Het Sokkelsysteem, kortweg Sokkel of SS, is een natuurlijk stelsel van diepe watervoerende lagen (aquifers) onder Vlaanderen, in het stroomgebied van de Schelde. Het bevat de diepste grondwatervoorraad van de deelstaat en strekt zich uit onder alle gebieden ten westen van Brussel, ruwweg met de Zenne als oostgrens.
Doordat Vlaanderen meer grondwater uit de Sokkel oppompt dan er uit neerslag of oppervlaktewateren aangevuld wordt, wordt er in de 21e eeuw ingeteerd op fossiel grondwater uit vroegere neerslag.
Terminologie Waar Sokkelsysteem of Sokkel in dit artikel met een hoofdletter geschreven wordt, betreft het dit grondwatersysteem. Met een kleine letter duidt sokkel op het geologische begrip: een basislaag.
Begrenzing Het systeem strekt zich uit onder West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, het westelijk deel van Vlaams-Brabant en een zuidwestelijk puntje van de provincie Antwerpen. Voor de afbakening van het systeem kiezen hydrologen zo mogelijk natuurlijke begrenzingen.
Als oostgrens neemt men de Beneden-Zeeschelde, de Rupel en de Zenne. Bezuiden het Brussels Gewest geldt voor het Paleocene systeem eveneens de Zenne als grens, maar voor het oudere Krijt legt men de grens wat oostelijker, omdat het Krijt hier scherp begrensd is door een stelsel van breuken. In het zuiden en westen houdt het vanuit het standpunt van het Vlaams Gewest op bij de gewestgrenzen.
Lagenpakket en bovengrens Het betreft watervoerende lagen die aan de bovenkant afgesloten zijn door een vijftig miljoen jaar oude bodemlaag, de Ieperiaan-aquitard. Binnen dat geheel omvat het systeem alle aquifers die van belang zijn voor de winning van grondwater. De aquitards en aquifers dateren uit het Paleoceen en het Krijt, of ze behoren tot de geologische sokkel. Het overgrote deel van de waterlagen is gespannen: het water staat onder druk van het gesteente en drukt het tegen de bovenliggende afsluitlaag aan, zodat het peil altijd hetzelfde is. Dit geldt echter niet voor het deel van het Sokkelsysteem vanwaaruit het gebied gevoed wordt: de vallei van de bovenloop van de Zenne. Daar is de bovenlaag van klei geërodeerd en varieert het freatisch vlak (de grondwaterstand).
In dit kleine gebied waar de bovenlaag geërodeerd is, namelijk het zuidelijk deel van de Zennevallei, is er geen bovengrens, want daar dagzomen de onderliggende gesteenten. Het betreft gesteenten uit het Thanetiaan en het Ieperiaan alsook de sokkel, het Massief van Brabant. Dit massief is vierhonderd tot vijfhonderd miljoen jaar oud, daterend van het Cambrium tot het Siluur.
Voor het overgrote resterende deel is de Ieperiaan-aquitard de bovengrens. Deze kleilaag vormt een duidelijke scheiding tussen het Sokkelsysteem en de systemen erboven: het Centraal Vlaams Systeem en het Kust- en Poldersysteem. Deze benamingen worden gebruikt door de Vlaamse overheid.
Ondergrens In theorie reikt het Sokkelsysteem tot aan het Massief van Brabant, op de grens tussen de aardkorst en de aardmantel, de zogenoemde discontinuïteit van Moho.
Bronnen en referenties
Categorie:Hydrografie