thumb|Psycholoog Mark Hommes (Open Universiteit) over gender - Universiteit van Nederland Gender verwijst, in tegenstelling tot sekse en geslacht, niet naar biologische eigenschappen, maar naar de sociale, culturele en psychologische betekenissen die aan een geslacht worden toegekend. De term verwijst naar een samenstelling van kenmerken die door de meeste mensen worden gezien als mannelijk of vrouwelijk, zoals sociaal bepaald in de context van een samenleving. Deze kenmerken omvatten normen, gedragingen en rollen, maar ook relaties met anderen. Gender kan als sociaal construct verschillen van samenleving tot samenleving, en kan in de loop der tijd veranderen.
Ouders gaan er meestal van uit dat het gender van hun kind overeenkomt met het geslacht bij de geboorte. Naarmate een kind zich ontwikkelt kan het voorkomen dat het zich op een andere wijze gaat identificeren.
Het begrip is in 1955 geïntroduceerd door John Money in onderzoek naar intersekse. De opvatting dat mensen uit slechts twee soorten wezens bestaan, vrouwen en mannen, een raamwerk dat soms het binair geslachtsmodel wordt genoemd, heeft een diepgaande rol gespeeld in het vormgeven van de geschiedenis van de psychologische wetenschap. In de laat 20ste en vroeg 21ste eeuw zijn er serieuze uitdagingen voor dit binaire model ontstaan, uit zowel academisch onderzoek als sociaal activisme.
Genderidentiteit Gender kan uitgedrukt worden in de genderidentiteit (hoe iemand zich voelt), de genderexpressie (hoe iemand zich uit) en het geslacht (de kenmerken van het lichaam).
Verschillende criteria kunnen verschillende uitkomsten hebben. Bovendien zijn sommige criteria niet binair, maar kunnen tussenvormen en variatie voorkomen. Afgezien van het genetische geslacht zijn veranderingen van al deze aspecten mogelijk, door operaties, hormoonbehandelingen, bijwerkingen van medicijnen, verandering van genderexpressie, psychologische veranderingen en administratieve handelingen. Bij genderfluïde personen is de veranderlijkheid zelf onderdeel van de genderidentiteit. Hoewel verreweg de meeste mensen tamelijk eenduidig man of vrouw zijn, is er dus veel variatie mogelijk.
Zonder intersekse-conditie komen bijna altijd het genetische geslacht, de sekse op basis van de oorspronkelijke geslachtsorganen en het oorspronkelijke juridische geslacht overeen. Voor deze sekse worden termen als geboortegeslacht en biologische geslacht gebruikt en ook wel de Engelstalige afkortingen amab of afab (assigned male/female at birth).
Bij een transgender komt dit geboortegeslacht niet overeen met de genderidentiteit of -expressie, bij cisgender wel.
Bij een onprettig gevoel dat bepaalde aspecten van de sekse niet overeenkomen met de genderidentiteit kan het lastig zijn om de genderexpressie aan te passen. Dit kan onder andere komen door sociale druk of minder begripvolle ouders, bijvoorbeeld wanneer iemand die als meisje is geboren geen jongenskleding mag dragen, of het haar niet kort mag laten knippen.
Door verandering van een selectie van de genoemde aspecten van het geslacht kan dit onprettige gevoel minder worden of over gaan, met dien verstande dat een hormoonbehandeling soms moet doorgaan om te voorkomen dat bepaalde lichamelijke veranderingen deels teniet gaan, waardoor het onprettige gevoel weer zou kunnen verergeren of terugkomen.
Juridisch geslacht Het aanvankelijke juridische geslacht (de registratie bij de overheid) volgt uit de bij de geboorte aanwezige primaire geslachtskenmerken. In België kan het bij wijziging van het juridische geslacht, om onduidelijkheid te voorkomen, nodig zijn een nieuw paspoort of ander identiteitsbewijs aan te vragen en ook andere min of meer officiële registraties te laten aanpassen, zoals bij een bank waar men klant is. In Nederland zijn de identiteitsbewijzen (en eventuele rijbewijzen) van mensen die hun juridische geslacht laten wijzigen meteen ongeldig; zij moeten nieuwe exemplaren aanvragen bij de gemeente. Daar zijn kosten aan verbonden. De gemeente Nijmegen besloot in 2022 om als eerste Nederlandse gemeente die kosten te vergoeden voor mensen die hun geslachtsregistratie laten wijzigen.
Aspecten van geslacht / sekse / gender (samenvattend overzicht) Aspecten van geslacht / sekse / gender van mensen: man, vrouw of intersekse op basis van genetisch geslacht man, vrouw of intersekse op basis van uitwendige en inwendige geslachtsorganen, met diverse varianten na geslachtsaanpassende operatie mannelijkheid, vrouwelijkheid en interseksualiteit op basis van secundaire geslachtskenmerken of hormonale geslachtseigenschappen (haargroei, borsten, gestalte, enz.) genderexpressie: de mate van mannelijkheid en vrouwelijkheid op basis van culturele geslachtskenmerken zoals kledij, kapsel, make-up en gehanteerde voornaam, en attributen voor het simuleren van biologische geslachtskenmerken, zoals een binder, of opvulling onder de kleding die borsten of een penis simuleert; traditioneel ook genderrol genderidentiteit: of de persoon zich man, vrouw, of iets anders voelt juridisch geslacht: registratie bij de overheid; bij wijziging worden vaak ook de juridische voornamen gewijzigd
Een transitie is in dit verband een verandering met betrekking tot het 2e, 3e, 4e en/of 6e punt op basis van de genderidentiteit. Daarnaast kan een motief voor verandering van genderexpressie zijn het ontlopen van seksediscriminatie (bijvoorbeeld in het verleden door een vrouw om een mannenberoep te kunnen uitoefenen, zoals matroos of soldaat).
Begripsontwikkeling Seksuologie In 1955 stelden John Money en Joan en John Hampson dat er een verschil was tussen het biologische geslacht en het psychologische geslacht, het gevoel een man of een vrouw te zijn. Ook gingen zij in hun onderzoek naar hermafrodieten – later intersekse genoemd – in tegen een enkele definitie van het biologische geslacht en maakten onderscheid in:; ; (1955): 'An examination of some basic sexual concepts: the evidence of human hermaphroditism' in Bulletin of the Johns Hopkins Hospital, Volume 97, Issue 4, p. 301–319 chromosomaal geslacht dat wordt bepaald tijdens de bevruchting gonadaal geslacht waarbij meestal na zo'n zeven weken vanuit de gonadale richel de teelballen of twee weken later de eierstokken ontwikkelen hormonaal geslacht bij de feminisatie of virilisatie in de puberteit, waarbij zich ook de secundaire geslachtskenmerken ontwikkelen inwendige geslachtsorganen uitwendige geslachtsorganen Die laatste twee worden ook wel samengenomen als fenotypisch geslacht.
Tot die tijd dachten artsen als Michael Dillon, Christian Hamburger en Harry Benjamin dat het psychologische geslacht voortkwam uit het biologische geslacht. Money stelde dat er ook een aangeleerd geslacht was en baseerde zich daarbij op het idee van sociale rollen van Talcott Parsons en gebruikte daarvoor het taalkundige concept geslacht (gender). Zo bestaat het psychologische geslacht uit: het biologische geslacht en het geslacht van de opvoeding de genderrol die daar veelal uit volgt
De zeven variabelen kwamen in het onderzoek van Money en de Hampsons in verschillende variaties voor, waarbij de genderrol niet volgde uit de biologische variabelen. Het biologische geslacht en de daaropvolgende opvoeding speelden wel een belangrijke rol: By the term, gender role, we mean all those things that a person says or does to disclose himself or herself as having the status of boy or man, girl or woman, respectively. It includes, but is not restricted to sexuality in the sense of eroticism. A gender role is not established at birth, but is built up cumulatively through experiences encountered and transacted—through casual and unplanned learning, through explicit instruction and inculcation, and through spontaneous putting two and two together to make sometimes four and sometimes, erroneously, five.; ; (1955): 'Hermaphroditism: recommendations concerning assignment of sex, change of sex and psychologic management' in Bulletin of the Johns Hopkins Hospital, Volume 97, Issue 4, p. 284-300 In een tweede artikel dat in Bulletin of the Johns Hopkins Hospital werd gepubliceerd, werd dit aangevuld met: Gender role is appraised in relation to the following: general mannerisms, deportment and demeanour; play preferences and recreational interests; spontaneous topics of talk in unprompted conversation and casual comment; content of dreams, daydreams and fantasies; replies to oblique inquiries and projective tests; evidence of erotic practices and, finally, the person's own replies to direct inquiry.
Het begrip gender lag meer in lijn met het behaviorisme waarin stimulus en respons belangrijk waren en Money werd daarbij beïnvloed door het proces van inprenting naar Konrad Lorenz. Het begrip genderrol sloeg aan en termen als genderidentiteit – of de persoon zich man of vrouw voelt of iets er tussenin – en genderexpressie – culturele geslachtskenmerken als kledij, kapsel en make-up – deden hun intrede. (2013): 'The Biopolitical Birth of Gender: Social Control, Hermaphroditism, and the New Sexual Apparatus' in Alternatives: Global, Local, Political, Volume 38, Issue 3, p. 228-244. Gearchiveerd op 31 december 2019.
Robert Stoller maakte een nog duidelijker verschil tussen sekse als biologische term en gender als psychologisch: With a few exceptions there are two sexes, male and female. To determine sex one must assay the following conditions - chromosomes, external genitalia, internal genitalia, gonads, hormonal states, and secondary sex characteristics [...] One's sex, then, is determined by an algebraic sum of all these qualities, and as is obvious, most people fall under one of the two separate bell curves, the one of which is called 'male', the other 'female'. Gender is a term that has psychological and cultural rather than biological connotations; if the proper terms for sex are 'male' and 'female', the corresponding terms for gender are 'masculine' and 'feminine', these latter being quite independent of (biological) sex. Gender is the amount of masculinity and femininity found in a person, and obviously, while there are mixtures of both in many humans, the normal male has a preponderance of masculinity and the normal 'female' a preponderance of femininity. (1965): Sex and Gender. On the development of masculinity and femininity, Hogarth
Feministische theorie en genderstudies Money had het biologisch determinisme bekritiseerd, maar daar leek een sociaal determinisme voor in de plaats te komen. Het feminisme zocht daarin verdieping. Simone de Beauvoir stelde al in 1949: On ne naît pas femme, on le devient — Men wordt niet geboren als vrouw, men wordt een vrouw. (1949): Le Deuxième Sexe, Gallimard Maar het zou nog tot de jaren 1970 duren voordat het begrip gender daar op grote schaal gebruikt werd. Aanvankelijk kon dit nog in omgekeerde betekenis, zoals in Masculine/Feminine or Human? uit 1974 waarin gesproken wordt over aangeboren gender (innate gender) en aangeleerde sekse (learned sex roles). (1974): Masculine/Feminine or Human? An Overview of the Sociology of Sex Roles, F.E. Peacock In de versie uit 1978 was dit omgedraaid.
Ann Oakley borduurde voort op het medisch onderzoek van Money, Stoller en Anke Ehrhardt en stelde over het biologische geslacht: The consensus of opinion seems to be that its role is a minimal one, in that the biological predisposition to a male or female gender identity (if such a condition exists) may be decisively and ineradicably overridden by cultural learning. (1972): Sex, Gender and Society, Ashgate
Het feminisme bracht naast de culturele en sociale factor ook de politieke factor in beeld: Whatever biological cause there is in reality, however influential or insubstantial it may be, thus tends to become increasingly irrelevant and the distorted view of its importance becomes increasingly a rationalisation of what is, in fact, only prejudice.