Ashrama (Devanagari: आश्रम, Sanskriet: ā-śrama) is het brahmaanse systeem van vier levensstijlen of -fases, de celibate leerling (brahmacarin), het gezinshoofd (grhastha), de woudkluizenaar (vanaprastha) en de wereldverzaker (samnyasin) of soms religieuze bedelaar (bhiksu). Samen met varna – het kastenstelsel – vormt dit de hoeksteen van dharma, het natuurlijke systeem dat de regels voor het menselijk gedrag bepaalt. Dit geheel wordt wel samengevat als varnashramadharma en is zo belangrijk dat dit wel wordt gezien als bijna het equivalent van hindoeïsme.
Het ashrama-systeem verenigde de oude brahmaanse offerreligie uit het westelijke Aryavarta met het streven naar een leven van ascese dat gebruikelijk was in het oostelijke Groter Magadha. Zo bracht het systeem een integrerende structuur waarbij de samenleving in stand werd gehouden door de verschillende levensstijlen te legitimeren.
Diegenen die buiten het ashrama-systeem vallen, zoals de weduwnaar en de snataka, de leerling die zijn studie voltooid heeft, maar nog geen gezinshoofd is, is anasramin.
De klassieke vorm van de ashrama's als vier opeenvolgende levensfases is een ideaaltype dat zich ontwikkelde gedurende de tijd. Van oorsprong waren de ashrama's echter niet opeenvolgende fases, maar waren het vier alternatieve levensstijlen die gekozen werden voor het leven op basis van een roeping.
Hoewel uit de normatieve teksten van de brahmanen het beeld naar voren komt dat deze verschillende levensvormen inderdaad zo gevolgd werden, is dit in ieder geval ten dele een ideaalbeeld. Zo is het twijfelachtig of volledige wereldverzaking wel mogelijk is in India. Het ideaalbeeld beïnvloedde echter de werkelijkheid, aangezien het heersers stimuleerde om brahmanen stukken land te geven waar zij zich terug konden trekken. Veelal hoorde hier een dorp bij dat vanaf dan de tribuut afdroeg aan de brahmaan in plaats van de heerser. (2016)
Etymologie Āśrama is afgeleid van de wortel √śram, dat naast āśrama ook de cognaat śrama kent.
Śrama De eerste betekenis van het werkwoord √śram is die van uitgeput raken, meestal op een negatieve manier, mogelijks zelfs met de dood tot gevolg. De tweede betekenis is die van werken, inspannen. Veelal wordt hierbij een positief resultaat of beloning verwacht. Op die manier wordt het veel met yajna (offers) in verband gebracht en daarmee ook met tapas (boetedoeningen) en arcana (lof). In de legende Shunahshepa wordt śrama geassocieerd met een zwervend bestaan weg van menselijke nederzettingen.
Śramana In boeddhistische en jaïnistische teksten wordt met śramana meestal een monnik aangeduid, vergelijkbaar met de brahmaanse brahmana. Monniken van alle religies worden dan ook wel aangeduid met het samengestelde woord sramana-brahmana. In vroege brahmaanse teksten lijkt dit onderscheid echter nog niet aanwezig.
Āśrama Āśrama kent twee betekenissen. Enerzijds staat het voor een verblijf voor heiligen (ashram), veelal vertaald als kluizenarij. De tweede betekenis is die van een heilige manier van leven.
Waarschijnlijk had ashrama aanvankelijk slechts betrekking op het gezinshoofd en dan ook nog in een beperkte zin, namelijk het verblijf of de levenswijze van die gezinshoofden die een heilig leven nastreefden, brahmana's. Het werd geassocieerd met de zieners (rsi's), wat het de nodige statuur gaf. Later verschoof de betekenis naar alle gezinshoofden, om uiteindelijk voor het gehele systeem te gaan gelden.
Ontwikkeling De sruti – de geopenbaarde heilige geschriften, de Veda's – en de smriti – de door mensen gecomponeerde religieuze geschriften – vormen zoals bij alle religies een logischerwijze begrensde canon. Om deze canon toe te passen op de vrijwel onbegrensde mogelijkheden waar de menselijk cultuur door de tijd heen mee te maken krijgt, is hermeneutiek – de interpretatie van de canon – essentieel. stelt dat het deze hermeneutiek is die het ashrama-systeem heeft doen ontstaan en ontwikkelen.
Het woord ashrama komt niet voor in de vedische Samhita's, Brahmana's en vroege Upanishads, al noemt het wel de eerste twee levensstijlen. Dat laatste betekent echter niet dat er toen ook al sprake was van een ashrama-systeem, dat zich waarschijnlijk pas in de vijfde tot vierde eeuw v.Chr. ontwikkelde in de originele vorm. Pas vier tot vijf eeuwen later had zich de klassieke versie gevormd.
De vroegste Veda's ontstonden in een pastorale samenleving die vooral leefde van de veeteelt. Deze semi-nomadische krijgersamenleving ontwikkelde zich gedurende de vedische periode tot een agrarische samenleving. In de vedische offerreligie stonden het offer (yajna) en het verkrijgen van zonen centraal en waren de enige mogelijkheid om de drievoudige schuld (rna-traya) in te lossen. De ontwikkeling stond echter niet stil en er vormde zich naast de agrarische een stedelijke samenleving waarin de stratificatie en daarmee de ongelijkheid toenam. In andere samenleving ontstonden in gelijke omstandigheden religies die een rechtvaardigheid boden voor het lijden in het hiernamaals. De brahmanen konden hier maar een beperkt antwoord op vinden. Met deze urbanisatie en individualisering ontstond zo een mystieke tegenbeweging van wereldverzaking op zoek naar het innerlijk en verlossing van deze cyclus.
Upanishads De Upanishads brachten een belangrijke revolutie in religieus denken over wat er na de dood gebeurt. Vanaf deze tijd werden samsara, karma en moksa centrale begrippen in de Indische filosofie en religie. In de Mundaka Upanishad werden de vier Veda's zelfs neergezet als apara, de lagere vorm van de twee wijsheden tegenover para, de hogere wijsheid.The Lower knowledge is the knowledge of the Rg Veda, the Yajur Veda, the Sama Veda, the Atharva Veda, and also the knowledge of Phonetics, Ritual, Grammar, Etymology, Metrics and Astronomy. Mundaka Upanishad (1.1.4-6) De Upanishads verwierpen de Veda's niet zoals de niet-orthodoxe scholen daarna zouden doen, maar plaatsen deze wel op een duidelijk lager plan dan de wijsheid van het weten van Atman en Brahman.
In de Upanishads is verder te zien dat de ksatriya's een prominentere rol gaan spelen ten koste van de brahmana's. Dit bracht er toe om te stellen dat de nieuwe beweging in gang was gezet door ksatriya's.We are forced to conclude, if not with absolute certainty, yet with a very high degree of probability, that as a matter of fact the doctrine of the atman, standing as it did in such sharp contrast to all the principles of the Vedic ritual, though the original conception may have been due to Brahmans, was taken up and cultivated primarily not in Brahman but in Kshatriya circles, and was first adopted by the former in later times. (1906): The Philosophy of the Upanishads, p. 19 stelt echter dat het waarschijnlijker is dat het de stadse brahmanen waren die de veranderingen in gang zetten en daarbij bescherming zochten bij koningen. Zij zouden ook aan de wieg hebben gestaan van het nieuwe ashrama-systeem dat ruimte gaf aan zowel de rituele als de spirituele benaderingen.
In verschillende Dharmasoetra's wordt gewaarschuwd tegen de slechte invloed van de stad en wordt brahmanen geadviseerd daar weg te blijven. Tegenover de conservatieve brahmanen uit de dorpen lijkt er echter sprake te zijn van stadse brahmanen die bijdragen aan een verschuiving van het rituele naar het spirituele. De verschuiving van het rituele naar het spirituele is ook terug te vinden in de ontwikkeling van de oermens Purusa uit de Rigveda naar het begrip purusa dat in de samkhya-school gelijk werd gesteld aan Atman. Bij het dualistische samkhya staat het geestelijke passieve purusa tegenover het stoffelijke actieve prakrti.
De groeiende weerstand tegen het brahmanisme met zijn rituelen en yajna's had onder meer tot gevolg dat er ruimte ontstond voor individualistischere religies als charvaka, het jaïnisme en het boeddhisme. Binnen de religie zelf werd echter ook naar vormen gezocht om om te gaan met de nieuwe realiteit. Dat betekende overigens niet dat er sprake was van een volledige overgang. Buiten de stedelijke gebieden waar de nieuwe onzekerheden geen rol speelden, bleef er behoefte aan de oude vormen. Dit kon spanningen veroorzaken tussen de stedelijke elite en de landelijke bevolking.
Originele systeem Met alle maatschappelijke veranderingen veranderde ook de status van het gezinshoofd, de grhastha. Nu verschoof de voorkeur naar een celibate levensstijl, wat niet zonder slag of stoot ging. Als reactie hierop ontstond het ashrama-systeem, waarbij de verschillende levensstijlen als gelijkwaardig worden gezien. De ontwikkeling van het systeem daarna werd door Vijnanesvara beschreven als een strijd tussen de hermeneutische strategieën badha, vikalpa en samuccaya. Deze strategieën kunnen gevolgd worden als bronnen elkaar tegenspreken, waarbij badha het op een na afwijzen van alle bronnen inhoudt, door aan te tonen dat de overige opties minder sterk zijn, of helemaal niet in de bronnen – in dit geval de Veda's en smriti – voorkomen. Bij vikalpa worden alle bronnen als gelijkwaardig gezien en mag eenieder zelf kiezen welke optie gekozen wordt. In het geval van samuccaya worden ook alle bronnen als gelijkwaardig gezien en worden ze ook alle drie gevolgd.
De vroegste geschriften die over het ashrama-systeem spreken, zijn de Dharmasoetra's van Gautama, Baudhayana, Apastamba en Vasistha.Gautama en Vasistha waren rsi's van de Veda's en kunnen niet de werkelijke auteurs zijn geweest De eerste twee verwierpen het systeem echter en het is in deze verwerping (uttarapaksa) dat zij het systeem voor het eerst beschrijven (purvapaksa).De Baudhayana-Dharmasoetra bevat twee secties over ashrama, 2.11.9-34 en 2.17-18. De eerste sectie beschrijft het oorspronkelijke systeem en spreekt zich daar negatief over uit. De tweede sectie beschrijft het klassieke systeem en spreekt daar positief over. stelt dat de tweede sectie een latere toevoeging is waarvan hij de auteur Deutero-Baudhayana noemt De weerstand werd waarschijnlijk mede veroorzaakt door de verminderde status van de grhastha, wat inging tegen de tot dan heersende dharma. De positie van Gautama en Baudhayana werd door Vijnanesvara badha genoemd en dit conservatieve standpunt werd ondersteund met het argument dat alleen de grhastha nakomelingen kan krijgen waarmee een van de drievoudige schulden ingelost kan worden.There is, however, only a single order of life, the teachers maintain, because no offspring is produced in the others. Baudhayana-Dharmasoetra (2.11.27) De voorstanders stelden volgens Baudhayana onterecht dat de Taittiriya-Samhita met de vier paden die naar de goden leiden (devayana) al de vier ashrama's benoemt.Four paths leading to the gods traverse between heaven and earth. Place us on that among them, all ye gods, which will bring us unfailing prosperity. Taittiriya-Samhita (5.7.2.3) In plaats daarvan zouden de vier paden de vier verschillende soorten offers zijn.
Vasistha accepteerde het systeem wel en met de nodige reserves leek ook Apastamba dit te doen, al wilde ook hij voorkomen dat de positie van de grhastha al te veel te lijden had. Apastamba gebruikte een gelijksoortige argumentatie als Gautama en Baudhayana, maar kwam tot de conclusie dat de vier ashrama's gelijkwaardig zijn.It may well be that someone [namely a celibate] while still in his body may gain a heavenly world through austerity or by means of a portion of merit (acquired in a former life), or that someone may accomplish what he wants by mere thought. But it does not follow from that that one asrama is superior to another. Apastamba-Dharmasoetra (2.24.14) Vasistha schreef zo'n drie tot vier eeuwen na de andere drie en tegen die tijd was het systeem een geaccepteerd onderdeel van de dharma. Wel gaf hij de voorkeur aan het gezinshoofd.A householder alone offers sacrifices. A householder afflicts himself with austerities. Of the four asramas, therefore, the householder is the best. Vasistha-Dharmasoetra (10.14)