleta Antonia Van Hal qua Turnholti nata A.D. M.DCCC.XVIII. XI kalendae Martius ibidem obiit IV idus September M.DCCC.LXXXI" (Romeinse kalender) hetgeen betekent: "Zoete herinnering aan de lieve trouwe echtgenote Coleta Antonia Van Hal, geboren te Turnhout op 11 maart 1818 en op dezelfde plaats overleden op 19 september 1881" (Gregoriaanse kalender).

" Monumentum hoc Patres Conscripti Ludovicus Joannes Boone ordinis Leopoldini decuria Turnholtani tribunalis praeses" wat beduidt: "Monument vanwege Ludovicus Joannes Boone, lid van de Leopoldsorde, Turnhouts rechter en rechtbankvoorzitter".

Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep de kerk (in 1944) schade op, onder meer aan de glas-in-loodramen. Bekommerd om een spoedige herstelling, werd contact opgenomen met een kunstenaar die zijn praktijk binnen de provincie Antwerpen op een redelijke afstand had, te weten Jan Huet uit Wilrijk (Antwerpen). Ingevolge het groot aantal schadegevallen over het ganse land, was deze evenwel niet bij machte om binnen een redelijke termijn gevolg te geven aan de vraag van het Merksplasse kerkbestuur. Bijgevolg werd uitgekeken naar een glazenier in een naburige provincie: met name Achiel Van Doorne. Deze had in de loop der voorbije jaren het glazeniersbedrijf Gustave Ladon uit Gent overgenomen en eerbiedigde zeer efficiënt de afgesproken termijn. Op 20 december 1947 was de herstelling een feit.

Communiebank