miniatuur|Rustig luisteren naar de wind in de dennen (vóór 1246) door Ma Lin, hangende rol met gewassen inkt en kleur op zijde De Chinese schilderkunst is een van de oudste tradities in de kunstgeschiedenis. Ze werd in belangrijke mate beïnvloed door de opeenvolging van keizerlijke dynastieën, maar vertoont desondanks een opvallende continuïteit. Ook na de oprichting van de republiek China is haar identiteit grotendeels bewaard gebleven.
Een belangrijk kenmerk van de Chinese schilderkunst is de nadruk op een vaardige penseelvoering, niet op natuurgetrouwheid. Traditioneel schildert men in China met Oost-Indische inkt en pigmenten. Schilderwerken zijn uitgevoerd in de gedetailleerde gongbi-stijl of in gewassen inkt. Deze laatste techniek vertoont veel overeenkomsten met de Chinese kalligrafie. Verder zijn de schilderwerken doorgaans rijk aan symboliek en voorzien van een of meer gekalligrafeerde gedichten.
In de loop der tijd hebben zich diverse genres ontwikkeld binnen de Chinese schilderkunst. De belangrijkste zijn shan shui-landschappen, portretten, vogel- en bloemschilderingen en bamboeschilderingen. De stijl is sterk afhankelijk van de scholing van de kunstenaar. De hofschilders schilderden naar de luimen van de keizerlijke hofhouding, wat resulteerde in perfectionistische en gedetailleerde schilderingen in opvallende kleuren. Onafhankelijke literati (geletterde ambtenaren) van de Zuidelijke School schilderden voor hun eigen genoegens en maakten expressieve en abstracte inktschilderingen. Chán-monniken gebruikten de schilderkunst om verlichting te bereiken.
Vanaf de 17e eeuw werden westerse technieken als lijnperspectief, schaduwwerking en clair-obscur in China geïntroduceerd. Met het verval van de Qing-dynastie kwamen meer kunstenaars onder invloed te staan van buitenlandse kunststromingen. De Chinese schilderkunst had op haar beurt een grote impact op kunsten in de Chinese invloedssfeer. Daarbuiten is deze invloed echter nihil gebleven.
Kenmerken thumb|In vrije tijd gedichten zingen tussen de dennen (ca. 1687) door Shen ZhouCollectie Walters Art Museum Schilderen in de traditionele stijl wordt in het Chinees guóhuà genoemd, wat letterlijk 'nationale schilderkunst' betekent. Hiermee wordt het verschil benadrukt met de westerse schilderkunst. De Chinese schilderkunst onderscheidt zich namelijk op verschillende terreinen. Uit respect voor tradities en omwille van de waardering voor oude meesters heeft ze relatief weinig veranderingen ondergaan. Kunstenaars borduren voort op bestaande technieken en stijlen, en gebruiken vertrouwde genres. Een schilderwerk wordt gewoonlijk periodiek voor een klein publiek getoond. Typisch zijn de verticale inscripties en zegels op het schilderwerk en de visuele boodschappen in de vorm van symbolen en woordspelingen.
Techniek miniatuur|Inktpenselen worden zowel gebruikt om te schrijven als om te schilderen. Voor een Chinees schilderwerk worden dezelfde materialen gebruikt als voor Chinese kalligrafie. Ook wordt het op dezelfde wijze beoordeeld op de dynamiek en expressiviteit van de penseelstreek, en de harmonie van de compositie. De Chinese schilderkunst is derhalve vooral een lineaire kunst; ze onderscheidt zich van de westerse schilderkunst door het ontbreken van schaduw en perspectief, en de nadruk op dynamiek en emotie., p. 103 Encyclopædia Britannica: , Chinese Painting: The role of calligraphy in Chinese art
Traditioneel schildert men in China met zwarte Oost-Indische inkt, die wordt verkregen door een inktstaaf op een vochtige inktsteen te schuren. De inkt bestaat uit roet en beenderlijm en is lichtecht, zodat de schildering eeuwenlang goed blijft. De schilder gebruikt penselen van allerlei afmetingen en vormen. Deze zijn gewoonlijk gemaakt van dierenhaar gevat in een bamboeschacht. De inkt wordt aangebracht op washi-papier of zijde, twee absorberende materialen die weinig tot geen correctie toelaten. Schilderen in inkt vereist daarom een grote vaardigheid en concentratie. Kunstschilders oefenen elke penseeltechniek tot ze genoeg routine hebben ontwikkeld. De druk, vorm en richting van het penseel bepalen de breedte en vorm van de lijn. Het dynamische karakter van de penseelvoering is voor veel kunstenaars het grootste aandachtspunt. Encyclopædia Britannica: , Chinese Painting: Characteristics of painting Veel penseeltechnieken hebben in de loop der tijd een eigen naam gekregen.
Een veelgebruikte techniek is het schilderen in gewassen inkt. Voor verschillende tinten worden verschillende waterverdunningen gebruikt. Elke penseelstreek beïnvloedt de onderliggende inktlaag zolang deze nog niet is opgedroogd. De techniek wordt gebruikt voor uiteenlopende genres, waaronder bamboeschilderingen en landschappen. Een variant hierop is de mogu-techniek (; 'beenderloos'). Hierbij worden zowel inkt als pigment op de ondergrond 'gewassen'., p. 87 Bonte vogel- en bloemschilderingen en verhalende thema's zijn vaak geschilderd in de gongbi-techniek (). Door zeer precieze penseelstreken worden kleurvlakken begrensd door fijne donkere lijnen, om vervolgens met pigment te worden ingekleurd., pp. 103-104 Deze techniek laat minder ruimte voor expressie dan de mogu-techniek.
In de Chinese schilderkunst wordt kleur gebruikt om aan een schildering vitaliteit te geven, maar kleur vormt vrijwel nooit een basiselement zoals in de westerse schilderkunst wel het geval is. Er wordt geen olieverf gebruikt, wel pigmenten die op gouache lijken maar meer lijm bevatten. Voor het schilderen op zijde worden doorgaans ondoorzichtige minerale pigmenten gebruikt, zoals azuriet voor blauw, oker of orpiment voor geel, cinnaber of lood voor rood en malachiet voor groen. Bij het schilderen op papier worden heldere plantaardige pigmenten gebruikt. Voor rood wordt bijvoorbeeld saffloer of meekrap gebruikt, voor geel Sophora-bloemen en voor blauw indigo.
Presentatie thumb|Beschilderde waaierschijf op albumblad door Yi Yuanji (ca. 1000–ca. 1064),Collectie Nationaal Paleismuseum een hofschilder die met name werd geprezen om zijn afbeeldingen van gibbons. , The gibbon in China. An essay in Chinese animal lore (1967, Brill) Een Chinees schilderwerk wordt meestal periodiek tentoongesteld; de beschouwing is derhalve een exclusief voorrecht., p. 104 De schilderingen zijn aangebracht op eenvoudig op te bergen voorwerpen, zoals lakwerken kistjes, opvouwbare kamerschermen en waaiers. Een schilderwerk van papier of zijde is meestal op een albumpagina of rol bevestigd, gemaakt van stevig papier.
Aanvankelijk gebruikte men in China een waaier in de vorm van een bijna ronde schijf, veelal met handvat. In de 15e eeuw werd vanuit Japan de opvouwbare waaier geïntroduceerd. In een album zijn meerdere schilderingen verzameld, meestal van dezelfde kunstenaar. Op de bladzijde naast de schildering staat vaak een gedicht dat het werk aanvult. Ook een beschilderde waaierschijf zonder handvat werd dikwijls op een albumblad bevestigd.
De hangende rol wordt voor een beperkte tijd opgehangen en daarna weer opgerold en opgeborgen. De eigenaar kan een rol naargelang het seizoen of de aangelegenheid verwisselen. , Painters and politics in the People's Republic of China: 1949 - 1979 (1994, University of California Press), p. 232 In de Tang-periode (618–906) werden richtlijnen opgesteld voor de vormgeving van de hangende rol. Zo wordt een schildering op een hangende rol meestal omlijst door papieren of zijden stroken, die als versiering dienen en als ruimte voor kalligrafieën en zegelafdrukken.
De handrol is een ander veelgebruikt middel om een schildering te demonstreren. Het is een boekrol die enkele meters lang en tussen de 25 en 40 centimeter hoog is. Het is de bedoeling om de handrol plat op tafel te leggen en telkens een gedeelte uit te rollen om het van rechts naar links te bekijken. Gewoonlijk bevat het een titelplaat aan de rechterzijde en een colofon aan de linkerzijde van het kunstwerk. Op de colofon kunnen zegels en commentaren worden aangebracht. The Art Institute of Chicago: Chinese Scrolls, p. 273
Muurschilderingen waren tot de Tang-periode dominant in de schilderkunst. De oudste voorbeelden waren rotstekeningen die het dagelijks leven in de Chinese prehistorie afbeeldden. Later werden muurschilderingen vrijwel exclusief voor didactische en religieuze afbeeldingen gebruikt., p. 5
Opschriften en zegels miniatuur|Water en bamboewoning door Ni Zan (1343).Collectie Nationaal Museum van China Aan het aantal zegelafdrukken is te zien dat dit werk regelmatig van eigenaar is gewisseld. Een Chinees schilderwerk is gewoonlijk voorzien van verticale, gekalligrafeerde inscripties en rode zegelafdrukken. De kleur rood staat in de Chinese cultuur symbool voor leven, bloed en de zon. Het witte papier heeft de kleur van de goden. De combinatie van deze kleuren symboliseert de band tussen levenskracht en eeuwigdurende gelukzaligheid. Een goedgeplaatste zegelafdruk kan balans in een kunstwerk brengen. Veel kunstenaars hebben daarom een groot aantal eigen zegels met artistieke namen, de studionaam, spreuken en filosofieën. Ook verzamelaars en musea brengen zegels aan op schilderstukken. Zulke collectiezegels doen de waarde van een kunstwerk niet noodzakelijkerwijs dalen, vooral niet als ze een voornaam persoon uit de oudheid vertegenwoordigen, zoals een Chinese keizer. , Chinese Seals: Carving Authority and Creating History (Long River Press, 2004)
De kunstenaar signeert zijn werk met een of meerdere namen en plaatst daarachter zijn persoonlijke zegel., pp. 103-104 Andere inscripties geven informatie, zoals de datum en de omstandigheden waarin het werk is geschilderd. In de loop der tijd is de gewoonte ontstaan om schilderwerken te voorzien van een gedicht, opdracht of commentaar., p. 467 Dit opschrift werd aangebracht door de maker zelf of door derden, zoals bevriende kunstenaars of opdrachtgevers. Een opschrift hoort het werk aan te vullen en moet derhalve in harmonie met de afbeelding zijn. Een gekalligrafeerd gedicht op een schildering brengt de 'drie perfecties' samen: kalligrafie, poëzie en schilderkunst. Deze combinatie wordt ook wel een 'geluidloos gedicht' genoemd, daar het de kijker de ervaring van geluid, zicht, reuk, tastzin en emoties tegelijk dient te geven. The Great Art of China's 'Soundless Poems' (The Schiller Institute), pp. 45-70
Religieuze en filosofische invloeden Sinds de periode van de Zes Dynastieën (220–589) maakten het confucianisme, taoïsme en boeddhisme deel uit van het dagelijkse leven van burgers en literati., p. 152 Deze 'Drie Leringen' hebben elk op hun eigen manier de schilderkunst beïnvloed.
Het confucianisme werd in de 5e eeuw v.Chr. geïntroduceerd. In deze filosofische wereldbeschouwing staan deugd en het ontwikkelen van nobele eigenschappen centraal. Er is geen plaats voor geweld, obsceniteit of dood in de traditionele Chinese kunst, want een thema dient inspirerend en deugdzaam te zijn. In de meeste schilderstromingen wordt de vorm niet gescheiden van de morele inhoud; "kunst om de kunst" is dus taboe.
Het taoïsme deed in de 4e eeuw v.Chr. zijn intrede. Taoïsten stellen zich ten doel om in harmonie met de natuur te leven. De natuur wordt gezien als een zichtbare manifestatie van hogere machten in het universum. In landschapswerken en vogel- en bloemschilderingen tracht de kunstenaar zijn begrip van de werking van deze machten te tonen, onder andere door symboliek. Afbeeldingen van kraanvogels staan bijvoorbeeld symbool voor een lang leven. Men geloofde dat deze vogels gestorven taoïstische priesters waren die na hun dood naar de hemel opstegen.